Het contract in psychotherapie
Visie vanuit Pesso-psychotherapie
Willy Van Haver
Psychotherapeuten realiseren zich vaak te weinig hoezeer de efficiëntie van hun werk bepaald wordt door het therapeutisch contract waarmee ze werken, en door de invulling die door therapeut en cliënt aan dit contract gegeven wordt.
Vanuit Pesso-psychotherapie wordt in dit artikel bekeken welke enerzijds de voorwaarden zijn die aan de kant van de cliënt gesteld worden; en anderzijds welke de functies zijn die de therapeut in te vullen heeft.
Iemand heeft problemen en besluit de hulp te zoeken van een psychotherapeut; een professionele psychotherapeut welteverstaan.
Als buitenstaander vraag je je af: wat gaat die daar eigenlijk doen ?
Praten over zijn problemen. Allicht.
Maar daarmee geraken je problemen toch niet opgelost !
Wat gebeurt er bij de psychotherapeut meer dan wanneer iemand met zijn vrouw of zijn vrienden over de moeilijke kanten van ‘t leven praat ?
Wat doet de therapeut en wat doet de cliënt in therapie om een stap verder te geraken ?
Je zou verwachten dat het vanzelfsprekend is dat iedereen die als therapeut werkzaam is of iedere cliënt die psychotherapie volgt, vlot en zonder veel zoeken een voldoende scherp antwoord kan geven op deze vraag.
Maar zo vanzelfsprekend is dit niet.
Het antwoord ligt in het werkcontract dat de psychotherapeut en de cliënt met mekaar aangaan.
Iedere menselijke relatie is sowieso gebaseerd op een contract tussen de betrokken partijen: wat kan wel en wat kan niet tussen ons ? Wat mag men wederzijds verwachten en wat niet ?
In welke mate engageert elk van de partners zich ? Wie doet wat ? In welke mate binden we ons, verbinden we ons, en waarin houdt ieder zijn eigen vrijheid ? enz., enz.
Het contract tussen twee mensen bepaalt finaal de inhoud van de relatie. Meestal zal een dergelijk contract helemaal of grotendeels onuitgesproken en impliciet blijven. De explicitering van de contractelementen groeit gaandeweg naarmate de relatie langer duurt of belangrijker wordt. Niet zelden zullen het conflicten zijn die de partners dwingen om hun contract te bekijken, en tot bewuste afspraken te komen.
“Ik wist niet dat jij niet graag had dat ik meer tijd zou investeren in mijn werk.”
“Ik ging ervan uit dat het moet kunnen in onze relatie dat ...”
Ook de relatie die therapeut en cliënt met mekaar aangaan, wordt bepaald door hun werkcontract.
Daarbij heeft de relatie die zich doorheen de ontmoetingsmomenten tussen therapeut en cliënt zal ontwikkelen, een specifieke eigenheid die verschilt van alle andere menselijke relaties: het is geen vriendschap; het is geen informerende of adviserende relatie; ze is anders dan de relatie arts-patiënt, etc.
Deze therapeutische relatie groeit vaak uit tot een “gewichtige” relatie voor de cliënt.Vooral in langdurige, relatiegerichte, cliëntgerichte en psychoanalytisch georiënteerde therapieën wordt de therapeut vaak een belangrijke persoon in het leven van de cliënt (Van Gael,2000).
En hier duikt al meteen een eerste hindernis op; een hindernis waarvan de meeste therapeuten zich wellicht bewust zijn; een hindernis die twee facetten heeft.
Een therapeutische relatie is niet tussen iedereen mogelijk.
Therapeut en cliënt kunnen reeds voor het aangaan van een therapeutisch engagement met mekaar in een soort verband verweven zitten waarmee een therapeutisch contract onverenigbaar is.
Voorbeeld: een therapeut kan onmogelijk zijn secretaresse in therapie nemen.
De andere kant is dat een engagement in therapie als consequentie heeft dat zowel cliënt als therapeut de vrijheid verliezen om met mekaar om het even welke anderssoortige relatie aan te gaan buiten de therapie.
Voorbeeld: zolang de therapie loopt, ga je met mekaar geen intieme vriendschapsrelatie aan.
Het mensbeeld als kompas in psychotherapie
Keren we terug naar de vraag: wat gebeurt er in psychotherapie ?
Regelmatig vragen cliënten bij een intake-gesprek: “Wat zullen we dan doen in zo’n therapiesessie?”
Een zeer terechte vraag; maar het antwoord is niet zo simpel.
Om het antwoord op deze vraag begrijpelijk en duidelijk te maken, kunnen we er niet omheen om even het mensbeeld te bekijken waarop Pesso-therapie gebaseerd is.
Wat er in een therapiesessie gebeurt en de doelstelling die men nastreeft wordt uiteindelijk bepaald door het mensbeeld dat zowel therapeut als cliënt hanteren.
Betekent therapie: zijn eigen realiteit onderkennen en accepteren ?
Of, zoals in Primal therapie: het kunnen voelen van de oude pijn die tot nog toe weggemoffeld en ontkend werd ?
Welke invulling geeft men hiervoor in Pesso-therapie en door welke mensvisie wordt deze therapie gedragen ?
Een mens wordt geboren met een gegeven aan potenties; potenties die genetisch vastliggen.
Dit genetisch materiaal, enerzijds eigen aan de menselijke soort, anderzijds toch individueel verschillend voor elke persoon, heeft een fysische en een psychische dimensie.
