Selectie van de rubrieken uit het Eleftheria Paralias Magazine



Boekenplank

 Misschien kijk je ook al uit om met de komende feestdagen een mooi boek cadeau te doen aan je geliefde. Om je hierbij te helpen hebben we een keuze gemaakt uit wat Grieken zoal lezen

  

En onomati

Derde roman van Samarákis die sinds verschijnen vorig jaar al tien herdrukken beleefde. Samarákis, inmiddels 80 jaar, publiceert niet veel, maat maakt wel altijd indruk met wat hij schrijft. Hij werd bekend met de verhalenbundel Znteitai elpij die nog steeds veel gelezen wordt. De neiuwe eigentijdse roman gaat over Dimitris, een middelbare schoolleerling van zestien jaar, die bij wijze van grap, een manifest opstelt tegen de machthebbers van En onomati die ons niet laten denken en handelen als vrije mensen en dit verspreidt op straat. Hoewel hij hier geen verdere bedoelingen mee heeft, krijgt zijn actie onvoorziene gevolgen… (in het Grieks)

 

Lathi sti chrisi tis glossas mas

In twee delen wordt uitvoerig ingegaan op fouten die gemaakt worden als men de Griekse taal schrijft en spreekt. De boeken steken niet-Griekstaligen een hart onder de riem, omdat het prettig is te lezen dat ook Grieken fouten (kunnen) maken, net als de buitenlanders die zich zo'n moeite getroosten foutloos Grieks te leren. (in het Grieks)

 

Gelia

Verhalenbundel van de schrijver die in 1997 succesvol debuteerde met de roman Ta aniscura yeudh tou Oresth Calkiopoulou. Tien verhalen waar, zoals de titel al zegt, de lach als rode draad doorheen loopt - ook al betreft het soms tragische situaties. De schrijver wil laten zien hoe lachwekkend en bedriegelijk de werkelijkheid vaak is. Overdreven verhalen en bitter gelach, zoals hij zelf zegt. Goed leesbaar, in het Grieks, en gekenmerkt door een wat melancholieke sfeer.

 

Een toerist kwam naar ons dorp

Dit boek gaat over een toerist die geen toerist wil zijn. Leonidas, de hoofdpersoon, ging jaren zestig voor het eerst naar Griekenland en raakte daar in de ban van het land, de mensen en de liederen. Zijn liefde voor Griekse muziek is groot, maar opdringerig (hij heeft een eigen cassetterecorder op zijn terrastafeltje). De beschrijvingen van die tijd, zoals de royale gastvrijheid, die onder andere voor de Griekenland-verslaving (!) van velen zorgde, zijn herkenbaar. Maar door de opkomst van het massa-toerisme en de niet plezierig afgelopen relatie met een Griekse vriend, gaat de hoofdpersonage zich aan steeds meer dingen ergeren en verwordt de aanvankelijke liefde tot haat voor land en bewoners. In het Nederlands.

_ ` _ ` _ ` _ ` _ ` _ ` _ ` _ ` _

 

Griekenland en de Grieken

(deel 2)

 De periode van de Perzische oorlogen.

De opkomst van het Medo-Perzische Rijk onder Cyrus (die in 539 voor Christus Babylon veroverde) vormde een bedreiging voor Griekenland. Cyrus had Klein-Azië, met inbegrip van daar gevestigde Griekse kolonies, reeds veroverd. In het 3de jaar van Cyrus (kennelijk als heerser van Babylon) werd Daniël er door hemelse boodschapper over ingelicht dat de vierde koning van Perzië „alles in beweging [zou] brengen tegen het koninkrijk Griekenland". De derde Perzische koning (Darius Hystaspis) sloeg in 499 voor Christus een opstand van Griekse kolonies neer en maakte zich gereed om Griekenland binnen te vallen. De oprukkende Perzische vloot verging in 492 voor Christus door een storm. Vervolgens viel in 490 een groot Perzisch leger Griekenland binnen, maar het werd op de Vlakte van Marathon, ten NO van Athene, door een klein leger van Atheners verslagen. Darius’ zoon Xerxes was vastbesloten deze nederlaag te wreken. Als de voorzegde ’vierde koning’ bracht hij het gehele rijk in beweging om een kolossaal leger op de been te brengen, en in 480 voor Christus stak hij de Hellespont over.

Hoewel enkele belangrijke stadstaten van Griekenland nu bij wijze van uitzondering een eenheid vormden in hun strijd tegen de binnenvallende legers, trokken de Perzische troepen door N- en Midden-Griekenland, bereikten Athene en staken de op een heuvel gelegen stadsburcht, de Acropolis, in brand. Ter zee slaagden de Atheners met steun van andere Grieken er echter in door een krijgslist de Perzische vloot (met haar Fenicische en andere bondgenoten) bij Salamis uit te schakelen en te vernietigen. Na deze overwinning versloegen zij de Perzen nogmaals, nu te land, bij Plataeae en vervolgens ook nog bij Mycale, aan de West-kust van Klein-Azië, waarna de Perzische troepen Griekenland verlieten.

 

 De hegemonie van Athene.

Dank zij zijn grote vloot kreeg Athene nu een sterk overwicht in Griekenland. In de daaropvolgende periode, tot omstreeks 431 voor Christus, beleefde Athene zijn „Gouden Eeuw", waarin de beroemdste werken op het gebied van de kunst en de architectuur tot stand kwamen. Athene stond aan het hoofd van de Delisch-Attische Zeebond, een verbond van verscheidene Griekse steden en eilanden. Omdat de Peloponnesische Bond, onder leiding van Sparta, bitter afgunstig was op de belangrijke positie van Athene, brak de Peloponnesische Oorlog uit. Deze duurde van 431–404 voor Christus, en de Atheners werden ten slotte volledig door de Spartanen verslagen. Het strenge bewind van Sparta duurde tot omstreeks 371 voor Christus, waarna Thebe de overhand kreeg. Voor Griekenland brak er een periode van politiek verval aan, hoewel Athene het culturele en filosofische centrum van het Middellandse-Zeegebied bleef. Uiteindelijk werd Griekenland in 338 voor Christus door het steeds machtiger wordende Macedonië onder Philippus II veroverd en onder Macedonisch bestuur verenigd.

