Het klimaat van Europa en elders in de wereld

POOLKLIMAAT
In gebieden met het poolklimaat groeien alleen maar mossen. Dit komt omdat de wintertemperatuur er erg laag is. 's Winters komt de zon helemaal niet op rond de polen. Het is er dag en nacht donker en kan op sommige plaatsen wel tot -60 graden vriezen. In de zomer blijft de zon dag en nacht schijnen. Maar omdat het 's winters zo koud is en de zomer maar kort duurt ontdooit alleen de bovenste laag van de aarde, de rest blijft bevroren. Hierdoor kunnen er nauwelijks planten groeien, en tref je er voornamelijk mossen aan. De gemiddelde temperatuur in de warmste maand ligt tussen de 0 en de 10 graden Celsius

Hooggebergteklimaat
Het valt onder het poolklimaat. Het hooggebergteklimaat komt voor in hooggebergten, zoals de Alpen en de Himalaya. Het is er het hele jaar ijskoud. De grond is er vaak het hele jaar bevroren. Dat noemen we permafrost. De temperatuur is er bijna altijd onder de 0 graden Celsius. Dit klimaattype kent veel neerslag, voornamelijk in de vorm van sneeuw. Tevens zijn de temperatuurverschillen vaak zeer groot (afhankelijk van de tijd en het weer), waarbij zich ook inversie kan voordoen.

IJsklimaat
Het ijsklimaat is het klimaat zoals dat heerst op de noordpool en de zuidpool. Gemiddelde temperatuur van de koudste maand onder -3 °C. Gemiddelde temperatuur van de warmste maand onder 0 °C

Toendraklimaat
Het toendraklimaat is het klimaat zoals dat heerst op de toendra en andere klimatologisch gelijksoortige gebieden. Gemiddelde temperatuur van de koudste maand onder -3° C. Gemiddelde temperatuur van de warmste maand tussen 0° C en 10° C


LANDKLIMAAT
Een landklimaat of continentaal klimaat is in tegenstelling tot een zeeklimaat een klimaat met extreme temperaturen in zomer en winter. Landklimaat komt voor in bijvoorbeeld Siberië. Het zijn gebieden die ver landinwaarts liggen, zonder zee of ander groot wateroppervlak in de buurt. De matigende invloed van de oceanen is daar dan klein. Doordat de relatief droge landoppervlakken makkelijk opwarmen en afkoelen worden de temperaturen in de zomer extreem hoog, en in de winter zeer laag.

Landklimaat of continentaal klimaat; met neerslag gedurende het hele jaar
  1. warm landklimaat; met neerslag gedurende het hele jaar en de warmste maand van het jaar met een gemiddelde maandtemperatuur van ten minste 22°C;
  2. gematigd landklimaat; met neerslag gedurende het hele jaar en de warmste maand van het jaar met een gemiddelde maandtemperatuur van minder dan 22°C;
  3. koel landklimaat; met neerslag gedurende het hele jaar en met maximaal vier maanden per jaar een gemiddelde maandtemperatuur van 10°C of meer (subarctisch klimaat);
  4. koud landklimaat; met neerslag gedurende het hele jaar en de koudste maand van het jaar met een gemiddelde maandtemperatuur van minder dan 38°C onder het vriespunt (subarctisch klimaat).


Landklimaat of continentaal klimaat; met droge winters
  1. warm landklimaat; met droge winters en de warmste maand van het jaar met een gemiddelde maandtemperatuur van ten minste 22°C;
  2. gematigd landklimaat; met droge winters en de warmste maand van het jaar met een gemiddelde maandtemperatuur van minder dan 22°C;
  3. koel landklimaat; met droge winters en met maximaal vier maanden per jaar een gemiddelde maandtemperatuur van 10°C of meer (subarctisch klimaat);
  4. koud landklimaat; met droge winters en de koudste maand van het jaar met een gemiddelde maandtemperatuur van minder dan 38°C onder het vriespunt (subarctisch klimaat).


