De mens in het industrieel milieu

Azië

fig22.jpg

OUDE EN NIEUWE TIJGERS IN ZUIDOOST-AZIË

De industriële ontwikkeling verloopt in Azië in fasen. Eerst kwam Japan door vooral steun van de USA, daarna kwamen Hong-Kong, Singapore, Taiwan, Zuid-Korea aan de beurt en dit dankzij kapitaal uit Europa, USA en Japan. Deze 1ste groep noemt men de oude tijgers. Later kwamen er nieuwe tijgers Indonesië, Maleisië en Thailand. Na 2000 zijn het India maar vooral China die een zeer sterke industriële ontwikkeling kennen. Door muntontwaarding, minder export, sluiting van fabrieken, stijging van de werkloosheid was er vanaf 1997 een economische crisis bij de meeste oude en jonge tijgers. Kwam daar ook nog in 2008-2009 de wereldwijde bankencricis bij.

De Chinese economie werd in 2003 hard geraakt door de uitbraak van de gevaarlijke longziekte SARS. De economische groei in het tweede kwartaal van 2003 bedroeg 6,7%, het laagste groeitempo sinds 1992. SARS had vooral invloed op de dienstensector en het passagiersvervoer, dat zowel over land als via de lucht drastisch afnam. De economie van China is de laatste tijd indrukwekkend gegroeid. Het inkomen per hoofd van de bevolking is in 2013 gestegen tot $ 9.800 per hoofd van de bevolking. De economische groei bedraagt de laatste 10 jaar rond de 10 % per jaar.

BEIJING:
chemicaliën, auto’s, machines, metallurgie, textiel en elektronica.

BINNEN MONGOLIË:
veeteelt, bosbouw, akkerbouw, voedselverwerking, raffinage van grondstoffen, diverse lichte industrieën.

HEILONGJIANG:
olie, steenkool, staal, zware machines, papier, voedingsmiddelen, farmacie.

LIAONING:
petrochemie, metallurgie, machines, elektronica, schepen, bouwmaterialen, luchtvaart.

JILIN:
landbouw, auto’s, chemie, ijzer, staal, non-ferro, olie, voedingsmiddelen.

HEBEI:
graan, katoen, glas, textiel, machines.

TIANJIN:
petrochemie, auto’s, auto-onderdelen, metallurgie, elektronica, staal.

SHANDONG:
staal, steenkool, petrochemie, bouwmaterialen, consumentenelektronica, textiel, graan, rijst, maïs, visserij.

JIANGSU:
machines, textiel, elektronische componenten, eindproducten en metaalhalffabrikaten, voedselverwerking, petrochemie, elektronica.

CHANGHAI:
financieel- en dienstencentrum, auto’s, petrochemie, elektronica, ijzer, staal, zware machines, elektrische apparaten.

ZHEJIANG:
havens, schoenen, kleding, plastic speelgoed, kleine huishoudelijke artikelen, chemie, telecommunicatieapparatuur, machines, citrusvruchten, zijderupsen, thee.

FUJIAN:
havens, voedselverwerking, textiel, elektronische halffabrikaten, petrochemie, auto’s, bouwmaterialen, elektronica, landbouwproducten.

GUANGDONG:
assemblage, elektronica, speelgoed, kleding.

HAINAN:
koffie, thee, rubber, kokosnoten, suikerriet, peper, metaalbewerking, petrochemie, farmacie, chemie, voedselverwerking, elektronica.

GUANGXI:
fruit, suikerriet, bananen, non-ferro-producten, bouwmaterialen, textiel, kolen, ijzer, staal.

GUIZHOU:
landbouw, tabak, kolen, diverse mineralen.

JIANGXI:
hout, bamboe, textiel, papier, chemie, elektronica.

YUNNAN:
landbouw, tabak, suiker, koffie, koper, zinksmelterijen.

SICHUAN:
energie, metaal, mijnbouw, chemie, machines, luchtvaart, ruimtevaart, elektronica, graan, varkens, natuurlijke olie, medicinale kruiden, raapzaad, katoen, suiker, thee, sinaasappelen, natuurlijke zijde, houtolie, ijzer, staal, machines, elektrische machines.

CHONGQING:
machines, chemie, metallurgie, textiel, elektriciteit, elektronica,

SHAANXI:
machines, textiel, vliegtuigen, elektronica, militaire producten.