 

 Griekenland onder Alexander de Grote.

In de 6de eeuw voor Christus had Daniël een profetisch visioen ontvangen waarin de omverwerping van het Medo-Perzische Rijk door Griekenland werd voorzegd. Philippus’ zoon Alexander was door Aristoteles onderwezen en werd, nadat Philippus was vermoord, de voorvechter van de Griekssprekende volken. In 334 voor Christus trok Alexander ten strijde om de Perzische aanvallen op Griekse steden aan de West-kust van Klein-Azië te wreken. Zijn bliksemsnelle verovering van niet alleen heel Klein-Azië, maar ook Syrië, Palestina, Egypte en het gehele Medo-Perzische Rijk, tot aan India, vormde de vervulling van het profetische beeld. Door in 332 voor Christus de heerschappij over Juda over te nemen, werd Griekenland — na Egypte, Assyrië, Babylon en Medo-Perzië — de vijfde in de reeks opeenvolgende wereldmachten die met de natie Israël te maken hadden. Tegen 328 voor Christus was Alexanders veroveringsveldtocht geëindigd, en nu ging het overige gedeelte van Daniëls visioen in vervulling. Alexander stierf in 323 voor Christus in Babylon en zijn rijk werd vervolgens, zoals was voorzegd, in vier delen verdeeld, waarvan niet één het oorspronkelijke rijk in kracht evenaarde.

Vóór zijn dood had Alexander echter in heel zijn uitgestrekte rijk de Griekse cultuur en de Griekse taal ingevoerd. In veel veroverde landen werden Griekse kolonies gesticht. In Egypte werd de stad Alexandrië gebouwd, die uiteindelijk de rivaal van Athene werd als centrum van geleerdheid. Zo begon de hellenisering (of graecisering) van een groot deel van het Middellandse-Zeegebied en het Midden-Oosten. Het algemene Grieks, of de Koinè, werd de lingua franca, die door mensen van vele nationaliteiten werd gesproken. Het was de taal waarvan joodse geleerden in Alexandrië zich bedienden om hun vertaling van de Hebreeuwse Geschriften, de Septuaginta, te vervaardigen. Later werden de christelijke Griekse Geschriften in de Koinè opgetekend, en de internationale populariteit van deze taal droeg tot de snelle verbreiding van het christelijke goede nieuws in het hele Middellandse-Zeegebied bij.

 

 Het effect van de hellenisering op de joden.

Toen het Griekse rijk onder Alexanders generaals werd verdeeld, werd Juda een grensstaat tussen het door de Ptolemaeën geregeerde Egypte en het door de Seleuciden beheerste Syrië. Eerst stond het land onder Egyptische heerschappij, maar in 198 voor Christus werd het door de Seleuciden veroverd. In een poging Juda en Syrië in de hellenistische cultuur te verenigen, werden de Griekse religie, taal, literatuur en kleding in Juda gepropageerd.

In het hele joodse gebied werden Griekse kolonies gesticht, waaronder de kolonie in Samaria (later Sebaste genoemd), in Akko (Ptolemaïs) en in Beth-Sean (Scythopolis), alsook enkele kolonies in voordien niet gekoloniseerde gebieden aan de Oostelijke-zijde van de Jordaan. (Zie DEKAPOLIS.) In Jeruzalem werd een gymnasium of sportschool opgericht, die joodse jongeren aantrok. Aangezien de Griekse spelen nauw verband hielden met de Griekse religie, bewerkte de invloed die van het gymnasium uitging dat de joden ermee ophielden aan bijbelse beginselen vast te houden. Zelfs de priesterschap liet zich destijds zeer door het hellenisme beïnvloeden. Op deze wijze begonnen geloofsovertuigingen die de joden eerst vreemd waren, geleidelijk wortel te schieten; hiertoe behoorden de heidense leer van de onsterfelijkheid van de menselijke ziel en het denkbeeld van een plaats in de onderwereld waar men na de dood gepijnigd wordt.

De ontwijding van de tempel in Jeruzalem (168 voor Christus) door Antiochus Epiphanes, die daar de aanbidding van Zeus invoerde, kenmerkte het toppunt van de hellenisering van de joden en leidde tot de oorlogen van de Makkabeeën.

Ook in Alexandrië (Egypte), waar de joodse wijk een aanzienlijk deel van de stad innam, liet de hellenistische invloed zich gelden. Als gevolg van de populariteit van de Griekse filosofie zwichtten enkele Alexandrijnse joden voor deze invloed. Sommige joodse schrijvers meenden dat zij moesten proberen joodse geloofsovertuigingen aan de toenmalige „nieuwe trend" aan te passen. Zij trachtten aan te tonen dat soortgelijke ideeën als die welke destijds in de Griekse filosofie tot uitdrukking kwamen, reeds eerder in de Hebreeuwse Geschriften opgesloten lagen of er zelfs aan ontleend waren.

 

 

 Romeinse overheersing van de Griekse staten.

Macedonië en Griekenland (een van de vier gedeelten waarin Alexanders rijk was verdeeld) werden in 197 voor Christus door de Romeinen veroverd. Het jaar daarop kondigde de Romeinse veldheer „vrijheid" voor alle Griekse steden af. Dit betekende dat er geen belasting zou worden geheven, maar Rome verwachtte wel volledige tegemoetkoming aan al zijn wensen. Geleidelijk ontwikkelden zich anti-Romeinse gevoelens. Macedonië voerde oorlog tegen de Romeinen, maar leed in 167 voor Christus opnieuw de nederlaag en werd ongeveer twintig jaar later een Romeinse provincie. Onder leiding van Korinthe kwam in 146 voor Christus de Achaeïsche Bond in opstand, waarop de Romeinse legers Zuid-Griekenland binnentrokken en Korinthe verwoestten. De provincie „Achaje" werd gevormd, die uiteindelijk tegen het jaar 27 voor Christus geheel Zuid- en Midden-Griekenland omvatte.

