Straatnamen in Hasselt

 

 

 

 

 

 

Straatnamen in Hasselt

In de middeleeuwen legde men geen straten aan volgens een vooraf opgesteld plan. De straten ontstonden min of meer toevallig rond een marktplein, een rivier die de stad doorsneed. Aan de straten gaf men pas dan een naam wanneer de behoeft er was en men de ligging van de huizen moest kunnen aanduiden. In het geven van die namen zit er geen enkel systeem meestal was het een logisch verband met de straat.
het feit dat in het verleden de namen ontstonden in de volksmond is er mede de oorzaak van dat ze gemakkelijk voor andere namen werden verwisseld. Men stelt vast dat eenzelfde straat achtereenvolgens onder een andere naam voorkomt.
Zo was er in Hasselt de Vleminckxstraat die leter de Mindebroederstraat werd en de Oude Nieuwstraat die later de Meldertstraat genoemd werd. Vele namen zijn ontstaan aan een bijzonderheid van de straat zo lag erin de Beekstraat een Beek, in de Kapucienenstraat lag het klooster de Kapucienen.

Net als de familienamen werden de straatnamen pas op het einde van de 18de eeuw officieel vastgelegd. Zo werden op het eind van de achttiende eeuw veel straten naar het frans vertaald. Enkele voorbeelden. De Berenstraat werd plots Rue aux Ours, maar Beren heeft hier niet te maken met de Beer of een mannelijk varken, maar wel een beer of muurstut die daar stond dit was een stenen dam om te voorkomen dat de buurt bij sterke vloed onder water liep.
De Paardsdemerstraat herinnert aan het aldaar gelegen Pertshuis waar de aangebrachte stukken laken werden gekeurd, de vertaling werd dan Rue Demer aux Cheveaux. Nog een mooi staaltje was de Persoonstraat die de naam Rue d'une Personne kreeg alsof daar slechts een persoon woonde. De naam komt echter van het feit dat daar de personna, d.i. de pastoor van de parochie, woonde.

De Franse Republikeinen hebben niet alleen verkeerde vertalingen gemaakt ze wijzigde ook de namen van enkele straten. Zo werd de Minderbroederstraat de Rue de la Préfecture ondat de Sous-Préfeture in het verlaten klooster van de minderbroeders gevestigd was. Het Hemelrijk werd Rue de la Gendarmerie omdat de gendarmen introkken in het gewezen weesmeisjeshuis.
Rond 1814 verdwenen deze namen weer en kregen de straten hun oorspronkelijk naam weer.

De minderbroederstraat kreeg na de franse Revolutie een nieuwe naam omdat na de onafhankelijkheid de Hasselaren  gedwongen waren hun straatnamen een frans kleedje aan te trekken en werd Rue des Récolllets. Een naam die in Hasselt nooit voor de Minderbroeders gebruikt was. Zo werd plots de Boekstraat de Rue du Livre terwijl Boek(t) eerder verwees naar een Beukenbos. De boekstraat werd na WO II uiteindelijk de Frans Massystraat.
Soms kreeg men toch eigenaardige straten zo werd de Wittenonnenstraat de Rue des Dames Blanches. Zo kreeg men van hogerhand om de Isabellastraat om te dopen tot Koninklijkestraat n.a.v. een onverwacht bezoek van Leopold II. De benaming werd evenwel nooit gebruikt.

Hasseltse geschiedenis in Straatnamen.

Casterstraat zou kunnen wijzen op Caster en Castrum een Romeins kamp. Verscheidene namen herinneren aan de Frankische tijd, namen eindigend op -ingen (Kuringen, Wimmertingen, Rapertingen) en namen die eindigen op -rode ( Stokrooi) stammen waarschijnlijk uit deze periode.
De Arnold van Loonlaan is genoemd naar de graaf van Loon. Ook de beroepen van de Hasselaren kregen hun straat. Smedenlaan (smeden), Bakkerslaan (bakkers), Brouwerslaan (brouwers), Slagerslaan (vleeshouwers), Kramerslaan (kremers), Huidevetterslaan (huidevetters), Weverslaan (linenwevers), Volderslaan (volders).

