Want ook toen was het avond, dat ik oud word
maar ik was jonger, ook had men verdriet omgeploegd
vruchten geraapt en het nutteloos loof verbrand.
"Ik liep met blote benen in het onkruid
met een stok, en at rabarber.
De avond viel, littekende mijn gezicht
met schaduwen en met schrik.
Mijn moeder riep mijn vader
riep mij, treinen reden toen
aan onze achterdeur voorbij.
De nacht steeg op en schuimde de voren af
naar wormen.

Kaal van schrik holde ik naar binnen."
De kleine Jotie T'Hooft, in 1965 en 1967
Terug