Tijdschrift

Tijdschrift ‘Oostland’:

 

Literair –cultureel tijdschrift voor leden

en anderen.

 

Redactie : p.a. Ingrid Lenaerts

                       Holt 103

                       3740 Bilzen

 

 

Enkele opgenomen werken :

 

 

 

Kessel-Lo

 

In een kamer vol leeslamplicht

weerklinken psalmen,

geuren bloeiende twijgen.

 

Het zwijgen over verlangen

bedauwt berken in de ochtend,

breekt het bloemenhart uit de kelk.

 

Ochtendvogels kwelen

een lied van regen en wind.

 

Laat ons aanbidden

de oerkracht van liefde

de vlammen die ons verteren

in goddelijke schoonheid.

 

Edith Oeyen

(uit: ‘van Beringen tot Brussel’ – 2002 –

uitgeverij ‘Zuid en Noord’ VZW )

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

ANDALUSISCH BREEDBEELD

 

I.

 

Reconquista, inquisitie schreven historie

Conquistadores moordden altijd al om goud

Columbus, Don Quijote verwierven memorie

Furie, Guernica of junta zwijgen vergrauwd

 

Maar opglanzen doen donkere ogen en haren

Zuiderse charme haat het om mondvriend te zijn

Een dodelijke stier moet het leven verklaren

En de tijd wordt besnaard bij flamenco en wijn

 

-‘Buenos dias’, een beroepslachje dat raakt

Maar zelf is ze van de hand van Velasquez

Eventjes weggestapt voor diens spiegel, naakt

 

Terecht in een modieus pakje van Iberia

Zo fleurt ze luchtzakken op met tafelpret

Zo verspaanst ze mijn keur in elk arteria

 

Wim Nelis

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Wij willen dicht bij de boom zijn

zoals de stam van de boom rond

zijn schors. Wij voelen de warmte

van alle nesten als wij elkaar

 

bij naam vertrouwen. De aarde onder

onze voeten en weten van de zevende hemel

want in de lucht staat onze droom en

wij geloven als rotsen in zee.

 

Dat wij zullen de zomer en de winter zijn

de zon bij de regen rond de boom daar

waar alles begon voor jaren, na alle jaren

nog altijd hart en lief, elkanders hartendief.

 

Ingrid Lenaerts  

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Val maar, regen.

 

 

val maar, regen – op een maatschappij,

die de zon niet verdient

          op een wereld van opportunisten

-         egoïsten

 

en spuit, regen – je vieze mond leeg

op de hoofden van hen,

die alleen zwart-wit vertalen

          op onechte media-klonen

 

en plets, regen – neder op het verdorven

medicijn van elke grote en kleine rotzak;

in angstzweet badende jengelaar

           op hoogmoed en semi-artiest

 

en giet, regen – laat al die hoog getilde

woorden sterven in vredig zand en mooie

melodie van vroegere thuis

          op hun valse tongen en snode plannen

 

en spoel ze weg, regen – egoïsme, fake,

onverschilligheid, hoogmoed, …

 

maar ontzie, regen – de om begrip bedelende

nevelflarden,

          waar de enkeling op zoek gaat

          naar echte vriendschap en liefde.

 

Daniël Depireux

 

 

 

 

 

   

 

Een zee van stilte                                                   Hand in hand ging hier

rust en wijding, wijd en breed                                cultuur met economie

De zee is er niet.                                                    wijze harmonie.

 

Louis Brans                                                             Louis Brans

 

Geen pauselijk slot

maar open raam en deuren

voor ieder van ons.

                                 Louis Brans  

 

 

 

 

Andere auteurs zijn o.a. : Alex Marut, Pierre Van Laeken, Rita Youck,

                                         M.L. Bergers, Philippe Rotsaert, . . .

 

 

 

 

 

 

 

Jeugd :

 

     Dansend op

de scherpe kant

van een afgrond

 

     Balancerend

op een stukje

     zekerheid

 

     Argeloos

flirtend met

     de dood

 

     Zo

voelt zij

     leven.

 

Veerle Vrindts (12 jaar)

 

 

 

 

 

Waarom liefste.