SHANXI:
kolen, ijzer, cokes, chemie.

HENAN:
graan, katoen, tabak, goud, kolen.

HUNAN:
rijst, antimonium, wolfram, fluoride, loos, zink, grafiet, kwik, machines, landbouwvoertuigen, locomotieven, zware gereedschappen, kunstmest, cement.

HUBEI:
staal, auto’s, mechanica, bouwmaterialen, chemicaliën, textiel.

TIBET:
veeteelt, toerisme.

QINGHAI:
petrochemie, chemie, textiel, metaalbewerking, leer, machines.

XINGJIANG:
katoen, olie, aardgas.

NINGXIA:
steenkool, graan, olie.

GANSU:
nikkel, platina, olie, steenkool.


Voor meer uitleg over de Chinese economie. Klik hier.

VANAF EIND AUGUSTUS 2015 IS ER IETS GRONDIG MIS MET DE CHINESE ECONOMIE

De beurs in de VS duikt zwaar in het rood, de olieprijs stuikt ineen... Dat heeft allemaal te maken met de diepe crisis die China momenteel treft. Na topjaren waarin China verschroeiend groeide, lijkt er een einde te komen aan het feestje. Want hoe lang kan de Chinese overheid nog haar beurzen blijven ondersteunen? Niemand weet het, maar iedereen heeft schrik. De industriële productie krijgt een tik: de vraag stokt, de productie is in de laatste zes en een half jaar nog nooit zo fel gekrompen. Zowel de binnenlandse vraag als de export zijn fel afgenomen. Het is het zoveelste nieuws dat het niet goed gaat met de tweede economie ter wereld. Vorige week al devalueerde de Chinese overheid plots de yuan: ineens was de Chinese munt minder waard. En een paar keer stuikte de Chinese beurs deze zomer al bijna in, om dan miraculeus, na een injectie van de Chinese overheid terug rechtop te staan. Maar de vraag is voor iedereen: hoe lang is dat nog houdbaar? De beurzen reageren alvast duidelijk op die vraag: ze gingen allemaal in het rood, want ze vertrouwen de zaak niet. In Japan ging de beurs 2 procent achteruit, in Zuid-Korea 2,2 procent. Ook Wall Street sloot fors lager, op een dieptepunt voor 2015. Olie, gas, mineralen: alle prijzen zijn ineen gezakt. Hetzelfde geldt voor olie, gas en andere delfstoffen: de Chinezen namen jarenlang gretig alles af wat anderen uit de grond haalden. Maar als de Chinese economie ineen dreigt te zakken, stuiken die prijzen in. Olie heeft in de laatste 26 jaar nog nooit zo'n lange dip gekend. De plotse devaluatie van de yuan heeft velen wakker gemaakt. Want de Chinezen spreken zelf over "een technische correctie, deel van een hervormingsproces", maar niemand lijkt dat te geloven. De doelstelling van 7 procent groei dit jaar (nog altijd een gigantisch cijfer) is ook ongeloofwaardig geworden. Eén van de problemen is dat niemand echt de cijfers van de Chinezen gelooft. Economen schatten het werkelijke groeicijfer eerder in op de helft van die 7 procent. En er is het feit dat de Chinese banken gigantische sommen hebben uitgeleend om de economie zo snel en agressief te doen groeien. Maar een pak van die leningen zullen nooit kunnen terugbetaald worden. Onderliggend zijn er bekommernissen over de Chinese vastgoedprijzen, die gigantisch omhoog geschoten zijn. Als die bubbel zich agressief corrigeert, kan de Chinese overheid dan wel nog echt ingrijpen?


Zie ook: groei China vertraagt verder in 2016 en 2017 Klik hier.

HET SEABOARD-PROJECT IN THAILAND

Thailand produceert vooral consumptiegoederen, voedselconserven, meubels, textiel, leder, plastiek. Tevens worden er veel kapitaalgoederen gemaakt: motoren, machines, elektonische fabrikaten en toeleveringsproducten voor de auto-industrie. De meeste industriegebieden liggen langs de zee, in de nabijheid van havens. Zulke gebieden noemt men SEABOARDS. De industriële ontwikkeling ligt vooral in en rond Bangkok. Het aantal inwoners in de agglomeratie Bangkok wordt geschat op zo'n 15 miljoen


Meer gegevens over Thailand, Zuidoost-Azië, Wereld. Klik hier.