De Romeinse overheersing betekende voor Griekenland een periode van politiek en economisch verval. Slechts de Griekse cultuur hield stand en werd door de Romeinse veroveraars op grote schaal overgenomen. Griekse beelden en Griekse literatuur werden vol enthousiasme geïmporteerd. Zelfs hele tempels werden ontmanteld en naar Italië verscheept. Veel Romeinse jonge mannen ontvingen hun scholing in Athene of in andere Griekse centra van geleerdheid. Griekenland ging echter niet met de tijd mee, maar bleef op oude roem voortteren.

 

 „Hellenen" in de eerste eeuw na Christus.

Tijdens de bediening van Jezus Christus en zijn apostelen stonden personen die in Griekenland geboren waren of van Griekse afstamming waren, nog steeds bekend als Hel·le'nes (enkelvoud: Hel'len). De Grieken noemden niet-Grieken „barbaren", wat gewoon buitenlanders of mensen die een vreemde taal spreken, betekent. Zo maakt ook de apostel Paulus verschil tussen „Grieken" en „barbaren".

In enkele gevallen gebruikt Paulus de uitdrukking Hel·le'nes echter ook in een ruimere zin. Vooral wanneer hij de tegenstelling met de joden wil laten uitkomen, spreekt hij over de Hel·le'nes of Grieken als vertegenwoordigers van alle niet-joodse volken. Zo stelt „de Grieken" klaarblijkelijk op één lijn met „de natiën". Dit kwam ongetwijfeld doordat de Griekse taal en cultuur in het gehele Romeinse Rijk een belangrijke en bijzondere plaats innamen. De Grieken stonden zogezegd ’boven aan de lijst’ van niet-joodse volken. Maar dit betekent niet dat Paulus of de andere schrijvers van de christelijke Griekse Geschriften de uitdrukking Hel·le'nes in een zeer vage betekenis gebruikten, zodat zij met de term Hel'len niets meer dan een „heiden" bedoelden, zoals sommige bijbelcommentators te kennen geven. Dat Hel·le'nes werd gebruikt om een specifiek volk aan te duiden, waar Paulus de „Griek" onderscheidt van de „buitenlander [bar'ba·ros]" en de „Scyth".

In overeenstemming met het voorgaande merkt Hans Windisch, kenner van het oude Grieks, op: „De betekenis ’heiden’ [voor het woord Hel'len] is . . . noch op het hellenistische jodendom noch op het NT terug te voeren" (Theological Dictionary of the New Testament, onder redactie van G. Kittel; vertaald en geredigeerd door G. Bromiley). Hij voert echter enkele bewijzen aan dat Griekse schrijvers de uitdrukking Hel'len soms toepasten op personen van een andere natie, die de Griekse taal en cultuur hadden overgenomen — op personen die waren „gehelleniseerd". Wanneer in de bijbel dus het woord Hel·le'nes of Grieken wordt gebruikt, moet in veel gevallen op zijn minst rekening worden gehouden met de mogelijkheid dat het niet om personen gaat die van geboorte Grieken ofte wel van Griekse afkomst waren.

Dat de vrouw van Syro-Fenicische nationaliteit wier dochter door Jezus werd genezen een „Griekse" werd genoemd, betekent waarschijnlijk dat zij van Griekse afkomst was. De „Grieken" onder degenen „die opgingen om op het [pascha]feest te aanbidden" en die om een gesprek met Jezus vroegen, waren klaarblijkelijk Griekse proselieten, dat wil zeggen, bekeerlingen tot de joodse religie. Dit kan betekenen dat zij van Griekse afkomst waren. Maar gezien de neiging die sommige Griekse schrijvers zouden hebben gehad om de term Hel·le'nes te gebruiken voor niet-Grieken die Grieks spraken en de Griekse cultuur hadden overgenomen, en gezien het feit dat Paulus, zoals eerder is besproken, de uitdrukking in vertegenwoordigende zin gebruikte, is het ook mogelijk dat al die personen Grieken in deze laatstgenoemde betekenis waren. Niettemin is het feit dat de Griekse vrouw zich in Syro-Fenicië bevond, of dat Timotheüs’ vader in Lystra (Klein-Azië) woonde, of dat Titus in Syrisch Antiochië gewoond schijnt te hebben, geen bewijs dat zij geen etnische Grieken of van Griekse afkomst waren, want in al deze gebieden waren Griekse kolonisten en immigranten te vinden.

Toen Jezus tot een groep mensen zei dat hij ’naar degene ging die hem had gezonden’ en dat ’waar hij heen ging, zij niet konden komen’, zeiden de joden onder elkaar: „Waarheen is deze man van plan te gaan, zodat wij hem niet zullen vinden? Hij is toch niet van plan naar de joden te gaan die onder de Grieken verstrooid zijn en de Grieken te onderwijzen?" Met ’de joden die onder de Grieken verstrooid zijn’, bedoelden zij klaarblijkelijk precies wat zij zeiden — niet de joden die zich in Babylon hadden gevestigd, maar degenen die verspreid waren over de verre Griekse steden en landstreken in het Westen. Uit de verslagen van Paulus’ zendingsreizen blijkt hoe opmerkelijk groot het aantal joodse immigranten was dat in die Griekse gebieden woonde.

De apostel Paulus bezocht Macedonië en Griekenland zowel op zijn tweede als op zijn derde zendingsreis. Hij verrichtte zijn bediening in de belangrijke Macedonische steden Filippi, Thessalonika en Berea en in de voornaamste Achaeïsche steden Athene en Korinthe. Op zijn tweede zendingsreis besteedde hij anderhalf jaar aan de bediening in Korinthe, en in die tijd schreef hij de twee brieven aan de Thessalonicenzen en mogelijk ook de brief aan de Galaten. Op zijn derde zendingsreis schreef hij vanuit Korinthe zijn brief aan de Romeinen. Na zijn eerste gevangenschap in Rome bezocht Paulus klaarblijkelijk tussen 61 en 64 na Christus Macedonië opnieuw. Waarschijnlijk schreef hij van daar uit zijn eerste brief aan Timotheüs en mogelijk ook zijn brief aan Titus.

