Home        

Chronologisch overzicht Nederlandstalige artikels

De lezer vindt over elk artikel een korte inleiding en een link naar een PDF-document met de volledige tekst.  Je scrolt gewoon naar beneden.

 

55-plussers op de judomat : judo als sport- en bewegingsvorm voor 55-plussers
Raf Tits – november 2011

In februari 2011 verscheen het rapport van een grootschalig sociaalwetenschappelijk onderzoek naar sportdeelname en sportbehoeften van 55-plussers in Vlaanderen.  Het onderzoek moest op vraag van de Vlaamse Gemeenschap data leveren om toekomstige beleidsbeslissingen naar sport voor allen te ondersteunen, in casu sport voor ouderen.  Kan judo in de toekomst een (grotere) rol spelen in de sportbeoefening en in het bewegen van de groeiende groep van 55-plussers?  Voor de judosport kan die groep bestaan uit starters (nog nooit judo beoefend), herstarters (reeds judo beoefend op jongere leeftijd) of gevorderden (meestal dangraadhouders)?  Om op deze vraag te kunnen antwoorden wil ik trachten de algemene niet sportspecifieke bevindingen van het sociaalwetenschappelijk onderzoek te vertalen naar judo om zo trainers, clubbestuurders en judobeleidsmakers een aanzet te bieden tot omgaan met judo voor 55+.    De link toont een vraag tot medewerking.  Later komt hier een artikel over judo voor 55+.

Vraag tot medewerking

 

The psychological preparation of top judo players : examples of good practice (?)
Raf Tits - July 2011

Dit artikel schreef ik enkel in het Engels.  Je vindt het op het Engelstalige deel van judoLabo.

 

Meditatie over nage waza als toepassing van de wet der traagheid
Raf Tits – juni 2009

Tori kan uke maar werpen op een ogenblik dat uke weerloos is, d.w.z. zich niet meer kan verweren tegen de aanval van tori.  Het weerloos maken gebeurt in het interactieve bewegingsspel van randori of shiai.  Uke wordt weerloos wanneer hij in beweging is en zijn evenwicht niet (tijdig) kan herstellen of omdat hij zich in een positie bevindt waarin hij zich (even) niet meer kan verplaatsen.  De wet der traagheid uit de fysica beschrijft het willoos, weerloos zijn van een lichaam in beweging.  Het artikel tracht inzicht op te bouwen in deze wet die aan de basis ligt van heel wat ippons.
Een eerste paragraaf beschrijft de wet der traagheid en de interferentie van deze wet met enkele ‘axioma’s’ uit nage waza. Vervolgens zoek ik in de kata’s naar een spoor van de wet der traagheid.  Daarna volgen oefenvormen om het effect van de traagheid aan den lijve te ondervinden.  Ik besluit met toepassingen van het gebruik van de traagheid om de partner te kunnen werpen.

Link naar het artikel.

Het techniekcomplex als didactisch instrument: casus het Kapitein Haak complex
Raf Tits – juni 2009

Te vaak nog gebruiken lesgevers de indeling van de judotechnieken als basis voor hun jaarplan en lesplan.  Die indeling is echter een intellectuele theoretische benadering, geen praktische.  De indeling van judotechnieken ordent de technieken in soorten en groepen. Om de transfer tussen techniektraining, het leren, en het gevecht, de randori of shiai, zo groot mogelijk te maken, gebeurt het leren bij voorkeur in een context, situatief.  O.a. om die reden ontwikkelde ik tussen 1995 en 2000 het concept techniekcomplex.  Het techiek­complex is niet hét, maar één van de voorbeelden van een situatieve benadering van judo-inhouden.

Link naar het artikel.

Judo als de beesten : het trainen van snelheid en uithouding op de tatami
Raf Tits - juni 2009

In juni 2009 gaf ik over dit onderwerp een bijscholing aan de trainers van de Vlaamse Judofederatie.

Link naar de handouts.

Link naar oefeningenbank snelheid.

Link naar non-stop training.