Hasselt werd ook herhaaldelijk bezet door vreemde troepen zo herinnert de Plankeweidevoetweg aan de slag van de Jonckmanskamer met Baron de Weix in 1682.

In de straatnamen weerspiegelt zich ook de lokale politiek zoals de Bampslaan, Michel Bamps was burgemeester van 1833 tot 1836 en van1842 tot 1965. De Goetbloetsstraat herinnert dan weer aan Ernest Goetsbloets die burgemeester was. De katholieke burgemeester Ferdinand Portmans kreeg ook zijn straat nl de Ridder Portmansstraat.

Ook de jeneverstokers kregen hun straat: de Stokerijstraat.

Een zevental straten herinneren aan WO I, Het Kolonel Dussatplein, de eerste hogere officier die sneuvelde bij de verdediging van Luik. Ook Generaal Lemans werd hier gewond en kreeg zijn straat De Generaal Lemanstraat. Ook de Frans Massysstraat vind zijn oorsprong in WOI,  hij was verdienstelijk in de geallieerde spionagediensten en werd door de Duitser op 7 okt 1908 opgehangen. Als aandenken aan de twintig Hasselaren die op de binnenplaats van de kazerne gefusilleerd werden kennen we nu de Martelarenlaan. Ook de Weggevoerdestraat herinnert aan WOI. De Elf Novemberlaan herinnert dan weer aan de bevrijding en de wapenstilstand.      

Tussen de 11de de 13de eeuw werd Hasselt een centrum van handel en nijverheid daardoor ontstonden er veel nieuwe straten. De oude Luikerbaan ( nu Toekomststraat) was toen nog het verlengde van de Beekstraat (nu Sint-Jozefsstraat) daar de stad na de omwalling slechts vier poorten bezat verloor de Beekstraat veel van haar belang. Vanaf de Nieuwpoort (of Truierpoort) liep de Nieuwstraat (nu Koning Albertstraat) naar de Nieuwpoort dit was de nieuwe straat die het centrum met de buitenwijken verbond. De Nieuwstraat was een belangrijke straat ook al omdat ze als tegenpool fungeerde voor de meer volkse Beek. Ook de Grote Markt werd meer en meer belangrijk als knooppunt van de handelswegen, vroeger speelde het openbare leven zich  af in de volkse buurten zoals de Beek. Ook aan de andere poorten speelde zich iets gelijkaardig af zo werd de Aldestraat die altijd een belangrijke straat was verdrongen door de Kapelstraat omdat de Kuringerpoort iets meer westwaarts lag. Toen Graaf Arnold van Loon in 1232 aan Hasselt een vrijheidscharter had geschonken vestigde de eerste kloosterlingen zich binnen de wallen, blijkbaar waren de straten aan de noord- en oostzijde van de stad minder belangrijk want ze werden bijna onmiddellijk naar de nieuwe kloosters genoemd, de Gasthuisstraat, de Witte Nonnenstraat, de Bonnefantenstraat. De Kapucijen vestigde zich in de Warmoestraat, de minderbroeders in de Vleminxstraat,  de augustijnen in de kapelstraat en de cellebroeders in de Coetelsteeg.     

Ook bekende of verdienstelijk Hasselaren kregen hun straat.

