De spelers

Er zijn in het spel 4 spelers betrokken:
- de hond;
- de runner: dit is de persoon naar wie gezocht wordt;
- de handler: dit is de persoon die de hond begeleidt, meestal zijn baasje;
- een judge of mentor: iemand die de runner en de hond beoordelen.

Het spel

De runner laat aan het begin van het spoor een smeller achter aan een vlag (smeller=een voorwerp met zijn geur, bijvoorbeeld een zakdoek). 
Een tiental meter verderop plaatst hij een tweede vlag om de richting aan de deelnemer duidelijk te maken. Tussen deze 2 vlaggen verloopt het spoor in rechte lijn.  Daarna loopt de runner een bepaalde afstand en stelt zich aan het einde van het spoor verdekt op.

De handler laat zijn hond de geur van de smeller opnemen en geeft het commando om de speurtocht te starten. De handler zelf steekt de smeller weg opdat deze de hond niet kan verstrooien. De hond zou immers ten onrechte kunnen denken dat hij het spoor volgt omdat hij de geur van de smeller ruikt.
De hond en zijn begeleider moeten de runner vinden.

Een judge beoordeelt de jacht.  Deze judge kijkt niet alleen naar de snelheid waarmee de hond de runner vindt, maar ook naar de manier waarop de hond en handler werken. Hoe vaak heeft de judge de hond en handler moeten terug roepen omdat ze verkeerd zaten?...  De judge zal ook kijken hoe het team omgaat met moeilijkheden en hindernissen onderweg zoals kruispunten, kruisen van andere sporen,  omgevallen boom, voorbijvliegende fazant,...

Tijdens trainingen, zeker bij onervaren handlers is het aangewezen samen met een mentor te lopen die aanwijzingen geeft en fouten helpt voorkomen.

Wedstrijden

Speurwedstrijden zijn er in de vorm van de Trials. De wedstrijden zijn verspreid over meerdere dagen.
De eerste dag is de 'novice stake', waaraan de honden, die beschikken over een working permit, mogen deelnemen. Hier wordt een spoor gevolgd van 1 mijl (+/- 1,6 km) en 30 minuten oud.
De winnaar(s) van deze eerste dag en de honden die zich op eerdere wedstrijden kwalificeerden, mogen starten aan de tweede dag: de 'junior stake'. Hier wordt een spoor gevolgd van 2 mijl (3,2 km) en één uur oud.

De laatste dag van de Trials is enkel weggelegd voor de allerbeste honden. Dit is de 'senior stake' waar het spoor 2 uur oud is en 3 mijl (4,8 km) lang. Bijkomend wordt de identificatie  hier extra getest: de hond moet uit 3 mensen aanwijzen wie het spoor gelopen heeft.

Pluspunt is wanneer de hond tijdens het speuren of identificatie zijn stem gebruikt. Dus onder geloei aangeven waar hij is en hoe het spoor loopt.

Bij aankomst zijn de honden nog vol met energie. De handler, die meestal probeert het looptempo door te hond te laten bepalen, is meestal wat stiller :-)

Op de trials pagina zie je in een fotoreportage hoe het spel in zijn werk gaat.

Working permit

Wat?
Om een working permit te bekomen, moet je een spoor van 1.600 meter lang en een half uur oud uitwerken. De bedoeling van deze selectie is bekijken of het team sterk genoeg is. Zo kan vermeden worden dat bij de volgende wedstrijd de tijd van de keurmeester nutteloos verkwist wordt.

Wie reikt het uit?
Een working permit kan uitgereikt worden door elke officiële keurmeester op simpele aanvraag. Wel met meerdere honden op dezelfde dag of tijdens een trainingsdag zodat de keurmeester een idee heeft van de moeilijkheidsgraad van de dag.

Het aanleren/trainen

Vooraleer je dit artikel leest, kan je best eerst 'Sporen & geuren' doornemen.

Goed starten
Honden kunnen vrij makkelijk leren speuren. Toch kan je als baas heel makkelijk fouten maken die je je hondje later misschien niet meer kan afleren. Daarom is het aan te bevelen niet op eigen houtje het speuren aan te leren. Je kan je beter laten bij staan door iemand met voldoende ervaring. Indien je interesse hebt, kan je beter eens op onze trainingsdagen komen kijken. Hier is altijd wel een ervaren persoon aanwezig die je op het juiste pad kan zetten.

Pups
De speurtraining kan je in principe best zo vroeg mogelijk starten.  Belangrijk is wel dat je als baas je hondje kent en goed kan inschatten wat je hondje doet of niet doet.
Zodra een puppy op eigen kracht kan lopen, kan je reeds verstoppertje gaan spelen met je hond. Zo leert je hondje ook dat hij voldoende aandacht moet schenken aan zijn baas. Dit komt zeker van pas wanneer je gehoorzaamheidsoefeningen gaat doen. Voor ons is het voordeel echter dat de pup zijn neus al gaat leren gebruiken. Hij leert om sporen te vinden en deze te volgen.
Zoals bij alle oefeningen is het ook hier van cruciaal belang dat elke oefening positief (met succes) wordt afgesloten. Je hondje moet het plezant blijven vinden en hij moet ook weten wat er van hem verwacht wordt. Begin daarom in kleine stapjes en beloon na elke oefening.
Met je puppy kan je dus korte spelletjes doen of korte speurtochtjes.

