
Uit : Schlüter D., red.
In het voetspoor van Ivan Nagy.
Amsterdam, V.O. Cahier, 1990, p. 9-16.
Hier volgen twee voorbeelden uit de praktijk ter illustratie. Het opmaken van de balans richt de aandacht van de therapeut op een bepaalde manier : Wanneer een supervisant mij vertelt dat moeder opgroeide als enig kind, alleen met haar moeder want haar vader was als psychiatrische patiënt steeds afwezig, dan richt mijn aandacht zich ogenblikkelijk op de vraag wat dit gegeven betekent voor de kansen binnen haar huwelijks- en gezinsleven. De kans dat de ouder die alleen is een overmatig appèl op het enige kind doet waardoor een evenwichtige balans van geven en nemen tussen ouder en kind verstoord wordt, lijkt hier erg groot en zal nader onderzocht worden. Kreeg zij erkenning voor wat zij voor haar moeder deed of wilde deze steeds meer ? Parentificeerde de moeder haar dochter door in haar eenzaamheid geborgenheid bij haar dochter te zoeken alsof die reeds een volwassene was ? Wat was haar moeders reactie toen zij ging trouwen ? Was er ruimte om een goede keus te doen of werd elke verbintenis met een ander als disloyaal beleefd ? Wat betekenen haar kinderen voor haar moeder ? En minstens evenveel vragen zijn te stellen over de balans van geven en nemen tussen haar en haar vader. Terwijl ik probeer een beeld te krijgen van de verstoringen die zijn opgetreden luister ik tegelijkertijd naar de mogelijkheden tot herstel van vertrouwen. Omdat teleurstelling en rancune vaak de overhand hebben, vraagt het veel van de verbeeldingskracht en het geduld van de therapeut om de goede vragen te stellen en oog te blijven houden voor de kleinste aanwijzingen in de richting van vertrouwen. Een beginnende relatietherapeut raakte erg ontmoedigd door een zich steeds herhalende welles-nietes gesprek tussen een echtpaar over de vraag van wel of niet een tweede kind. Elke poging om hen er toe te brengen zich ook in het standpunt van de ander te verdiepen strandde in een zinloze machtsstrijd tussen hen beiden. Toen de aandacht verlegd werd naar een enkele zin als : “Je kunt een kind niet terugsturen” kwam het levenslot van de man die met het oog op de gezondheidstoestand van zijn vrouw geen tweede kind aandurfde in focus. “Ik bestond niet, ik ben pas gaan bestaan toen mijn pleegouders zich over mij ontfermden.