 

Verhalen en metaforen in de mentale begeleiding van wedstrijdjudoka’s : jaarthema’s
Raf Tits - augustus 2008

Einde november 2004 lanceerde Oliver Stone zijn Alexander De Grote-film.  Wereldwijd ontstond hierdoor een hernieuwde interesse in de figuur van deze veroveraar.  Wat maakte hem zo succesvol als leider?  Hoe inspireerde hij zijn mensen tot grote daden?  Professor Kets De Vries meent dat Alexanders leiderschap gebaseerd was op o.a. een meeslepende visie en op het gebruik van verhalen, mythen en metaforen om de groepsidentificatie te versterken.  De Vries stelt dat effectieve leiders de collectieve verbeeldingskracht van hun volgelingen aanspreken. (de Vries, 2003) 

Het boek van de Vries richt zich tot managers.  Maar kunnen verhalen en metaforen ook dienstbaar zijn in de sport?  Het Nederlandse Olympisch comité oordeelde in 2002 in ieder geval van wel.  Het NOC*NSF organiseerde voor de Olympische geselecteerden en hun coaches vijf bijeenkomsten in het kader van de mentale voorbereiding op Athene.  Centraal stonden de mentale weerbaarheid, het leveren van prestaties op het moment dat het er echt toe doet en het vermogen om tegenslagen te overwinnen.  De samenkomsten kregen de titel ‘De reis van de held’.  De organisatoren kozen dit thema als leidraad ‘omdat dit thema in de mythologie van de Oude Grieken prominent aanwezig is.  De zwerftochten van de Griekse helden Jason en Odysseus spreken ook in deze tijd nog steeds tot onze verbeelding.  De ontberingen en de spanningen die deze Griekse helden moesten ondergaan, illustreren perfect wat een sterveling allemaal moet verduren om uit te groeien tot een held’. (Stam, 2005)

Op een bescheidener niveau heb ik de voorbije jaren verhalen en metaforen gebruikt bij de mentale begeleiding van de wedstrijdjudoka’s en jonge topjudoka’s van Judoteam Duffel vzw.  In dit artikel beperk ik mij tot voorbeelden van het werken met een ‘jaarthema’.  Zo’n thema diende in de voorbije werking van Judoteam Duffel als ondersteuning van de  voorbereiding van en deelname aan de nationale kampioenschappen. 

Link naar het artikel

 

Coachen op de wedstrijddag bij -11 en -13
Raf Tits et al. – juni 2006

Coachen betekent begeleiden van mensen, in sport van atleten, in judo van judoka’s.  Hoe een coach zal coachen, zal begeleiden op de wedstrijddag is niet waardevrij, maar zal afhangen van zijn visie, zijn kijk op de mens, op een atleet en op sport.  Is sport oorlog of is sport een spel waarin ieder het beste geeft van zichzelf?  Is een sporter een pion op het schaakbord van de coach of is een atleet een zelfstandig mens die eigen keuzes kan maken en eigen beslissingen zal nemen?  Deze tekst is duidelijk gebaseerd op de beide laatste uitgangspunten en gaat dus uit van een geëmancipeerde visie op atleten. 

In jeugdjudo zou de relatie tussen coach en judoka in de eerste plaats bepaald moeten worden door de pedagogische verantwoordelijkheid van de coach (d.w.z. het belang van het kind voor alles).  In volwassen judo wordt de relatie tussen de coach en de atleet mee bepaald door de aard van judo als individuele sport.  In een zuiver individuele sport moet er – in tegenstelling tot bij een echte ploegsport – geen ploegstrategie bepaald worden.  De coach heeft dus zelf geen spelfunctie en is enkel ondersteunend.  Een coach heeft in judo daarom steeds een dienende taak tegenover de atleet.

Het artikel is een deel van de cursus De judocoach in topvorm : coachen op de wedstrijddag die door een projectgroep onder mijn leiding in 2006 ontwikkeld werd voor de Vlaamse Judofederatie.  In het artikel geef ik enkel de cursusdelen die door mij geschreven werden.  Een volledige cursus kan je vragen aan de Vlaamse Judofederatie.

Link naar de cursusdelen.

 

Model voor hybridische anaërobe training (HAT) op de judomat
Raf Tits – december 2005

Dit artikel verscheen ook in het boek van de Dag van de trainer 2006.