In de eerste eeuwen van de gewone tijdrekening was de invloed van de Griekse cultuur in het Romeinse Rijk nog steeds merkbaar en behoedde Griekenland zijn culturele erfgoed; een van de belangrijkste universiteiten van het Romeinse Rijk stond in Athene. Constantijn trachtte het christendom met bepaalde heidense gebruiken en leerstellingen te versmelten, en hij ondernam de eerste stappen om deze fusiereligie tot de officiële staatsreligie te maken. Aldus werd Griekenland een deel van de christenheid.

Thans heeft Griekenland een landoppervlak van 131.957 km2 en een inwonersaantal van ruim 10.250.000 (schatting 1994).

Eric en Jonathan

_ ` _ ` _ ` _ ` _ ` _ ` _ ` _ ` _

 

Ikonen

deel V (slot)

Hedendaagse ikonenkunst

in Griekenland

Onder de orthodoxe landen volgt Griekenland het meest getrouw, zelfs ostentatief, de traditie, maar vervalt daardoor vaak in herhaling en beperkt soms de creativiteit van de kunstenaar die eigenlijk een ambachtelijk product voor toeristen aflevert. De post-Byzantijnse kunst, met name de Venetiaans-Kretenzische schilders, zijn voorbeeld voor de kunstenaars in deze florerende ambachtelijke school, die overigens een heel behoorlijk technisch niveau heeft, maar niet bezig is met creatieve vernieuwing van de traditie.

De oudste voorbeelden uit de grote Byzantijnse traditie van de dertiende tot de vijftiende eeuw lijken te zijn vergeten, en de latere, gemaniëreerde en barokke voorbeelden worden nagevolgd.

Op de berg Athos bestaat een school voor restauratie en schilderkunst (manuscripten, mozaïeken, fresco's, ikonen) die helaas maar een beperkt aantal studenten toelaat. Pas nu maakt Griekenland een proces door van herontdekking en restauratie van zijn vroegste Byzantijnse artistieke erfgoed; dit proces vond in Rusland plaats aan het begin van deze eeuw. Naast de talloze publicaties over de traditionele ikonen zijn er ook nieuwe musea geopend.

 

Terminologie in de ikonografie

Acheropita

Aanduiding voor het gelaat van Christus (in het Grieks: 'niet door mensenhand ge-schilderd'), ter herinnering aan het wonder van de genezing van Abgar, koning van Edessa. Dit geschiedde door Christus' ge-laatsafdruk die als een wonder op een linnen doek was achtergebleven.

Assist

Uiterst fijn verguld aderwerk dat de kleding van Christus, van de Maagd en van heiligen bedekt, of architectonische elementen van de ikoon. Geeft uitdrukking aan de dimensie van de goddelijke energie die de werkelijkheid omgeeft.

Basma

Metaalbekleding op een ikoon, vooral tot aan de zeventiende eeuw: het gaat om een rand van drijfwerk of niëllo die de ikoon moest omlijsten, maar de voorstelling vrij liet.

Bolus

Vloeibaar mengsel van rode aarde, kaarsvet en organische lijm die op de levkas wordt gestreken en waarop vervolgens het blad-goud wordt aangebracht tijdens het verguldingsproces.

Canon

Voorbeelden van figuratie van personages en onderwerpen in de ikoon waaraan de schilder zich houdt; vastgelegd in de eerste concilies en door de kerktraditie voortgezet. De iconografische canon omschrijft alle aspecten van de ikoon, van de voorbereiding en de materialen tot de compositie en symboliek van de kleuren.

Climax

Ascetisch werk van Johannes Climaco, abt van het Sint-Catharina klooster op de Sinaï (zesde - zevende eeuw) De Griekse term wordt vertaald met 'hemelse ladder' omdat het de treden van de kloosterdeugden aangeeft die de monnik naar de ge-lukzaligheid en de genade voeren

Deesis

Grieks woord dat smeekbede betekent: een bijzondere iconografische compositie (meestal verdeeld over meerdere panelen), die een tronende Christus in het centrum heeft, geflankeerd door rijen engelen en heiligen die worden geleid door respectie-velijk de Maagd en Johannes de Doper.

Encaustiek

Schildertechniek in gebruik in de antieke Griekse en Romeinse wereld, overgenomen door de christelijke ikonenkunst van de eerste eeuwen; letterlijk betekent het woord 'kleur opgelost in vloeibare was'; de kleuren werden opgelost in vloeibare was en heet op het te beschilderen vlak aangebracht.

Hagiografische ikoon

Voorstelling van een heilige (meestal geheel en frontaal afgebeeld) met taferelen of daden uit het leven (vita) rondom op de rand van het paneel. Dit soort komt vooral in de dertiende eeuw. tot ontwikkeling en vormt een parallel met de geschreven heiligenlevens.

Hodigitria

Typering van de Maagd met het kind op de arm, terwijl ze met haar andere hand hem ter verering aanwijst: op deze manier wordt de Maagd tot ‘gids’ (odigos in het Grieks) en wijst de gelovigen de weg naar Christus.

Iconoclasme

Strijd tegen heilige afbeeldingen die, soms met bloedig geweld, gedurende honderd jaar woedde in de Byzantijnse wereld (730 - 843); aan de kant van de beeldenstormers schaarden zich de keizer met zijn hof, de patriarch en de kerkelijke leiders, terwijl de beeldenvereerders zich bevonden onder de monniken, het volk en de lagere clerus. Op het Concilie van 843 werd de verering van ikonen aanvaard en het iconoclasme als ketterij veroordeeld.

Ikonenwand

Wand met ikonen die in de oosterse kerken het altaar van het schip scheidt. Wordt met name in Rusland heel belangrijk tussen de veertiende en vijftiende eeuw: uitgebreider dan de eerdere templon.