Men kan met echte speuroefeningen beginnen van zodra de hond gewend is aan halsbandje of tuigje en er een goede band bestaat tussen geleider en hond. In theorie zou het dus mogelijk zijn om reeds op een leeftijd van 8 a 10 weken te starten.
Voor onervaren geleiders is het echter geen goed idee om op deze leeftijd te beginnen.
Hou wel rekening met het feit dat je puppy nog tot zijn 12 maanden volop groeit. Zijn botten en spieren zijn nog in volle ontwikkeling. Hij is bijgevolg nog heel kwetsbaar en gevoelig voor blessures.

Elke hond kan speuren, maar wat is hier dan de moeilijkheid?
De moeilijkheid van het speuren is spoorvastheid en concentratie. We moeten het hondje aanleren om een spoor te blijven volgen (en niet onderweg overschakelen naar een konijnenspoor) en om dit kilometers aan een stuk geconcentreerd te blijven doen.

Succes is altijd afhankelijk van de vrijwillige bereidheid van de hond en het is altijd verkeerd, om dit met dwang te willen proberen. Spoorzekerheid en spoorvastheid zijn eigenschappen die de hond met lange regelmatige oefening zelf ontwikkelt. De belangrijke hulp, die de geleider hem hierbij kan geven, is voor voldoende oefenmogelijkheden te zorgen. Het reukvermogen wordt al vroegtijdig ontwikkeld, met het africhten op het spoor kan dus al begonnen worden als de hond nog jong is.


Hoe aanleren:
De eerste keren gaan we het hondje een kort stukje laten speuren naar zijn baasje. Dit spoor zal hij zeker vinden. En zo kunnen we hem gaan belonen voor het speuren.
Van zodra hij begrijpt wat er van hem verwacht wordt, kunnen we overgaan naar het speuren naar andere mensen.  Het is verbazend om te zien hoe snel een hondje dat speuren doorheeft en over een afstand van pakweg 500 meter een vreemde persoon kan terug vinden.
Geleidelijk aan gaan we het dan moeilijker maken: meer bochten/kruispunten in het traject, meer verschillende ondergronden, vergroten van de afstand, het spoor ouder laten worden, identificatie van de runner,...

Voedsel op spoor: NIET DOEN!
Vaak worden snoepjes op het spoor gelegd om het hondje te belonen voor het verrichte speurwerk. De hond wordt dan met voedsel beloond tijdens het speuren. Voor het clean boot hunten is deze opleidingsmethode niet geschikt. Voor onze honden is het beter om de hond tijdens het werk met de stem te belonen. Na het speurwerk gaan we dan bijkomend belonen met voedsel.

Waarom geen voedsel op het spoor:
Een spoor is een samenstelling van verschillende geuren: bodembeschadigingen, kapot getrapte insecten en planten en de menselijke geur. Belangrijk om weten is dat in dit spoor de menselijke geur maar een kleine factor is.

Voedsel op het spoor heeft een grote invloed op de spoorsamenstelling. Immers de geur van voedsel is sterker dan die van bodembeschadigingen, kapot getrapte planten of de nog geringere menselijke geur. Het maakt daarbij niet uit of men een sleepspoor maakt of brokjes op het spoor legt. Door voedsel te gebruiken zal de hond zich focussen op de voedselgeur. Bij een onderbroken voedselspoor zal de hond in het beste geval ook naar bodembeschadiging gaan speuren.
Deze methode maakt het echter heel moeilijk om de hond duidelijk te maken dat hij zich op de zwakke menselijke geur van de runner moet concenteren. En bij clean boot hunting willen we juist naar personen zoeken en niet naar snoepjes. Bijkomend nadeel is dat de hond geen  geurgeheugen traint. Het geurgeheugen laat om het spoor terug op te nemen na een spooronderbreking. Zo een onderbreking ontstaat bijvoorbeeld wanneer het geregend heeft en er een grote plas water op het spoor is komen te liggen.

Trainen met voedsel leidt dus tot:
‑ de hond bouwt geen geurgeheugen op;
- de hond speurt niet naar de mens, maar in het beste geval naar bodembeschadigingen, waardoor de hond makkelijk op verleidingssporen over gaat (vb bandensporen tractor);
- de hond zal de runner moeilijk kunnen identificeren.

Wat heb je nodig?

- Een hond;
- Goede conditie (heb je die nog niet, dan krijg je dat wel vanzelf);
- Een tuigje (ipv een halsband) om blessures te vermijden;
- Een lange lijn (20 meter)
- Een paar stokken om de smeller aan te hangen en om de startrichting aan te geven;
- Als je pas speurt: iemand met ervaring;
- De runner heeft een voorwerp nodig waar zijn geur aan hangt;
- De handler moet de runner snoepjes geven waarmee deze de hond kan belonen bij identificatie;
- De runner heeft een voorwerp nodig waar zijn geur aanhangt. Dit is de smeller;
- De runner mag nooit rubber schoeisel dragen omdat minder geur afgeeft.