De grootste voldoening die een trainer, in zijn rol van ontwerper van oefenvormen, kan smaken is het besef dat enerzijds de atleten een diep vertrouwen hebben in een aangeboden trainingsmodel en anderzijds dat dit trainingsmodel een grote bijdrage levert tot het succes van de atleet.  De anaërobe trainingsvormen (weerstand trainingsvormen) die ik in dit artikel presenteer, zijn gezegend met beide kwaliteiten. 

Anaërobe training, weerstandstraining,  veronderstelt vooraf een gedegen aërobe opbouw.  Hybridische anaërobe training (HAT) veronderstelt bovendien reeds intensieve voorafgaande judotraining.

Na een verantwoording van de trainingsvorm vanuit de trainingsleer in hoofdstuk 2, beschrijf ik in hoofdstuk 3 het algemeen model van HAT aan de hand van de 3 P’s: purpose, protocol, periodisation.  Het volgende deel gaat over een speciale variant van HAT, met name de superrandori.  Hoofdstuk 5 vraagt aandacht voor bedenkingen en ervaringen bij het gebruik van de trainingsvorm.  Het laatste hoofdstuk biedt de lezer enkele uitgewerkte voorbeelden die de toets van de praktijk reeds met succes doorstonden.

Link naar het artikel.

 

De judobondscoach is geen meesterbrein : individuele sport versus ploegsport en de macht van de bondscoach
Raf Tits  – juni 2005

“Topsport is geen democratie” was een van de vele dooddoeners van ex-bondscoach Jean-Marie De Decker.  De Decker had gelijk voor zover de training voor een topprestatie inderdaad bepaald wordt door een aantal fysieke wetmatigheden waar men niet rond kan, wars van de voorkeuren van de atleten.  De Decker heeft echter ongelijk wanneer hij deze leuze misbruikt als claim voor de al­macht van een bondscoach in een individuele sport. 

Volgens het nieuwe beleidsplan 2005-2008 van de Vlaamse Judofederatie wil men wat betreft topsport voor de volgende Olympiade werken volgens het CEPT-principe: centralisatie, elite, professionalisme en teamspirit.  Met teamspirit wordt bedoeld dat de bondscoaches zich zullen laten bijstaan door medici, diëtist, sportpsycholoog … Nergens valt er iets te bespeuren over sa­menwerking met personal coaches.  (Behal­ve, indien je wil, één item: het top-down voornemen ‘train de trainer’.)

In een evaluatiegesprek met Leen Dom na haar stage in Japan van november/december 2004 met het Vlaamse bondsteam kwam het volgende verhaal naar voor:  alle zeven meisjes van het bondsteam zaten samen op een kamer en het gesprek kwam op het onderwerp ‘persoonlijke trainer’. Zes van de zeven kampioenen meenden dat zij hun prestaties niet zouden behaald hebben of kunnen behalen zonder hun persoonlijke trainer.  Waarom wordt deze belangrijke partner in het succes van de individuele topjudoka over het hoofd gezien?  Is dit te­recht? 

In dit artikel wil ik nadenken of er vanuit de sport redenen zijn voor de erg ongelijke verhouding tussen bondscoach en personal coach in topjudo.  Verder behandel ik de vragen: wat zijn terechte selectie­criteria bij individuele sporten?  Wat mag men verwachten van de omgang tussen teamgenoten?  Denk je met mij mee?

Link naar het artikel 

Coachen, een uitdaging!
Raf Tits  - januari 2005

In januari 2005 hield ik op vraag van het provinciaal comité van West-Vlaanderen een lezing over coachen. 

Link naar de handouts.

 

Tatamipatronen als inspiratie voor trainingsvormen en trainingsorganisatie
Raf Tits – 2004

(Dit artikel kan je terug verwachten eind januari 2012.)

Competitietraining : periodisering van de judotraining in de laatste fase van een piekperiode
Raf Tits – 2003

In de lezing De bouwstenen van het judojaarplan : de economie van het periodiseren (november 2002) trachtte ik richtlijnen te geven voor de opbouw van een jaarplan en voor de keuzes die de coach daarbij moet maken.  In het artikel De puzzel van de techniekontwikkeling : model voor het leerplan van wedstrijdjudoka’s (januari 2003) verwoordde ik mijn visie op welke technieken wedstrijdjudoka’s wanneer moeten aanleren en waarom.

