BROEDEN, VOORTPLANTING, LEG en KUIKENS
Fokken of kweken met de hoenders kan om verschillende redenen. Sommigen willen doelgericht resultaten behalen in functie van het verbeteren van raseigenschappen. Anderen willen enkel kuikens kweken voor de slacht. Of het is gewoon nodig enkele hennen of een haan omwille van ouderdom te vervangen. Wat ook de doelstelling is, eenieder heeft er belang bij dat de bevruchting en het broedproces optimaal verloopt. Daarvoor zijn in eerste instantie gezonde ouderdieren nodig. In principe is de legcapaciteit bij een hen het best tijdens het tweede levensjaar. Het derde jaar is die nog goed te noemen en daarna neemt de capaciteit progressief af. Een soortgelijke evolutie kunnen we vaststellen inzake de bevruchtingscapaciteiten van de haan. Voor een goede fok wordt dus best een gezond en vitaal toom bijeengebracht. In de regel kan een vitale haan tot zeven hennen bij zich hebben en toch nog een goede bevruchting garanderen. Enkele hennen minder kan het bevruchtingspercentage verhogen. Bij zware rassen echter is de rugbeschadiging door het treden van de haan te groot als er te weinig hennen in de toom zijn. Het is dus zoeken naar een zeker evenwicht in functie van de verschillende factoren. Als er gefokt wordt in functie van rasveredeling, dan zijn ook de uiterlijke kenmerken belangrijk. Dan wordt gezocht naar compenserende eigenschappen. Een dier dat iets te hoog op de poten staat, wordt bijvoorbeeld gekoppeld aan een ander met eerder korte poten. Zo worden de ideale uiterlijke raseigenschappen nagestreefd. Zonder daarbij het zeer belangrijke vitaliteitsaspect uit het oog te verliezen.
Bewaren van broedeieren
Broedeieren worden beslist niet in de koelkast bewaard. Te lage temperaturen zijn zeer nadelig voor de broeduitkomst. Ideaal is bewaring tussen 12 en 16 graden Celsius. Ook een vrij hoge luchtvochtigheid bij de bewaring is goed. De eieren worden reeds bij het rapen geselecteerd. De eieren kunnen we elke dag 1 tot 2 maal omdraaien. Gemakkelijkst gaat dat wanneer ze met de scherpe punt naar beneden in een eierkarton geplaatst worden en het karton aan één zijde zowat 20cm hoger geplaatst wordt. Op die manier kunnen 30 eieren in één keer "gekeerd" worden. De laatste dag voor de eieren in de broedmachine of onder de kloek geplaatst worden, moet men ze laten "rusten". Dit betekent niet meer keren en bij voorkeur ook niet transporteren kort voor het broedproces aanvangt. Hoe langer de broedeieren bewaard worden, hoe meer de kiemkracht afneemt en hoe langer het broedproces duurt. Eieren die 3 weken oud zijn, kunnen nog wel kuikens leveren, maar de kansen verkleinen en de kuikens komen meestal iets later uit het ei. Ofwel zijn ze te zwak en raken ze niet uit het ei. Het best worden de eieren maximum 10 dagen bewaard.
Bron: tijdschrift: 'Rondom Wonen'
Het broeden zelf
Nadat men een goede foktoom heeft samengesteld en de broedeieren op de goede manier verzameld en bewaard, kan men beginnen aan het eigenlijke broeden: dit kan op 2 manieren: op de natuurlijke manier of op de kunstmatige manier. Of men nu natuurlijk of kunstmatig broedt, de gemiddelde broedduur is bij groot-en dwerghoenders 21 dagen.
