De mens in de stad

DE VERSCHILLENDE FUNCTIES VAN DE STAD

Iedere stad heeft een groot aantal OPENBARE DIENSTEN FUNCTIES. Deze nutsvoorzieningen zoals wegenwerken, verlichting, elektriciteitsvoorziening, gasvoorziening, drinkwatervoorziening, telegrafie, telefoon, post, belastingen, brandweer, burgerbescherming, openbaar vervoer, spoor zijn onmisbaar voor het goed functioneren van de stad. Bepaalde steden besturen een kanton, een arrondissement of een provincie en zijn de zetel van rechtbank, dekenij, enz. Ze hebben een BESTUURSFUNCTIE. In Brussel zetelen regering en parlement. De meeste steden hebben veel scholen, bibliotheken, musea enz. De stad vervult ook een CULTURELE FUNCTIE. De belangrijkste hospitalen, geneesheren, mutualiteiten zijn in of rond de stad aanwezig. De stad heeft dus ook een SOCIALE FUNCTIE.


DE STAD BESTAAT UIT VELE WIJKEN

Volgens het uitzicht en de functie worden in een stad verschillende delen of WIJKEN onderscheiden. In een stad vindt men oude en nieuwe wijken; wijken met open, half-open of aaneengesloten bebouwing; arbeiderswijken en rijkere wijken enz. De HANDELSWIJKEN met talrijke winkels tref je meestal aan in het stadscentrum. Soms overheersen in een wijk de openbare gebouwen, (stadhuis, scholen, musea, brandweer). Sommige steden bezitten bovendien grote verkeersterreinen (rangeerstation, havenwijken).


DE STAD IS EEN STREEKCENTRUM

De stad bewijst heel wat diensten aan de inwoners uit de omringende gemeenten, d.w.z. uit haar streek (ook regio genoemd). Zo komen plattelandsbewoners naar de stad werken, inkopen doen, school lopen, een geneesheer raadplegen, enz. De stad oefent een aantrekking of een invloed uit op haar omgeving. Ze is dus een STREEKCENTRUM (regionaal centrum). Dagelijks verplaatsen zich duizenden mensen, FORENZEN genaamd, naar hun werk in de stad. De Brusselse agglomeratie trekt er meer dan 350 000 aan. De handelaars moeten dagelijks bevoorraad worden. Landbouwers en groothandelaars voeren op de vroegmarkten dagelijks duizenden kilogrammen groenten en vruchten aan, die door de winkeliers worden gekocht. Het platteland levert dus het voedsel. In België liggen de steden op ongeveer 20 km van elkaar. Dorpen liggen op ongeveer 5 km van elkaar.


Waarom worden Hasselt en Genk samen genomen als regionaal stedelijk gebied?

Het begrip ‘regionaal stedelijk gebied’ vindt zijn oorsprong in het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen. De Vlaamse overheid bakent in Vlaanderen 13 groot- en regionaalstedelijke gebieden, zoals (zoals Antwerpen, Gent, maar ook Leuven, Mechelen, Sint-Niklaas, enz.). Hasselt-Genk is één van de laatste gebieden die aan de beurt zijn voor stedelijke afbakening.
Hasselt en Genk zijn beide regionale steden, maar door hun ruimtelijke situering (aan mekaar grenzend) en hun economische complementariteit (Hasselt als provinciaal dienstencentrum en Genk als stad met industrie) worden ze door Vlaanderen samen geselecteerd als een van de 13 regionaal stedelijke gebieden. De Vlaamse overheid onderzoekt hoeveel bijkomende woningen, bedrijventerreinen en groengebieden er binnen het regionaal stedelijk gebied nodig zijn en waar die het best kunnen worden gerealiseerd. Doordat Hasselt en Genk ruimtelijk als één geheel bekeken worden kunnen beide steden samen het ruimtelijk programma voor bijkomend wonen, werken, recreatie, enz. opvangen. Bedoeling is dat de steden elkaar aanvullen en versterken.


DE STAD IS EEN VERKEERSKNOOPPUNT

In de stad komen alle wegen samen. Ook de spoorwegen en het busvervoer hebben hun eindbestemming in de stad. De steden zijn dus VERKEERSKNOOPPUNTEN. Iedere stad is een gonzende bijenkorf met druk verkeer van auto's, vrachtwagens, taxi's, bussen en trams. De Antwerpse agglomeratie wordt bediend door 15 stations, de Brusselse door 23, de Luikse door 24 en de Gentse door 8.


KAART
foto152.jpg

FOTO
foto153.jpg

Combineer een element links met een element rechts. Je kan selecteren uit het uitrolmenu, of slepen.
*
De stad is een ......centrum. De stad trekt veel marktbezoekers aan uit de omliggende gemeenten.
*
De stad is ook een ..... knooppunt.
*
De stad bestaat uit verschillende onderdelen, ..... genoemd.
*
Personen die in een andere gemeente dan die waar ze wonen gaan werken noemt men
*
Zie kaart Hasselt. In Hasselt (België) liggen de Tuinwijk en de Heilig Hartwijk ten ..... van het centrum.
*
Zie kaart Hasselt. Runkst is de dichtstbevolkste wijk van Hasselt. Hoe ligt ze t.o.v. het centrum?
*
Zie kaart Hasselt. De handelswijken (rood) liggen binnen de .......
*
Zie kaart Hasselt. Binnen die Kleine Ring spreekt men van het stadscentrum of de ......
*
Zie kaart Hasselt. Rond de stadskern tref je wijken aan met (bruin) met ...... bebouwing.
*
Zie kaart Hasselt. De wijken met open bebouwing liggen ... de Grote Ring.
*
Zie kaart Hasselt. Aan de noordzijde langs het Albertkanaal (grijs) ligt een .....
*
Zie foto! Geef de naam van de stad!
*
Zie foto! Welk gebouw duidt op een godsdienstige functie?
*
Zie foto! Welk gebouw duidt op een administratieve functie?
*
Zie foto! Welk gebouw duidt op een culturele functie?
*
Zie foto! Welk gebouw duidt op een rechterlijke functie?
*
Fabrieken liggen aan de rand van de stad. Waarom?
*
Grote handelszaken liggen langs de invalswegen van de stad. Waarom?
*
Ziekenhuis, dokters behoren tot
*
Een stad met veel fabrieken heeft een
*
De stad Brugge (België) heeft vooral een
*
In de Wetstraat (Brussel) zetelt
*
De steden Oostende, Spa (België) hebben een
Een stad met vooral veel winkels en supermarkten heeft een
De belangrijkste functie van iedere stad is de