Adrien de Gerlache: deze Hasselaar was de eerste die op de Zuidpool overwinterde.
De Alfons Jeurissen (Hasselt 1874-Ekeren 1925) : heimatsschrijver die dagelijks leven van de Kempenaar beschreef
Lod Lavki (Heks 1893-Hasselt 1954): priester en jeugdschrijver zijn echte naam was Ludovicus Van Winkel.
Mantelius (Hasselt 1599-Hasselt 1679): de eerste Hasseltse historicus.
René Leonard Louis de Schiervel ('s Gravenvoeren 1783- Rotemt 1866): gouverneur van 1843-1857.
Hubert Verwilghen (St-Niklaas 1883-Brussel 1855): gouverneur 1928-1950.
Jan Jozef Thonissen (Hasselt 1816-Leuven 1891): volksvertegenwoordiger en minister.
Godfried Guffens (Hasselt 1823-Schaaebeek 1901): zoon van een Hasseltse bakker die een bekend schilder werd.
Djef Swennen (Hasselt 1871-Hasselt 1905): schilder
Djef Anten: schilder en tijdgenoot van Djef Swennen, zetelde ook in de gemeenteraad en lid van de bestendige deputatie.
Dokter Willems (Hasselt 1822-Hasselt 1907): zoon van een jeneverstoker en ontdekker van het vaccin tegen runderpest. Zijn naam werd geschonken aan de vroeger Houtmarkt.
De paters Adons: vier broers uit hetzelfde gezin vertrokken als minderbroeder naar China.

Straatnamen naar kloosters, kerken en kerkelijke gebouwen.

Augustijnen
Hoewel hun klooster in het centrum lag is er geen straat die eraan grensde naar hen genoemd. De Huidige Augustijnenstraat in Runkst verwijst naar de Augustijnenwinning die toebehoorde aan het klooster.

Herckenrode

Verschillende straatnamen verwijzen naar deze abdij: Herckenrodesingel, Herckenrodedreef, Herckenrodebosstraat, Mevrouwhofstraat, Aldenhoveweidestraat en de grote en kleine negenbundersstraat.

Henegauw

In Wimmertingen was er in 1191 de priorij van het Heilig Graf, die in 1312 naar Henegauw verhuisde omwille van de gunstigere ligging. De Henegauwlaan, Sepulkrijnenlaan en Kloosterlaan herinneren hieraan.
Hier verbleven in de loop der tijden verschillende kloosterorden, in 1723 werd het domein door de bonnefanten verkocht aan particulieren en het klooster werd omgebouwd tot een kasteel. (Kasteelllan)

O.-L-Vrouwbasiliek

Aan deze kerk danken we de namen: Sacristijsteeg, O-L-Vrouwstraat en Kapelstraat
De Kapelstraat heette vroeger de Augustijnenstraat.
De benaming Sacritijsteeg dateert van 1917 maar wordt in 1449 vernoemd als de Capelsteege ook de O-L-vrouwsteeg werd in 1917 hernoemt naar O-L-Vrouwstraat.

De Maagdendries

de maagden van het Gasthuis verbleven hier van de 14de eeuw tot 1627 en werden later vervangen door de Grauwzuster. Het Oude Maria Magdalena Hospitaal raakte in verval en de gebouwen werden in de 17de eeuw verkocht aan particulieren.
De straat werd Maagdendries genoemd toen deze weg in 1820 van de huidige Havermarkt (Joedenstaart) gescheiden werd. De gasthuiskerk lag op de hoek van de Maagdendries en de Diesterstaart. De Diesterstraat was toen de verbindingsweg naar het Station.

Witte Nonnen

In 1492 schonk de godvruchtige weduwe Ida Putlinx haar huis gelegen op de Wolfkens met de bedoeling dat zich daar een gemeenschap van maagden en weduwe zou vestigen. Het latere klooster kreeg de naam Sint-Katharinadal omdat in 1430 de eerste mis opgedragen werd in de kapel  op Sint Katharina dag. In 1797 werden de gebouwen door de Republikeinen verkocht aan particulieren.
De Kloosterbeekstraat in de Banneuxwijk herinnert aan de aldaar gelegen goederen van de Witte Nonnen.

