Landschappen in europese streken

De economie van de Noordelijke landen van Europa steunt op energiebronnen en grondstoffen

NOORWEGEN

Noorwegen - Olie
Bijna de helft van de nog bestaande oliereserves en gasreserves horen bij Noorwegen. Noorwegen wordt de komende jaren dus steeds belangrijker voor andere landen wanneer het om fossiele brandstoffen gaat. De voorraden die Noorwegen heeft worden steeds meer waard naarmate de schaarste wereldwijd groter wordt. n 2013 was het aandeel van de petroleumsector een vijfde in het totale bbp, bijna een derde van de totale overheidsinkomsten en was het de helft van alle exportopbrengsten. De overheid stopt de inkomsten van de petroleumsector in een apart fonds. Eind 2017 had dit fonds een vermogen van 5000 miljard Noorse kronen ofwel circa 1 miljoen per Noor. Op 19 september 2017 bereikte het fonds volgens Bloomberg een waarde van 1.000 miljard Amerikaanse dollar. Noorwegen is een van 's werelds toonaangevende petroleumexporteurs, hoewel de olieproductie in 2016 bijna 50% onder de piek in 2000 lag; jaarlijkse gasproductie, omgekeerd, meer dan verdubbeld over dezelfde periode. Na een voortdurende daling van 2001 tot 2013, steeg de olieproductie in 2016 voor het derde jaar op rij, dankzij de hogere productie van bestaande olievelden en nieuwe velden die in gebruik worden genomen. Noorse Olie gaat voornamelijk naar Groot Brittannie, de Benelux, Duitsland, Frankrijk en Amerika. Noorwegen wil het produceren van olie nog zo'n vijftig jaar mogelijk laten zijn. Grootste maatschappij die actief is in de olieindustrie in Noorwegen is STATOIL. Dit bedrijf is eigendom van de Noorse regering. STATOIL heeft eigen pompstations door heel Noorwegen. Deze industrietak zorgt voor werkgelegenheid, maar ook verhoogde inflatie en een kwetsbaarheid voor schommelingen in de wereldaardoliemarkt (het grootste deel van de olie en het gas wordt uitgevoerd). Andere delfstoffen die worden ontgonnen zijn pyriet, koper, titanium, ijzererts en in mindere mate steenkool, zink en lood. Noorwegen produceert nikkel, aluminium, ijzerlegeringen en half afgewerkt staal. Noorwegen bezit ook een aantal van 's werelds grootste potentieel exploiteerbare steenkoolreserves (onder het Noorse continentaal plat ).


Noorwegen - Gas
Naast olie heeft Noorwegen nog een belangrijke bron van inkomsten die, zeker als de olie opraakt, een grote rol speelt; aardgas. Bewezen reserves in 2017 is 1.856.000.000.000 kubieke meter. Productie aardgas 2015 is 117.200.000.000 kubieke meter. 7de Plaats op de wereld ranglijst. De afgelopen jaren heeft Noorwegen de aardgasproduktie opgeschroeft om te compenseren voor de dalende aardolieproduktie in het Noorse deel van de Noordzee. Op basis van de huidige (ontdekte) voorraden verwacht men in Noorwegen nog zo'n honderd jaar gas te kunnen leveren. Zie ook. Troll (olie- en gasveld). Klik hier.


Noorwegen - Elekticiteit
Een derde zeer belangrijke peiler van de Noorse economie is het opwekken en verkopen van hydroelektriciteit. Hydro stroom wordt opgewekt met behulp van waterkracht in een waterkrachtcentrale. De Noren doen dit veelvuldig door middel van stuwdammen. De geografie van Noorwegen is zeer geschikt voor het opwekken van hydro stroom. Er zijn in Noorwegen namelijk vele diepe fjorden te vinden. Daarnaast veel stromende rivieren. Het grootste hydrostroom-bedrijf in Noorwegen is Norsk Hydro. Deze onderneming maakt tegenwoordig deel uit van STATOIL. Het bedrijf heeft ongeveer 13.000 medewerkers (2013). Waterkracht is de voornaamste bron van elektriciteit in Noorwegen. Waterkracht verzorgt 99% van de huishoudelijke vraag naar elektriciteit. De binnenlandse productie is sterk afhankelijk van het weer en de regenval.