De psychische dimensie, gemeenschappelijk voor de menselijke soort, heeft C.G.Jung het “collectief onbewuste” genoemd.
De individuele psychische dimensie noemen we “het echte zelf”. Mahrer spreekt hier van “the inner potential”(Mahrer,1989).
Leven betekent: deze potenties gebruiken en realiseren of actualiseren, zodat een mogelijkheid omgezet wordt in realiteit.
Deze potenties hebben de inherente drang om zich tot realiteit te ontwikkelen. Precies zoals een kastanje “probeert” om tot kastanjeboom uit te groeien.
De realisatie van onze potenties wordt onze identiteit, zoals die ook door anderen gekend is.
Iemand is architect en wordt ook door anderen als dusdanig aangesproken omdat hij de aanleg die hij heeft om gebouwen te ontwerpen en te construeren omzet in realisaties.
Wie prachtige ideeën heeft voor een boek, maar de moeite niet doet om ze vorm te geven en neer te schrijven is enkel een would-be-auteur en geen auteur.Hij zal daar ook niet om gelauwerd of geprezen worden, en haalt daar dus ook geen levensvreugde of zingeving uit.
Dit is het spanningsveld van kunnen, worden, en zijn.
Leven betekent: ontwikkelen en groeien; een proces dat eindeloos in beweging is.
“The self is endless moving towards becoming” (Pesso,1991,I).
Levensvervulling ontstaat wanneer we voldoende in dit proces zitten, wanneer we voldoende meestromen met de stroom van het leven, met zijn goede en zijn kwade dagen, zijn vreugde en zijn pijn, met winnen en verliezen.
Enkel wanneer onze beleving voldoende samenvalt met wat er zich aandient op onze levensweg, zullen we tevredenheid en zingeving ervaren (Greenberg,Van Balen,1998).
Leven is interactie
Dit proces van zelf-realisatie is echter geen autonoom gebeuren.
Zelfontplooiing betekent ipso facto: interactie met de buitenwereld (Pesso,1991,II).
We hebben dingen van de buitenwereld nodig om onze mogelijkheden te gebruiken en ons te ontwikkelen.
Om fysiek in leven te blijven en te groeien, hebben we voedsel, drank, zuurstof, enz. nodig. Maar ook om psychisch in leven te blijven en te groeien, hebben we de buitenwereld nodig. Ook ons “zelf” kan zich maar ontplooien wanneer het gevoed wordt door de omgeving.
Hierbij krijgen in Pesso-therapie een aantal basisbehoeften een centrale betekenis: de behoefte om een eigen plaats te hebben, de behoefte om gestreeld, geknuffeld en gevoed te worden, de behoefte aan steun en aan bescherming en de behoefte aan begrenzing (Van Attekum, 1997).
Het authentieke zelf zou zich maximaal ontplooien wanneer we in onze ontwikkeling telkens het gepaste antwoord zouden krijgen op onze basisbehoeften; wanneer de buitenwereld ons telkens datgene geeft waar we op dat moment nood aan hebben.
Maar de realiteit is anders. Het leven schaft niet altijd waar men nood aan heeft en waar men eigenlijk recht op heeft.
De moeder sterft wanneer het kind 4 jaar oud is. Of vader kan zijn problemen niet aan en vlucht in alcoholisme. De ouders hebben steeds weer conflicten met heftige ruzies.
In plaats van een correcte interactie en vervulling te vinden als antwoord op zijn basisbehoeften, loopt men kwetsuren op.
En we leren onze les: “ De waarheid is dat je, als het er op aan komt, je je plan moet trekken en niet moet rekenen op de steun van anderen. Wees niet naïef, je weet toch van vroeger wat je verwachten kan!”
Het brede spectrum van mogelijkheden dat de werkelijkheid biedt, wordt vervormd door onze negatieve, teleurstellende ervaringen.
Die ervaringen worden onze gids en raadsman voor wat we van het leven en van anderen mogen verwachten.
"Het gekwetste zelf" neemt het stuur over en het echte zelf wordt verbannen naar een droom- of fantasiewereld (Van Haver, Pesso,1990).
Gebaseerd op negatieve, frustrerende, kwetsende ervaringen bouwen we patronen van omgaan met anderen op, die deze negatieve verwachtingen incalculeren. “Mannen zijn maar op één ding uit....” “Uiteindelijk kan je niemand vertrouwen.”
En dus geraak je in de problemen. De waarheid is immers dat je wel degelijk behoeften hebt en dat je voor de vervulling van die noden wel degelijk afhankelijk bent van anderen.
Men vindt maar niet wat men nodig heeft. Men wordt depressief. Of men merkt dat men in een relatie nooit de intimiteit bereikt die men verlangt. Of bij het vrijen zijn er steeds weer oude traumatische beelden.
Therapie: een correctieve ervaring
Dus men beslist om de hulp te zoeken van een psychotherapeut.
En nu komen we dichter bij het antwoord op de vraag : “Wat gaat er daar gebeuren?”. Psychotherapie is een proces waarbij we terug aansluiting zoeken met de bronnen van vitaliteit die nu geblokkeerd zijn, om deze energie te gebruiken voor een meer bevredigend en vervullend leven.Dit betekent niet dat de pijn of de oude kwetsuren genegeerd worden of geen aandacht krijgen, integendeel.
Maar het eindpunt is : het terug aansluiting vinden bij het echte zelf.
Je kan dit proces vergelijken met de activiteit van een archeoloog: heel de tijd is hij bezig met graven in zand, in stenen, met het opruimen van vuiligheid en waardeloze dingen.
