WATER OP AARDE. Van bron tot monding.

Rivieren, stromen

VAN BRON TOT MONDING

Een rivier kun je vergelijken met een boom. De stam is de hoofdrivier en de takken zijn de kleine zijrivieren. Als je een rivier en haar zijrivieren vanop grote hoogte bekijkt, krijg je hetzelfde beeld. Zie bijgaande foto!


foto53.jpg

De waterlopen ontstaan door het afvloeien van regenwater en van smeltwater van sneeuw en ijs.

KRINGLOOP VAN HET WATER

Op onderstaande tekening valt een deel van het regenwater op een doorlatende bodem (zand) en dringt in de grond. Dit insijpelingswater vormt op ondoorlatende gesteenten (klei) een grondwaterlaag. Komt dit grondwater aan de oppervlakte, dan ontstaat er een bron. Verscheidene beken voeden samen een rivier en talrijke rivieren bevoorraden samen een grote rivier of een stroom. Deze laatste mondt uit in de zee.


Extra uitleg over de waterkringloop. Klik hier.

foto54.jpg

RIVIERSTELSEL EN STROOMBEKKEN

Volg je een waterloop van bron naar monding (volgens de stroomrichting) dan ga je stroomafwaarts. Links heb je dan de linkeroever en rechts de rechteroever. Tussen beide oevers stroomt de waterloop in zijn bedding. Alle waterlopen waarvan het water naar éénzelfde richting stroomt, vormen een rivierstelsel.
Het gebied dat door dit rivierstelsel wordt afgewaterd, is het stroombekken van die rivier. Het stroombekken van stromen, zoals de Schelde, bestaat uit verscheidene rivierstelsels. De waterlopen op bijgevoegde tekening lopen in verschillende richtingen. Ze behoren tot twee stroombekkens. De lijn die de scheiding tussen deze bekkens vormt, is de waterscheidingslijn of waterscheidingskam. Die valt normaal samen met de grootste hoogten.


Extra uitleg over waterscheidingslijn. Klik hier.

foto55.jpg

Wat is neerslag?
Neerslag is water dat in verschillende vormen vanuit de lucht de aarde kan bereiken. Dit kan dus regen zijn, maar ook sneeuw, en zelfs hagel


Regen
Bij regen wordt een wolk te zwaar en vallen er (bevroren) waterdruppels naar beneden. Deze verdampen echter snel op weg naar de grond en daardoor is het gewoon vloeibaar water.


Hagel
Als er hele grote wolken zijn, die zo zwaar zijn dat er hele grote deeltjes uitvallen, kan er hagel ontstaan. Dit komt doordat deze "ijsblokken" bijna geen kans krijgen onderweg in de lucht te smelten. Hierdoor komen ze dus, nog voor een groot deel bevroren, op de grond terecht.


Sneeuw
Het zijn namelijk allemaal kleine ijskristalletjes die aan elkaar "geklonterd" zijn. Ze ontstaan doordat de lucht vlak boven de grond erg koud is, en daardoor de regendruppels weer veranderen in ijskristallen.


Dauw
Dit komt doordat waterdamp 's morgens (door de koelte van de lucht, en de warmte (van overdag) van o.a. planten) omslaat van damp naar vloeistof. Hierdoor komen er dus waterdruppels (=dauw) op o.a. planten terecht.


Rijp
Kan ontstaan doordat de dauw op o.a. planten bevriest, maar ook als de temperatuur van lucht onder het vriespunt uitkomt, er waterdamp aanwezig is in de lucht en er dingen aanwezig zijn die nog "warm" zijn van overdag. In zulke gevallen ontstaat er direct rijp op planten, of andere dingen natuurlijk.


IJzel
Dit ontstaat als de regen op een wegdek/grond direct bevriest. Er komt dan een glad ijslaagje op de grond.


Mist/Nevel
Er hangen dan hele kleine waterdruppels in de lucht (ze vallen niet op de grond doordat ze lichter zijn dan lucht). Als dit zo is en je kan tot en met 1 kilometer kijken, dan noem je het mist. Je noemt het nevel als je verder dan 1 kilometer kan kijken.

Selecteer het antwoord dat je het meest juist lijkt en/of vul in.
DEZE OEFENING IS HOOFDLETTERGEVOELIG!

Soorten wolken

Uitleg over wolken. Klik hier.


Definitie en indeling Wolken. Klik hier.