Het Leuvense geslacht

Udekem


  Literatuurlijst   De voorvaderen van koningin Mathilde   Gastenboek

Reinier, die een klooster stichtte

Hoe Gemp ontstond

Wapen van Udekem Vlaams Brabantse Adel
Intermezzo
Leuvense adel in Wallonië



Uit: E.H. Constant Noppen. Wel en wee van Kortrijk-Dutsel. Nova et Vetera. Leuven, 1952.

Hoe Gemp ontstond ... wordt ons in de oude archieven levendig verhaald (zeer oud handschrift op perkament, in de Parkabdij):


"Te Pellenberg leefde zeker ridder, Renier van Uedechim, vroom en dappere landheer; in de echt getreden met Lawreta van Peruwelz, even edel van inborst als van oorsprong, kregen zij 4 zonen en 8 dochters. Om deze laatsten volgens hun adellijke stand te huwen, schoot de fortuin van de vader te kort; hij polste zijn dochters met de gedachte dat zij de Almachtige tot bruidegom zouden kiezen en het kloosterleven omhelzen. Geen die zich verzette, integendeel. Vader Renier op zoek naar een geschikte Orde, doch de Voorzienigheid wilde dat hij zijn gading niet vond.
Op Sinksendag, tijdens zijn gebed, rees klaar voor zijn geest, te Pellenberg zelf, met de erfgoederen van zijn dochter, een nieuw k1ooster op te bouwen en de statuten van de Norbertijnen te verkiezen.
Te Korbeek-over-Loo leefde een zuster van Renier, zeer vermogend. Haar enige dochter, Elisabeth, had te Herckenrode een paar jaren in het klooster doorgebracht, maar was nog niet geprofest. Deze vervoegde, als novicemeesteres, haar 8 nichten, vermaakte haar rijk vermogen aan de nieuwe stichting en blijmoedig ving het religieus leven aan, in 1219.
Er kwam echter tegenkanting vanwege de Norbertijnse overheid, omdat het geestelijk bestuur alleen mag overgaan tot dergelijke stichting. Maar toen het na een jaar bleek hoe vurig en stipt het nieuwe klooster leefde, aarzelde het algemeen kapittel van de Orde niet hen te aanvaarden en te stellen onder de leiding van de Abt van het Park, te Heverlee."


Niet lang zullen zij te Pellenberg verblijven.
De hertog van Brabant, Hendrik II, bracht enkele dagen door in het klooster, zo getuigt hij zelf, en was getroffen door het voorbeeldig leven ; hij vond de ligging te eng en schonk, bij akte van December 1229 (Archief n. 2, Parkabdij) 12 bunders, inbegrepen een watermolen (die heden nog bestaat) te Gemp, bewesten S. Joris-Winge. Dadelijk werd er een ruim klooster met een heerlijke kapel gebouwd en reeds in 1229 verhuisden de Zusters uit Pellenberg naar Gemp, naar 's Hertogen eiland.

Uit: E.H. Constant Noppen. Wel en wee van Kortrijk-Dutsel. Nova et Vetera. Leuven, 1952.



Koen Hendrickx


kh@skynet.be