Mutaties

Update maandag 17 augustus 2009

Home
Historie
De wildkleur
De 3 kleurelementen
Simpele genetica
Mutaties
Voeding
Ziektes
Links

Gastenboek

Contact

Inleiding

We hebben eerder al gezien dat de kleuren van onze wildkleur Kakariki is opgebouwd uit de 3 kleurelementen namelijk, het eumelanine, psittacine en de vederstructuur (blauwstructuur). Buiten enkele uitzonderingen na, werken mutaties uitsluitend op één van deze kleurelementen in. De mutaties die tot nu toe bekend zijn bij de Kakariki zijn melaninemutaties. Deze zijn:

  • Cinnamon
  • Fallow
  • Bont
  • Mottle
  • Gele zwartoog of Dark eyed clear? (Transmutatie)

Cinnamon

Bij deze mutant wordt het eumelanine niet volledig geoxydeerd waardoor deze bruin kleurt in plaats van zwart. Dit resulteert in een bruingroene vogel met grijsblauwe vleugelpennen. De bek is grijsblauw met een donkergrijze punt. De poten zijn grijsachtig roze met grijze nagels. De jonge Cinnamon wordt geboren met rode ogen die heel snel donkerder worden. Echter, wanneer er een lichtbron (zaklamp) op hun ogen word gericht kan men de wijnrode ogen nog tot een paar maanden na het uitkomen waarnemen. Het dons van de jongen is grijs. De vererving is geslachtsgebonden recessief.

Een bijkomende eigenschap is de lichtgevoeligheid. Cinnamons die dagelijks aan het zonlicht worden blootgesteld worden lichter van kleur. Tijdens de rui kan zich dat uiten in een vlekkerig vederkleed.

Cinnamon Roodvoorhoofd Kakariki

 

Fallow

Men onderscheid bij parkietachtigen 4 typen Fallow: De Bronze, Pale, Dun en Ashen Fallow. Er is nog geen duidelijke definitie waardoor de verschillende typen kunnen onderscheiden worden van elkaar. Wat wel vaststaat is dat elk type rode ogen heeft en een zekere reductie van eumelanine. Alle typen hebben een autosomale recessieve vererving en de eumelanine heeft bij elk type een andere kleur.

  • Bronze Fallow = bruin eumelanine; ogen zijn Bordeaux rood met iris; allel van het a-locus, dit betekent dat een paring met de NSL Ino (a-locus) een tussenvorm oplevert.
  • Pale Fallow = lichtbruin eumelanine; ogen zijn helder transparant rood zonder iris.
  • Dun Fallow = grijsbruin eumelanine; ogen zijn niet met zekerheid gekend, mogelijk is de schotse Fallow bij de Grasparkieten het equivalent. Deze had pruimrode ogen zonder een iris.
  • Ashen Fallow = lichtgrijs eumelanine, deze mutatie is enkel te vinden bij de Valkparkieten.

Bij de Kakariki worden momenteel  verschillende vormen waargenomen, varierend van donker naar licht.  Wat vast staat is dat ze allemaal dezelfde rode ogen lijken te bezitten. De donkerste vorm lijkt op de rug het meest op een Cinnamon. Hierbij kunnen we denken aan de bruine eumelanine die bij een Bronze Fallow hoort. Ook is er het behoud van de iris, wat weeral wijst in de richting van een Bronze Fallow. Maar hoe verklaart men dan de grote variatie in kleurdiepte van vooral de rugpartij? Bij de wildvorm hebben we al gezien dat daar ook nogal variatie voorkomt in kleurdiepte. Mogelijk is dat een verklaring. Het feit dat alle Fallowvormen dezelfde rode ogen met iris vertonen lijkt het mij dat het telkens om hetzelfde gen gaat. Dan zijn er ook nog de mysterieuze groene vlekken die bij sommige Fallows opduiken. Of zijn er dan toch 2 Fallowmutaties, maar dan op hetzelfde locus (allelen) en zijn die vogels met groene vlekken een tussenvorm (heteroallelomorfen)?

Vervolgens zijn er ook nog de combinaties met Cinnamon. De Lutino's in mijn bestand blijken allemaal Cinnamon Fallow te zijn. Sommige vertonen soms hier en daar lichtbruine veren.

Links, een licht type Fallow. Rechts, een donker type Fallow. Hij lijkt op Cinnamon
Links, een Fallow met een groene vlek in de nek. Rechts, een Cinnamon Fallow met Cinnamonachtige veren op de linkervleugel.
Links, een hele bleke Fallow.

Links, deze vogel lijkt op een Lutino maar is het niet. Uit nakweek bleek dat het een combinatie is van Cinnamon en Fallow. Net zoals bij een echte Lutino is hier ook vanuit een bepaalde lichtinval een groene gloed te zien.

Het dons van de jonge vogel varieert van wit tot bruinachtig wit. De ogen zijn rozerood. Volwassen vogels hebben rode ogen met een iris. De poten zijn roze met doorzichtige nagels. De bek is hoornkleurig.

 

Bont

Bij bont zien we een 100% reductie van eumelanine in bepaalde veren of veervelden. Het gevolg is dat er op deze plaatsen geen blauwreflectie meer ontstaat waardoor alleen de gele grondkleur zichtbaar blijft. De grootte van deze velden varieert en kan zelfs variëren in de tijd. Bont heeft de eigenschap om de gele kleur te intensiveren.

Bij de Kakariki onderscheiden we 4 verschijningsvormen.