Cellebroeders

In 1483 vestigde drie Cellebroeders of Alexianen uit Diest zich te Hasselt. Ze waren naar Hasselt geroepen wegens de pest die er toen woedde in de stad, ze verzorgde de zieken en begroeven de doden op het zogenaamde pest-kerkhof. Ze vestigde zich op een goed geschonken door het begijntje Katlijne Noels in de Kuttelsteege. Deze straat werd zo genoemd omdat de varkens langs deze straat naar de Verkenmerkt der Joedenstraat (Havermarkt) werden geleid en er daar bdoor nogal wat keutels achterbleven. Om de zelfde reden heette toen de Ridderstraat toe ook de  Kutelstraete.
In 1797 werd het klooster van de Cellebroeders opgeheven en de gebouwen kwamen in de handen van de stad. In 1798 werd de kerk en de gebouwen gebruikt als rechtbank en gevangenis zodat men in de volksmond sprak van het prisonsteegske.In 1842 werd het complex grotendeels afgebroken en vervangen door het nu nog bestaande gerechtshof.

Capucienen

Vroeger was er een grote- en kleine Capucienenstraat die door de bouw van de TT-wijk verdwenen zijn. De paters Capucienen vestigde zich in de Warmoesstraat zo geheten omdat deze weg leidde naar de Warmoeshoven. Ze bouwde hun klooster in 1619 op 6 percelen in de omgeving van de huidige Guido Gezellestraat toen Inghelandt genoemd. De Franse revolutie betekende ook voor de Capucienen het einde ze werden uit hun klooster gejaagd in 1797 en hun bezittingen verkocht .In een deel kwam er een stokerij, eerst uitgebaat door Jan Thoelen en later zijn schoonzoon Van Vinckenroye en in het andere deel kwam er een stadscollege en later het Koninklijk Athheneum.

Gasthuis

Toen in de 17de eeuw het oude Maria Magdalena hospitaal (zie Maagdendries) in verval geraakte moest men uitkijken naar een nieuw hospitaal. Omdat er toen weer een pestepidemie was en men tevreden was over de Cellebroeders riep men nu de hulp in van hun vrouwelijke collega's de Grauwzusters van Diest in. De welstellende pastoor van het begijnhof Herman van der Rijst schonk bij testament de helft van zijn fortuin voor de stichting van een nieuw ziekenhuis op voorwaarde dat het stadsbestuur het Pesthuis met zijn aangrenzende boomgaarden hiertoe zou ter beschikking zou stellen. Dit is ongeveer de plaats waar nu het Oude Ziekenhuis ligt aan de Boulevard. De eerste steen van het nieuwe ziekenhuis werd op  18 oktober 1663 gelegd. Ook deze orde werd in 1796 door de Republikeinen ontbonden en moesten de celzuster het hospitaal verlaten. De gebouwen werden toen gebruikt als gevangenis en later als kazerne. Onder het Nederlands bewind werden de Grauwzusters terug geroepen samen met de Minderbroeders zijn zij de enige kloosterorden die na het franse bewind terugkwamen naar Hasselt.

Minderbroeders

In 1736 werd de straat waar de Minderbroeders zich vestigde Minderbroederstraat genoemd voorheen was dit de Vleminxstraat. Alhoewel de Minderbroeders van Sint-Truiden kwamen en hier regelmatig kwamen prediken stuitte hun vestiging in Hasselt op wantrouwen omdat men vreesde dat een bedelorde voor overlast zou zorgen. Ze vestigde zich eerst in de Kapelstraat toen de stad in 1634 door druk van de prins-bisschops de toelating gaf tot bouwen van een klooster vestigde ze zich op de hoek van de Isabellastraat en de Vleminxstraat. Maar weer was  de hulp van de prins-bisschop Ferdinand van Beieren nodig zodat de stad afstand deed  van bouwgrond.  Zo verkregen ze in 1644 een bouwplaats naast de stadsschuur in de Isabellastraat uiteindelijk werden klooster en Kerk ingezegend in 1655. Bij het uitbreken van de Franse revolutie werden ook de Minderbroeders in 1797 uit hun klooster gezet. De gebouwen deden dienst als woning en bureaus van de Franse Sous-perfect. De kerk werd in 1831 gebruikt als paardenstal en in 1832 trok de Rijkswacht erin. Ondertussen waren de minderbroeders teruggekomen en mochten van de bisschop van luik zich dienstig maken in de O-L-Vrouwekerk en namen hun intrek in het kapelhuis voor de kerk. Daar verbleven ze van 1846 tot in 1899 toen ze weer in het bezit kwamen van hun klooster.