Landklimaat of continentaal klimaat; met droge zomers
  1. warm landklimaat, met droge zomers en de warmste maand van het jaar met een gemiddelde maandtemperatuur van ten minste 22°C (mediterraan landklimaat);
  2. gematigd landklimaat, met droge zomers en de warmste maand van het jaar met een gemiddelde maandtemperatuur van minder dan 22°C (mediterraan landklimaat);
  3. koel landklimaat, met droge zomers en met maximaal vier maanden per jaar een gemiddelde maandtemperatuur van 10°C of meer;
  4. koud landklimaat, met droge zomers en de koudste maand van het jaar met een gemiddelde maandtemperatuur van minder dan 38°C onder het vriespunt.


GEMATIGD KLIMAAT
Een gematigd klimaat of warm gematigd klimaat is een, gemiddeld over een jaar gemeten, vochtig klimaat, met gematigde temperaturen. Het heeft duidelijke seizoenskenmerken, maar de temperatuurverschillen tussen de winter en de zomer zijn niet extreem groot. In een gematigd klimaat ligt de gemiddelde maandtemperatuur van de koudste maand tussen -3°C en 18°C en ten minste één maand per jaar heeft een gemiddelde temperatuur van 10°C of meer.

Chinaklimaat
Een chinaklimaat is een gematigd klimaat met natte zomers. Een klimaat is een chinaklimaat wanneer de natste maand in de zomer ten minste gemiddeld tienmaal zoveel neerslag heeft dan de droogste maand in de winter en, zoals alle gematigde klimaten, de gemiddelde maandtemperatuur van de koudste maand tussen -3°C en 18°C ligt en ten minste één maand per jaar een gemiddelde temperatuur heeft van 10°C of meer.

Verdere onderverdeling
  1. warm chinaklimaat; de warmste maand van het jaar heeft een gemiddelde maandtemperatuur van ten minste 22°C. Dit klimaat geldt voor de meeste plekken waar een chinaklimaat heerst en wordt ook wel eens het gematigd savanneklimaat genoemd.
  2. gematigd chinaklimaat; de warmste maand van het jaar heeft een gemiddelde maandtemperatuur van minder dan 22°C. Dit klimaat is zeldzamer en komt voor op enkele hogere delen waar een chinaklimaat heerst, zoals in en rond de Drakensbergen in zuidoostelijk Afrika en in de Siwaliks, aan de zuidkant van de Himalaya.


MEDITERRAAN KLIMAAT
De term mediterraan klimaat verwijst naar het klimaat in landen rond de Middellandse Zee. De zomers zijn warm en de winters, waarin de meeste regenval plaatsvindt, zijn mild. Het mediterraan klimaat wordt vaak bij het traditionele subtropisch klimaat gerekend, echter dit geldt alleen voor het warme mediterraan klimaat .
Dit klimaat karakteriseert zich door dat de droogste maand in de zomer een gemiddelde maandneerslag heeft van minder dan 30 mm en dat de natste maand in de winter tenminste gemiddeld driemaal zoveel neerslag heeft als de droogste maand in de zomer.

Verdere onderverdeling
  1. warm mediterraan klimaat; de warmste maand van het jaar heeft een gemiddelde maandtemperatuur van tenminste 22°C;
  2. gematigd mediterraan klimaat; de warmste maand van het jaar heeft een gemiddelde maandtemperatuur van minder dan 22°C.


ZEEKLIMAAT
Het zeeklimaat, maritiem klimaat of regenklimaat is een klimaat dat sterk wordt beïnvloed door de nabijheid van een zee. Dit klimaat karakteriseert zich door dat de droogste maand van het jaar een gemiddelde maandneerslag heeft van tenminste 30 mm en de neerslag ongeveer verspreid valt over het hele jaar.

België en Nederland
Voor Nederland en België geldt dat het klimaat sterk beïnvloed wordt door de warme Golfstroom in de Atlantische Oceaan, die ook de Noordzee opwarmt, en de overheersende westelijke tot zuidwestelijke winden. De warme golfstroom zorgt ervoor dat het Noordzeewater niet veel kouder wordt dan circa 5°C. De laagste temperatuur wordt daarbij bereikt in maart.

