D of T?

© Winde Heyligen

Maak het woord langer. Nu hoor je welke letter je moet kiezen!

Ik gebruik een la om een rechte lijn te tekenen.

Mijn broer schrijft een verhaal op het bla.

Onze juf tekent mooi op het bor.

Die ka probeert muizen te vangen!

Moeder koopt een kran in de winkel.

De ban van mijn fiets is stuk!

Poes ligt rustig in de man.

Een olifan heeft een lange slurf.

Kleine zus speelt graag in het zan.

De meester geeft de plan te weinig water.