Maar zijn doelstelling en de omschrijving van zijn activiteit is niet: het verwijderen van zand en stenen, maar het graven naar historische kostbaarheden.
Ook de therapeut is finaal gericht op het opnieuw toegankelijk en bruikbaar maken van vitaliteit die bedolven zit onder symptomen, angst en afweermechanismen die fungeren als verdoving voor de pijn.
In dit zoekproces zal de hoofdjob zijn : het opbouwen van een ervaring die een tegengewicht vormt voor de oude negatieve ervaringen.
Tegenover het oude beeld dat gebaseerd is op ervaringen die destructief waren voor het zelf, moet een correctief beeld komen waarin plaats is voor de echte behoeften van het zelf. Tegenover de oude waarheid dat je je plan maar moet trekken, kan men ervaren dat de buitenwereld wel degelijk een antwoord kan bieden op zijn behoefte aan steun, bescherming, een plaats, enz.
In Pesso-therapie wordt daarbij expliciet aandacht gegeven aan het construeren van een correctief beeld. Binnen de labo-situatie van de therapie wordt er gewerkt aan het opbouwen van een symbolische correctieve ervaring die een vervullend antwoord geeft op de tot dan toe miskende behoefte van het echte zelf.
Het eindproduct van het therapeutisch werk is niet zozeer de ervaring op zich, dan wel de beeldvorming die daaruit resulteert. De uiteindelijke doelstelling is dat in het beeld dat de cliënt van zichzelf en van de buitenwereld heeft het oude frustrerend beeld gecounterd wordt door een nieuw vervullend beeld.
De integratie van deze nieuwe ervaring gebeurt met behulp van onze geheugenfunctie.
Het geheugen moet dus voorzien worden van een correctief beeld.
Deze “bevoorrading” van het geheugen kan via verschillende kanalen gebeuren:
a: een visueel beeld: een beeld van ouders die een stevige band hebben met mekaar
b: auditief,cognitief: er is een moederfiguur die de boodschap geeft: “Ik ben er om voor jou te zorgen”.
c: taktiel, lijfelijk, sensueel: het lijfelijk gevoel dat er bescherming is.
In therapie werken we aan de opbouw van dit correctief beeld via deze drie kanalen.
Dit wordt ons werkcontract.
Zoals het hier nu gesteld wordt, klinkt de invulling voor het therapeutisch bezig zijn
misschien al te naïef, al te simplistisch, ja zelfs een tikje sprookjesachtig.
Tegenover het fnuikende van de boze stiefmoeder komt de verlossende prins die Sneeuwwitje met één kus weer tot leven brengt.
Zo simpel gaat het er - gelukkig of helaas - in psychotherapie niet aan toe.
Zo toegankelijk zijn de goudmijnen nu ook weer niet.
Om ruimte te maken voor zo’n positieve uitkomst zal er, zoals in een archeologische werkplaats, doorgaans eerst heel wat opruimingswerk moeten gebeuren.
In psychotherapie wordt men geconfronteerd met pijn, verdriet en oud zeer.
De oude ervaring, ook al is ze negatief, heeft zich trouwens geïnstalleerd als de enig betrouwbare handleiding en houvast. Dat gooi je, terecht, zomaar niet overboord.
M.a.w. ook al is men gemotiveerd om op een constructieve manier aan een nieuw en correctief beeld te werken, onvermijdelijk krijgt men te maken met weerstanden en de hardnekkigheid van oude beelden en waarheden. Je komt er niet met de oppervlakkigheid van positief denken.
En ik ben erg argwanend wanneer ik de verhalen hoor over de behandeling van psychotraumata met E.M.D.R. (Eye Movement Desensitisation and Reprocessing).
Een vrouw die ernstig misbruikt werd, verwerkt dit trauma in 12 sessies.
En een man die een zwaar ongeluk met twee dodelijke slachtoffers veroorzaakt, voelt zich opnieuw o.k. na 5 sessies.
Als therapeut die meer dan dertig jaar bezig is met dit vak heb ik al meerdere modeverschijnselen en magische oplossingen de revue zien passeren.
Eén van de gevaren in psychotherapie is dat de cliënt te gemakkelijk meegaat in de visie van de therapeut en te volgzaam het pad volgt dat door de therapeut aangegeven wordt.
Ik hou van cliënten die voldoende nukkig hun eigen weg gaan en zich niet te gewillig plooien naar de overtuiging en de aanduidingen van de therapeut (Van Haver, 2000).
De nieuwe grondvesten die voor de cliënt opnieuw hoopvolle perspectieven kunnen bieden, moeten op ervaring gebaseerd zijn vooraleer ze geloofwaardig en betrouwbaar kunnen verklaard worden.
Eerst zien en dan geloven; of beter: eerst ervaren en dan geloven!
In therapie is er ook plaats voor afweer en verstoppertje spelen, voor vastlopen en niet vinden, voor twijfel en wanhoop. Het is immers een zoekproces dat niet rechtlijnig verloopt; zoals de rivierbedding ook niet recht naar zee loopt maar kronkelend haar weg zoekt.
Appèl op het "sturend ik".
Maar de essentie is dat de cliënt “ja” zegt tegen het constructief werken aan dit proces en dat hij ook de verantwoordelijkheid voor de uitkomst op zich neemt.
Het resultaat van het therapeutisch werk wordt niet bepaald door wat de therapeut doet of niet doet, maar door wat de cliënt doet.
