![]()
Voor 2 personen
500
g soepvlees
1 takje of 1 koffiel gedroogde tijm
peper, zout
½ liter bouillon (kookvocht)
3 eetl boter
3 eetl bloem
sap van ½ citroen
1 eierdooier
1 klein doosje champignons
Leg het soepvlees in ± 2 liter kokend water. Het vlees moet juist onder water staan. Kruid met peper, zout en tijm. Laat op een zacht vuur 2 uur koken. Zo stollen de eiwitten onmiddellijk en blijft het vlees sappiger en voedzamer. Meet ½ liter af voor de fricassee en maak met de rest van de bouillon een lekker soepje of vries in. Verwijder eventueel het vetgedeelte van het gekookt soepvlees en snijd het magere vlees in blokjes. Maak nu een zure eiersaus: smelt de boter, roer er de bloem onder, voeg de bouillon toe en laat onder flink roeren de saus indikken. Kruiden naar smaak met peper en zout. Klop de eierdooier met een beetje bouillon en vermeng met de overige saus. Breng op smaak met citroensap. Het soepvlees en de champignons toevoegen. Goed opwarmen. Serveer met aardappelen, puree, in korstgebak (vol-au-vent) of met brood.
Tips
Meng onder de puree fijngesneden pijpajuintjes of
peterselie.
Maak eventueel soepballetjes, laat ze even koken in de
bouillon en voeg erbij.
Of ter afwisseling met fijngesneden hesp en geraspte kaas.
Soepvlees kan ook klaargemaakt worden met tomatensaus,
currysaus of gegratineerd in een ovenschotel met een dikke kaassaus.