Bonnefanten

Deze straat heette tot 1846 de Blindenmurenstraat, pas nadat de Bonnefanten al weg waren kreeg de straat de huidige naam :Bonnefantenstraat.
De Bonnefanten bouwden hun klooster in 1646 aan de Paardsdemerstraat en in 1664 breidde ze uit aan de Demerstraat tot aan de Blindenmurenstraat. In 1668 bouwden ze een kerk aan de Demerstraat die tijdens de Franse Revolutie als magazijn gebruikt werd en later als zoutziederij. In 1951 werd de kerk afgebroken. Zoals bij de andere orden werden ook de Bonnefanten in 1798 uit hun klooster gezet. Overlevenden zusters kwamen niet meer terug naar Hasselt maar stichtte een nieuw klooster in Bilzen.   

Straatnamen naar richting

De oudste richtingstraat van Hasselt is de Maastrichterstraat, ze is tevens ook de langste straat in het centrum. Vanop de groene Boulevard vertrekken er vijf richtingstraat, Luikersteenweg, Sint-Truidersteenweg, Koningin Astrid laan en  Kuringersteenweg en de Kempischesteenweg. De oudste baan in Hasselt is de weg van Luik naar 's Hertogenbosch de uitvoering dateert van 1741-1788. Op deze weg moest men doorgangsgeld of tol betalen.

Straatnamen die verwijzen naar gebouwen.

 De Batterijstraat eigenlijk moest dit de Badderijstraat zijn want de badderij was een plaatst waar de heren en dames hun overtollige kilootje kwijt konden raken door te transpireren rond een badstoof. De Kattegatstraat is ook zo een vreemde naam waar verschillende verklaringen voor zijn. Was het een klein deurtje of poortje in de stadswal voor het vee? Of bedoelde men een gat of kelder waar men de gevangen in opsloot? Of komt de naam van de Catte, een soort katapult waarmee men zware stenen naar de belageraars wierp?
Op vraag van de bewoners werd de naam Beekstraat vervangen door de Sint-Jozefsstraat, naar het nabij gelegen college, omdat de bewoners er genoeg van hadden men neerkeek op hun wijk.

Straatnamen naar waterlopen.

in de Hasseltse Straatnamen die wijzen op de aanwezigheid van water onderscheiden we , vennen, vijvers en beken. Zo staan goor, voor, broek en poel voor moerassige gebieden. Verder hebben we nog de verschillende beken en vijvers in de straatnamen: Borggravevijver, Bosbeek, Demer, Ertbeek, Helbeek, Herk, Kloosterbeek enz.
De Walenstraat ontleent zijn naam aan de voormalige Walenvijvers zoals de Schrijnbroekstraat komt van Schrijnvijver en Broeksvijver.

Straatnamen naar landbouw.

De meeste agrarische namen zijn nu vervangen door nieuwe benamingen. Zo was er vroeger in Hasselt een Koetelsteeg ( nu Ridderstraat) waarlangs men het vee naar de weide leidde. De Warmoesstraat ( de Capucienenstraat) verwees dan weer naar de omliggende tuinen.
Binnen de stad lagen vroeger verscheidene onbebouwde stukken grond zoals het Inghelandt ( tussen Guffenslaan, Capuciennen- en Maastrichterstraat), de Laus was een gemeenschapsweide waar nu het kolonel Dusartplein is en de provinciale bibliotheek ligt nu waar vroeger de Wolfkens lag. Verder was er nog de Hort, een natte weide langs de Ertbeek, binnen de muren had men ook nog de Dries een weiland waarnaar de Maagdendries is genoemd.
Verder werden de plaatsen waar de landbouwproducten verhandeld werden er naar genoemd, zo kende we de Koeienmarkt, Varkensmarkt, Havermarkt, Paardenmarkt, Graanmarkt en Zuivelmarkt

Straatnamen naar huis of hoeve.

