De 3 kleurelementen

Update maandag 17 augustus 2009

Home
Historie
De wildkleur
De 3 kleurelementen
Simpele genetica
Mutaties
Voeding
Ziektes
Links

Gastenboek

Contact

Introductie

Wanneer we praten over kleur bij warmbloedige dieren denken we over het algemeen aan pigmenten. In veelal alle gevallen gaat het hier dan om Melanine. Deze Melanine kan onderverdeeld worden in 2 categorieën; de Eumelanines die zwart tot donkerbruin produceren en de Phaeomelanines die roodbruin tot een geelachtig bruin zijn. Bij bijna alle diersoorten is Melanine in zijn variërende vormen het enige kleurelement. Vogels echter, vertonen een breder scala aan kleuren. Daarom is het ook geen verassing dat deze dieren meerdere kleurenelementen bezitten.

De 2 vormen van Melanine komen ook veel voor bij vogels, echter bij papegaaiachtige vinden we alleen maar Eumelanine. Deze is verantwoordelijke voor de zwarte, grijze en donkerbruine kleuren. Ook speelt deze een belangrijke rol bij de vorming van groen, blauw en Violet, waarover later.

De enige andere pigmenten die voorkomen bij papegaaiachtige zijn de rode, oranje en gele pigmenten. In andere vogelsoorten zijn deze pigmenten gekend als carotenoïden, de papegaaiachtige echter hebben een eigen klas van pigmenten; namelijk de Psittacines.

Hoewel er maar 2 types van pigmenten te vinden zijn bij papegaaiachtige is er nog een derde kleurelement die het toelaat om deze vogels alle kleuren van het spectrum tentoon te stellen en dit te verfraaien met een variëteit van optische effecten. Deze effecten zijn gekend als structurele kleuren en worden eigenlijk geproduceerd door de opbouw van de veren. De belangrijkste is de blauwverkleuring. Deze wordt tevoorschijn getoverd door de “bewolkte zone” (een plaats in de veer) welke samen met de gele grondkleur het groen produceert, de uiteindelijke kleur.

Melanine

De Eumelanine is aanwezig in de veren in de vorm van ruw ovaalachtige korrels. De concentratie van deze korrels, de grootte, hun kleur (zwart, grijs of donkerbruin) samen met andere kleurelementen bepalen het patroon en kleur van de vogel. De plaats waar het eumelanine afgezet wordt in de veer kan men onderverdelen in; voorgrond Melanine, die zichtbaar is door zwarte markeringen; en achtergrond Melanine, deze is niet zichtbaar maar vormt de achtergrond waartegen de blauwe kleur word gevormd. De concentratie van beiden kan variëren naar gelang de kleurvariëteit.  

Mutaties die inwerken op Melanine zijn oa : Cinnamon, NSL Ino, Fallow en bont.

Wildkleur Roodvoorhoofd Kakariki met en zonder Melanine
Wildkleur Roodvoorhoofd Kakariki zonder voorgrond Melanine

Om een goed beeld te kunnen vormen van wat Melanine doet met het verenkleed; linksboven een normale wildkleur, rechts dezelfde vogel ontdaan van zowel voorgrond als achtergrond Melanine. Bemerk dat de poten en bek roosachtig van kleur zijn. De ogen zijn rood. Al de gekende mutaties bij de Kakariki  zijn Melanine mutaties.

Onder, de wildkleur ontdaan van voorgrondmelanine. Dit ligt hoofdzakelijk op de rug en de staart.

 

 

Psittacine

Psittacine is de naam die gegeven wordt aan de rode, oranje en gele pigmenten bij papegaaiachtige. Deze zijn niet hetzelfde als de Carotenoïden (Lipochromen) gevonden bij oa Kanaries en Vinkachtige. De diepte van hun kleur hangt af van hun concentratie en kan variëren op verschillende plaatsen op de vogel. Deze kan verwateren of helemaal geëlimineerd worden door verschillende gemuteerde genen. Over het algemeen produceren zulke mutanten een blauwe of blauwachtige kleurvariëteit.

Mutaties die inwerken op Psittacine zijn oa: De Blauwmutatie, Zeegroen, Turquoise. Deze mutaties zijn uiteraard nog niet aanwezig bij de Kakariki.

Wildkleur Roodvoorhoofd Kakariki met en zonder Psittacine

Links een wildkleur. Rechts dezelfde vogel ontdaan van het psittacine (rode en gele kleuren). Het groen van de wildkleur ontstaat door de optelling van geel en blauw. Omdat het geel niet meer aanwezig is in de rechtse vogel blijft er alleen blauw over.

 

 

 

Structurele kleuren

Structurele kleuren worden, zoals de naam zegt, geproduceerd door de structuur in de veren. De kleur die gewoonlijk word geproduceerd is lichtblauw maar verschillende gemuteerde genen zijn in staat deze structuur zodanig te veranderen dat er verschillende kleuren kunnen worden geproduceerd binnen het bereik van blauw tot violet. Om deze kleuren te kunnen zien is er een onderliggende laag nodig van achtergrond melanine. Deze absorbeert alle andere kleuren van het spectrum maar laat blauwe en violette kleuren toe om te reflecteren. Dit is ook de reden dat wanneer de vederstructuur is verstoord door andere gemuteerde genen er een grijsgroene of grijze vogel ontstaat. De blauwe structurele kleur wordt veroorzaakt door het effect dat wordt aangeduid als “constructieve interferentie”.

Om een groene vogel te produceren moeten dus alle 3 kleurelementen aanwezig zijn. Melanine, bewolkte zone (structuur), en Psittacine. Hierover kan dan voorgrond melanine aanwezig zijn welke de kleur kunnen verdiepen (typisch op de staart en de vleugels) en patronen veroorzaken (zie grasparkieten). Wanneer één van de elementen afwezig is resulteert dit in een andere kleur. Buiten enkele uitzonderingen na werkt elke mutatie onderling op één van de drie kleurenelementen.

Mutaties die inwerken op de vederstructuur oa: De donkerfactor, de Violetfactor, de Grijsfactor, de Misty. Deze mutaties zijn eveneens nog niet aanwezig bij de Kakariki.

De vederstructuur veroorzaakt samen met achtergrondmelanine een blauwe reflectie. Door samenvoeging met de gele grondkleur wordt dit groen.Links een normale wildkleur. Rechts dezelfde vogel zonder   vederstructuur.  Omdat bij deze vogel geen constructieve interferentie mogelijk is vertoond hij een grijsachtig geel (geel + melanine). Niet verwarren met de Cinnamonmutatie!

 


 

 

Home | Historie | De wildkleur | De 3 kleurelementen | Simpele genetica | Mutaties | Voeding | Ziektes | Links

Deze site is voor het laatst bijgewerkt op 08/17/09