Noorwegen - economie
Bijna driekwart van het Noorse grondgebied is niet productief; minder dan 4% is gecultiveerd. Het land importeert meer dan 50% van zijn voedsel. Desondanks is Noorwegen een zeer welvarend land (met name door de olieindustrie en het opwekken van energie). Noorwegen is zelfs een van de weinige landen zonder buitenlandse schuld. De enorme, hoog gelegen, weilanden worden gebruikt voor het houden van rundvee en schapen, en, in het noorden, voor rendieren. Ongeveer een kwart van Noorwegen is bebost; het hout is een van de belangrijkste natuurlijke rijkdommen en is de basis voor een van de belangrijkste industrieën. De mooie Noorse fjorden en de middernachtzon van het verre noorden trekken vele toeristen aan. De visserij (in het bijzonder van kabeljauw, haring en makreel) is belangrijk. Verse, ingeblikte en de gezouten vis uit Noorwegen worden uitgevoerd naar de hele wereld. De belangrijkste industrieën van het land zijn dus aardolie- en aardgasproductie, de scheepvaart en handel. Sinds de ontdekking van aardolie in het gebied Ekofisk in 1969, zijn de aardolie en de aardgasindustrieën essentieel voor de economie van Noorwegen. Deze tak zorgt voor werkgelegenheid, maar ook verhoogde inflatie en een kwetsbaarheid voor schommelingen in de markt van de wereldaardolie (het grootste deel van de olie en het gas wordt uitgevoerd). Andere delfstoffen die worden ontgonnen zijn pyriet, koper, titanium en ijzererts, en in mindere mate steenkool, zink en lood. Nikkel, aluminium, ferrolegeringen en half afgewerkte staal worden geproduceerd. Bijna alle elektriciteit van Noorwegen wordt geleverd door hydro-elektrische energie, en het land voert eveneens hydro-elektriciteit uit. De voedselproductie, pulp en papier, elektrochemische en scheepsbouwindustrieën zijn belangrijk voor de economie. De grote Noorse koopvaardijvloot verscheept een groot deel van de wereldhandel. De belangrijkste handelspartners zijn het Verenigd Koninkrijk, Duitsland, Zweden, Nederland, Denemarken en de Verenigde Staten.


ZWEDEN

Zweden - economie
Zweden heeft zich de laatste honderd jaar ontwikkeld van een betrekkelijk arm agrarisch land tot een moderne, geïndustrialiseerde samenleving. Zweden is nu een van de welvarendste landen ter wereld, met hoge inkomens en goede sociale zekerheden. Zweden heeft een vrijemarkt economie waarin het particuliere bedrijfsleven de grootste rol speelt. Bijna 90% van de bedrijven is in particuliere handen. De industrie is voornamelijk gebaseerd op de rijke minerale voorraden, uitgestrekte wouden en een aantal Zweedse uitvindingen aan het begin van de 20e eeuw. Zweden is een van de voornaamste exportlanden ter wereld van ijzererts en houtprodukten (papierpulp en papier). Staal van topkwaliteit is een andere Zweedse specialteit.

Bosbouw
Sinds het midden van de 19e eeuw heeft de bosbouw een belangrijke rol gespeeld in de Zweedse industrie. Geen wonder met meer dan 55% van het land bedekt met uitgestrekte bossen. De meeste produkten (hout, papier, papierpulp) worden geëxporteerd. In de jaren 50 van de 20e eeuw bestond de helft van alle export (in geld uitgedrukt) uit bosbouwprodukten. De Zweedse bosbouw is erg modern en gericht op lange termijn doelen waarbij zoveel mogelijk rekening met de omgeving en het milieu gehouden wordt.

Mijnbouw
Zweden is rijk aan bodemschatten. Het belangrijkste mijnbouwproduct is ijzererts, dat in het noorden in Lapland gewonnen wordt. 90% Van de mijnbouwproduktie wordt geëxporteerd, voornamelijk naar Duitsland (staalindustrie). Sinds de 1975 is de uitvoer verminderd, maar nog steeds behoort Zweden tot de top 10 exporteurs van ijzererts ter wereld. Ook de staalindustrie exporteert de meeste produkten en richt zich op kwaliteitsstaal. Meer dan de helft van de uitvoer bestaat uit duurdere staalsoorten die gebruikt worden voor precisie-instrumenten en kogellagers, enz.
Verder worden nog koper, lood, zink en kleine hoeveelheden goud en zilver gedolven. Arsenicum wordt ook in grote hoeveelheden aangetroffen en de grootste loodreserves bevinden zich in Zweden. Er bevinden zich belangrijke uraniumvoorraden in Västergötland (Zuid-Zweden), ongeveer 80% van de totale Europese voorraden.