Wanneer men deze taak niet bij de cliënt legt, is het gevaar niet denkbeeldig dat de cliënt zich nestelt in een passieve patiënt-positie.
“Dit is mijn probleem, dit is mijn klacht; jij bent de deskundige terzake; doe er iets aan en maak me beter.”
Mia Leijssen benadrukt terecht de stelregel dat in een experiëntiële psychotherapie het “lichamelijk weten” van de cliënt blijft primeren op de deskundigheid van de therapeut (Leijssen, 2000).
Let je daar niet op, dan krijg je een onmogelijke strijd tussen de passieve destructieve kant van de cliënt en de constructieve inzet van de therapeut; een strijd die de therapeut alleen maar kan verliezen.
Of de cliënt krijgt te veel ruimte om alleen maar te regresseren tot het gekwetste en behoeftige kind, en hij wordt te weinig aangesproken op zijn “sturend ik” dat moet zoeken en werken om er het beste van te maken.
Het eindresultaat is voorspelbaar: mislukking en ontgoocheling.
Dat betekent niet dat er geen ruimte is voor het moeilijke, het niet zien zitten, steeds weer vastlopen, stil te staan bij wat zeurt en ongelukkig maakt.
Maar dit contractpunt onderstreept dat de cliënt aangesproken wordt als iemand die kiest en bepaalt, weliswaar binnen de grenslijnen die door de therapeut afgebakend worden.
Een contractpunt in Pesso-therapie is dat het sturend-ik van de cliënt aanspreekbaar blijft. Het sturend-ik van de cliënt kiest er voor om beter te worden, om de situatie te veranderen, daarom stapt men tenslotte naar een therapie.
Als therapeut kies je dus van bij het begin voor de positie: “Ik ben benieuwd wat jij gaat doen om beter te worden, om het leven voor jezelf beter te maken ; en ik ben bereid om je daarbij te helpen en mee te gaan in dit zoekproces.”
Ik jubelde in alle stilte toen ik de cliënt hoorde zeggen : “Terwijl ik mijn auto aan ‘t parkeren was, vroeg ik me af: wat ga ik daar doen?”
Soms ben ik zo frank om openlijk deze vraag aan de cliënt voor te leggen: “Wat brengt je hier ? Wat is therapie voor jou?”
Maar vooraleer je zover bent dat je dit aan een cliënt kunt vragen, heb je samen al een hele weg afgelegd.
Een contract moet groeien
Deze overeenkomst, dit werkcontract zoals hiérboven beschreven, heb je vrijwel nooit van bij het begin.
Vrijwel nooit staan cliënt en therapeut van bij de start van een therapie op dezelfde lijn.
De cliënt die voor het eerst een afspraak maakt met een therapeut, komt met de vraag: “Ik zit in de put; help mij eruit.”
Waarom zou hij geïnteresseerd zijn in het mensbeeld dat de therapeut hanteert?
Zoals een cliënt ooit zei: “Al was het voodoo, het kan me niet schelen, als ik er maar beter van word.”
Alhoewel bij het intake-gesprek (of -gesprekken) de hoofdrichting van wat therapie zal inhouden reeds duidelijk moet worden, zal de juiste invulling van het therapiecontract maar gaandeweg afgelijnder en preciezer worden.
Het intake-gesprek is meer dan het verzamelen van een aantal noodzakelijke anamnestische gegevens. De intake-procedure betekent: van weerskanten bekijken of er een werkzaam, productief en zinvol samenwerkingsverband mogelijk is.
Vaak zal het goed zijn om hiervoor een drie à vijftal sessies te gebruiken om dan pas tot een definitieve beslissing te komen.
In dit proces leg je de brug tussen A, de motivatie van de cliënt en B, de visie op het therapeutisch proces van de therapeut; of beter: je kijkt of een brug tussen A en B mogelijk is. Het is immers niet zomaar vanzelfsprekend dat de cliënt bereid is om de therapeut te volgen in de invulling die hij geeft aan wat de therapie zal inhouden en zich te wagen in dit proces.
Een bepaald percentage van cliënten - en ik zou hier echt geen gok willen wagen over de omvang hiervan - is immers niet geïnteresseerd in dit proces en is niet gemotiveerd om hiervoor moeite te doen.
Psychotherapie is voor heel wat mensen niet bruikbaar of niet toegankelijk.
Juist zoals een deel toeristen niet geïnteresseerd is om bergen te beklimmen maar kiest voor een ligvakantie in Benidorm.
Anderzijds is motivatie ook niet statisch en onveranderlijk.
Het is de kunst van verwijzers om voldoende te blijven stilstaan bij punt A waar de cliënt staat, nl. zijn manifeste problemen of klachten, en hem of haar toch te motiveren om zijn blik te richten naar punt B, het therapeutisch graafwerk, waar misschien wel iets te rapen valt.
Het therapeutisch contract is niet statisch; het groeit en ontvouwt zich naarmate de therapeutische relatie zich ontwikkelt en het samenwerkingsverband inhoud krijgt.
Soms duurt het maanden vooraleer cliënt en therapeut hier voldoende op eenzelfde lijn zitten. We mogen niet uit het oog verliezen dat de therapeut door zijn opleiding en zijn reflectieve attitude al jaren bezig is met de vraag naar de invulling van therapie, terwijl de doorsnee cliënt nog maar kortelings bezig is met de vraag : ”Wat is therapie eigenlijk voor mij?”.