Inscriptie

Laatste schilderfase van de ikoon, die bestaat uit het schrijven van de namen van de afgebeelde In personages of de gebeurtenis; is daarmee ook de bevestiging van de getrouwheid aan het oerbeeld.

Koninklijke deuren

De middelste deuren van de ikonenwand, zo genoemd omdat ze alleen bestemd zijn voor de priester met het Evangelie en de Hostie, Christus zelf dus; de beide deuren opzij zijn de diaconale deuren en bestemd voor de misdienaars.

Levkas

De witte laag die de definitieve onderlaag is voor de schildering van de ikoon. Hij be-staat uit een hee1 nauwgezet mengsel van steurlijm, fijn alabasterpoeder dat warm op het paneel wordt aangebracht en vervolgens glad gewreven.

Mandylion

Het heilig linnen waarop Christus de afdruk van Zijn gelaat achterliet om de wens te vervullen van koning Abgar van Edessa. Op basis van dit doek is het ‘gelaat van Christus niet door mensenhand geschilderd’ veelvuldig weergegeven (Acheropita).

Maphorion

Mantel van de Maagd en heiligen. De mantel van de Maagd is meestal purperrood van kleur (volgens de traditie symbool van de koninklijke status van de mens door wie Christus Vleesgeworden is). De drie sterren op het hoofd en de schouders zijn oeroude Syrische symbolen van maagdelijkheid.

Menoloog

Maandikoon, een soort heilige kalender, die is opgedeeld in horizontale banen onderverdeeld in kleine voorstellingen van heiligenfeesten in volgorde van de liturgische kalender.

Mooie hoek

Huisaltaar dat traditioneel in orthodoxe huizen aanwezig was; naar het oosten gericht. Hier staan de ikonen (meestal de Moeder Gods, Christus en Sint Nicolaasl), opgesierd met votieflampjes, kaarsen, doe-ken, enzovoort.

Nimbus

Aureool van licht dat het hoofd van Christus omgeeft (waarin altijd een kruis is geschreven met de beginletters van de definitie van God, 'Hij die is'); ook heiligen hebben vaak een nimbus. Meestal is het aureool verguld, maar het kan ook rood zijn of in dezelfde kleur als de achtergrond, afhankelijk van de periode, traditie of be-doeling van de schilder. Soms is de nimbus in reliëf of gegraveerd. Later werd het gebruikelijk de nimbus te bedekken met een metaalbekleding verrijkt met email, filigraan, edelstenen, enzovoort.

Oklad

Rijke metaalbekleding van de ikoon die de voorstelling deels, in de achtergrond en in de nimbus, bedekt.

Olifa

Beschermende laklaag die op de schildering wordt aangebracht wanneer de ikoon voltooid is. Gemaakt volgens een oud recept dat al eeuwen bewaard wordt in de kloosters op Athos, op basis van gekookte lijnolie waaraan harsen en minerale zouten zijn toegevoegd.

Omophorion

Bisschoppelijk attribuut (equivalent van het Latijnse pallium), brede witte wollen doek versierd met kruizen die om de schouders en de hals wordt geslagen en waarvan de uiteinden tot aan de voeten reiken. De omophorion is symbool voor het verloren schaap dat wordt gedragen op de schouders van de Goede Herder; daarom is hij altijd van witte wol gemaakt.

Orante

Een van de oudste en meest majestueuze typeringen van de Moeder Gods: staand met opgeheven armen en een medaillon op haar borst waarop de voorstelling van Emmanuel. In een variant, afgebeeld tot halverwege de buste, wordt ze Moeder Gods van het Teken genoemd: verwijzing naar de voorspelling van Jesaja (7:14).

Pantokrator

Oudste en meest verbreide tvpering van Christus, als de ‘Zijnde’, de barmhartige Rechter: meestal in buste, met de rechterhand in een zegenend gebaar en in de linker het evangelie.

Perspectief, omgekeerd perspectief

De meest voorkomencle vorm van perspectief in de ikoon, waarbij het ver-dwijnpunt niet in de achtergrond ligt, maar in de beschouwer en waar de realiteit van uit meerdere standpunten wordt weergegeven om een allesomvattende visie te ver-krijgen.

Rizza

Metaalbekleding van de ikoon, die vooral in de achttiende eeuw veel voorkomt en die het gehele oppervlak bedekt, behalve ge-zichten, handen en voeten.

Templon

Marmeren koorhek bestaande uit pilasters en zuilen ter ondersteuning van de architraaf. De templon dient in de Byzantijnse kerk als afscheiding tussen het altaar en het schip. Op de templon, die zich in Rusland ontwikkelde tot ikonenwand, werden gewoonlijk enkele ikonen opgehangen: een Feestdagencyckus, de Deesis en ikonen van beschermheiligen, die varieerden van plaats tot plaats.

 

ž ž ž ž ž ž ž ž ž ž ž ž ž ž ž ž ž ž ž ž ž ž ž ž

 

Tunnel of love…

… tussen buren

Nee, we hebben het niet over het liedje van Kajagoogoo uit de vroege jaren tachtig, maar over de liefdestunnel voor beren uit de Balkan.

Bruine beren uit Bulgarije en Griekenland kunnen elkaar in de toekomst veilig door een tunnel tussen beide landen benaderen. De Europese Unie financiert deze liefdestunnel.

In de Bulgaarse bergen leven volgens deskundigen ongeveer achthonderd beren. In Griekenland zijn er zowat honderdtwintig te vinden. Twee keer per jaar gaan deze beren naar elkaar. Tussen de twee groepen wordt nu een weg aangelegd van Gotse Delchev in Bulgarije naar Drama in Griekenland. De tunnel zal deel uitmaken van die weg. Zo kunnen de twee groepen beren elkaar bezoeken, zonder dat ze het slachtoffer worden van een verkeersongeluk.

ž ž ž ž ž ž ž ž ž ž ž ž ž ž ž ž ž ž ž ž ž ž ž ž

 

Muziekselectie voor deze maand

Misschien wil je met de komende feestdagen aan je geliefde een CD cadeau doen. Om je hierbij te helpen hebben we reeds een keuze gemaakt. Ziehier wat er zoal op de Griekse markt verkrijgbaar is. Voor meer info kan je altijd terecht bij Tavico Europe in Gent (tel.: 09/233.32.32).