Industrie
De metaalverwerkende industrie werkt op een high-tech nivo en is de grootste industrie in Zweden, dat ook wereldwijd een goede naam heeft op dit gebied. Auto's, vrachtwagens en vliegtuigen zijn bekende Zweedse produkten. De elektrotechnische industrie heeft ook een grote vlucht genomen en vrijwel alle produktieprocessen zijn geautomatiseerd, meer dan waar ook ter wereld. De belangrijkste industriële centra liggen in Midden-Zweden en aan de zuidkust.

Dienstensektor
De dienstensektor is ruimschoots de grootste sektor wat werkgelegenheid betreft 74% van de beroepsbevolking. Grote delen van de Zweedse dienstensektor horen bij de publieke sektor: bijna alle ziekenhuizen, scholen en kinderopvangcentra zijn van de staat. Langzamerhand worden echter steeds meer onderdelen geprivatiseerd, zoals de post, telekommunikatie en de spoorwegen.

Chemische industrie
Chemische produkten worden al meer dan 100 jaar in Zweden geproduceerd. In het begin waren het voornamelijk explosieven en lucifers maar na de 2e wereldoorlog werden verf en plastic belangrijke produkten. De farmaceutica is ook een snel groeiende industrie.

Landbouw, veehouderij en visserij
Nog geen 2% van de bevolking werkt in de landbouw, maar wel wordt daarmee in 80% van de binnenlandse behoefte voorzien. De landbouw en veehouderij is geconcentreerd in het zuiden en iets minder in het midden van Zweden. Het belang van de visserij voor de economie is sinds de jaren zestig voortdurend minder geworden. De totale visvangst per jaar bedraagt ongeveer 200.000 ton, waarvan de helft bestaat uit kabeljauw en haring.

Energievoorziening
Het energieverbruik in Zweden is zeer groot door het klimaat, de hoge levensstandaard, de grote afstanden en de relatief lage energieprijzen.
Waterkracht levert 44% van de energiebehoefte, kernenergie 40% en de overige 10% van de benodigde energie wordt geleverd door olie- en kolengestookte centrales. Al voor de kernramp van Tsjernobyl in 1986 was er een diskussie op gang gekomen over de uitbreiding van het aantal kerncentrales. Dit heeft ertoe geleid dat men besloten heeft vanaf het begin van de 21ste eeuw het aandeel van de kernenergie te verminderen en uiteindelijk afschaffing daarvan binnen Zweden te komen. Streefdatum was uiterlijk 2010, maar van de 12 centrales zijn er pas 2 gesloten en de publieke opinie lijkt nu grotendeels voor voortzetting van kernenergie te zijn.

Handel
De belangrijkste uitvoerproducten zijn: elektrotechnische apparatuur, transportmiddelen, telecommunicatiemiddelen, papierpulp, hout, papier, textiel, aardewerk en meubelen. De belangrijkste afnemers zijn: Duitsland, Groot-Brittannië, de Verenigde Staten, Denemarken, Finland en Noorwegen. Ingevoerd worden: voedingsmiddelen, aardolie, ijzer en staal. De belangrijkste leveranciers zijn: Duitsland, de Verenigde Staten, Groot-Brittannië, Finland, Denemarken en Noorwegen. Zweden is lid van de Europese Unie, maar doet (nog) niet mee aan de Euro.

Transport
Zweden beschikt met name in het zuiden en midden over een goed onderhouden en uitgebreid wegennet. De belangrijkste verbindingen met het dunbevolkte noorden worden gevormd door twee spoorlijnen en een autoweg. Het autotransport is het belangrijkste middel voor personen- en goederenvervoer. Zweden heeft één van de grootste spoorwegnetten van Europa (totale lengte 9930 km). De spoorlijnen zijn vooral belangrijk voor het goederenvervoer.
Voor de binnenscheepvaart, van belang voor het vervoer van ertsen, olie en steenkool, is een uitgebreid net van kanalen aangelegd. Göteborg, Hälsingborg, Malmö en Stockholm zijn de belangrijkste zeehavens. Zweden neemt met Noorwegen en Denemarken deel aan het Scandinavian Airlines System (SAS), dat ook het binnenlands luchtverkeer in Zweden voor zijn rekening neemt. Internationale vliegvelden liggen bij Stockholm, Göteborg en Malmö. Aan het begin van de 21ste eeuw is het land nog altijd een grote houtproducent. Daarnaast exporteert het ijzererts, staal, elektronica, motorvoertuigen en machines. Zie ook atradius landenrapport zweden 2017. Klik hier.