Het gebeurt soms dat therapeuten met een cliënt een schriftelijk contract maken. Buiten een enkel uitzonderingsgeval lijkt me dat meestal niet zo zinnig.
Zo’n schriftelijk contract krijgt toch al te gemakkelijk iets formeels, wat te weinig rekening houdt met de evolutie die ingecalculeerd moet worden.
Het momentele wordt dan te veel vastgelegd en het schept de illusie dat dit het contract is, terwijl er slechts enkele punten van de werkrelatie tussen cliënt en therapeut in uitgewerkt worden.
Je kan het vergelijken met een huwelijkscontract.Het formeel huwelijkscontract dat je op het gemeentehuis of bij de notaris ondertekent is geen gids of handleiding voor de inhoud van de huwelijksrelatie.In een relatie zoals een huwelijk zijn er meer afspraken nodig dan wat er in het trouwboekje staat.
Functies van de therapeut
Totnogtoe hebben we vooral het aandeel van de cliënt i.v.m. het therapeutisch contract bekeken.
Wat voor de therapeut?
Binnen zijn contract met de cliënt heeft de psychotherapeut, zoals dit ingevuld wordt in Pesso-psychotherapie, vier functies:
a : gids zijn in het therapeutisch proces
b : het scheppen van een possibility sfeer
c : hij is expert op vlak van methodiek
d : het helpen creëren van een correctieve ervaring binnen de relatie therapeut-cliënt
De therapeut als gids
Een eerste functie die de therapeut op zich neemt, is die van gids en kompaan die meegaat op de zoektocht die de cliënt onderneemt.
Een therapeutisch proces is geen eenzame zoektocht, het is een proces dat zich ontwikkelt binnen een menselijke relatie, in casu de relatie met de therapeut (Leijssen ,1998). Doorgaans zal de oude geschiedenis zijn dat de cliënt het op zijn eentje moest uitzoeken of dat er niemand was voor hem of die hem hielp om zijn weg te vinden in wat hij meemaakte. “Het vreselijkste bij het misbruik was dat ik aan niemand kon zeggen hoe erg het allemaal was voor mij. Ik stond helemaal alleen.”
Als therapeut ga je de alliantie aan met de cliënt om mee te gaan, om binnen de gestelde grenzen beschikbaar te zijn, om de cliënt niet aan zijn lot over te laten wanneer het moeilijk is, maar hem dan juist te steunen om verder te gaan.
Vooral op cruciale momenten is deze relatie van essentieel belang.
De metafoor van berggids klopt vrij aardig. De gids is meer vertrouwd met het landschap waar de cliënt vrij onbekend is maar dat hij toch wil verkennen en ontdekken. De gids weet welke moeilijkheden kunnen opduiken en kan hiervoor waarschuwen. De gids beslist niet waar je naartoe gaat; jij kiest de bestemming en hij geeft de richting aan.
Om boven te geraken moet je zelf moeite doen; een gids neemt je niet mee op zijn rug. Een goede gids is soms eisend en kordaat, maar hij geeft ook af en toe een schouderklopje. En wanneer je zuchtend en hijgend de top bereikt, is hij er als eerste om te zeggen “gratuliere!”. Maar hij wordt geen partner in je leven. De volgende dag trekt hij met iemand anders naar een andere bergtop.
Het scheppen van een Possibility sfeer
Een tweede functie die de therapeut als opdracht opneemt is: het scheppen van de condities die voor de cliënt nodig zijn om met zijn eigen proces te kunnen bezig zijn. Zoals Pesso het noemt: het scheppen van een possibility sfeer.
Op een andere plaats zullen we gedetailleerder ingaan op de omschrijving van deze possibility sfeer die nogal wat weg heeft van de therapeutische condities die door C. Rogers in de cliëntgerichte therapie gepostuleerd worden (Watson , Greenberg, Lietaer, 1998).
De therapeut biedt de cliënt een mentale ruimte en condities waarbinnen het veilig is om met moeilijke of pijnlijke ervaringen of gevoelens bezig te zijn. De possibility sfeer biedt niet alleen ruimte, maar is ook uitnodigend om datgene te voelen en te bekijken wat tot nu toe te moeilijk of te bedreigend was, zodat het aan de schaduwkant van het zelf verscholen moest blijven.
Met zijn possibility sfeer is de therapeut niet alleen geduldig afwachtend en accepterend, maar ook uitnodigend en zoekend naar iets wat waardevol is, maar wat de cliënt geleerd heeft om te verbergen en met angst omhuld is.
Daarbij moet de therapeut een voldoende maatschappij-kritische positie innemen zodat er ruimte is voor het eigene van de cliënt wat maatschappelijk misschien aa n de rand staat.
Ook wat maatschappelijk niet zo fatsoenlijk en netjes is, moet in therapie aan bod kunnen komen.
Psychotherapeuten conformeren zich, naar mijn zin, vandaag de dag te veel aan de maatschappelijk gangbare normen en durven te weinig kritische tegenklank laten horen.
Het zal wel ergens iets te maken hebben met een tikkeltje nostalgie naar de anti-psychiatrische beweging van de zeventiger jaren.
Naast de gekheden die er toen verkondigd werden, riskeerden psychotherapeuten het toen meer dan nu om het maatschappelijk bestel tegen de schenen te schoppen en structuur in vraag te stellen (Laing, 1960).
Bespeur ik daar bij mezelf al iets van “de goeie ouwe tijd” ?
De therapeut als Ariadne
Een derde functie die de therapeut wordt toegewezen, is die van expert in het gebruiken van bepaalde psychotherapeutische technieken.