Verdere onderverdeling
  1. warm zeeklimaat; de warmste maand van het jaar heeft een gemiddelde maandtemperatuur van tenminste 22°C;
  2. gematigd zeeklimaat; de warmste maand van het jaar heeft een gemiddelde maandtemperatuur van minder dan 22°C;
  3. koel zeeklimaat; maximaal vier maanden per jaar hebben een gemiddelde maandtemperatuur van 10°C of meer.


DROOG KLIMAAT
Een droog klimaat of aride klimaat is een klimaat waar zo weinig neerslag valt, dat boomgroei niet mogelijk is en waar permanente rivieren niet hun oorsprong kunnen hebben. De classificatie wordt bepaald door middel van de droogte-index die uitgaat van de jaarlijkse verdamping. Deze index bepaald ook de grens tussen het zeer droge woestijnklimaat en het minder droge steppeklimaat.

Woestijnklimaat
Het woestijnklimaat komt vooral voor in de Sahara (Noord-Afrika), Arabië en Australië, en op hoog gelegen droge vlaktes in bergen. Het is een droog klimaat.
Het woestijnklimaat beslaat 12% van het aardoppervlak. Er is weinig begroeiing, voornamelijk sterke planten die lang zonder water kunnen, zoals cactussen en andere succulenten. In de buurt van een oase groeien soms palmen.
Er valt bijna geen neerslag (ongeveer meer dan 200 mm per jaar), maar als het regent (één keer in de paar jaar) komt het met grote hoeveelheden tegelijkertijd uit de hemel.
De grond in dit klimaat is droog, onvruchtbaar en bestaat meestal uit zand en rotsen. In gebieden met dit klimaat wonen daarom ook heel weinig mensen.
Het woestijnklimaat kent een groot temperatuurverschil tussen dag en nacht. Overdag is het tussen de 25 ºC en 45 ºC en 's nachts kunnen de temperaturen in enkele gebieden onder het vriespunt dalen.

Verdere onderverdeling
  1. warm woestijnklimaat; de gemiddelde jaartemperatuur is hoger dan 18°C;
  2. koud woestijnklimaat; de gemiddelde jaartemperatuur is lager dan 18°C.


Steppeklimaat
Het steppeklimaat is eigenlijk een soort overgang tussen het subtropisch klimaat en het woestijnklimaat (tussen de evenaar en de keerkringen) en beslaat 14% van het aardoppervlak.
Het is een droog klimaat. Het verschil tussen een steppeklimaat, woestijnklimaat en de andere hoofdklimaten wordt bepaald aan de hand van de droogte-index.

Verdere onderverdeling
  1. warm steppeklimaat; de gemiddelde jaartemperatuur is hoger dan 18°C;
  2. koud steppeklimaat; de gemiddelde jaartemperatuur is lager dan 18°C.


TROPISCH KLIMAAT
Een tropisch klimaat is een klimaat dat voorkomt in de tropen. Het is een niet-droog klimaat waar het hele jaar de gemiddelde maandtemperatuur hoger is dan 18°C.

Tropisch savanneklimaat
Het tropisch savanneklimaat of gewoon savanneklimaat is een tropisch klimaat waarin een duidelijk droog seizoen in voorkomt. Het klimaat, moet zoals alle tropische klimaten, elke maand een gemiddelde temperatuur hebben van 18°C of hoger en is er tenminste één maand in het jaar met een gemiddelde maandneerslag van minder dan 60 mm. Hierbij mag de jaarlijkse neerslagsom bij een droogste maand van 0 mm niet hoger zijn dan 2500 mm en bij een droogste maand van 60 mm niet hoger zijn dan 1000 mm. Boven deze lijn is het een moessonklimaat.

