Simpele genetica

Update maandag 17 augustus 2009

Home
Historie
De wildkleur
De 3 kleurelementen
Simpele genetica
Mutaties
Voeding
Ziektes
Links

Gastenboek

 Contact

Hieronder volgt een poging om de basis van vererving op een eenvoudig manier voor te stellen. We zien een schematische weergave van de chromosomenparen binnenin een cel van een vogel. Hou er rekening mee dat dit een simplistische weergave is. De chromosomen en chromosomenparen hebben in werkelijkheid een heel andere vorm. Ook het aantal varieert van soort tot soort.

 

Eerst en vooral kunnen we de chromosomenparen indelen in Autosome- en Geslachtschromosomenparen. Het aantal autosome chromosomenparen is niet geweten bij de meeste soorten maar kan variëren van 20 tot 40. Er is echter steeds maar 1 geslachtschromosomenpaar. Bij een man wordt dit voorgesteld door XX en bij een pop door XY.

We kunnen de chromosomenparen op hun beurt indelen in 2 chromosomen. Één is afkomstig van de vader en één van de moeder. Elk chromosoom bestaat uit een keten van genen die op hun beurt opgebouwd zijn uit DNA. Elk gen heeft een bepaalde plaats of Locus op de keten welke hier wordt voorgesteld door de horizontale treden. Aan elke zijde van zo'n trede  ligt een gen.  Één van de vader en één van de moeder. Beiden staan in voor een bepaalde functie in het vogellichaam. Wanneer nu 1 gen van een genenpaar om de een of andere reden beschadigd geraakt, dan gaat zijn weerga gen trachten om de volledige taak op zich te nemen. Men noemt dit compensatie. Meestal lukt dit maar dat is echter niet altijd het geval.

Nemen we als voorbeeld het a-locus. Dit locus staat in voor de aanmaak van de zwarte pigmenten (Eumelanine) in het vogellichaam. Stel dat 1 gen van het genenpaar beschadigd wordt (lees: muteert), dan gaat dit heel andere eigenschappen krijgen en is vervolgens niet meer in staat om de functie waarvoor hij in staat correct uit te voeren. In deze situatie vangt zijn weerga gen dit op en gebeurd er niets met het vogellichaam. De vogel is nu split voor deze mutatie. Wanneer er nu aan beide zijden eenzelfde gemuteerd gen aanwezig is, is er geen compensatie meer mogelijk. Gevolg, de vogel is niet meer in de mogelijkheid om zwarte pigmenten aan te maken en de NSL Ino manifesteerd zich. De NSL Ino is een recessieve mutatie.

Anders gaat het met bijvoorbeeld het D-locus. Dit locus speelt een belangrijke rol bij de opbouw van de vederstructuur. Met 1 gemuteerd gen in het genenpaar blijkt zijn weerga niet in staat om de mutatie volledig te compenseren. Gevolg is dat de mutatie zich manifesteert in het vederkleed, daar waar achtergrond melanine aanwezig is, onder de vorm van een donkerder blauw. Deze situatie noemt men enkelfactorig dominant. De Donkerfactor is een dominante mutatie. 

 

Wanneer er aan beide zijden een dominant gen ligt noemt men dit een dubbelfactorig dominant. Eigenlijk is het bij de donkerfactor beter om te spreken over semi-dominant want bij de enkelfactorige blijkt het weerga gen toch een gedeeltelijke compensatie te bewerkstelligen. De dubbelfactorige is namelijk donkerder dan de enkelfactorige.

Bij de geslachtschromosomen is er geen erfelijk materiaal of genen aanwezig op de 'Y' chromosoom. Bij een man 'XX' gaat het net hetzelfde zoals bij de autosome chromosomenparen. Bij een pop 'XY'  is dit duidelijk anders. Aangezien er geen weerga genen bestaan op de 'Y' chromosoom, is er ook geen compensatie. Bijgevolg is elke mutatie aanwezig op de 'X' van de pop, direct zichtbaar op het vogellichaam.

Allelen

Een andere benaming die gebruikt wordt om aan te duiden dat het om genen gaat van hetzelfde locus is allel. We hebben al gezien dat 1 allel van een genenpaar kan muteren. Dit muteren houd in dat de code van dat gen verandert. Wanneer de code van een wildkleur gen bijvoorbeeld wordt voorgesteld door '1234' dan kan dit '4321'worden. Maar het kan ook dat die code '1324' wordt. Met andere woorden, een gen kan muteren in meerdere vormen. Ieder met andere eigenschappen. Wanneer er meer dan 1 gemuteerd gen aanwezig is op een bepaald locus noemt men één zo'n gen een Multiple allel.

Nemen we nu terug als voorbeeld het a-locus. Hiervan zijn 5 vormen bekend. De wildkleur (), NSL Ino (a), Bronze Fallow (a bz), Gele zwartoog of Dark eyed clear (a dec), Pastel (a pa). Tegenover het wildkleur allel gedragen alle andere zich recessief. Echter, onderling gedragen sommigen zich dominant en co-dominant. Bij deze laatste zien we dan een kleurvariant die tussen de twee in ligt.

 

 

Wordt vervolgd.

 

 

Home | Historie | De wildkleur | De 3 kleurelementen | Simpele genetica | Mutaties | Voeding | Ziektes | Links

Deze site is voor het laatst bijgewerkt maandag 17 augustus 2009