FINLAND

Finland - energie
In 2009 produceerde Finland circa 82 miljard kilowattuur aan elektriciteit. Vanwege het koude klimaat en de energie-intensieve industrie lag het jaarverbruik per hoofd van de bevolking op een zeer hoge 16.000 kilowattuur. Kerncentrales hadden een aandeel van 28% in de totale elektriciteitsproductie en waterkrachtcentrales nog eens 15%. Verder wordt 15% geïmporteerd uit Rusland en de rest wordt opgewekt in met steenkool- en aardgasgestookte centrales. Finland besteedt verder veel aandacht aan groene-energie door opwekking van zonne-energie en ook krijgt de verbranding van afval voor warmte- en elektriciteitsopwekking grote aandacht. Ongeveer een vijfde van de elektriciteit van het land wordt geproduceerd als bijproduct van de energieverslindende papierindustrie. In Finland zijn vier kerncentrales in het westen, bij Olkiluoto, en zuidoosten, bij Lovisa, actief. Deze vier zijn in productie gekomen tussen de 1977 en 1980. Het opgestelde vermogen is ongeveer 2.900 megawatt (MW). In 2005 is de bouw van een vijfde kerncentrale, met een capaciteit van 1.600 MW, gestart naast twee reeds bestaande kerncentrales bij Olkiluoto. De oplevering van deze nieuwe centrale is inmiddels fors vertraagd en wordt veel duurder dan verwacht. op 1 juli 2010 heeft het Finse parlement goedkeuring verleend voor de bouw van nogeens twee kerncentrales en een opslagplaats voor nucleair afval. Deze nieuwe centrales komen naar verwachting in 2020 in gebruik en vergen een investering van 10 miljard euro


Finland - economie
Traditioneel was Finland een landbouwland, maar het land besteedde na de Tweede Wereldoorlog veel aandacht aan zijn industrialisatie. Tegen het eind van de 20e eeuw waren industriële productie, de dienstensector, de handel en de vervoerssector de grootste segmenten van de economie, terwijl de landbouw (plus bosbouw en visserij) minder dan 10% van werkgelegenheid en het BBP vertegenwoordigde.
In de landbouw is de veehouderij overheersend. Tevens zijn zuivelproducten belangrijk. Er worden grote aantallen gevogelte, rundvee, varkens, rendieren en schapen gefokt. De belangrijke landbouwgoederen omvatten hooi, granen (haver, gerst, tarwe, rogge), suikerbieten en aardappels.
Zoals in de meeste Europese landen is ook in Finland het grootste deel van de beroepsbevolking werkzaam in de dienstensector. Desondanks kan Finland binnen Europa toch als een typisch industrieland worden beschouwd. Tot de belangrijkste producten die Finland vervaardigt behoren metaalproducten (machines, schepen); bewerkt hout en papier; chemicaliën; voedsel; elektro en elektronische apparatuur; en textiel. Bekende Finse producten, dan wel in Finland ontwikkelde producten, zijn mobiele telefoons en grote machines voor industrie en bosbouw. Finland is ook een bekend producent van designartikelen uit glas en keramiek en van bestek van roestvast staal. Hoewel de mijnbouwproductie van Finland klein is, omvat deze een aantal belangrijke mineralen zoals ijzererts, koper, zink, nikkel, kobalt, titanium, vanadium, kwik, zilver en goud. De Finse houtkapindustrie is één van de grootste in Europa.


Finland - buitenlandse handel
De Finse export is de laatste jaren fors gegroeid. Tussen 2004 en 2008 steeg de uitvoer met gemiddeld 7% per jaar. Door de wereldwijde economische recessie en de relatief verslechterde concurrentiepositie van de Finse industrie daalde de export in 2009 echter met 20,5%. De Finse export bestaat vooral uit machines en transportmiddelen (40,4% van de totale uitvoer), fabricaten (28,1%) en chemische producten (10,2%). De belangrijkste afnemers van de Finse export zijn: Duitsland (10,3%), Zweden (9,8%) en Rusland (9,0%). Van de totale Finse export bleef in 2009 55,6% binnen de EU, 7,8% ging naar de Verenigde Staten. Finland importeerde in 2009 vooral machines en transportmiddelen (32,1%), brandstoffen (16,8%) en fabricaten (12%).
Van de Finse import is 56,4% uit de EU afkomstig. De belangrijkste herkomstlanden zijn Rusland (16,2%), Duitsland (14,6%) en Zweden (10%). Zie ook ivanstat, economie Finland 1970-2016. Klik hier.