  • Dominant bont
  • Recessief bont
  • Goldcheck
  • Mottle

Dominant bont

Bij deze vorm zien we steeds normale ogen. Dwz een oranjerode iris. Het is niet duidelijk of er een verschil is tussen EF en DF vogels. De plaats van bontvorming zijn typisch.

  • Op de nek, deze kan variëren van een vlek tot een omgekeerde T. 
  • De bef.
  • De buitenste vleugelpennen.
  • De staart.
  • Rondom en/of tussen de poten.
  • De poten.

Elke plaats of veld lijkt onafhankelijk van elkaar te variëren in grootte en kan zelfs afwezig zijn.

Dominant bonte Roodvoorhoofd Kakariki

 

Hier zijn de velden zodanig uitgebreid dat ze in elkaar overvloeien.

Dominant bonte Roodvoorhoofd Kakariki

 

Bij deze vogel zijn de velden beperkt tot de vleugels en de staart.

Dominant bonte Roodvoorhoofd Kakariki

Bron: Shire aviaries

 

Recessief bont

Deze vorm van bont heeft een pleïotropisch effect. Dwz dat deze mutatie buiten de bontvorming nog andere effecten heeft. Hier zien we dat de rode kleurstof uit de iris verwijdert wordt waardoor de ogen donkerder gaan kleuren. In deze donkerverkleuring zit nogal wat variatie en lijkt evenredig te gaan met de mate van bontvorming.

Bij andere vogelsoorten zien we dat deze mutatie een Anti-Dimorfisch effect heeft. Mannen die zich in het verenkleed onderscheiden van poppen gaan er nu plotseling uitzien als poppen. Bij de Kakariki is er geen onderscheid in het verenkleed, dus in dit geval kan deze eigenschap zich niet uiten.

De mate van bontvorming is over het algemeen hoger dan bij de dominante vorm.

Recessief bont Kakariki

 

Goldcheck

Dit is eigenlijk een combinatie van dominant en recessief bont. Meestal hebben deze vogels hier of daar nog een groene vlek, maar ze kunnen tot 100% bont(geel) worden. Bij Grasparkieten en ook Agaporniden is het bekend dat een EF dominant bont recessief bont ook tot een 100% bonte vogel kan leiden. Het is niet geweten of dit ook zo is bij de Kakariki.

Wat tot verwarring kan leiden is dat wanneer men een Goldcheck paart met een zuivere wildkleur hier bonte jongen uitkomen. Men kan dan de indruk krijgen dat de Goldcheck eigenlijk een dominant bonte verschijningsvorm is. Dit is maar gedeeltelijk zo. Deze jongen  hebben allemaal normale ogen. Met andere woorden, het zijn EF dominant bonte vogels die split zijn voor de recessief bonte vorm.

Goldcheck

 

Mottle

Dit is een verschijningsvorm die nog maar zelden voorkomt in Europa. In Australie is ze vrij algemeen. Ze word normaal geboren maar wordt na enkele op elkaar volgende ruibeurten meer en meer bont. Onderzoek heeft uitgewezen dat deze mutatie waarschijnlijk over meerdere genen verspreid gaat, en dit op verschillende chromosomen. Daarom zou het moeilijk zijn om deze mutatie te kweken. De ogen zijn bij deze mutatie normaal.

Mottle Roodvoorhoofd Kakariki

 Foto: Greg Holmes

Ongekende verschijningsvormen.

Deze vorm komt meestal voor bij Fallows. We zien een vlek in de nekstreek die onaangetast lijkt door de mutatie die de rest van het verenkleed bepaald waardoor deze groen blijft. Hieronder zien we een Cinnamonbonte vogel met deze afwijking.

3 kleuren

Foto: Damien Ringot

Op de foto hieronder ziet men wat op het eerste zicht een bonte verschijningsvorm lijkt. Het verschil zit in de bonte veervelden die bij deze vogel Cinnamon zijn. De vleugelpennen zijn Sepia. De staart is een 'koffie met melk' kleur.

Transmutaties

Transmutaties zijn niets anders dan mutaties die van de ene soort naar de andere overgedragen zijn door kruising. De meeste verschijningsvormen van bij de Roodvoorhoofd zien we tegenwoordig ook bij de Geelvoorhoofd. Zo zien we Cinnamons en bonte Geelvoorhoofd exemplaren. Heel soms ook een Fallow.

Zo is er ook de Gele Zwartoog Geelvoorhoofd. Het is nog onduidelijk om welke mutatie het hier gaat. Het is mogelijk dat het hier gaat om het equivalent van de zogenaamde Gele zwartoog of Dark Eyed Clear bij Agaporniden. Deze heeft een recessieve vererving maar heeft niets met bont te maken. Of dit zo is weet ik niet maar er dient rekening gehouden worden dat deze mutatie getransfereerd is naar de Roodvoorhoofd waardoor deze dan voor een Goldcheck kan aan zien worden.

Een nieuwe mutatie bij de Geelvoorhoofd is waarschijnlijk de Opaline. Een aantal belangrijke eigenschappen van deze mutatie zijn in deze vogel aanwezig. Deze zijn: witte onderdons, donkere ogen, extra gele veren in een verschuivend effect in de richting van de staart toe, de poten komen niet op kleur. Het is nog niet geweten of deze verschijningsvorm geslachtsgebonden vererft.

Opaline Kakariki

Bron: Het Parkietenforum

 

 

 

 

 

 

   

Home | Historie | De wildkleur | De 3 kleurelementen | Simpele genetica | Mutaties | Voeding | Ziektes | Links

Deze website is voor het laatst bijgewerkt op 08/17/09