VERVAL en DEBIET

Invuloefening. De juiste woorden staan bovenaan.

Vul eerst de gaten in. Druk dan op "Controleer" om je antwoorden te controleren. Gebruik de "Hints"-knop om een extra letter te krijgen, wanneer je het lastig vindt om een antwoord te geven. Je kan ook op de "[?]"-knop drukken om een aanwijzing te krijgen. Let wel: je verliest punten, wanneer je hints of aanwijzingen vraagt!
   0,5      100      20      200      3      450      50      500      80      bijrivieren      breder      debiet      december      groot      hoogteverschil      kilometrisch      klein      lengte      neerslag      Ourthe      snel      totale      verdamping      vlakte   
DE HELLING BEPAALT HET VERVAL VAN EEN WATERLOOP

In rivieren gelegen in een laagvlakte stroomt het water traag. Het water van rivieren in plateaus en berggebieden stroomt meestal . Een snelstromend riviertje heeft een verval en een langzaam stromende een verval. Het verschil in hoogte tussen de bron en de monding van een rivier noemt men het verval. Zie bijgevoegde grafiek!

foto58.jpg

De bron van de Ourthe ligt op m en het laagste punt op ongeveer m. Het totale verval is dus m. De Leie heeft een bronhoogte van m en vloeit in de Schelde op een hoogte van ongeveer 20 m. Het totale verval is hier m. Daarom is de snelheid van het water in de groter dan in de Leie. De stroomsnelheid van het water wordt echter vooral bepaald door het verval. Het kilometrisch verval wordt berekend door het tussen de bron en de monding te delen door de van de waterloop.

HET DEBIET KUN JE ZELF BEREKENEN

De hoeveelheid water die in 1 seconde op een bepaalde plaats voorbijstroomt is het . Het wordt uitgedrukt in kubieke meter per seconde. Het debiet verschilt van rivier tot rivier en van streek tot streek. Je kunt spreken van een debiet en een groot debiet. Het debiet wordt groter naarmate de rivier en dieper is. Het debiet hangt dus af van de opper van het stroombekken, van de en van de verdamping, dus van het klimaat.
Zie bijgevoegde figuur!

foto59.jpg

In juni is het debiet van de Maas ongeveer kubieke meter/seconde en dat van de Schelde ongeveer 50 kubieke meter per seconde. De Maas bereikt een hoogste debiet in de maand .

Zie bijgevoegde figuur! foto60.jpg

De oppervlakte van de natte doorsnede is [( m + 17 m) : 2] x m = 55,5 kubieke meter.
Het debiet is 55,5 kubieke meter x m/sec = 27,75 kubieke meter per seconde.


In de winter is het debiet van de rivieren groter omdat de veel kleiner is dan in de zomer. Het debiet van de Maas wordt naar de monding toe steeds groter omdat het aantal toeneemt.