In dit tweede artikel in de reeks Missing links in judo coaching wil ik onderzoeken hoe een wedstrijdjudoka in de laatste fase van een judojaarplan d.m.v. ‘competitietraining’ naar een topvorm kan toegroeien.  In de laatste fase van een jaarplan/piekperiode moet een wedstrijdjudoka geen nieuwe technieken meer leren.  Wel moet hij zorgen dat zijn tokui waza op scherp staat.  Het wapenarsenaal moet niet uitgebreid worden, maar de wapens moeten gepoetst, getest en gewet worden.  Vooral door gebruik te maken van geperiodiseerde hybridische trainingsvormen wil ik hiervoor een methode aanreiken. 

Eerst plaats ik een vraagteken bij de gebruikelijke invulling van een competitietraining.  Daarna bespreek ik waarop het samenstellen van competitietrainingen gebaseerd kan worden, wat het doel is van competitietraining en hoe dat doel te bereiken is.  Vervolgens presenteer ik een structuurschema voor geperiodiseerde competitietrainingen.  Wanneer het structuurschema ingevuld wordt, levert dit tenslotte de hoofdbrok op van dit artikel: een bank van trainingsvormen.

Dit artikel staat ook op het Engelstalige deel van judoLabo.

Link naar het artikel.

 

De puzzel van de techniekontwikkeling : model voor het techniekleerplan van wedstrijdjudoka's
Raf Tits – 2003

De meeste coaches delen de ervaring dat verschillende judoka’s andere uitvoeringen presenteren of spontaan andere delen van het techniekaanbod gebruiken, hoewel zij dezelfde oefenstof krijgen.  Elke judoka is anders!  De motivatie voor het schrijven van dit essay ligt enerzijds in de vraag hoe een coach zo efficiënt mogelijk verschillende wedstrijdjudoka’s kan helpen bij hun eigen techniekont­wikkeling en anderzijds in de wil naar zeiryoku zenyu: techniektraining zo maximaal mogelijk laten renderen.  Het uitgangspunt is de persoonlijke ervaring dat techniektraining meer opbrengt als ze uitgaat van de individuele judoka.

Er zullen weinig takken van sport zijn met zoveel technische mogelijkheden als het judo. De oefenstof is vrijwel onbeperkt en vraagt derhalve een uitgekiende structurering.  De vraag is, hoe breng je in deze chaos structuur aan?  Het zijn de vragen waarom, wat en wanneer.  (Het ‘hoe’ valt buiten het bestek van dit artikel.)  Voor het beantwoorden van deze vragen vertrekken de meeste bestaande leerplannen vanuit de didactische principes die uitgaan van de techniek op zich (o.a. de veronderstelde moeilijkheidsgraad), vanuit veiligheidsaspecten en vanuit de fysieke en psychische ontwikkeling van jongeren.  Ze houden geen rekening met de aanleg, de keuzes en de noden van de individuele judoka als dusdanig.

Dit essay wil een model aanreiken dat die bestaande werkplannen incorporeert én aanvult zodat een werkplan ontstaat dat meer recht doet aan de eigenheid van elke individuele wedstrijdjudoka.  Coachen is immers begeleiden, niet enkel leiden.  Coachen is in essentie de judoka’s zichzelf laten ontdekken en hen stimuleren om hun eigen techniekcomplex te ontwikkelen.

Het verwerven van zo’n eigen techniekcomplex, een consistent en coherent net van technieken dat alle situaties aankan, is een werk van lange adem met veel zoeken.  Het is als het leggen van een ingewikkelde puzzel met heel veel stukjes.