Meermaal wordt een ganse straat genoemd naar een huis dat in die straat gelegen is. Zo kennen we de Zwanenstraat dat afgeleid is van de huisnaam De Swaen waar het zwanenhok of nachtverblijf van de stadszwanen was.
ook het Hemelrijk is genoemd naar een huis algemeen wordt aangenomen dat het Hemelrijk een brouwerij was.
De boekstraat is genoemd naar de aldaar gelegen boerderij Ter Broeckt. Door de bouw van het station werd deze echter gesplitst het eerste deel heet nu Frans Massystraat en het stuk dat in Runkst verder loopt heet zijn oorspronkelijke naam behouden.
De Dormaalstraat duidt op de Dormael wat een laathof was waar zes hoeven verspreid lagen over het grootste gedeelte van de huidige Dormaalstraat. Dormael was min of meer een gehucht.

Straatnamen naar hoedanigheid, vorm en uitzicht.

De Aldestraat of oude straat heeft haar naam niet gestolen reeds in 1495 werd er melding van gemaakt vooraan werd er een linnen- en vlasmarkt gehouden en achteraan was er de potaardewerkmarkt en klompenmarkt gehouden.
De Hoogstraat, ligt werkelijk hoger dan de omliggende straten, ligt op 38,5 m boven de zeespiegel.
Zo zijn er nu nog straten waar de naam geen verband meer hebben met hun naam zoals de Kiezlstraat in Godsheide of de Zand- en Grassstraat in Runkst.
Enkele termen die straatnamen gebruikt zijn:
Rak in Rakerstraat betekent recht stuk weg of land langs water.
Laar of lare in de Laresstraat duidt op een open plek in een bos.
Breem komt van brem.
Bunder is een oppervlakte van ca 1ha.
Heerstraat was aanvankelijk een legerweg en is later de aanduiding voor een openbare weg geworden.
De Vilstraat en Vildersstraat zou kunnen verwijzen naar een vilbeluik of paardenkerkhof.

Straten naar Handel en nijverheid

Markten

Momenteel zijn er in Hasselt slechts zes straatnamen die verwijzen naar markten. Vroeger telde Hasselt naast de huidige  Boter-, Fruit-, Vis-, Zuivel en Grote Markt nog de Houtmarkt, Aardappelmarkt, Schorsmarkt en Kiekenmarkt.
In de Aldestraat waren de Lintmarkt, Vlasmarkt en Klompenmarkt. Op de Havermarkt is ook ooit een Paarden- en Koeienmarkt gehouden die later overgebracht werd naar het plein achter het stadshuis. Ook op het Kolenel Dusartplein tegenover de provinciale bibliotheek is lang een paarden en koeienmarkt gehouden.

Op de zuivelmarkt stonden vroeger stenen palen kettingen rond een achthoekige tafel. Dit diende om de kopers op afstand te houden. Hier werd vis verkocht en in de ruimte tussen de tafel en de kettingen mocht niemand anders plaatsnemen dan de indmeester, een door de stad aangestelde ambtenaar, en de twee viskeurders. Deze tafel met palen staan momenteel op het binnenhof van het begijnhof. Vroeger lag de vismarkt op de hoek waar nu de boter- en zuivelmarkt samenkomen.
Toen de huidevetterijen teloor gingen had ook de schorsmarkt afgedaan, het plein werd later de Aardappelmarkt. De Kiekenmarkt, waarvan de naam in 1958 afgeschaft werd, werd bij de Fruitmarkt gevoegd. Evenwijdig met de Fruitmarkt loopt de Botermarkt die vroeger meegerekend werd met de zuivelmarkt (Suvel = boter). De Havermarkt dateert pas uit de tweede helft van de 19de eeuw, vroeger was dit de Jodenstraat. De Havermarkt was een van de belangrijkste straten omwille van de vele markten die daar gehouden werden en omdat daar vroeger het stadhuis lag. 
De Grote Markt was de voornaamste maar niet de grootste markt ze heette ook nog ooit de Corenmarkt of Graanmarkt.

