De mens in het industrieel milieu

Vestigingsfactoren voor Belgische industrieën

Het transport van grondstoffen is moeilijk en duur. Vandaar: steenbakkerijen vlak nabij kleilagen; cementfabrieken dicht bij krijt- en of kalkgroeven. In de Waalse industriestreek is er vooral zware industrie. In de 19de eeuw ontstaan in de nabijheid van de steenkoolmijnen die de energie leverde. Het gebied heeft ook een dicht verkeersnet. België is arm aan grondstoffen! Moet ze dus invoeren via havens zoals Antwerpen, Gent, Zeebrugge. Veel industrie ligt rond de havens en langs de rivieren en kanalen. Ook langs spoorwegen liggen veel fabrieken. Dankzij de vrachtwagen liggen nu de meeste nieuwe fabrieken langs de autowegen. Een dicht verkeersnet is onmisbaar voor de aanvoer van grondstoffen en de afvoer van fabrikaten. In en rond de grote stedelijke agglomeraties liggen veel fabrieken door de aanwezigheid van veel arbeidskrachten en van een grote afzetmarkt. Bedrijven zoeken ook streken op met een grote bevolkingsgroei. Ook nabij de agglomeraties vestigen zich hoogtechnologische bedrijven. Ze vinden in de steden veel goed hoogopgeleide mensen. Een fabriek zoekt goedkope en degelijk uitgeruste terreinen. De nutsvoorzieningen van een modern industrieterrein zijn: water-, gas-, elektriciteitleiding, telefoon, telex, internet, wegen. Rond iedere stad liggen 1 of meerdere bedrijventerreinen. Zo vinden veel mensen werk in eigen streek. (Minder pendelaars of forensen).


Gegevens over geschiedenis Belgische steenkoolmijnen. Klik hier en Klik hier en Klik hier en Klik hier.

België industrie

fig12.jpg

Selecteer het antwoord dat je het meest correct lijkt en/of vul in.