 

Nee is in slaap gevallen

in de armen van ja

De herkomst van de zanger Loudovikos ton Anojon, waarvan de naam Lodewijk van Anoya betekent - Anoya is een dorp op Kreta - klinkt duidelijk door in zijn vroegere werk, zoals de CD De liefde op Kreta is melancholish. Op zijn nieuwe CD is die Kretenzische invloed echter bijna niet meer te horen; de CD neigt meer naar het genre van het kunstlied. Muziek en tekst zijn prachtig poëtisch, zoals ook blijkt uit de merkwaardige titel, die hij zelf aldus uitlegt: herders op Kreta zeggen dat "nee" mannelijk is en "ja" vrouwelijk, dat wil zeggen dat ze verliefd zijn. De teksten gaan dan ook over de liefde. Naast die liederen gezongen door Loudovikos zelf, zingen Melina Kaná, Lizeta Kaliméri, Mariastélla Tzanoudáki, Yota Drakiá, Manolis Liákis en Nena Venetsánou elk ook één nummer, waarvan het nummer gezongen door Venetánou zonder meer het mooist is.

Sambach,

melodieën van de dageraad

Op deze CD staan prachtige oude melodieën - en taxíma - zoals ze door de musici in de vroege uurtjes gespeeld worden. Sublieme opnamen uit de periode 1955 - 1980, samengesteld door Yorgos Melíkis. U hoort onder andere klarinet, zournas, luit en doedelzak.

 

Beschermengel

Dit is de derde CD van een jonge, talentvolle zanger: Yannis Kótsiras. Zijn liederen hebben kenmerken van zowel het kunstlied als het populaire lied, maar getuigen van een heel eigen stijl. Deze eigentijdse composities in combinatie met zijn mooie, vaste stem (daar moet u beslist naar luisteren) zorgt voor een zeer aangenaam klinkende, bijzondere CD.

 

Heilige Maria's van de wereld

Net als op Savina Yannátou haar vorige CD Liederen uit het Middellandse zeegebied zingt Savina begeleid door het orkest Primavera en Salonico op deze nieuwe CD liederen die afkomstig zijn uit diverse landen, zoals Italië, Spanje, Griekenland, Libanon en Armenië. Het zijn bestaande, vaak oude liederen op het thema van het lijden en de opstanding van Christus. Veel van de hier opgenomen liederen zijn opgedragen aan Maria, het universele symbool voor vrouwen die een verlies leden. Meer nog dan op de andere CD's kunt u bewonderen wat deze zangeres met haar stem vermag!

 

Windwijzer

Dit is de vierde CD van Alkinoos Ioannídis, die zich na het verschijnen CD in 1993 al één van de populairste zangers van Griekenland kon noemen en dan met name bij de wat jongere generatie. Gaandeweg heeft hij steeds meer zijn eigen stijl ontwikkeld. Met een stem om op verliefd te worden, zingt hij over het algemeen op het eerste gehoor wat modern aandoende liederen - een bouzouki zult u op deze CD slechts in één nummer aantreffen - maar na een paar keren luisteren wordt duidelijk hoe mooi deze CD eigenlijk is!!!

  

De toverdoos

Deze CD van Tánia Tsanaklídou heeft als ondertitel Mia parastash gia fwnh & piano Een voorstelling voor stem & piano. Tsanaklídou zingt 23 liederen - onder andere vier van Mikis Theodorakis, drie van Manos Chatzidakis en één van Eleni Karaïndrou - en wordt slechts begeleid door piano, bespeeld door Takis Farazís. Twee nummers worden in het Engels gezongen. Tsanaklídou heeft een beheerste stijl van zingen waarin zij echter de emoties, als het nodig is, intens kan laten doorklinken. Een aanwinst binnen het genre van het kunstlied.

 

Geprezen Saloniki

In deze verzameling vindt u acht traditionele liederen met als onderwerp Thessaloniki. De melodieën zijn oorspronkelijk afkomstig uit Macedonië, de Pondus en Thracië, en worden op originele wijze vertolkt en gezongen door diverse zangers, in twee nummers bijgestaan door een klein mannenkoor. Twee nummers zijn instrumentaal. Door de authentieke wijze van uitvoering weten de musici de sfeer van een voorbije tijd op te roepen.

 

Als een ontwakende vulkaan

Wie ooit naar een concert van Protopsálti is geweest, zal beamen wat een ontzettend mooie, krachtige stem deze zangeres heeft. Eerder kwam er al een gelijknamige CD van haar uit en dat doet vermoeden dat ze op deze lice-CD dezelfde liederen zingt, maar dit gaat slechts voor vier liederen op. De andere liederen zijn gekozen uit haar eerder werk en het śuvre van andere zangers. Jammer genoeg, voor een aantal mensen, heeft deze CD niet een sobere gitaar-begeleiding zoals tijdens bepaalde van haar concerten, maar verder een CD die het kunnen van deze voortreffelijke zangeres treffend weergeeft.

 

Symphonietta & Etat de siège

De CD bestaat uit twee gedeelten: Theodorakis componeerde het instrumentale Symphonietta in de periode van de Griekse burgeroorlog en de eerste uitvoering vond in 1952 plaats. In een hernieuwde versie werd dit werk opgenomen in januari 1996 en nu, in 1999, op CD uitgebracht. Etat de siège componeerde Theodorakis eind jaren zestig en werd ook toen door Maria Farandouri gezongen. Dit werk bestaat uit drie gedeelten, drie liederen in dit geval, waarvan Farandouri het eerste lied (achttien minuten) zingt, de bariton Kostas Thomaidis het tweede en zij samen het derde lied zingen.

 

Ik kom terug

Vijftien nieuwe nummers van Vasilis Karrás, die al lange tijd zorgt voor grote verkopen van zijn populaire liederen. De succesvolle muziek- en tekstschrijver Fívos verleende aan deze CD zijn medewerking en deze combinatie leverde goud op.

