|
Introductie
Wanneer we praten over kleur bij
warmbloedige dieren denken we over het algemeen aan pigmenten. In veelal
alle gevallen gaat het hier dan om Melanine. Deze Melanine kan
onderverdeeld worden in 2 categorieën; de Eumelanines die zwart tot
donkerbruin produceren en de Phaeomelanines die roodbruin tot een geelachtig
bruin zijn. Bij bijna alle diersoorten is Melanine in zijn variërende vormen
het enige kleurelement. Vogels echter, vertonen een breder scala aan
kleuren. Daarom is het ook geen verassing dat deze dieren meerdere
kleurenelementen bezitten.
De 2 vormen van Melanine komen ook
veel voor bij vogels, echter bij papegaaiachtige vinden we alleen maar
Eumelanine. Deze is verantwoordelijke voor de zwarte, grijze en donkerbruine
kleuren. Ook speelt deze een belangrijke rol bij de vorming van groen, blauw
en Violet, waarover later.
De enige andere pigmenten die
voorkomen bij papegaaiachtige zijn de rode, oranje en gele pigmenten. In
andere vogelsoorten zijn deze pigmenten gekend als carotenoïden, de
papegaaiachtige echter hebben een eigen klas van pigmenten; namelijk de
Psittacines.
Hoewel er maar 2 types van pigmenten
te vinden zijn bij papegaaiachtige is er nog een derde kleurelement die het
toelaat om deze vogels alle kleuren van het spectrum tentoon te stellen en
dit te verfraaien met een variëteit van optische effecten. Deze effecten
zijn gekend als structurele kleuren en worden eigenlijk geproduceerd
door de opbouw van de veren. De belangrijkste is de blauwverkleuring. Deze
wordt tevoorschijn getoverd door de “bewolkte zone” (een plaats in de veer)
welke samen met de gele grondkleur het groen produceert, de uiteindelijke
kleur.
Melanine
De Eumelanine is aanwezig in de
veren in de vorm van ruw ovaalachtige korrels. De concentratie van deze
korrels, de grootte, hun kleur (zwart, grijs of donkerbruin) samen met
andere kleurelementen bepalen het patroon en kleur van de vogel. De plaats
waar het eumelanine afgezet wordt in de veer kan men onderverdelen in;
voorgrond Melanine, die zichtbaar is door zwarte markeringen; en
achtergrond Melanine, deze is niet zichtbaar maar vormt de achtergrond
waartegen de blauwe kleur word gevormd. De concentratie van beiden kan
variëren naar gelang de kleurvariëteit.
Mutaties die inwerken op Melanine
zijn oa : Cinnamon, NSL Ino, Fallow en bont.
  |
Om een goed beeld te kunnen vormen van wat Melanine doet
met het verenkleed; linksboven een normale wildkleur, rechts dezelfde
vogel ontdaan van zowel voorgrond als achtergrond Melanine. Bemerk dat
de poten en bek roosachtig van kleur zijn. De ogen zijn rood. Al de
gekende mutaties bij de Kakariki zijn Melanine mutaties.
Onder, de
wildkleur ontdaan van voorgrondmelanine. Dit ligt hoofdzakelijk op de
rug en de staart.
|
Psittacine
Psittacine is de naam die gegeven
wordt aan de rode, oranje en gele pigmenten bij papegaaiachtige. Deze zijn
niet hetzelfde als de Carotenoïden (Lipochromen) gevonden bij oa Kanaries en
Vinkachtige. De diepte van hun kleur hangt af van hun concentratie en kan
variëren op verschillende plaatsen op de vogel. Deze kan verwateren of
helemaal geëlimineerd worden door verschillende gemuteerde genen. Over het
algemeen produceren zulke mutanten een blauwe of blauwachtige
kleurvariëteit.
Mutaties die inwerken op Psittacine
zijn oa: De Blauwmutatie, Zeegroen, Turquoise. Deze mutaties zijn uiteraard
nog niet aanwezig bij de Kakariki.
  |
Links een wildkleur.
Rechts dezelfde vogel ontdaan van
het psittacine (rode en gele kleuren). Het groen van de wildkleur
ontstaat door de optelling van geel en blauw. Omdat het geel niet meer
aanwezig is in de rechtse vogel blijft er alleen blauw over.
|
Structurele kleuren
Structurele kleuren worden, zoals de
naam zegt, geproduceerd door de structuur in de veren. De kleur die
gewoonlijk word geproduceerd is lichtblauw maar verschillende gemuteerde
genen zijn in staat deze structuur zodanig te veranderen dat er
verschillende kleuren kunnen worden geproduceerd binnen het bereik van blauw
tot violet. Om deze kleuren te kunnen zien is er een onderliggende laag
nodig van achtergrond melanine. Deze absorbeert alle andere kleuren van het
spectrum maar laat blauwe en violette kleuren toe om te reflecteren. Dit is
ook de reden dat wanneer de vederstructuur is verstoord door andere
gemuteerde genen er een grijsgroene of grijze vogel ontstaat. De blauwe
structurele kleur wordt veroorzaakt door het effect dat wordt aangeduid als
“constructieve interferentie”.
Om een groene vogel te produceren
moeten dus alle 3 kleurelementen aanwezig zijn. Melanine, bewolkte zone
(structuur), en Psittacine. Hierover kan dan voorgrond melanine aanwezig
zijn welke de kleur kunnen verdiepen (typisch op de staart en de vleugels)
en patronen veroorzaken (zie grasparkieten). Wanneer één van de elementen
afwezig is resulteert dit in een andere kleur. Buiten enkele uitzonderingen
na werkt elke mutatie onderling op één van de drie kleurenelementen.
Mutaties die inwerken op de
vederstructuur oa: De donkerfactor, de Violetfactor, de Grijsfactor, de
Misty. Deze mutaties zijn eveneens nog niet aanwezig bij de Kakariki.
  |
De vederstructuur veroorzaakt samen
met achtergrondmelanine een blauwe reflectie. Door samenvoeging met de
gele grondkleur wordt dit groen.Links een normale wildkleur. Rechts
dezelfde vogel zonder vederstructuur. Omdat bij deze vogel geen constructieve
interferentie mogelijk is vertoond hij een grijsachtig geel (geel + melanine). Niet verwarren met de Cinnamonmutatie! |
|