 

Waarom liefste wil je woorden

en mij dwingen tot een lied ?

Liefde gloeit in stille dingen.

Liefde leeft in woorden niet.

 

 

Liefde zucht in onze harten,

in ons saam gedragen zeer.

Wat wij hoopten en verwachtten.

Wat mijn lief is liefde meer?

 

 

Liefde leeft in grijze haren.

In elke rimpel van onze huid.

Al die jaren, onze kin'dren,

Stralen toch die liefde uit.

 

 

Waarom dan tot woorden dwingen

en mij smeken om een lied?

Liefde gloeit in stille dingen.

Liefde leeft in woorden niet.

 

Pierre Van Laeken.

   

 

 

Nocturne.

 

Achter het raam

het ruisen van de stad

dat dichter komt met donker:

traag dekt het mij toe.

 

Nu word ik blind en moe

en alles valt mij af,

zo ben ik haast als jij

die ginds ligt in het graf.

 

Zo ben ik haast als jij,

zo even dood maar toch;

er grijnst nog wat in mij.

 

Dit voelen staat mij bij

te weten wie ik ben

zolang ik ruisen hoor:

zolang ik mij herken.

 

Pierre Van Laeken.  

 

 

Een pen is een muis,

 

een vel papier een beeldbuis.

 

Schrijven is typen en printen,

 

inkten hebben nu veel meer tinten.

 

De pc is een groot archief,

 

maar tegelijkertijd een geheugendief.

 

@lex Marut

 

 

 

 

Hoe oostelijk ligt Oostland ?

 

In de 12de eeuw ontstond een emigratiebeweging naar het Oosten, n.l. naar Duitsland, Hongarije en Polen. Deze beweging wordt de Drang nach Osten (drang naar het Oosten) genoemd. De haven van Bremen is van Belgische oorsprong ...[1]

 

Naar Oostland

 

Deze zin is de aanhef van een oud Vlaams lied[i] :

 

Naar Oostland willen wij rijden

Naar Oostland willen wij gaan,

Daar woonen de propele meisjes …

 

’t Daghet in den Oosten

 

Onder impuls van Guido Gezelle werd in 1885 in Limburg een nieuw literair tijdschrift opgericht met de poëtische naam ’t Daghet in den Oosten. Van waar kwam deze titel ? Het blijkt de aanvangsregel te zijn voor een 14de eeuws Diets minnelied van een anonieme auteur.

Het middeleeuws verhaal gaat over een ridder die in de vroege morgen een tweegevecht zou moeten aangaan met een andere edelman. De vader van het meisje dat hij begeert heeft zijn dochter voorbestemd aan zijn rivaal, die de ridder vermoord. Het meisje wijst de moordenaar af en wil nog liever een kloosternon worden…

 

Een oudt liedeken[ii]

 

‘Het daghet in den oosten,

Het lichtet overal !

Hoe luttel weet mijn liefken,

Och, waer ic henen sal,

            Hoe luttel weet mijn liefken!’

 

‘Och waren ‘t al mijn vrienden

Dat mijn vianden sijn,

Ic voerd’ u uiten lande,

Mijn lief, mijn minnekijn!

            Ic voerd’ u uiten lande.’

 

….

 

© Alex Marut


[1] SCHOONJANS, J., Het Belgische volk, ‘s Lands Glorie, deel II, nr. 99.


[i] Gepubliceerd in ’t Daghet in den Oosten, jg. 7/1891.

[ii] Opgenomen in de bundel : Een keurkorf luisterliedjes, Johan Anthieren, Vlaamse Pockets nr. 148, Heideland, Hasselt, 1964, p. 17. Bespreking van het gedicht in : Gedachten over Gedichten, J. Teeuwse en J. Driest, Tilburg, 1963, p. 10.

 

 

Trioletten

1

Waarom zouden wij nog praten

over dood, licht als morgenstond;

sterven willen wij slechts haten,

waarom zouden wij dus praten,

levenslang zelfs zou niets baten:

woorden waren toch slechts rond.

Waarom dus nog langer praten

over dood en licht en morgenstond.

 

Hans Kilian