|


Gastenboek
Contact |
|
Cyanoramphus Novaezelandiae is de naam die Karel Lucien
Bonaparte gaf aan de Roodvoorhoofd Kakariki in zijn
Conspectus Generum Avium dewelke in
2 volumes tussen 1850 en 1857 is uitgebracht. Die naam gebruiken wij nog
steeds. Opmerkelijk is dat Bonaparte zich baseerde op specimen uit
verschillende musea in Europa.
Interessant waren de notities gemaakt door Walter L.
Buller een Nieuw Zeeland ornitholoog. Deze beschreef de verschillende
Kakarikisoorten in zijn boek A History Of The Birds Of New Zealand
(1872-1873 en 1887-1888) en deelde deze in bij de Platycercidae.
Dit kwam
omwille van de nabijheid van de Australische Rosellas. De Platycercus Novaezelandiae,
zoals hij de Roodvoorhoofd Kakariki noemde, bleek nogal te variëren in
lengte en kleurdiepte. Dit uitte zich in een variabele schakering van het
groen, het rood van de kroon, de grootte van de oogvlekken en de intensiteit
van het blauw op de vleugels. Er werden uiterste lengtes opgetekend van
30,5cm voor mannetjes en ruim 26cm voor poppen. Algemeen was hun kleur
donkergroen in vergelijking met de Geelvoorhoofd, toen nog Platycercus
Auriceps, die een geelachtig groen vertoonde. Het voorhoofd, kroon en
oogvlekken werden beschreven als diep Karmijnrood. De grootste groepen
bevonden zich in het zuidelijke deel van het Noordelijke eiland.
|
Platycercus Aucklandicus, genoemd naar zijn habitat, de Auckland
eilanden, was een kleinere vorm van de Roodvoorhoofd Kakariki. Of het om
een andere soort gaat is nog steeds niet geweten maar vandaag de dag
valt hij onder dezelfde noemer als C. Novaezelandiae. Wel is het
ondertussen bekend dat deze hybridiseerd met de Geelvoorhoofd. Misschien
is dat de reden van het kleinere formaat.
Na de Platycercus Alpinus (Oranjevoorhoofd Kakariki) werd er nog een 4de
soort beschreven, de Platycercus Rowleyi. Deze was uiterlijk hetzelfde
als P. Novaezelandiae, maar in grootte, eerder een tengere vogel die met
zijn 25,4cm het midden hield tussen de Oranje voorhoofd(22,9cm) en de
Geelvoorhoofd(26,7cm). Deze soort kwam alleen voor op het zuidelijke
eiland. Opvallend is dat ook de Oranjevoorhoofd uitsluitend daar te
vinden was. Was de Platycercus Rowleyi een soort van geavanceerde
hybride of was het een variatie op P. Novaezelandiae? Opvallend is dat
er geen vermelding was van een roodoranje gevlamde kroon zoals we die
zien bij hybriden. |
 |
|
Bovendien leefde de Oranjevoorhoofd op grotere hoogten dan de
Roodvoorhoofd waardoor er een ecologische barrière was tussen die twee. |
We weten niet welke types Roodvoorhoofden de wereld zijn ingestuurd maar het
is niet uitgesloten dat P. Rowleyi zijn grootte een invloed moet gehad hebben op de hedendaagse
Roodvoorhoofd Kakariki in gevangenschap.
 |
Walter L.
Buller: Vergelijkende koptekening
Van boven naar onder, de
Roodvoorhoofd, de Geelvoorhoofd, de Oranjevoorhoofd. |
| Het is duidelijk dat de oorspronkelijke
C. Novaezelandiae een veel forsere vogel moet geweest zijn dan de
hedendaagse. Nog een paar bloedlijnen van dit type zijn vandaag in
handen van enkele kwekers in NZ. Daarom is het voortbestaan van deze
soort in gevaar. Voor een gedetailleerde beschrijving verwijs ik u naar
deze website. |
 |
Nekvlek bij
jonge wildkleuren
Bron: John
Stumbler |
 |
Mannetjes zijn forser en hebben een
brede lange bek. |
 |
Poppen zijn kleiner en hebben een korte
smalle bek. |
 |
De ondervleugelstreep bij een pop |
 |
De ondervleugelstreep bij een volwassen
mannetje |
De wildkleur vandaag
| De wildkleur, hoe ziet die er vandaag uit? In het 'Lexicon of parrots' wordt hij beschreven als: overwegend groen met een geelachtig groen
op de borst, buik en de dekveren naar de onderkant van de staartveren toe.
Het voorhoofd, de kroon en de vlek achter het oog zijn Karmijnrood. Een rode
vlek aan beide kanten van de onderrug. De buitenste slagveren zijn
violetblauw van kleur. De iris is rood. De poten zijn grijs. De snavel is
bleek blauwachtig grijs die eindigt in een zwarte punt. |
 |
Zuiver
afgelijnde rode kroon. Rode iris. Foto: Peter
Wauben
|
De jonge vogels hebben minder rood op de kop en een
roodbruine iris. Hun staart is korter.
De lengte van een volwassen mannetje is 27cm, een popje meet
25cm. De vleugellengte varieert van 125mm tot 139mm.
| In het verleden is gebleken dat er
kwekers, al dan niet onwetend, kruisingen gedaan hebben met de
Geelvoorhoofd. Daarom is het misschien eens interessant om beide species
naast elkaar te zetten samen met hybriden. Op die manier kan er een beter
beeld gevormd worden van wat wel en niet kan bij de Roodvoorhoofd Kakariki. |
 |
 |
| Links een Roodvoorhoofd, rechts een
Geelvoorhoofd. De Geelvoorhoofd heeft duidelijk geen vlek achter het
oog. De iris van deze laatste is oranje van kleur. Bij de Roodvoorhoofd
is dit roodoranje. De kroon is bij beiden homogeen van kleur.
Foto's:
www.kakariki.sytes.net |
Hybriden
 |
 |
 |
| Dit zijn foto's genomen in het wild van
een 1e generatie RVH x GVH. De kroon vertoond een mengeling van rode en
gele veren waardoor het geheel oranjeachtig aandoet. Ook is er een vage
oranje oogvlek te zien. De iris is hier oranje van kleur.
Foto's: John Stumbler |
 |
 |
| Links een volgende generatie RVH x
hybride. Er is nog een gele rand aan de kroon waarneembaar. De iris doet nog
oranjeachtig aan. Rechts een volgende generatie GVH x hybride. Er is nog
een geelachtige oogvlek aanwezig. Geelvoorhoofden hebben geen oogvlek. |
|