Het Leuvense geslacht

Udekem


  Literatuurlijst   De voorvaderen van koningin Mathilde   Gastenboek

Vlaams Brabantse Adel

Reinier, die een klooster stichtte

Wapen van Udekem Vlaams Brabantse Adel
Intermezzo
Leuvense adel in Wallonië

Volgens de Korbeekse heemkundige Guido Joris gaat de geschiedenis van Udekem terug tot de Frankische lieden van Udo, een baron die in 939 leefde. Dit zou betekenen dat er uit het nageslacht van Udo zich iemand vanuit het Odenwald in het Leuvense vestigde en er een 'heem van Udo' stichtte. Dit heem werd 'Udinga haima' genoemd, later herleid tot Udinchem (Uedechim, Udekem).

Ligging van het 'huedekens hof', nu het vijverhof met kasteel van Korbeek-lo, een van de plaatsen die door leden van de familie Udekem bewoond werden Naar alle waarschijnlijkheid was dit heem gelegen aan de mooie ligging waar zich nu het Vijverhof bevindt, en was dit gehucht Udekem een allodium, geen leen. Naast dat "Huedecens hof", zoals het tot in de 18de eeuw genoemd werd in het Korbeekse, werd de kerk van Korbeek-Lo gebouwd. In het 'Udinga Haima' in Korbeek-Lo moet ooit (wellicht rond het jaar 1000) een voorvader van koningin Mathilde gewoond hebben.

Over de geschiedenis van de streek van Vlaams-Brabant voor het jaar duizend is weinig of niets bekend. Wat Leuven betreft begonnen enkele geslachten zich rond het jaar 900 onder de voogdij van de graven van Haspengouw op te werpen als vrijheren. Ze werden de eerste bestuurders van de stad Leuven. Naast de heren van Uten Lieminghen, die een gebied bezaten op de plaats waar de abdij van Vlierbeek gelegen is en die, getuige het enorme aantal schepenen die de familie aan de jonge stad leverde, aan de basis van de ontwikkeling van de stad Leuven lagen, waren dat (volgens de overlevering) de families Gielis, Van den Steene, Van Redingen, Van der Calstren, Verrusalem en Van Rode.

De familie Udekem behoorde niet tot de (mede)stichters van Leuven, hoewel Udekem reeds vroeg in het Leuvense aanwezig was. De verhuis naar de stad van de afstammelingen van Udo zal zich pas eeuwen na de stichting van de stad voltrekken. De Udekems waren vazallen van de hertogen van Brabant, de hertogen die voortkwamen van de graven van Leuven, beginnend met Lambert I, 950-1015. De totstandbrenging van de stad ging hun tijdens de oudste feodale tijden niet aan. Als afstammelingen van een 'woudbaron' ging hun aandacht waarschijnlijk voor een deel uit naar het Meerdaalwoud, dat een bezit was van de heren van Bierbeek.

De oudste geschreven bronnen vermelden in 1156 een Rosso van Udekem als vazal van de hertog van Brabant (Godfried III) naast nobele heren als Gossein van Heverlee, Godfried van Rotselaer, Arnold van Diest en Wauter van Bierbeek. Zeven van de negen zonen van Rosso van Udekem waren ridder. Drie daarvan, Reinier, Nicolaas en Arnold, staan vermeld als vazallen van Hendrik I, hertog van Brabant, graaf van Leuven en markies van Antwerpen. Rosso van Udekem was heer van Udekem, Pellenberg, Lubbeek en Schaffen.

Reinier van Udekem, de jongste zoon van Rosso van Udekem, was heer van Pellenberg en Lubbeek. Hij huwde met Lawreta van Peruwelz, een bloedverwante van de hertog van Brabant. Ook Reinier had een zeer uitgebreide kroost (zeven zonen en acht dochters). Hij woonde in een heem op de Pellenberg, op de plaats waar zich nu het Kastanjehof bevindt. In het jaar 1219 stichtte hij er een klooster om zijn acht dochters in onder te brengen. Tien jaar later verkreeg dit klooster van de hertog van Brabant een gebied te Gempe in het huidige Sint Joris Winghe. (Hoe Gemp ontstond). Reinier schonk het de bezittingen die hem nog overbleven bij zijn dood. Het klooster te Gempe bleef bestaan tot aan de Franse Revolutie.

De heerlijkheid Udekem, die gelegen was in Korbeke, ging in de veertiende eeuw samen met het Bierbeeks leen Overloo op in Corbeek-Overloo, later Korbeek-Lo. De laatste heer van Udekem was Jan III van Udekem, een rechtstreekse voorvader van Mathilde waarvan in 1338 melding gemaakt wordt. Zijn zoon zal huwen met Elisabeth van Huysinghen.

Deze voorouders van koningin Mathilde huwden met dochters van heren ridders (van Herent, van Holsbeke). Joris van Udekem (Georges d'Udekem), rechtstreekse voorvader van koningin Mathilde die in Leuven een huis in de St-Kwintensstraat bewoonde, verwerft in 1468 het domein Guertechin in Waals Brabant. Hij koopt het van Margareta van Wilre, een dochter van Elisabeth d'Udekem en Guillaume van Wilre die gehuwd was met Mathias van Bierbeek. De zoon van Joris van Udekem (een natuurlijk kind na drie huwelijken zonder mannelijke erfgenaam), Jan van Udekem, erft Guertechin, wordt rentmeester van St-Kwintens in Leuven en huwt Jacqueline de Limmingen uit de familie Uten Liemingen, de familie die de drijvende kracht was achter de ontwikkeling van de stad Leuven.

Intermezzo
Leuvense adel in Wallonië

Koen Hendrickx


kh@skynet.be


English Version


To the official site of the d'Udekem Family