Lijst van landen naar bruto nationaal product per hoofd van de bevolking (in miljoenen Amerikaanse dollars) of de waarde van alle finale goederen en diensten geproduceerd in een land (2017). Klik hier.

BNP per land - Vergelijkende Kaart - Wereld. (2017) Klik hier.

JAPAN
Geografie
Japan is een langgerekte archipel van 6.852 eilanden die verspreid liggen over een lengte van 3.300 kilometer, vanaf Taiwan tot aan de Russische Koerilen. Het land kent een totale kustlijn van 33.889 kilometer en telt een landoppervlakte van 377.915 km2. De bergachtige structuur heeft de bevolking gedwongen de laagvlaktes zeer intensief te benutten. De vlaktes langs de Stille Oceaan en de Setonaikai (Binnenzee) zijn het grootst en daardoor het meest bruikbaar voor bebouwing.

Japan wordt in hoofdzaak gevormd door enkele grote eilanden, die samen 98 procent van de oppervlakte beslaan:

Hokkaido
Op dit eiland woont slechts 5 procent van de bevolking, hoewel het 22 procent van de totale oppervlakte van Japan uitmaakt. Dankzij de landbouw, veeteelt en visserij is het de belangrijkste voedselproducent van het land. Daarnaast werkt de overheid er volgens een tienjarenplan, zowel centraal als regionaal, aan de ontwikkeling en verbetering van de industriële infrastructuur.

Honshu
Honshu is opgedeeld in vijf regio's (Tohoku, Kanto, Chubu, Kinki en Chugoku). Honshu is in economisch opzicht het belangrijkst. Zo'n 80 procent van de Japanse bevolking woont er. Op dit eiland bevinden zich de voornaamste havens en luchthavens en de grote industriële centra, geconcentreerd in het Kantogebied (rond Tokio) en het Kansaigebied (rond Kyoto-Osaka).

Shikoku
Op Shikoku is landbouw de belangrijkste economische activiteit.

Kyushu
Op Kyushu is rond Kitakyushu een concentratie van zware industrie te vinden. Het eiland is door een brug en een tunnel verbonden met Honshu en heeft een directe spoorwegaansluiting met het Kansai- en Kantogebied.

Ryukyu-eilanden
De Ryukyu-eilanden (Okinawa) stonden tot 1972 onder Amerikaans bestuur. De meeste eilanden zijn bewoond en het toerisme is de voornaamste bron van inkomsten.

Japan is voor meer dan 70 procent bergachtig, met toppen van 2.000 meter of hoger. De berg Fuji is met 3.776 meter de hoogste. Er zijn tientallen actieve vulkanen die regelmatig tot uitbarsting komen. Het land kent vele warmwaterbronnen. Jaarlijks komen er gemiddeld 7.500 aardschokken voor, maar hiervan wordt slechts een deel door de mens waargenomen. Het centrum van de bevingen bevindt zich meestal in oceaantroggen, wat kan leiden tot vloedgolven tot tien meter hoog.

Klimaat
Japan ligt in de noordelijke gematigde luchtstreek, waardoor het klimaat over het algemeen mild is. Als gevolg van de geografische spreiding over 22 breedtegraden zijn er echter plaatselijk grote verschillen. Op het noordelijke eiland Hokkaido sneeuwt het ten minste twee maanden per jaar en komt de temperatuur in januari niet boven het vriespunt. Op het zuidelijke eiland Kyushu daarentegen heerst in het zuidoostelijke deel een aanzienlijk milder klimaat; er valt zelden sneeuw en de temperatuur in januari is gemiddeld 7°C.

