Voeding |
Update maandag 17 augustus 2009 |
|
|
Voedselbronnen in de natuur Onderstaande tabellen zijn het resultaat van een studie gemaakt op Little Barrier Island tussen 1986 en 1987. Ze illustreren de opname van de belangrijkste voedselitems tussen de Rvh en de Gvh gedurende de seizoenen. Figuur 1. De Roodvoorhoofd Kakariki
Een bedenking die we hier kunnen maken is dat Geelvoorhoofden wel eens zouden ingesteld kunnen zijn op een hoge hoogwaardige eiwitbehoefte(proteïne). Deze proteïnen spelen een grote rol in oa de aanmaak van nieuwe veren. Kakariki's hebben de slechte reputatie om over het algemeen slecht in de veren te zitten. Heel dikwijls en vooral tijdens de broed ziet men wel eens van die kale exemplaren. Vooral poppen lijken hier meer last van te hebben. Tijdens de broed is er al een grotere behoefte aan proteïne. Denk maar aan het grote aantal eieren er gelegd worden. Wanneer die vogel dan ook nog eens door een rui moet. Aangezien de meeste Roodvoorhoofden min of meer hybride eigenschappen hebben zou het wel eens kunnen dat die proteïneminnende eigenschap van de Geelvoorhoofd overgeërfd is. Ik hoor kwekers dikwijls zeggen dat 'het slecht in de veren zitten' eruit kan gekweekt worden. Waarschijnlijk is het de eigenschap van de Geelvoorhoofd die er dan uitgeselecteerd wordt. Wat opvalt is het relatieve lage vochtgehalte in het totale voedselpakket. Dit is eigenlijk niet zo verwonderlijk. In tegenstelling tot nectaretende vogels zoals Kolibries en Lories, zijn de nieren van vele papegaaiachtigen niet in staat om zich van grote hoeveelheden water te ontdoen. Ik denk daarbij aan Grijze Roodstaarten, Grasparkieten maar ook andere vogels zoals Duiven en Zebravinken. Extreme vochtinname kan watervergiftiging veroorzaken, wat tot de dood kan leiden. Het is niet geweten in welk vakje de Kakariki moet geplaatst worden maar het is verstandig om hier toch rekening mee te houden. De bloemen die Kakariki's aandoen zijn geen echte nectarproducerende vormen. Bovendien word meestal de bloem in zijn prilste vorm, de bloemknop, gegeten. Veel parkieten en papegaaien worden bestempeld als fruiteters. Echter is het vooral om de pit of pitten te doen die de vruchten bevatten. Op de foto hieronder bloem en bes die voorkomt op het menu van de Roodvoorhoofd Kakariki.
Foto: Solanum Americanum Voeding in gevangenschap In grote lijnen kunnen we stellen om de voeding zoveel mogelijk te richten op droog. Vers water moet natuurlijk elke dag beschikbaar zijn maar onze Kakariki moet zelf kunnen beslissen hoeveel vocht hij opneemt. Als basis kunnen we dus vertrekken van een goede zadenmengeling voor parkieten. Groenten en fruit mag omwille van de vitaminen, maar mag niet overheersen in het dagelijkse rantsoen. Hetzelfde geld ook voor kiemzaden. Eivoer dient elke dag verstrekt te worden in de aanloop naar en tijdens de kweek. Een hogere eiwitbehoefte bij een pop vat aan tenminste één week vóór het eerste ei wordt gelegd. Men dient dus 6 weken vóór de kweek het eivoer dagelijks aan te bieden. Buiten de kweek mag het herleid worden naar een paar keer per week. Mijn voorkeur gaat uit naar het natte eivoer van "Witte molen". Hierin zijn vitaminen en mineralen al in voldoende mate aanwezig. Bovendien bevat het een ideale Calcium/Fosforverhouding van 2:1. Toen ik in het verleden mijn eivoer zelf aanmaakte, vergat ik Calcium en Fosfor toe te voegen. Mijn redenering was dat er genoeg mineralen werden verschaft door de gemalen Oesterschelpen en de Broccoli, welke beiden rijk zijn aan Calcium. Tot ik op een dag geconfronteerd werd met jongen met verlamde tenen waardoor die in een andere richting gingen staan. Later vond ik nestjongen met misvormde en/of gebroken poten. De jongen hadden ook een vertraagde groei. Dit was dus te wijten aan sterk verstoorde mineralenbalans. Volgens bepaalde bronnen zou het Calcium in gemalen Oesterschelpen maar voor 2% opneembaar zijn door het vogellichaam. Dit is dus onvoldoende. Fosfor dient van minerale of dierlijke oorsprong te zijn. De meeste mineralen uit planten zijn gebonden aan Fytine. Vogels missen het enzym Fytase om deze mineralen te ontbinden. Daardoor word uiteindelijk maar een minimale hoeveelheid mineralen opgenomen. Wanneer we een mineralensuplement toedienen moet het dus in de eerste plaats van dierlijke of minerale oorsprong zijn. Bovendien dient het Calcium en Fosfor in een ratio van 2:1 te bevatten. Ik heb goede ervaringen met zogenaamde mineralenpellets. Deze bevatten daarbij ook nog een aantal sporenelementen.
|
Deze site is voor het laatst bijgewerkt op 08/17/09