DENEMARKEN

Denemarken - energie
Dankzij de ontwikkeling van de olie- en gasvelden in de Noordzee, waarmee eind jaren zeventig een aanvang werd gemaakt, is Denemarken sinds 1997 zelfvoorzienend op het gebied van energie. In 1999 overtrof de totale uitvoer van energie voor het eerst de invoer. In 2007 genereerde het land 30% meer energie dan de energieconsumptie in dat jaar.

Olie en gas
In aardolie is Denemarken bijna geheel zelfvoorzienend, terwijl aardgas zelfs in relatief grote hoeveelheden kan worden uitgevoerd. Hiermee heeft het land de beleidsdoelstelling gehaald die in de jaren zeventig werd geformuleerd: minder afhankelijk worden van energievoorziening uit het buitenland.

Duurzame energie
Denemarken heeft bijna geen waterkrachtcentrales. Bijna alle stroom wordt opgewekt uit windparken en biomassacentrales. 45 Procent van alle elektriciteit komt uit duurzame energiebronnen. Denemarken is een van de wereldleiders in het gebruik van windenergie. Denemarken produceert op sommige dagen (2013) meer windenergie dan de totale stroombehoefte van het land. Het overschot wordt geëxporteerd. Duitsland is een grote afnemer van Deense energie. Denemarken importeert ook energie uit Duitsland, maar de balans slaat positief uit voor Denemarken.
Omdat het aantal windmolens in Denemarken nog steeds groeit, neemt ook het aantal dagen met een energieoverschot toe. De doelstelling dat in 2050 100 procent van de gebruikte energie duurzaam moet zijn, zal Denemarken dan ook gemakkelijk halen.
Voor 2030 heeft de Deense overheid als doel gesteld dat 35% van de elektriciteit wordt opgewekt uit duurzame-energiebronnen. Van kernenergie wordt in Denemarken uit milieuoverwegingen geen gebruikgemaakt.


Denemarken - economie
Lange tijd was Denemarken hoofdzakelijk een landbouwland, maar na 1945 breidde het land zijn industriële sector drastisch uit, zodat deze tegenwoordig meer dan 25% en de landbouw minder dan 5% aan het bruto binnenlands product bijdraagt. Andere traditionele industrieën van Denemarken zijn de visserij en scheepsbouw, maar deze zijn ook afgenomen. Toch heeft Denemarken zijn landelijk karakter grotendeels behouden. Financiële en andere diensten, de handel en de vervoerssector zijn ook belangrijk voor de economie van het land.

De belangrijkste landbouwproducten van het land zijn wortelgewassen (bieten, koolraap en aardappels) en graangewassen (gerst, haver en tarwe). Er is veeteelt (varkens, rund- en pluimvee) en een grote visindustrie. Denemarken bezit een commerciële vloot van aanzienlijke grootte. De belangrijkste vervaardigde producten omvatten voedingsmiddelen (vooral vlees en zuivelproducten), chemische producten, machines, metaalproducten (die bijna volledig van ingevoerde grondstoffen worden gemaakt, aangezien Denemarken praktisch geen delfstoffen heeft), elektronische en vervoersapparatuur, bier, textiel en houten producten. Het toerisme is ook een belangrijke industrie.

De belangrijkste uitvoerproducten van Denemarken zijn landbouwproducten en industriële machines, teak en eiken meubilair, vlees, vis en metalen; de belangrijkste importproducten zijn machines, metalen, motorvoertuigen en brandstoffen. Belangrijke handelspartners van het land zijn Duitsland, Zweden, het Verenigd Koninkrijk en andere landen in de Europese Unie evenals de Verenigde Staten. Denemarken had in de jaren tachtig van de 20e eeuw met ernstige economische problemen te kampen, en in de jaren negentig had het een hoog werkloosheidscijfer, grote uitgaven in de openbare sector en een grote buitenlandse schuld. Een strak fiscaal en monetair beleid leidde echter tot economisch herstel. Zie ook ivanstat, economie Denemarken 1970-2016. Klik hier.