Ondanks deze verschillen zijn in Japan vier seizoenen te onderscheiden:
In de lente, van maart tot en met mei, varieert de temperatuur van 6°C op Hokkaido tot 20°C op Kyushu. Van grote betekenis voor de Japanner is de kersenbloesemtijd, die laat in maart of vroeg in april begint.
De zomer, van juni tot en met augustus, begint met een regenperiode die ongeveer drie weken duurt. Ook na deze periode is de luchtvochtigheid nog hoog; deze bedraagt dan circa 80 procent. De temperatuur varieert van 16°C tot ver boven de 30°C, wat in combinatie met de hoge luchtvochtigheid uiterst onaangenaam is.
De herfst, van september tot en met november, is net als de lente qua temperatuur de beste periode om naar Japan te reizen. De temperaturen lopen in dat jaargetijde uiteen van 10 tot 23°C. Van augustus tot oktober wordt de archipel regelmatig geteisterd door tyfoons.
In de winter, van december tot en met februari, kan in het midden en noorden van het land vaak worden geskied. In het zuiden kan de temperatuur worden vergeleken met de wintertemperaturen in Zuid-Europa.

In de hoofdstad Tokio is de warmste maand augustus met een gemiddelde temperatuur van 30,8°C; de koudste maand is januari met een gemiddelde temperatuur van 9,8°C. In Tokio valt de minste regen in januari: gemiddeld 49 mm; de natste maand is er september, met gemiddeld 209 mm regen.

Tijdzone
De lokale tijd in Japan is GMT +9. Het tijdverschil tussen België en Japan is in de winter 8 uur en in de zomer 7 uur. Japan kent geen verschil tussen zomer- en wintertijd.


Extra uitleg over Japan. Klik hier.

CHINA
Geografie
De Chinese Volksrepubliek (VRC) bestrijkt een oppervlakte van 9,6 miljoen km2. Hiermee is China ongeveer 215 keer groter dan België en qua oppervlakte het vierde grootste land ter wereld. China meet van noord naar zuid circa 4.000 kilometer en van west naar oost ongeveer 4.800 kilometer. Doordat het land bergachtig is en het transportsysteem niet optimaal is, veroorzaken de grote afstanden aanzienlijke economische, logistieke en zelfs politieke problemen. De grote uitgestrektheid van China maakt het moeilijk vanuit de hoofdstad Beijing een sterk centraal gezag uit te oefenen. De Volksrepubliek grenst over een afstand van 20.000 kilometer aan veertien buurlanden. Met verschillende daarvan zijn er geregeld grensgeschillen. In het noorden liggen de buurlanden Rusland en Mongolië. Aan de noordoostgrens ligt Noord-Korea. In het westen liggen Kazachstan, Tadzjikistan, Kirgizië, Afghanistan, Pakistan en India. Ten zuidwesten grenzen Nepal en Bhutan aan China. Ten zuiden van de grens liggen Myanmar, Vietnam en Laos. In het oosten grenst China aan zee; de kustlengte bedraagt 18.000 kilometer. China beschikt over zes van de tien belangrijkste havens ter wereld. In de territoriale wateren, die rijk zijn aan vis, liggen circa 5.400 eilanden en eilandjes. Deze eilandjes hebben tezamen een kustlijn van 12.000 kilometer. In de Zuid-Chinese Zee bezit China de strategisch belangrijke Xishaqundao (Paracel) Eilanden. De Nansha (Spratly) Eilanden worden ook geclaimd door diverse Aziatische landen. Qua reliëf is China te vergelijken met een trap met drie treden. De hoogste trede, het plateau van Qinghai-Tibet, ligt in het westen en zuidwesten. Dan is er een gebied van hoogvlakten en dalen, in hoogte variërend van 1.000 tot 2.000 meter, dat naar het oosten geleidelijk lager wordt, zoals het plateau van Yunnan-Guizhou en het vruchtbare Sichuan-bassin. Een deel van oostelijk China, de laagste trede, ligt lager dan 500 meter en heeft de hoogste bevolkingsdichtheid. Hier zijn de rivieren bevorderlijk voor de landbouw. Zij zorgen voor rijke oogsten, maar ook voor overstromingen. Een enkele keer drogen ze geheel op, waardoor voedselschaarste ontstaat. China wordt daarom wel gekarakteriseerd als een land dat ofwel lijdt aan een overschot ofwel aan een tekort aan water.

Tijdzones
China hanteert één tijdzone (meetpunt is Beijing), terwijl het land in verschillende zones valt. De Chinese standaardtijd is Greenwich Mean Time +8 uur. Het is in China 7 uur later dan in België. Tijdens de zomer is het 6 uur later dan in Belgie. Het kan zijn dat mensen en bedrijven in bepaalde gebieden - ver van Beijing - zich aanpassen aan de factor licht (dag) en donker (nacht).