Nijverheid

Het graven van een Albertkanaal heeft veel nieuwe straatnamen doen ontstaan, Albertkanaalstraat, Anckerstraat, Bootsstraat, Handelskaai, Havenstraat, Hoogbrugkaai, Kempische Kaai, Slachthuiskaai, Sluissstraat, Vaartstraat, Vissersstraat, Zeilstraat enz.
Hasselt kreeg vrij laat een spoorwegverbinding het oude station lag aan de Sint-truidersteenweg 'Oude Statie), in 1866 was het nieuwe station klaar aan het Stationsplein. De straat parallel met de spoorweg werd Spoorwegsstraat genoemd. In het verlengde van het Stationsplain ligt de Tramstraat, de eerste stoomtram liep op 1 september 1899 van Hasselt naar Leopoldsburg.
De Lombaardstraat verwijst naar de eerste bankiers, de eerste Lombarden vestigde zich in Hasselt in de 14de eeuw.
De Raamstraat en Paardsdemerstraat herinneren dan weer aan de laken nijverheid, in de Raamstraat stonden de ramen opgesteld waarop het laken werd opgespannen, na verder afwerking ging het dan naar het persthuis waar de perstmeester het keurde voor het op de markt kwam. Dit Persthuis bevond zich in de straat die later de Paardsdemerstraat genoemd werd. Een verbastering van persthuis gelegen aan de Demer.
De Willekensmolen werd gebouwd in volle bloeiperiode van de lakennijverheid op de oude Demer, later werd ze omgebouwd tot schorsmolen enkel de straatnaam rest vandaag nog.  
De Kapermolen ook aan de oude Demer gelegen werd waarschijnlijk gebouwd toen de Broekermolen omgebouwd werd tot volmolen en dienst deed als graanmolen. Toen later de Broekermolen terug omgebouwd werd tot graanmolen werd de verder afgelegen kapermolen niet meer gebruikt en gesloopt in de 18de eeuw.  De Broeckermolen (Oude Broeckermolenstraat) werd in 1545 ingericht als volmolen net zoals de molen aan de Molenpoort was dit eerst een banmolen en lagen beiden aan de Nieuwe Demer in de kern. Deze molens waren eigendom van de Graven van Loon en later van de Prins-Bisschop de Hasselaren konden hier hun graan tegen een procent van het eindproduct laten malen. In 1893 werd de molen aan de Molenpoort, die gebouwd was in de 13de eeuw, aangekocht door de stad en kort daarna gesloopt. Deze plaats noemde man ook de draaibaan, omdat hier een koordendraaier gevestigd was.
De Windmolrnstraat herinnert aan een windmolen die circa 1741 op de hoek van de Huidige Windmolenstraat en de Casterstraat.
de Stokerij- en Mouterijstraat verwijzen dan weer naar de Stokerij Fryns. De Welvaartstraat werd vroeger Achter Villers genoemd of ook de Villerssteeg.

Straatnamen naar folklore.

Tijdens de vorige eeuw spookte het regelmatig in Hasselt althans als we de getuigenissen  uit eerste hand of van horen zeggen mogen geloven. Zo was de plaats aan de Vossiuspomp op de Houtmarkt (Dokter Willemsstraat) aan de Reddelberg ( Vanveldekeplein) berucht en waagde er zich niemand in die buurt zodra het donker werd. Zolang Juffrouw Vossius er woonde spookte het er.
Sommige straatnamen vinden dan ook hun ontstaan in die volkse verhalen zoals de Alverbergstraat, de Heksenbergstraat en de Kattendansstraat.

Bron
Nieuw-Hasselt 1980 en eigen opzoekingen.

- Top -