Na de inleiding reflecteer ik kort over de evolutie in de verhouding tussen coach en atleet wat betreft techniek en over de visie op techniek bij coaches in relatie tot de aanleg van de atleet.  Daarna stel ik het model voor en ga ik in op de samenstellende delen.  Tenslotte formuleer ik een aantal bedenkingen.  In de loop van het essay introduceer ik enkele nieuwe begrippen om de judowerkelijkheid te vatten en bespreekbaar te maken.   De theorievorming in dit essay heeft steeds tot doel om de judopraktijk efficiënter te maken.  Ze vormt een aanvulling op het hoofdstuk ‘Coachen in technische en tactische vaardigheden’ in mijn boek Creatief Coachen (2000).

Link naar het artikel.

 

De bouwstenen van het judojaarplan : de economie van het periodiseren
Raf Tits – november 2002

In november 2002 gaf ik op vraag van docent Engbert Flapper in het CIOS van Heerenveen Nederland een lezing over het opstellen van een jaarplan voor een topjudoka. 

Link naar de handouts.

 

Periodiseren van randorivormen
Raf Tits - 2002

Veel judoka’s doen uren randori…. en leren weinig bij.  Het vechten met opdrachten en het periodiseren kan de opbrengst (meer judoplezier en beter wedstrijdresultaat) van randoritraining naar mijn mening gevoelig verhogen.

Dit artikel  overdenkt eerst de aard van randori.  Daarna volgt een deel over randori en periodiseren.  Tenslotte stel ik per fase van de voorbereidingsperiode op een wedstrijd een aantal randorivormen voor.  Elke randori wordt beschreven en het doel wordt besproken.  Waar nodig voor de duidelijkheid geef ik voorbeelden.

Dit artikel staat ook op het Engelstalige deel van judoLabo.

Link naar het artikel.

 

Niet-valtraining
Raf Tits
- 2002

Wie tijdens een wedstrijd op de rug neerkomt en daarbij ook nog afklopt, krijgt zeker ippon tegen.  Daarom moeten de klassieke ukemi’s, nodig om veilig te kunnen trainen, bij de opleiding van wedstrijdjudoka’s aangevuld worden met andere manieren van ‘vallen’. Naar het voorbeeld van een kat die altijd op haar poten terechtkomt, noem ik deze oefeningen ‘kat’-ukemi’s.  Bij kat-ukemi’s ‘valt’ uke niet op de rug, maar tracht dit juist te vermijden. 

Link naar het artikel.

 

Mentale verbeelding als trainingsvorm
Raf Tits – mei 2002

Welke gevorderde judoka heeft bij de voorbereiding van een graadexamen niet eens een kata uitgevoerd 'in het hoofd', in de verbeelding, terwijl hij/zij rustig thuis zat?  In de sportpsycho­logie heet deze techniek mentale verbeelding (MV).  MV, systematisch toegepast, kan nuttig zijn bij de technisch-tactische voorbereiding en bij de mentale voorbereiding op wedstrijden.  In dit artikel wil ik een voorbeeld geven van de wijze waarop MV gebruikt kan worden als technisch-tactische judotrainingsvorm.  Een volgend artikel zal dan het gebruik illustreren van MV bij de mentale voorbereiding op wedstrijden.

Eerst volgt een omschrijving van doel en operationalisering van MV als technisch-tactische judotrainings­vorm.  Daarna geef ik enkele voorbeelden.  Tenslotte wordt de plaats van MV in de trainings­sessie besproken.

Dit artikel staat ook op het Engelstalige deel van judoLabo.

Link naar het artikel.

 

Coachgebaren
Raf Tits – 2002

Tijdens een geladen kamp in een sporthal vol joelende supporters moet een scheidsrechter zijn beslissingen ken­baar kunnen maken aan de tijdopnemer en de hoekrech­ters (bijvoorbeeld de toegekende punten) én aan het publiek en de kampers (bijvoorbeeld de reden van bestraf­fing).  Omdat de menselijke stem onvoldoende krachtig is, wordt de verbale informatie aangevuld door gebaren: de scheidsrechtersgebaren. 

Ook tussen coach en judoka kan de verbale communicatie in sommige omstandigheden danig bemoeilijkt worden.  Op zo’n moment kan het gebruik van coachgebaren de ruis in de communicatie opvangen en zorgen voor de nodige redundantie (woord+gebaar).

Link naar het artikel.

