14 bakens voor een liberale toekomst


1. Wij geloven dat overregulering leidt tot onvrijheid. Het leidt tot niet-naleving en niet-handhaving van regels. Logisch, want zonder een gedoogbeleid lijkt leven niet meer mogelijk. Zo ontstaat er echter een papieren werkelijkheid. Wat rest is schijnveiligheid en schijnzekerheid. De administratieve overlast moet dus dringend fors afnemen in plaats van toenemen. Er is nood aan nieuwe, simpele, controleerbare, afdwingbare en naleefbare regels. Minder en beter!

2. De vrije meningsuiting kan op geen enkele wijze worden ingeperkt. "Hoe verfoeilijk uw mening ook is, ik zal er alles aan doen omdat je ze zou kunnen blijven verdedigen". Wij geloven in de kracht van woorden. Enkel zo overtuig je mensen. Nooit zal je een wereld verbeteren door via wetten mensen het zwijgen op te leggen.

3. De belastingsdruk blijft nog steeds te hoog, verdere bijkomende lineaire lastenverlagingen, zowel voor personen als bedrijven, blijven noodzakelijk. Het is niet haar taak om via subsidiëring en aparte fiscalisering zelf te bepalen wat goed is voor haar burgers…En om de vergrijzing op te vangen dienen alle economische meevallers maximaal te worden aangewend om de staatsschuld verder te verlagen.

4. Het bewaken van de veiligheid van de burger en het bestrijden van de criminaliteit is een vitale overheidstaak. De overheid dient jaarlijks inzake pakkans en inzake ophelderingspercentages duidelijke doelen voorop te stellen. Rapportering zorgt er vervolgens voor dat beleidsvoerders hierop kunnen worden afgerekend. Op korte termijn is het ontwerpen van een jeugdsanctiebeleid en de aanpak van straatcriminaliteit prioritair.

5. Immigratie is geen taboe, op voorwaarde dat immigranten zich verplicht integreren binnen onze liberaal-democratische maatschappij. Daar de principes van de rechtstaat nog niet ‘geglobaliseerd’ zijn, is een vrij verkeer van personen voorlopig nog een ver ideaal! Er is dan ook dringend nood aan een volwassen Europees asiel- en immigratiebeleid waarvan bewaking aan de buitengrenzen en een quotasysteem essentiële onderdelen zijn. Om de integratie te bevorderen, pleiten wij voor individuele inburgeringstrajecten met taalonderricht, maatschappijvorming en een omscholingscursus. Het ‘niet-willen’ deelnemen leidt tot sanctionering in de uitkering.

6. Wij willen een zo groot mogelijke autonomie voor Vlaanderen, in een confederaal België, en binnen een federaal Europa. Het federale België bewijst het iedere dag: wat we zelf doen, doen we beter! Verschillende opvattingen (zie de recente debatten inzake mobiliteit, sociale zekerheid, justitie,…) en versplinterde bevoegdheidspakketten doen Jong VLD besluiten: hoog tijd voor een volgende stap, de stap naar confederalisme! Tezelfdertijd willen wij ook maximale bevoegdheden voor de lokale overheden. De kloof met de burger wordt enkel hersteld als hij/zij voor al zijn/haar vragen op een klantvriendelijk en efficiënt onthaal bij zijn lokale overheid kan rekenen.

7. In de gezondheidszorg is het duidelijk: de patiënt staat centraal! Wij willen de goede bescherming van ons sociaal zekerheidssysteem maximaal behouden. De vele miljarden euro’s dienen dan ook als een goede huisvader te worden besteed. Een ziekenhuis moet autonoom en transparant -op basis van het Corporate Governance model- worden beheerd. Willen we de ziekteverzekering veilig stellen voor de toekomst, dan moet worden afgestapt van de geldverslindende verzuiling. In het toekomstig confederaal Vlaanderen zou elke gemeente over één sociaal huis moeten beschikken waar elke inwoner voor al zijn of haar vragen en uitkeringen in verband met sociale zekerheid terecht kan.

8. Wij ijveren voor een activerende welvaartsplaneet! Dus meer globalisering en meer ‘responsabiliserende’ ontwikkelingssamenwerking! Enerzijds dient onze (Europese) overheid dus ‘eerlijke’ vrijhandel te stimuleren. Anderzijds vragen wij werk te maken van het Pair-programma, i.e. een programma van schuldreductie voor OL dat gekoppeld is aan ‘efficiënte, transparante en meetbare’ criteria inzake én economisch en monetair beleid én investeringen in basisvoorzieningen voor onderwijs, gezondheid, infrastructuur,…!

9. Het beleid inzake mobiliteit is duidelijk: de gebruiker betaalt! De tijd van goedkope sloganpolitiek is voorbij. Er dient werk gemaakt van een globaal verkeersmanagementplan. De vaste taksen voor het personen- en goederenverkeer moeten worden vervangen door een gebruiksheffing. In het openbaar vervoer moet meer ruimte komen voor marktwerking. De overheid dient zeer sterk toe te zien op kwaliteit en veiligheid.

10. Wij zijn voorstander van een doortastend ecologisch beleid dat gesteund is op voldoende wetenschappelijk materiaal en rationele overwegingen. Wij geloven niet in de op vooruitgangsangst gebaseerde, collectieve en bureaucratische oplossingen van het klassiek groen discours. Milieuproblemen moeten daarentegen in economische termen worden vertaald. Met marktconforme regelingen en verhandelbare eigendomsrechten in zake emissie en vervuiling kom je een heel eind verder. Het is de motivatie tot innovatie.

11. In het onderwijsdebat kiezen wij resoluut de kant van de leerling. Echte gelijke startkansen betekent voor ons kosteloos onderwijs! De financiering verloopt via de vraagzijde, dus per leerling. Dit moet resulteren in autonome scholen – zowel infrastructureel als pedagogisch – met een democratisch schoolbestuur, waarbij de leerlingen en de ouders inspraak hebben. De kwaliteitsbewaking gebeurt via eindtermen.

12. De burger in de 21ste eeuw heeft een digitaal Grondrecht! De overheid dient te zorgen voor gelijke startkansen. Geen toegang tot ICT is een veroordeling tot analfabetisme. Iedere burger krijgt via de lokale overheden de mogelijkheid om te leren en te gebruiken!

13. Wij verdedigen een progressieve houding inzake ethische thema’s. Gelovigen, agnosten en atheïsten binnen de rangen van onze partij hebben reeds decennia geleden hun verschillende religieuze opvattingen achter zich gelaten. Het geloof in de autonomie en de zelfbeschikking van de mens bindt hen. De overheid dient een ‘rechtszeker’ kader voor ethische vrijheid te creëren. Iedereen is vrij om daar al dan niet gebruik van te maken.

14. Wij willen maximale democratische inspraak, zowel voor de leden binnen de partij als voor de burger in de maatschappij. De overheid zal eerst en vooral invloed en verantwoordelijkheid aan de burger moeten teruggeven. De school aan de ouders, leerlingen en leerkrachten; de gezondheidszorg aan patiënten, dokters en verpleegkundigen; de samenleving terug aan de verenigingen, buurtcomités en vrijwilligers. Daar waar de overheid blijft sturen, moet dit met maximale betrokkenheid en consultatie van de burger.