-Natuurlijke methode:
Als er een hen broeds is, kan men de broedeitjes onder die hen leggen. Een broedse hen kan men herkennen als ze steeds op het nest (op de eieren) blijft zitten, een 'klokkend' geluid maakt, en haar veren opricht wanneer een andere kip (of je hand) haar nadert, sommigen durven zelfs in je hand pikken als je ze bijvoorbeeld van het nest wil nemen. Het best zet je de broedse hen apart van de rest, om te vermijden dat de andere kippen haar afleiden of bijvoorbeeld de kuikens doodpikken. Het voordeel van de natuurlijke methode is dat men in feite zelf minder moet doen: de hen doet al het werk en we moeten alleen zorgen voor een proper en goed onderkomen met water en voer ter beschikking. Als de hen niet uit zichzelf gaat eten en drinken, kan men haar bv. éénmaal daags van het nest halen. Nadelig is echter dat men niet zelf kan bepalen wanneer men wil gaan broeden, maar men moet wachten tot een hen het in haar hoofd haalt om te gaan broeden, en men kan ook niet erg veel eieren per keer uitbroeden onder een kip. Rond dag 21 komen de kuikens op eigen kracht uit het ei. De moederkloek houdt de kuikens warm, tot de kuikens ça. 6 weken oud zijn, dan gaat elk zijn eigen weg.
-Kunstmatige methode:
=Eieren uitbroeden m.b.v. een broedmachine. Op deze manier kan men zelf bepalen wanneer men wil gaan broeden, en men hoeft niet te wachten op een broedse kip. Op deze manier kan men ook vroeger eraan beginnen, omdat de kuikens toch opgefokt worden onder een warmtelamp. Met een broedmachine kan men in principe rond december-januari al beginnen broeden. Het nadeel van een broedmachine is natuurlijk de elektriciteitskosten en men moet zelf de eieren keren (tenzij het een volautomatische broedmachine is) en de luchtvochtigheid op peil houden. Je loopt natuurlijk het risico dat de elektriciteit uitvalt, maar dan moet men nog niet gaan panikeren, want de eieren kunnen het nog een eind uithouden zonder dat de broedmachine draait: leg dan een aantal dekens op de broedmachine om de eieren warm te houden ! Ongeveer op dag 21 komen de kuikens uit het ei. (met de "eitand" op het puntje van de snavel). Men mag de kuikens na uitkomst 24 uur in de broedmachine laten, want ze teren dan nog op het voedsel van de "dooierzak", en vocht krijgen ze genoeg binnen via de vochtigheid van de broedmachine. Dan haalt men ze uit de broedmachine en plaatst ze onder de warmtelamp en biedt water en kuikenmeel aan. De temperatuur in het verblijf moet de eerste week rond de 32°C zijn. Iedere week bouwt men dan enkele graden of, totdat er geen warmtelamp meer nodig is.
*Nog wat feiten over het machinaal broeden:
-de temperatuur moet ça. 38,6 graden bedragen
-de luchtvochtigheid: 55-60%
-de eieren worden elke dag 2à3 x gekeerd
-de laatste drie dagen wordt er niet gekeerd: dan wordt de luchtvochtigheid opgevoerd naar 75-80%
-de omgevingstemperatuur moet liggen tussen de 10 en 25 graden
-de omgevingsluchtvochtigheid: 40-70%
-de broedmachine moet geplaatst worden op een STABIELE ondergrond
Op de foto zie je een drinkbakje met knikkers in: dit omdat de kuikens er niet in zouden verdrinken.
*Rond dag 5 kunnen we de eieren gaan SCHOUWEN om te zien welke eieren al dan niet bevrucht zijn. De niet-bevruchte eieren kan men dan al uit de broedmachine halen. --> Met een sterke lamp schijnen we doorheen het ei: bij een onbevrucht ei is het ei geheel helder, bij een bevrucht ei ziet men rond dag 5 een donker vlekje met bloedvaten. Als men eventueel rond dag 18 de eieren nog eens schouwt, zitten de bevruchte eieren volledig 'vol' en geraakt het licht niet doorheen het ei.
(Schouwen van een onbevrucht ei)
*Zelf heb ik de 'covatutto 20': een eenvoudige, halfautomatische broedmachine met een capaciteit van 20 grote eieren.