 

Kumi kata als spelsituatie
Raf Tits - 2002

Na het junioren A-toernooi van Kalingrad (april 2002) merkte bondscoach Johan Laats (Vlaamse Judofederatie) op dat wie op de wedstrijdmat enkel bezig is met de worp op zich er niet meer aan te pas komt.  De voorbereiding van de worp en met name de kumi kata en de vaardigheid om elk klein kansje te gebruiken, bepalen meer en meer het resultaat in wedstrijdjudo.

Hoewel judocoaches en topjudoka’s kumi kata (KK) aanwij­zen als een cruciaal onderdeel van wedstrijdjudo, wordt het ontwikkelen van een eigen KK bij jeugdige wedstrijdjudo­ka’s dikwijls overgelaten aan het toeval.  Coaches geven tijdens trainingen wel vaak tips of demonstreren een KK, maar verzuimen om oefenvormen en drillen te ontwikkelen.  Nochtans behoort KK tot de judotechniek en moet hij dus geautomatiseerd worden wil er een succesvolle transfer plaatsvinden naar randori of wedstrijd.  Het ontwikkelen van kumi kata-vaardigheden en van een noodzakelijke eigen KK kan dan ook bespoedigd worden door KK planmatig te trainen en door cadetten, beloften en junioren voldoende alternatieven aan te bieden. 

KK-training hoeft geen verplicht nummertje te zijn.  KK wordt vaak geassocieerd met krachtjudo en afbraakjudo.  Het oefenen en het gebruiken van KK-vaardigheden moet mijns inziens eerder gezien worden als een aangename aanwinst die de echte geest van het judo - meegeven om te overwinnen - kan weerspiegelen.

Dit artikel heeft niet tot doel om exhaustief alle soorten KK te bespreken.  Wel wil ik een poging doen om te tonen hoe KK kan getraind worden.  Na het poneren van een model voor de kumi kata-spelsituatie en na een geïllustreerde (met bewegende beelden) beschrijving van de verschillende componenten, werk ik als voorbeeld één kumi kata-spelsi­ua­tie uit.

Link naar het artikel.

 

Creatief Coachen : aspecten van het begeleiden van jeugdjudoka’s
Raf Tits – 2000 (Boek van 56 pagina’s, op deze site echter zonder afbeeldingen)

Een club krijgt jaarlijks slechts een beperkte instroom van nieuwe leden.  Het aantal talenten onder deze debutanten is uiteraard nog kleiner.  Wil een club wedstrijdjudoka’s van hoog niveau opleiden dan biedt het model van de natuurlijke selectie (veel judoka’s veel judo laten doen en automatisch komt er wel een kampioen uit) dus onvoldoende garanties.  Het model van het schaarstebeheer lijkt de enige uitweg.  Aan schaarstebe­heer doen betekent het weinige, aanwezige talent maximaal koesteren.  Vaak ontbreekt het de clubcoaches echter aan de nodige know how en ondersteuning.

Boeken, video's en cd's over kata, examentechnieken en tokui waza van grote kampioenen staan tegenwoordig ruim ter beschikking van elke judocoach.  Ook over judomethodiek en -didactiek wordt regelmatig gepubliceerd.  De sportliteratuur biedt de jeugdcoach echter weinig houvast wat betreft de specifieke wedstrijdvoorbereiding.  Dit boek wil op een bescheiden manier deze lacune opvullen. 

In de volgende hoofdstukken wil ik een aantal aspecten van het coachen van jeugdjudoka's aan de orde stellen zoals ik die ervaar bij de jarenlange begeleiding van jonge atleten.  Het perspectief is steeds dat van de clubcoach van jeugdjudoka's (-15, -17, -20).

Inhoudstafel

Hoofdstuk 1 Inleiding

Hoofdstuk 2 Het plannen van het trainingsproces

Hoofdstuk 3 Coachen in technische en tactische vaardigheden

Hoofdstuk 4 Het coachen in fysieke vaardigheden

Hoofdstuk 5 Rekrutering en selectie

Hoofdstuk 6 Coachen tijdens wedstrijden

Hoofdstuk 7 Slotbedenkingen

Literatuurlijst