Wanneer een cliënt beslist om focusing als therapeutisch werkmiddel te gebruiken dan kiest hij een therapeut die hiermee vertrouwd is en die hem zal instrueren hoe hij deze methodiek dient te gebruiken.
Als Pesso-therapeut weet je hoe je bevroren emoties die alleen nog in spanning voelbaar zijn, door lichamelijke expressie weer toegankelijk kunt maken voor het bewust beleven.
De cliënt heeft dus recht op deze methodologische en wetenschappelijke onderlegdheid van de therapeut.
Deze functie doet me denken aan de positie van Ariadne in de mythe van Theseus en de Minotauros.
Om het verhaal even terug op te frissen:
Koning Minos die heerste over Kreta zat geplaagd met een monster: de Minotauros. Een monster dat er gekomen was omdat de koningin haar seksuele verlangens niet kon intomen en genomen wilde worden door een mooie jonge stier.Ze liet een houten koe bouwen waar zijzelf ging inzitten, en de stier deed de rest. Stieren zijn zo.
Het produkt was dit monsterachtig wezen - half mens half stier – dat door de koning in een labyrint werd opgesloten, maar dat ieder jaar tientallen jongelingen en jonge meisjes verslond die moesten geofferd worden om de misstap van de koningin weer goed te maken.
Tot Theseus de uitdaging aanging om het monster te verslaan.
Alleen: wanneer hij het monster zou overwinnen, bleef er het labyrint waaruit tot dan toe nog niemand levend ontsnapt was. Gelukkig voor onze held was daar Ariadne, zijn geliefde, die op het idee kwam om hem een klos touw mee te geven dat hij kon afwikkelen zodat hij achteraf de terugweg uit het labyrint zou vinden.
Theseus versloeg het monster en vond inderdaad, dankzij de befaamde draad van Ariadne, de terugweg uit de levensgevaarlijke doolhof.
Tot hier de mythe (Daszewski, Michaelides,1988).
Ook in therapie gaat de cliënt het gevecht aan met zijn monster dat zoveel van zijn vitaliteit opslorpt.
De weg in dit proces is als een doolhof waarin hij gemakkelijk kan verdwalen zodat hij er nog erger aan toe is dan voor zijn onderneming.
De therapeut reikt hem als Ariadne een middel aan: de therapeut biedt vanuit zijn methodiek aan de cliënt een hulpmiddel om zijn weg te vinden doorheen dit proces.
De hoofdklus blijft voor de cliënt: hij moet het monster bekampen en overwinnen. Maar er blijft een verbinding met buiten en dat maakt het verschil.
(Als les voor therapeuten is het niet onaardig om te weten wat er in de mythe daarna gebeurde: Theseus bouwde voor zijn Ariadne een mooie villa op Cyprus, maar ging ervandoor met Phaedra, de verleidelijke zus van Ariadne. Ondank is ‘s werelds loon.)
De therapeutische relatie als correctief menselijk contact
Een vierde functie die de therapeut toegewezen krijgt, heeft te maken met de doelstelling van therapie zoals we deze hiervoor hebben omschreven.
In een therapiesessie zullen we finaal werken aan het opbouwen van een correctieve ervaring die een tegengewicht vormt voor de oude negatieve ervaringen die de ondergrond vormen van het probleem waarmee de cliënt te kampen heeft.
Tegenover misbruikt worden staat iemand die respect heeft en die de juiste grenzen kan. hanteren.
Tegenover angst voor de explosieve agressie van een vader die drinkt, staat iemand die veiligheid en geborgenheid biedt.
De cliënt zal dit correctief menselijk contact in de eerste plaats binnen de afgebakende relatie met de therapeut moeten kunnen ervaren.
In de relatie die de therapeut met de cliënt aangaat, moet de kiem zitten van de correctieve ervaring die de cliënt in zijn helingsproces nodig heeft ; een visie die in de meeste experiëntiële benaderingen te vinden is (Watson , Greenberg , Lietaer, 1998).
Deze correctieve ervaring speelt zich als het ware terzelfdertijd op twee niveau’s af. Enerzijds is er het niveau van de realiteit: de reële relatie tussen cliënt en therapeut. Anderzijds is er een interactie op een symbolisch niveau. De cliënt is in zijn proces bezig met symbolische figuren: de zorgende moeder, de bekommerde vader, een luisterend iemand .... Therapie betekent: een beeld ontwikkelen dat staat tegenover het oude negatieve beeld.
In het nieuwe beeld staat i.p.v. een misbruikende vader, een vader die respect heeft.
Een therapie-sessie betekent: werken aan de invulling, telkens weer, van dat beeld.
De uiteindelijke focus - en hier neemt Pesso-therapie een eigen plaats in binnen de experiëntiële richting - is niet zozeer de relatie van de cliënt met de therapeut, maar de relatie van de cliënt met deze symbolische figuren.
Het eigene van Pesso-therapie is de explicitering en de klaarheid waarmee deze twee niveaus gecombineerd worden. De therapeut wordt als het ware de stand-in voor diegene waar het wezenlijk om gaat, de symbolische figuur.
Toch blijft Pesso-therapie hier trouw aan het experiëntieel paradigma dat de relatie therapeut-cliënt centraal stelt.