Moessonklimaat
Het moessonklimaat is een tropisch klimaat dat wordt gekenmerkt door de moesson. Buiten deze zeer natte periodes kent het klimaat langdurige droge periodes. Het klimaat moet, zoals alle tropische klimaten, elke maand een gemiddelde temperatuur hebben van 18°C of hoger en is er ten minste één maand in het jaar met een gemiddelde maandneerslag van minder dan 60 mm. Hierbij moet de jaarlijkse neerslagsom bij een droogste maand van 0 mm hoger zijn dan 2500 mm en bij een droogste maand van 60 mm hoger zijn dan 1000 mm. Onder deze lijn is het een tropisch savanneklimaat.
Het klimaat komt verspreid voor in de tropen, vooral in India, Zuidoost-Azië, West-Afrika en het westen van Brazilië.

Wat is een moesson?
Zoals bijvoorbeeld West-Europa seizoenen heeft, zijn er op de aarde ook tropische gebieden met een droge tijd en een regentijd. De natte tijd wordt moesson genoemd naar het Arabische "mausim" (seizoen). Bij de natte tijd is de lucht een enorme chaos. Er zijn hevige windstoten en het regent aan één stuk door. Soms regent het wel een maand lang. De bekendste moesson is de regentijd in India en omstreken. Tot begin juni is het noorden van India droog, maar dan wordt het vochtiger en komt de regen, waar de mensen naar verlangen. Het is heel lang heel droog geweest, en dan komt er een vloed van regen. In juni, juli en augustus valt er net zoveel als tijdens een heel jaar in West-Europese landen. Daarna blijft het droog tot in juni de volgende moesson aanbreekt. In Zuid-Afrika, Indonesië en op de Antillen valt de regentijd samen met de Europese winter.

Hoe komt het dat het een deel van het jaar droog is en een deel van het jaar nat?
Het is eigenlijk heel simpel. Land warmt sneller op dan de zee, maar het koelt ook sneller af dan de zee. Boven het warme land zal de lucht opstijgen waardoor koelere zeelucht die plaats kan innemen. Vooral op warme voorjaarsdagen is de kust van deze landen gevoelig voor een koele zeewind. Zoiets gebeurt ook boven Azië. Het land wordt 's zomers heet, de lucht stijgt op en een vochtige westenwind met regen waait vanaf de Indische Oceaan richting vaste land. 's Winters is het omgekeerd, dan is het vaste land van China en Rusland koud en waait de wind boven het aangrenzende land (India) uit het oosten. Die wind zorgt dan aan de overkant van de Indische Oceaan, in Afrika voor veel regen.

Ten zuiden van de evenaar spelen zich net zulke processen af. De opwarming ’s zomers en ’s winters van Australië en Zuid-Amerika is erg belangrijk. Ook de Antillen en Indonesië kennen daardoor moessontijden. De moesson levert het nodige water voor de landbouw, maar de regen kan ook heel vervelend zijn. Het kan veel dingen verwoesten en mensen dakloos maken. De moesson voorspellen is heel moeilijk. Het regent meestal in grote verschillende buien. In sommige gebieden hangt de moesson samen met El Niño. El Niño is een hoge zeetemperatuur bij de evenaar. El Niño is wel goed voorspelbaar en daarom zijn de moessons in Indonesië en Zuid-Amerika ook goed voorspelbaar. In West-Afrika is de temperatuur van de Atlantische Oceaan een geschikte graadmeter. De moessons in India en China zijn moeilijk voorspelbaar, en zorgen voor droogte en overstromingen die onverwacht komen.


Voor meer uitleg, klik op MOESSON-REGENTIJD

TROPISCH REGENWOUDKLIMAAT
Het tropisch regenwoudklimaat is een klimaat dat voorkomt in de tropen en is nauw verbonden met het tropisch regenwoud. Het tropisch regenwoudklimaat wordt gekenmerkt doordat de droogste maand van het jaar geen gemiddelde maandneerslag heeft van minder dan 60 mm en, zoals alle tropische klimaten, komt de gemiddelde temperatuur van elke maand niet onder de 18°C uit.
Dit klimaat wordt beheerst door de lagedrukgebieden van de intertropische convergentiezone en kent mede daarom geen natuurlijke seizoenen. Sommige plaatsen zijn het hele jaar door onafgebroken nat, maar de meeste plaatsen kennen wel een periode waarin het duidelijk natter is. Deze regentijd ontstaat onder andere onder invloed van de bewegingen van de tropische regenzone en komt meestal twee keer per jaar voor. De tijden daartussenin noemt men de droge tijd, echter in een tropisch regenwoudklimaat is het nooit langdurig droog, dit in tegenstelling tot de andere tropische klimaten.