Klimaat
China heeft een landklimaat met extreme verschillen, variërend van gematigd in het noorden tot subtropisch in de zuidelijke provincies.De noordelijke winters zijn lang en koud, met temperaturen van -10°C tot -1,7°C in Beijing en van -16,7°C tot -6,6°C in Shenyang. De zomermaanden zijn in het noorden heet en droog. Het klimaat in Centraal-China is overwegend subtropisch. De zuidoostelijke provincies hebben een tropisch klimaat met de moesson in de zomer. Aan de kust van zuidelijk China komen in de zomer tyfoons frequent voor. Barre weersomstandigheden doen zich voor in Binnen-Mongolië en Xinjiang, waar veel droge vlaktes en woestijnen te vinden zijn.
In de meeste gebieden is januari de koudste maand en juli de warmste. Ongeveer 80 procent van de neerslag valt tussen mei en oktober, waarbij juli en augustus doorgaans de natste maanden zijn.


Gemiddelde temperatuurverschil in China's grootste steden
StedenGemiddelde temperatuur in januariGemiddelde temperatuur in juliJaarlijks temperatuurverschil
Beijing4,8°C25,8°C30,6°C
Shanghai3,5°C28,0°C24,5°C
Qingdao-1,1°C 23,7°C24,8°C
Guangzhou13,7°C28,3°C14,6°C
Wuhan2,7°C29,1°C26,4°C
Urumqi -15,8°C23,9°C39,7°C
Shenyang -13,0°C24,9°C37,9°C


Extra uitleg over China. Klik hier.

INDIA
India is met een oppervlakte van bijna 3,3 miljoen km2 het op zes na grootste land ter wereld. Daarbij inbegrepen is een groot deel van Jammu en Kasjmir in het uiterste noorden, waarover de territoriale rechten zowel door Pakistan als door India worden geclaimd. Globaal gezien ligt India tussen het Himalayagebergte en de Indische Oceaan. Het land grenst in het noordwesten aan Pakistan (2.912 kilometer); in het noorden aan Nepal (1.690 kilometer), Bhutan (605 kilometer) en de Chinese provincie Xizang of Tibet (3.380 kilometer); in het noordoosten aan Myanmar of Birma (1.463 kilometer) en in het oosten aan Bangladesh (4.053 kilometer). De rest van het land wordt omgeven door de Arabische Zee in het westen en de Golf van Bengalen in het oosten (in totaal 7.000 kilometer).
Geografisch is India te verdelen in drie natuurlijke regio's: het Himalayagebergte in het noorden met enkele van de hoogste toppen ter wereld, de grote vlaktes van de rivieren de Indus en de Ganges, en de grote plateaus van het zuidelijke gedeelte van het schiereiland, dat bestaat uit zeer oude geologische formaties.

Het klimaat is voornamelijk tropisch, met uitzondering van bijvoorbeeld de Himalaya. De temperatuur verschilt echter van maand tot maand per gebied: in en rond Mumbai (Bombay) aan de westkust heerst een tropisch klimaat. Het weer is hier redelijk aangenaam en vrij constant door de verkoelende zeewind. Van november tot februari bedraagt de gemiddelde temperatuur 20°C. Gedurende de periode van april tot juni loopt de temperatuur op tot omstreeks 33°C. Van half juni tot eind september heerst de zuidwestmoesson en regent het flink.
In New Delhi bestaat een groot verschil tussen zomer en winter. Gedurende de wintermaanden (januari-februari) daalt de temperatuur 's nachts tot omstreeks 5°C. In de maanden mei en juni kunnen de temperaturen echter oplopen tot 40°C of meer. Van juli tot september is het er doorgaans regenachtig en liggen de temperaturen tussen 22 en 32°C.
Kolkata (Calcutta) en de Bengaalse vlakte kennen in de winter (november tot februari) aangename temperaturen tussen de 15 en 24°C. Van maart tot juni is het droog en heet met temperaturen rond de 40°C. Het regenseizoen duurt er van half juni tot half september. Het is er dan zeer vochtig met temperaturen tussen de 30 en 35°C.
Een vergelijkbaar patroon geldt ook voor de Zuid-Indiase steden Hyderabad en Chennai (Madras). Gematigde temperaturen in de maanden november tot en met februari, heet in april en mei en vochtig en warm in de periode van juli tot en met oktober.
Het hoger gelegen Bangalore heeft een betrekkelijk gelijkmatig klimaat. De gemiddelde temperatuur in de koudste maand (januari) bedraagt ongeveer 20°C, in de warmste maand (april) ligt die bij ongeveer 27°C.
In heel India geldt de zogenaamde Indian Standard Time (IST). Het is in vergelijking met België 4,5 uur later (in de periode dat in België de zomertijd geldt, is dit 3,5 uur).