Er moet immers voldoende correlatie en gelijkenis zijn tussen wat er zich afspeelt op vlak van de reële relatie therapeut-cliënt en wat er zich afspeelt tussen cliënt en symbolische figuur. Wanneer de cliënt bezig is met het beeld van de respectvolle vader, zal hij diezelfde menselijke kwaliteit ook in zijn relatie met de therapeut moeten kunnen ervaren. Anders komt hij terecht in iets mythisch of een mooi fabeltje dat een zeepbel zal blijken te zijn in de confrontatie met de realiteit.
De integratie van een positieve, behoefte-vervullende symbolische figuur, zal maar mogelijk zijn wanneer dezelfde menselijke kwaliteit te bespeuren is in de relatie met de therapeut..
Het therapeutisch contract zoals dat in Pesso-therapie gehanteerd wordt, zal dus inhouden dat de cliënt mag verwachten dat de therapeut deze vier functies zo goed mogelijk probeert in te vullen:
· gids zijn die meegaat in het proces van de cliënt
· het scheppen van een possibility sfeer waarin de nodige condities zijn om dit proces mogelijk en vruchtbaar te maken.
· methodologische onderlegdheid en expertise
· het bieden van een correctieve menselijke relatie als draagvlak voor de integratie van een positief, behoeftevervullend mensbeeld.
Wie wordt geholpen door de helper ?
Overeenkomstig dit therapeutisch contract is de psychotherapeut dus diegene die de cliënt helpt en bijstaat in het exploreren en verteren van zijn ervaringen en in het opbouwen van een correctief beeld.
Bij dit alles zal men als therapeut vooral attent moeten zijn op de grootste valkuil in de hulpverlening nl. willen helpen.
Timothy Leary heeft ons duidelijk gemaakt dat mensen in de relaties die ze met mekaar aangaan (maar) acht posities kunnen innemen: leiding geven, competitief zijn, agressie, opstandig zijn, zich terugtrekken, afhankelijk zijn, samenwerken, en helpen (Leary ,1963).
Mensen gaan relaties aan met mekaar om te ontsnappen aan de basisangst die inherent is aan het bestaan.
Ze zullen daarbij gemakkelijk één van de acht interactie-posities als voorkeurpositie
gebruiken wanneer ze met andere mensen contacten leggen.
Meestal zal ook hun beroepskeuze daardoor bepaald worden.
De hulpverlener maakt van de interactiesector “helpen” zijn beroep en nestelt zich in deze interactie om aan zijn bestaansangst te ontkomen.
O.K., waarom niet? Daar is niks mis mee.
Ware het niet dat deze positionering ook risico’s inhoudt die niet zo onschuldig zijn. Want om redder te kunnen zijn, heb je een drenkeling nodig; om missionaris te kunnen spelen, heb je zwarte zieltjes nodig en een spreker heeft een luisteraar nodig.
Het gevaar is dus niet denkbeeldig dat er zich tussen therapeut en cliënt een dyade installeert van diegene die hulp nodig heeft en diegene die helpt, diegene die zoekende is en diegene die weet, diegene die geeft en diegene die krijgt.
De cliënt geraakt dan gefixeerd in zijn afhankelijke positie, in plaats van dat zijn eigen vitaliteit aangesproken wordt om uit de klem te geraken.
Je krijgt dan een mogelijk gevecht tussen de depressieve cliënt en de duwende, hoopvolle hulpverlener, een onzinnig duel waar we reeds eerder voor waarschuwden.
Ook Myriam Van Gael maakt er ons attent op dat een ethisch correcte psychotherapeutische praktijk steeds belemmerd wordt door de eigen verlangens van de therapeut, die geworteld zijn in zijn vroegere ervaringen en herinneringen. Deze waren de motieven voor zijn beroepskeuze, en ze zullen zijn relatie met de cliënt steeds mee vorm geven. De psychotherapeut moet volgens Van Gael gezien worden als een gewonde genezer, die door zijn werk probeert zichzelf te behandelen (Van Gael, 2000).
Alhoewel we ‘t hier hebben over grotendeels onbewuste processen van de kant van de therapeut kan een bewust ingevuld contract ook voor de therapeut hier gezond-begrenzend zijn.
In Pesso-therapie maakt de therapeut zichzelf ondergeschikt aan de interactie tussen de cliënt en de symbolische figuren die betekenisvol zijn in het proces van de cliënt.
Niet de therapeut, maar de symbolische figuur wordt het antwoord op de onvervulde kinderlijke behoeften van de cliënt.
Niet de therapeut wordt de leverancier voor de aandacht die de cliënt als kind gemist heeft, maar de zorgende moeder.
Niet de therapeut moet ervoor zorgen dat de cliënt zich gerespecteerd voelt in zijn eigenheid, maar de gemiste respectvolle vader.
Pesso-therapie neemt hier een unieke plaats in door een geslaagde combinatie te maken van het onderkennen van de therapeutische relatie als correctieve ervaring en het centraal stellen van de interactie tussen cliënt en symbolische figuur.
Deze positie is een hulpmiddel voor de therapeut om te voorkomen dat hij de betekenis en de belangrijkheid van zijn eigen persoon voor de cliënt gaat opblazen, hetgeen achteraf alleen maar tot het doorprikken van deze illusie en inflatie van het zelfbeeld zal leiden voor de therapeut.
Andere contract-punten
We zijn tot nu toe enkel blijven stilstaan bij één aspect van het therapeutisch contract nl. de positionering van therapeut en cliënt in het samenwerkingsverband dat psychotherapie noemt; het voornaamste contractpunt weliswaar.
Verder omvat dit contract nog een aantal facetten die echter minder een uitdieping vragen.
