Weerstation Kaiserville - Welkom!

Over Kaulille

Kaulille is een middelgroot dorp in het noorden van de Limburgse Kempen. Door de verre ligging in het binnenland en de relatief droge zandgrond kunnen de temperaturen hier snel stijgen en dalen. In deze regio worden regelmatig de hoogste maxima en laagste minima van Vlaanderen gemeten. De regio blijkt ook gemiddeld bij een van de drogere te horen. De oorzaak hiervan is niet helemaal duidelijk, al is het waarschijnlijk dat de schaduwwerking van de Ardennen bij zuidenwinden een kleine invloed heeft en frontale onweersbuien meestal westelijker actief zijn door het zeewindfront. Hitteonweders onstaan dan weer meestal iets verder naar het oosten. Er zijn enkele officiŽle weerstations in de buurt die soms gebruikt worden voor vergelijkingen: Kleine-Brogel op 3 km in vogelvlucht en Ell (NL) op ongeveer 20 km.

Uitrusting van het weerstation

De eerste waarnemingen dateren al van 1995 en betreffen in die periode de neerslag. Er zijn ook waarnemingen van de temperatuur in die periode, maar deze zijn helemaal niet volgens de regels gemeten. In het najaar van 1999 is er een omschakeling gebeurd naar reglementaire metingen. Er is een weerhut en anemometer gebouwd en de metingen van de relatieve vochtigheid zijn toen begonnen. De thermometer was digitaal, alle andere metingen gebeurden nog met analoge toestellen of rechtstreeks door de waarnemer zelf (denk hierbij aan bewolkingsgraad bijvoorbeeld).
In februari 2002 is de basis van het weerstation gewijzigd door de aankoop van een Vantage Pro, een van de eerste draadloze weerstations met een goede reputatie qua betrouwbaarheid en nauwkeurigheid. De weerhut is niet geventileerd, waardoor vooral in het voorjaar en de zomer bij zonnig weer de maxima te hoog worden gemeten. Toch blijkt dat we over het algemeen lager meten dan in Kleine-Brogel. Bij vergelijkingen met Nederlandse data valt de afwijking in zulke gevallen wel op.
In september 2003 is het weerstation uitgebreid met een datalogger en een pyranometer. Uitgebreide digitale gegevens zijn dus pas beschikbaar vanaf september 2003. De zonneschijnduur wordt afgeleid uit de gegevens van de pyranometer vanaf dan. De rekenregel die gebruikt wordt is dat als er meer dan 40% van de theoretisch mogelijke straling gemeten wordt en de gemeten straling een minimale drempelwaarde overschreden heeft, de zon geschenen heeft in deze periode (per periode van 10 minuten).
In september 2004 is als laatste de grastemperatuur ook overgeheveld naar het digitale tijdperk. Dit is tot heden de laatste wijziging aan het weerstation, met uitzondering van vervangingen door storingen.

Ligging van het weerstation

De plaats van waarnemen ligt aan de rand van de bebouwde kom. Bij wind uit het oostelijke kwadrant is er geen invloed van bebouwing, want in die richting liggen velden. In de andere richtingen liggen er huizen, welke voor een licht stadseffect kunnen zorgen.
Het weerstation is zo goed als mogelijk opgesteld volgens officiŽle richtlijnen binnen onze tuin. De weerhut staat op het gazon, op ongeveer 10 meter van schuttingen, muren of andere ondergronden. In zuidoostelijke richting staat er wel een notenboom die zolang hij blad heeft de wind enigszins belemmert uit die richting, en in de maanden september en oktober kort voor de middag voor een poosje schaduw op de weerhut kan zorgen.
De windmetingen gebeuren op ongeveer 10 meter hoogte op een vrijstaande mast. Door de naburige huizen en enkele bomen (op meer dan 20 meter afstand) zijn de metingen toch lager dan wat officieel kan verwacht worden. Op diezelfde mast is ook de pyranometer gemonteerd op ongeveer 6 meter hoogte. 's Zomers zit deze het soms eerste uur van de dag in de schaduw van bomen.