 

Ik wil een zeïmbékiko zingen

Twaalf liederen gespeeld en gezongen in de rebétika-traditie. De muziek van de meeste liederen is afkomstig van de zanger zelf, die al eerder een CD met rebétika opnam. Zijn stijl van zingen doet ons denken aan Yannis Lembésis en dat is als compliment bedoeld.

 

The dance of heaven's ghosts

Deze CD kwam al een tijd geleden uit, maar het blijft één van de beste verzamel-CD's die wij de afgelopen jaren hoorden. Wilt u vrienden ervan overtuigen dat Griekse muziek echt de moeite waard is, geef ze dan deze CD cadeau. Maar ook degenen die al veel Griekse muziek hebben, kunnen deze CD uitstekend aan hun verzameling toevoegen. Op de Cd vindt u nummers van onder meer Eleni Vitáli, Yannis Pários, Charis Alexíou, Athiná Moráli, Dimitris Zervoudákis en Sotiría Leonárdou. De nummers van deze artiesten zijn met zorg uitgekozen.

_ ` _ ` _ ` _ ` _ ` _ ` _ ` _ ` _

 

 

Dionissios Solomos

 

De Griekse nationale dichter Dionissios Solomos (1798 - 1857) werd geboren te Zakynthos.

Toen hij tien jaar oud was, overleed zijn vader en werd hij naar Italië gestuurd om er te gaan studeren. Daar kreeg hij een zeer belangrijke opleiding omdat hij intelligent en leergierig was. Het was de periode waarin hij zijn eerste gedichten begon te schrijven, in het Latijns en in het Italiaans. Hij werd ook veel beïnvloeddoor Foskolos, een andere bekende dichter met grote naam uit Zakynthos.

 In 1818 keert Solomos terug naar Zakynthos dat op dit moment onder Engelse bezetting was, net zoals de "Zeven Eilanden", Eftanissa. De rest van Griekenland zat onder het juk van de Turken.

 Dionissos Solomos had altijd zeer liberale en democratische ideeën en hij heeft onmiddellijk gekozen tegen de Engelse bezetters.

 Wanneer de Revolutie van 1821 is verklaard, besluit hij er aan deel te nemen. Het is vanaf dit moment dat hij in het Grieks begint te schrijven en als dichter van de Revolutie wordt beschouwd. Zijn eerste Grieks gedicht was Xanthoula. In 1823 schrijft hij in een paar weken tijd, het Imnos is tin Eleftherian waarvan later de twee eerste verzen het Nationale Griekse Lied werden.

 Andere stukken uit zijn śuvre zijn onder andere: I katastrofi ton psaron, I ghineka tis Zakynthos, Elefteri poliorkimeni, Kritikos.

 In 1828 vestigde hij zich op Korfou (Kerkyra) waar hij zijn taak verder gezet heeft. Hij stierf in 1857 nadat hij zeer beroemd en bemind was door alle Grieken voor zijn śuvre. Later werden zijn overblijfselen overgebracht naar Zakynthos.

Christos Cannidis

 

_ ` _ ` _ ` _ ` _ ` _ ` _ ` _ ` _

 

 Sal×pi’zo, trompet in Griekse en hedendaagse tijd.

Laten wij de ontwikkeling van dit fascinerende instrument onder de loep neemt.

Het Nederlandse woord „trompet" is afgeleid van het Franse woord trompette, de verkleinvorm van trompe, dat betrekking heeft op een olifantsslurf. Kennelijk zagen de vroegste trompetten er zo uit. De Griekse treurspeldichter Aeschylus (525–456 voor Christus) noemde het geluid van de trompet „overweldigend". Het gebruik ervan was beperkt tot de oorlog, begrafenissen, feesten, atletiekwedstrijden en andere openbare evenementen. Griekse handwerklieden werden gebruikt om van zilver instrumenten van hoge kwaliteit te vervaardigen. De muziek die de trompetters ten gehore brachten zo gelijkklinkend, dat over hen werd geschreven dat zij „als één man één geluid lieten horen [in volmaakte harmonie]".

De trompetten van Griekenland waren dus zeker niet primitief, noch om te zien noch om te horen. Maar net als de trompetten van omringende naties konden ze slechts een beperkt aantal tonen laten horen. Er zouden eeuwen voorbijgaan voordat de mogelijkheden van de trompet werden uitgebreid.

  

De ontwikkeling van de

moderne trompet

 

Om het toonbereik van de trompet te vergroten, moest de vorm gewijzigd worden. Eerst werd de lengte vergroot. Een langer instrument, zo redeneerde men, zou een groter notenrepertoire hebben. Een middeleeuwse trompet (de buisine genoemd) was zelfs 1,8 meter lang! U kunt u wel voorstellen dat die lastig te bespelen was. Daarom werd de trompet in de veertiende eeuw met het oog op de hanteerbaarheid in een S-vorm gebogen. Een eeuw later had ze een ovaal gewonden vorm gekregen met drie evenwijdig lopende buisdelen.

 

De nieuwe trompet kon meer tonen laten horen maar slechts in een hoger register. Die tonen waren moeilijk uitvoerbaar. Niettemin begonnen sommigen muziek voor de clarino te schrijven die geschikt was voor hogere registers. Een beroemd componist uit die tijd was Johann Sebastian Bach (1685–1750). Uiteindelijk werden gebogen verlengstukken, beugels genoemd, aan de trompet toegevoegd. Het idee was simpel: Door buisverlenging werd ook de luchtkolom verlengd, waardoor de toonomvang werd uitgebreid. Door de beugels werd de grondtoon van de trompet helemaal verlaagd van F tot Bes. Tegen de tijd van Wolfgang Amadeus Mozart (1756–1791) was het dan ook gedaan met het hoge clarinoblazen. De klarinet ging het hogere register met betrekkelijk gemak voor haar rekening nemen, terwijl de toonomvang van de trompet zich nu in het middenregister bevond. Deze nieuwe trompet bood meer mogelijkheden. Maar het spelen erop was nog steeds lastig, want voor het schuiven met de beugels waren beide handen nodig. Vandaar dat verdere wijzigingen wenselijk waren.