Contract zal ook afspraken en omlijning inhouden rond volgende aspecten :
- beschikbaarheid van de therapeut: begrenzing; waarvoor is de therapeut beschikbaar? wanneer?
- vertrouwelijkheid: wie heeft toegang tot de gegevens die in de therapie aan bodkomen? Komt dit in een dossier? Wie kan dit dossier inkijken? Met wie kan de therapeut overleggen i.v.m. deze therapie? Hoe gaat de therapeut om met vragen van derden over de therapie of de cliënt?
- bereikbaarheid: wanneer is de therapeut bereikbaar,en hoe?
- methodiek: hoe wordt er in de therapiesessie gewerkt? Welke methode wordt gebruikt?
- praktische afspraken: duur van een sessie, frequentie, hoe een afspraak maken? regeling bij annulatie of ziekte, vergoeding, evaluaties, duur van het engagement.
- mogelijkheid tot formuleren van klachten of stellen van vragen over de gang van zaken in deze therapie bij een beroepsvereniging of een consulent-collega.
- combinatie van de therapie met andere contacten zoals opleiding, samenwerken als collega’s, etc.
- eventueel aflijnen of begrenzen van de doelstelling van de therapie.
- tussenkomsten van de therapeut in de realiteit van de cliënt ; contact met verwijzer, huisarts, begeleidend psychiater.
- stellen van randcondities aan de cliënt.
- combinatie met andere therapieën of begeleidingen.
Veel van deze aspecten zijn voor iedereen genoegzaam bekend. Maar in de praktijk, vooral bij supervisie, merk ik hoe vaak problemen of vastlopen in een therapie te maken hebben met onduidelijkheden in het contract.
Alhoewel veel van bovenstaande stellingen en ideeën voor de meeste therapeuten niet zo nieuw zullen klinken, merk ik toch hoe in de praktijk het contract nauwelijks of geen aandacht krijgt in veel centra of instituten waar psychotherapie bedreven wordt.
Vaak meent men dat het punt contract afgehandeld is omdat er een intake-gesprek is geweest waarin men klachten, anamnese en motivatie van de cliënt bekeken heeft.
Een nauwkeuriger definiëren van het werkverband tussen cliënt en therapeut komt meestal niet aan de orde.
Nochtans ben ik er van overtuigd dat de manier waarop in een psychotherapie het contract ingevuld wordt door therapeut en cliënt een sterk prognostische waarde heeft voor de uitkomst en de doeltreffendheid van de therapie.
Meer onderzoek zou hier welkom zijn.
Het scherper bekijken van het contract en het expliciteren van de spelregels kunnen het samenwerkingsverband tussen therapeut en cliënt en het proces waar de cliënt zich aan waagt alleen maar ten goede komen.
Zowel cliënt als therapeut zijn daarbij gebaat.
BIBLIOGRAFIE
DASZEWSKI, W., MICHAELIDES, D. (1988)
Guide to the Paphos Mosaics
Bank of Cyprus, Cyprus
GREENBERG, L., VAN BALEN, R. (1998)
The theory of experience-centered therapies
In: Greenberg, L., Watson, J., Lietaer, G. :Handbook of experiential psychotherapy. Guilford Press, New York, London
LAING, R.D. (1960)
The divided self.
Panthean Books, New York
LEARY, T. (1963)
Interpersonal Diagnosis of Personality
Ronald Press Company, New York
LEIJSSEN, M. (1998)
De Therapeut
In : Trijsburg, W., Calijn, S., Lietaer, G., Columbier, E. (red.) :Handboek integratieve psychotherapie. Maarssen, Elsevier - De Tijdstroom
LEIJSSEN, M. (2000)
Het cliëntgerichte paradigma in de 21ste eeuw: in de mode, in de solden, een vaste waarde?
Onuitgegeven artikel, Congres Cliëntgerichte Psychotherapie, januari 2000, Antwerpen
MAHRER, A.R. (1989)
How to do experiential psychotherapy: a manual for practioners
Ottawa, Ontario, Canada : University of Ottawa Press
PESSO, A. (1991, I)
Ego development in the possibility sphere.
In : Pesso, A., Crandell, J. : “Moving Psychotherapy: theory and application of Pesso system / psychomotor therapy.” Brookline Books, p.51-58
PESSO, A. (1991, II )
Working with suicidal clients
In : Pesso, A., Crandell, J. : “Moving Psychotherapy: theory and application of’ Pesso system / psychomotor therapy. Brookline Books, p.199-204
VAN ATTEKUM, M. (1997)
Aan den lijve; lichaamsgerichte psychotherapie volgens Pesso.
Uitg. Smets & Zeitlinger, Lisse
VAN GAEL, M. (2000)
Is de psychotherapeut vrij van herinnering en verlangen?
In: Tijdschrift Klinische Psychologie, Acco, Leuven,Jrg.30,I,p.4-12
VAN HAVER, W., PESSO, A. ( 1990 )
Het gekwetste zelf ; Pesso-psychotherapie als terugweg naar zichzelf
Uitg. Acco, Leuven
VAN HAVER, W. (2000)
Het gebruik van de Pesso-methode in individuele psychotherapie
in : Tijdschrift voor Pesso-psychotherapie, Groningen, Jrg.16,1 : p.6-31
WATSON ,J., GREENBERG, L., LIETAER, G.,(1998)
The experiential paradigma unfaling.
In : Greenberg, I., Watson, J., Lietaer, G.:Handbook of experiential psychotherapy. Guilford Press, New York, London : p.3-27