Extra uitleg over India. Klik hier.

ZUID-KOREA
Met een oppervlakte van ruim 99.000 km2 beslaat Zuid-Korea 45 procent van de totale oppervlakte van het Koreaanse schiereiland, waarvan het met Noord-Korea deel uitmaakt. In 1905 kwam Korea als een kolonie de facto onder Japans bestuur, gevolgd door een formalisering hiervan in 1910. De Japanners poogden daarna uit alle macht de Koreaanse identiteit uit te bannen door onder meer hun religie, taal en namen aan de Koreanen op te dringen. In 1945 werd het hele schiereiland van de Japanse bezetting bevrijd door westerse troepen vanuit het zuiden en door de Russen vanuit het noorden. Op de 38e breedtegraad gaven de Japanners zich voor wat het zuiden betrof over aan de Verenigde Staten en voor het noordelijk gedeelte aan de Sovjet-Unie.
Deze dubbele overgave aan de latere twee grootmachten vormde de kiem voor het ontstaan van de Republiek Korea (Zuid-Korea), die in 1948 werd uitgeroepen, en de tegelijkertijd gestichte Democratische Volksrepubliek Korea (Noord-Korea). Beide eisten de soevereiniteit over het hele schiereiland op, wat in juli 1950 in een burgeroorlog ontaardde. Zuid-Korea werd officieel gesteund door 'het Westen'; Noord-Korea werd, niet officieel, gesteund door de USSR en de Volksrepubliek China. Door interventie van VN-troepen, waaronder ook een Belgisch detachement, werd na ruim drie jaar strijd op 5 augustus 1953 een wapenstilstand gesloten. De toenmalige frontlijn op de 38e breedtegraad werd tot gedemilitariseerde zone verklaard. Tot nu toe vormt deze 238 kilometer lange, smalle zone de grens tussen de twee Koreaanse republieken, die nog altijd geen vredesverdrag hebben gesloten en elk nog steeds de soevereiniteit over het hele schiereiland claimen.

Geografie
Afgezien van Noord-Korea is Japan het dichtstbijzijnde buurland van Zuid-Korea; tussen de zuidkust van Zuid-Korea en het Japanse eiland Kyushu ligt een kleine 200 kilometer zee. Ten westen van Zuid-Korea ligt de Gele Zee met aan de overkant de Volksrepubliek China. Ongeveer 70 procent van het Koreaanse schiereiland is bergachtig, met toppen waarvan de meeste de 1.000 meter niet te boven gaan. Het schiereiland wordt omgeven door ongeveer 2.900 eilanden, waarvan Chejudo met een oppervlakte van 1.100 km2 het grootste is.

Klimaat
Het Koreaanse klimaat is wat seizoenen betreft vergelijkbaar met het belgische, hoewel de winters er veel kouder en de zomers veel warmer kunnen zijn. In de hoofdstad Seoul ligt de gemiddelde temperatuur in de winter overdag tussen de 0°C en 3°C; in de zomermaanden varieert deze van 26°C tot 31°C. De meeste regen valt in de zomer. Het voor- en najaar hebben een aangename temperatuur.


Extra uitleg over Zuid-Korea. Klik hier.