  

Een trompet met kleppen

 

Omstreeks 1760 deed een Russische musicus genaamd Kolbel een baanbrekende ontdekking. Bij de klankbeker van de trompet bracht hij een gat aan en dekte dat af met een beklede klep die als stop diende. Door het openen van deze klep werd de klank van de trompet bij elke noot met een halve toon verhoogd. In 1801 verbeterde een trompettist uit Wenen, Anton Weidinger genaamd, Kolbels constructie door een trompet met vijf kleppen te vervaardigen. Eindelijk bestond er een trompet die alle noten van de toonladder kon produceren zonder lastig te bespelen te zijn. Zelfs de trompet van Weidinger had echter een ernstige beperking. Het openen van de kleppen ging ten koste van de resonantie van het instrument, waardoor het geheel eigen klank van de trompet aanzienlijk veranderde. De bloei van de kleptrompet was dan ook van korte duur. Ze moest al gauw plaatsmaken voor een totaal nieuwe benadering van de trompetconstructie.

 

De eerste ventieltrompet

 

In 1815 nam Heinrich Stölzel uit Silezië patent op een uitvinding waarbij de trompet werd voorzien van pistons of ventielen. Door hun strategisch aangebrachte openingen zou elk ventiel de luchtkolom van de hoofdbuis naar een verlengingsbuis leiden. Zo konden verscheidene verlengstukken van uiteenlopende lengte gelijktijdig in elke combinatie gebruikt worden. Bovendien was een onmiddellijke reactie mogelijk doordat de ventielen van een veer voorzien waren.

In het begin liet de intonatie van deze trompet aan nauwkeurigheid te wensen over. Met het verstrijken van de jaren werden deze onvolmaaktheden echter verholpen en de ventieltrompet heeft tot nu toe standgehouden.

 

Vermaard om haar

talrijke mogelijkheden

 

In nagenoeg alle soorten muziek is plaats voor de trompet. Ze klinkt goed in combinatie met zang en met andere instrumenten. De heroïsche, krijgshaftige klank maakt ze geschikt voor fanfares en marsen. Tegelijkertijd heeft ze een briljante, vibrerende toon die bijzonder geschikt is voor concerten, opera’s en moderne jazz. Bovendien leent de trompet zich door haar volle, lyrische kwaliteiten bewonderenswaardig voor balladen en wordt ze vaak als solo-instrument gebruikt.

 

Ja, de trompet heeft een lange weg afgelegd. Ze is niet langer gewoon een signaalinstrument in de handen van een soldaat. Nu kan ze ware muzikale kunst voortbrengen — in de handen van een virtuoos althans. Ze heeft u ongetwijfeld luistergenoegen geschonken, ongeacht uw voorkeur op muziekgebied. Wat dankbaar kunnen wij onze Schepper zijn dat hij mensen het vermogen heeft geschonken muziekinstrumenten als de trompet uit te vinden!

Trompet en Orgel:

een populaire combinatie

 

Trompet en orgel: een populaire combinatie van wat in wezen twee blaasinstrumenten zijn. Bij de trompet is het de speler zelf die de luchtstroom manipuleert. Op die manier is hij in staat zijn instrument afwisselend feestelijk, plechtig, fijnzinnig, wulps-verleidelijk, virtuoos, melancholisch, sentimenteel of dramatische expressie te doen klinken.

 

Bij het orgel is de luchtstroom constant. Door de keuze van de registers en door middel van de toetsen bepaald het orgel door welke pijpen lucht geblazen wordt en welke dus tot klanken worden gebracht. Hij kan zo op zijn beurt –afhankelijk van de grootte van het orgel- een gans gamma aan kleurschakering produceren die alle voornoemde effecten van de trompet versterken, gewoon begeleider, becommentariëren, verduidelijken, afzwakken of zelfs neutraliseren.

Deze terzelfder tijd zo verschillende en zo gelijkende instrumenten kunnen het uitstekend met elkaar vinden. De uitvoerders overigens ook. De combinatie van als het ware menselijke expressie met mechanische expressie creëert een heel bijzondere spanning. Pas wanneer de spelers zelf deze spanning voelen en ermee spelen wordt ze op de luisteraars overgedragen en kan er een bijzondere luisterervaring ontstaan.

 

De Griekse hymne, die je kan beluisteren op de web-site van Elefteria Paralias, word volledig gespeeld met koperensembles.

 

Eric en Jonathan

 

p Ś p Ś p Ś p Ś p Ś p Ś p Ś p

 

Nobelprijs

Premier Kostas Simitis en nog zo'n tweehonderd andere vooraanstaande Grieken hebben de componist Mikis Theodorakis voorgedragen voor de Nobelprijs voor de Vrede. Theodorakis kreeg in het buitenland bekendheid door de muziek voor de film "Zorba de Griek" uit 1964. Onder het kolonelsbewind (1967 - 1974) zat hij in de gevangenis. De afgelopen 25 jaar heeft Theodorakis vooral geprobeerd de betrekkingen tussen de Grieken en Turken te verbeteren. De winnaar van de Nobelprijs wordt op 15 oktober bekendgemaakt. Anderen die zijn voorgedragen, zijn de paus Johannes Paulus II en de Amerikaanse president Bill Clinton (HLN 27.08.99)

 

p Ś p Ś p Ś p Ś p Ś p Ś p Ś p  

 

Muziek - kort

Stamatis Spanoudakis heeft onlangs zijn werk Alexandros opnieuw uitgegeven met een volledig tekstboekje in het Engels. Spanoudakis heeft dit werk opgedragen aan Alexander de Grote, voor zijn inzet om de helleense cultuur te verspreiden.

Een nieuw album van Yorgos Alkaios "Sirmatoplegma", Paschalis Terzis en Protopsalti. Yannis Markopoulos brengt een nieuwe verzamel-CD uit met nieuwe opnames gezongen door Haris Alexiou, Dimitra Galani en Protopsalti.


volgende