IJSLAND

IJsland - energie
Meer dan de helft van alle energie, zo'n 54%, wordt geothermisch opgewekt, 17% wordt opgewekt door waterkracht en de overige energie wordt geproduceerd met (geïmporteerde) fossiele brandstoffen. Verder voorzien de geothermische bronnen Reykjavik van warm water en stoom voor verwarming.


IJsland - economie
Visserij en de visverwerkende industrie, zo'n 63% van de uitvoer, vormen een belangrijke poot van de IJslandse industrie. Deze uitvoer is echter gevoelig aan de verandering van de visprijzen, vanuit de overheid worden dan ook pogingen gedaan de economie een bredere basis te geven, zo wordt er veel verwacht van geothermische energie. Naast Noorwegen en Japan is IJsland het enige land waar aan commerciële walvisvaart wordt gedaan. Er wordt vooral vis, aluminium, kunstmest en ijzerverbindingen uitgevoerd. De belangrijkste handelspartners zijn het Verenigd Koninkrijk, de Verenigde Staten, Duitsland en Japan. Er wordt vooral aardolie, allerhande machines, drank en tabak ingevoerd.


Financiële sector
In het begin van de 21e eeuw is de IJslandse financiële sector sterk gegroeid. Hierdoor maakte de financiële sector circa 34% van de IJslandse economie uit. Door de snelle expansie en de daarbij horende behoefte aan vreemd vermogen van deze sector was het land dan ook erg kwetsbaar voor de gevolgen van de kredietcrisis in 2008. Door een snelle achteruitgang van de liquiditeit van de drie banken in het land raakte IJsland in een situatie die grensde aan faillissement. De schulden van het land bleken ongeveer vijf tot negen maal het bruto nationaal product te bedragen, een bedrag dat nagenoeg onmogelijk is om zelfstandig op te brengen. Zie ook ivanstat, economie IJsland 1970-2016. Klik hier.


Meer uitleg over de IJslandse bankencrisis. Klik hier.

Verkeer in Denemarken

fig297.jpg

De grotere delen van Denemarken zijn met elkaar verbonden door bruggen. Jutland en Funen zitten aan elkaar met de Lillebæltsbro (brug over de Kleine Belt), die gratis is. Funen en Seeland zijn met elkaar verbonden via de Storebæltsbro (brug over de Grote Belt), waar tol wordt geheven. Denemarken (Kopenhagen) is verbonden met Zweden (Malmö) via de Oresundsbro (brug over de Sont), eveneens een tolbrug.

Een tijdwinst van ongeveer een uur en minder kosten voor de reiziger. Dat zijn de twee grote voordelen van de brug-tunnelcombinatie tussen Funen en Seeland, die West- en Oost-Denemarken met elkaar verbindt. Deze belangrijke binnenlandse oeververbinding werd in juli 1998 opengesteld voor auto´s en ander gemotoriseerd vervoer.

De verbinding bestaat uit twee bruggen van 6,6 en 6,8 kilometer lengte, die beide op het eilandje Sprogø uitkomen. Inclusief de weg op Sprogø is de totale lengte van de brug 18 kilometer. De treinen maken sinds 1997 al gebruik van de Westbrug en de 8 kilometer lange spoortunnel tussen Sprogø en Seeland. De constructie is een attractie op zich, want om de internationale scheepvaart niet te hinderen, 'hangt' de Oostbrug voor het wegverkeer hoog boven de Grote Belt. Om de bouwkosten van negen miljard gulden terug te verdienen, wordt tol geheven.

Sontbrug (Øresundsbro).
Het nieuwste bruggenproject van Denemarken, de brug van Kastrup (Kopenhagen) naar de Zweedse stad Malmø, is al weer een paar jaar gereed. De bouw heeft ongeveer tien jaar geduurd. De lengte van de brug-tunnelverbinding bedraagt ongeveer 16 kilometer. Het bruggedeelte bestaat uit twee dekken. Het bovenste is voor auto's, het onderste voor treinen. De verbinding werd op 1 juli 2000 officieel voor verkeer opengesteld.


De Baltische staten
Uitleg over ESTLAND, klik hier en klik hier
Uitleg over LETLAND, klik hier en klik hier
Uitleg over LITOUWEN, klik hier en klik hier

Selecteer het antwoord dat je het meest juist lijkt en/of vul in.