INDONESIË
Geografie
Indonesië is de grootste archipel ter wereld. Het land telt volgens de laatste satellietbeelden van 2003 februari, 18.110 eilanden, waarvan er ongeveer 6.000 zijn bewoond. Met deze laatste foto's moest de kustlijn worden herberekend van de geschatte 180.000 km naar 108.000 km. Het ligt tussen de Stille Zuidzee en de Indische Oceaan en vormt als het ware de brug tussen het Aziatische continent en Australië. De archipel strekt zich van oost naar west over een afstand van ongeveer 5.000 km uit langs de evenaar en van noord naar zuid over 2.000 km. Op het eiland Kalimantan (voorheen Borneo) grenst Indonesië aan Maleisië, op Papua (het vroegere Irian Jaya en het voormalig Nederlands Nieuw-Guinea) aan Papua Nieuw-Guinea. Over zee grenst het aan Maleisië, Singapore, Vietnam, de Filipijnen en Australië. De vijf grootste eilanden zijn: Sumatra, Java, tweederde van het eiland Kalimantan (de rest hoort toe aan Maleisië), Sulawesi en Papua. Het overwegend bergachtige land ligt in een streek die vulkanisch een van de actiefste ter wereld is. Er zijn 400 vulkanen, waarvan er nog ongeveer 70 actief zijn. De Krakatau is hiervan de beruchtste. De hoogste, met eeuwige sneeuw bedekte toppen bevinden zich op Papua, nog geen vijf graden van de evenaar.

Klimaat
De geografische ligging en het tropische klimaat zorgen voor een weelderige plantengroei op een vruchtbare bodem van vulkanische oorsprong. De temperatuur ligt gemiddeld op 26°C en varieert weinig gedurende het jaar. De gemiddelde maximumtemperatuur schommelt rond de 32°C, de gemiddelde minimumtemperatuur rond de 22°C. Het klimaat wordt beïnvloed door twee moessons, de noordoost- en de zuidwestmoesson. De noordoostmoesson beheerst het klimaat van mei tot september; deze maanden gelden als de min of meer droge periode. De tijd van de zuidwestmoesson, van oktober tot en met april, geldt als de regenperiode. Hoewel er het hele jaar sprake is van regenval, valt de meeste regen in december en januari (circa 400 mm). De regen is dan overvloedig en de luchtvochtigheidsgraad dienovereenkomstig hoog (75 tot 95 procent). De totale jaarlijkse regenval bedraagt gemiddeld 3.200 mm. De hoeveelheid neerslag varieert van eiland tot eiland, afhankelijk van de geografische ligging en hoogte. In de berggebieden valt aanzienlijk meer regen dan in de laagvlakten. De oostelijke eilanden krijgen beduidend minder regen dan de westelijke.
Tweederde van het land is bedekt met dichte regenwouden, die op Sumatra en Kalimantan echter sterk worden aangetast door ontbossing.


Extra uitleg over Indonesië. Klik hier.

TAIWAN
Geografie
Het eiland Taiwan is 394 km lang en op het breedste punt 144 km breed. Meer dan 60 procent van het landschap is bergachtig. Er zijn ruim 60 bergtoppen van meer dan 3.000 m, waarvan de Yu Shan (Mount Jade) met bijna 4.000 m de hoogste is. Meer dan de helft van het eiland is met bossen bedekt en voor de rest is nog geen kwart geschikt als bouwgrond. Tot Taiwan wordt ook een aantal kleinere eilanden gerekend, waaronder de Pescadores (met Penghu als grootste eiland) en enkele eilanden voor de kust van China, waarvan Matsu en Kinmen (ook wel Quemoy genoemd) de voornaamste zijn. Taiwan claimt tevens enkele eilanden in de Zuid-Chinese Zee.

Klimaat
Taiwan heeft een tropisch klimaat in het zuiden en is subtropisch in het noorden. De zomers zijn heet en vochtig en duren van mei tot oktober; de winters zijn meestal zacht en vochtig. De warmste maand in Taipei is juli met temperaturen van 28 tot 36°C. De koudste maand is februari met 12 tot 18°C.
Taiwan heeft te maken met twee moessonperiodes, één in het noordoosten (zes maanden van oktober tot maart) en één in het zuidwesten (vijf maanden van mei tot september). Het eiland ligt ook op het pad van tropische cyclonen (in Oost-Azië ‘typhoons’ genoemd), die vooral in de maanden juli, augustus en september voorkomen. Deze stormen veroorzaken vaak veel schade, vooral aan gewassen. Ze zijn echter ook de grootste bron van water voor Taiwan.
De gemiddelde jaarlijkse neerslag in Taipei is ruim 2.100 mm. De droogste maand is november met gemiddeld 66 mm neerslag; de natste maand is augustus met gemiddeld 305 mm.


Extra uitleg over Taiwan. Klik hier.

Selecteer het antwoord dat je het meest correct lijkt en/of vul in.