Klimaatkaart van Europa
foto121.jpg

Passaat
De passaat is een oostelijke wind die in normale omstandigheden waait over de tropische Stille Oceaan. Deze wind stuwt het warme oppervlaktewater vanaf Amerika in de richting van Azië.
Het tropische deel van de Stille Oceaan heeft een sterk gelaagde opbouw: bovenop het koude diepzeewater ligt een warm laagje oppervlaktewater van gemiddeld honderd meter dikte. De overgang tussen deze twee lagen is vrij abrupt. Normaal is de warme bovenlaag in het westen dikker en warmer dan in het oosten, en verloopt de scheiding tussen warm en koud water van zo'n 200m diep in het westen tot zo'n 50m diep in het oosten. Die scheiding wordt thermoklien genoemd.

De rotatie van de aarde leidt tot een corioliseffect voor de stromingen die door de passaatwinden en de zuidoosten winden langs de kust van Peru opgewekt worden. Hierdoor worden deze stromingen afgebogen van de equator en van de kust. Het uit elkaar gedreven oppervlakte water wordt door opwellen aangevuld met koud water van onderen. In het oosten langs de evenaar is het daardoor kouder dan 500 km van de evenaar af. Door de opstuwing van warm water bij Azië en het opwellen van koud water bij Amerika is het westen van de tropische Stille Oceaan gemiddeld ongeveer vijf graden warmer dan in het oosten.

Normaal is het in het westen van de Pacific dus warm, met zeewatertemperaturen van rond de 30 graden, warm genoeg voor de vorming van tropische buien en opstijgende lucht. In het oosten is het dus koeler, rond de 25 graden, droog, met hooguit wat laaghangende bewolking. Boven warm water stijgt lucht meer op dan boven koud water. Als lucht stijgt en dus kouder wordt, condenseert het water in de lucht en regent het: daarom regent het in de Stille Oceaan veel meer aan de warme kant bij Azië (bijvoorbeeld Indonesië) dan aan de koude kant bij Amerika (bijvoorbeeld Peru). Ook wordt er door de stijgende lucht aan de westkant lucht aangezogen, wat een deel is van de verklaring van de passaatwinden.

In de tropen is de circulatie van de aardatmosfeer zeer gevoelig voor de zeewatertemperatuur. Boven het warme water in het westen van de Stille Oceaan stijgt lucht op en regent het vaker dan in het koelere oosten van de Stille Oceaan, waar lucht daalt. Lucht die opstijgt veroorzaakt een lage luchtdruk aan het aardoppervlak, dalende lucht een hoge. Het temperatuurverschil zorgt zo ook voor een drukverschil tussen het oosten en westen van de Stille Oceaan. Het drukverschil versterkt op zijn beurt de passaatwind. Zo houdt een cirkel van oorzaken en gevolgen zich in stand:

De passaatwind stuwt warm water naar het westen en brengt koud water aan de oppervlakte in het oosten;
Het temperatuurverschil veroorzaakt stijgende en dalende lucht;
Dit houdt het drukverschil tussen oost en west in stand;
Het drukverschil is weer verantwoordelijk voor een deel van de kracht van de passaat.
Kleine verstoringen van de passaatwinden, oostelijke golven (easterly waves) genoemd veroorzaken hevige regen in anders relatief droge landen als Venezuele of Guyana. De zo optredende depressies kunnen zware buien verzoorzaken, waarbij 100 mm op een dag kan vallen.

Deze cirkel van de passaatwinden wordt helemaal doorbroken tijdens een periode van de El Niño.

Selecteer het antwoord dat je het meest juist lijkt en/of vul in.