BODEM

De bodem is de bovenste laag van de aardkorst

Graanverwerking

Het grootste Europese tarwegebied loopt van N-Frankrijk over Midden-Duitsland en Polen tot in Rusland. De grootste producent binnen de Europese gemeenschap is Frankrijk met 38.3 miljoen ton per jaar (2017).

Top 10 landen naar productie van tarwe (2016)
  • 10 Oekraïne – 24,1 miljoen ton
  • 09 Pakistan – 25,0 miljoen ton
  • 08 Australie – 25,3 miljoen ton
  • 07 Duitsland – 27,8 miljoen ton
  • 06 Canada – 29,3 miljoen ton
  • 05 Frankrijk – 40,0 miljoen ton
  • 04 Verenigde Staten – 55,4 miljoen ton
  • 03 Rusland – 59,7 miljoen ton
  • 02 India – 94,5 miljoen ton
  • 01 China – 126,2 miljoen ton


Het aantal landbouwbedrijven in Vlaanderen viel sinds 2002 (40.949) terug met 61% tot 24.884 bedrijven in 2013. Daarmee wordt de dalende trend in de sector verdergezet. Ter vergelijking: in 1980 waren er nog meer dan 75.000 landbouwbedrijven in Vlaanderen. Tegelijkertijd is de gemiddelde oppervlakte van de bedrijven meer dan verdubbeld, zowel in Vlaanderen als in Wallonië. Biolandbouw is de groeikampioen. Dat blijkt uit cijfers van de FOD Economie.
In 2015 waren er in heel België 36.913 landbouwbedrijven, in 2013 nog 37.761 , in 2012 nog 38.559 en meer dan 113.000 in 1980. Het aantal bedrijven in ons land neemt jaarlijks af. Landbouwbedrijven worden gemiddeld wel alsmaar groter. In dertig jaar tijd is de gemiddelde oppervlakte van de bedrijven meer dan verdubbeld, zowel in Vlaanderen (van 8,4 ha in 1980 tot 25 ha in 2013) als in Wallonië (van 20,8 ha tot 55,6 ha). De totale oppervlakte cultuurgrond steeg van 1.333.913 ha in 2012 naar 1.344.329 in 2015, waarvan 611.636 ha in Vlaanderen.

Daar tegenover staat het dalende aantal arbeidskrachten: van 75.589 in 2012 naar 74.510 in 2013, waarvan 51.583 in Vlaanderen. In 1980 waren dat er in heel België nog meer dan 185.000. Sinds drie decennia is een dubbele evolutie merkbaar in de Belgische landbouwbedrijven: enerzijds is er een zeer lichte stijging van het aantal werknemers per bedrijf (van 1,6 in 1980 tot 1,97 in 2013), anderzijds is er vooral een steeds belangrijker aandeel niet-familiale arbeidskrachten (van 3,9 pct in 1980 tot meer dan 20 pct in 2013).

Ook het aantal tractoren is fors toegenomen. Terwijl er in 1977 nog 114.517 nieuwe landbouwtractoren werden ingeschreven, waren er dat in 2015 al 186.334.

Nog uit de cijfers blijkt de sterke groei van de biologische landbouw, meer in Wallonië dan in Vlaanderen. In 2015 telde België 1.717 biologische landbouwbedrijven, waarvan 1.347 in Wallonië en 370 in Vlaanderen.

De verdeling van het aantal bedrijven over de verschillende provincies veranderde de laatste 10 jaar amper. 35% Van de bedrijven zijn gelegen in West-Vlaanderen, 26% in Oost-Vlaanderen, 15% in Antwerpen, 12% in Limburg en 12% in Vlaams Brabant.

De zaaitijd van wintertarwe is oktober-november, de oogst is voor juli en augustus. Deze rassen benutten de koude wintertijd voor de ontwikkeling van de aren. Maar er is dus tarwe en tarwe. Onze landbouwgronden en klimaat zijn eerder voorbestemd voor de zogenaamde zachte tarwe. Die vergt een vruchtbare bodem en wordt vooral in de polders, de leem- en de zandleemstreek geteeld. Dit zijn typische akkerbouwgebieden waar suikerbieten, aardappelen en tarwe elkaar in een teeltrotatie afwisselen om bodemuitputting en plagen te voorkomen.

Het graanareaal blijft de jongste jaren stabiel. Maar het volstaat in verre na niet voor de inlandse behoefte. De zelfvoorzieningsgraad wordt maar voor zo'n goeie 50 procent gedekt. De rest - meer dan 5 miljoen ton korrelgraan - wordt vooral ingevoerd uit Frankrijk en Duitsland, om de graanverwerkende industrie te doen draaien. Het exportsaldo voor verwerkte producten zoals meel, mout en zetmeel en in mindere mate meelbereidingen, deeg- en bakkerswaren is uitermate positief. Ons land is dus een 'bloemrijke' draaischijf voor transformatieproducten van graan. Bij de eerste verwerkingslijn behoren de maalderijen, mouterijen, zetmeelindustrie en vooral de veevoedernijverheid.


Extra uitleg over tarwe! Klik hier.

Extra uitleg over suikerbieten! Klik hier.


landbouwstreken.jpg

Verwoestijning
Is de verarming van vruchtbare bodems in gebieden met een droog klimaat. De term slaat dus niet op de expansie van bestaande woestijnen. In de praktijk blijkt dat verwoestijning een heel gecompliceerd proces is waarbij verschillende factoren een rol spelen. Niet alleen veranderingen in het klimaat, ook sociaal-economische en politieke factoren beïnvloeden de bodemkwaliteit. Wereldwijd ondervinden vandaag 250 miljoen mensen de gevolgen van het fenomeen. Jaarlijks derven ze inkomsten ter waarde van 42 miljard dollar als gevolg van het verschijnsel. Ongeveer een miljard mensen, verspreid over meer dan 100 landen, worden erdoor bedreigd. Verwoestijning treft de vijf continenten en niet uitsluitend ontwikkelingslanden, maar ook bepaalde regio’s in landen als de VS, Australië, Italië en Spanje.

Oorzaak
Verwoestijning wordt veroorzaakt door overbegrazing, ontbossing, bodemuitputting en slechte irrigatietechnieken. Zeventig procent van de bodems in dorre streken zijn vandaag al ten prooi gevallen aan verwoestijning. Door de beperkte aanwezigheid van water zijn droge klimaatzones sowieso extra kwetsbaar voor droogte. Zo kan de vegetatiegrens van de zuidelijke Sahara 200 km opschuiven wanneer een vochtig jaar gevolgd wordt door een droog of vice versa. Eeuwenlang hebben de bewoners van dergelijke streken zich vlot aangepast aan de wisselend klimatologische omstandigheden. Maar de afgelopen decennia is er dus veel veranderd. Onder andere als gevolg van de toegenomen bevolkingsgroei hebben veel nomadische leefgemeenschappen in de Derde Wereld geopteerd voor sedimentatie. Ze trekken niet langer rond op zoek naar nieuw ontginbare natuurlijke rijkdommen. Waar lokale boeren in droge regio’s niet meer inspelen op klimatologische schommelingen, is verwoestijning vaak het gevolg. Ook economische onderdrukking of burgeroorlog werken dit proces in de hand. Vaak zijn het de allerarmsten die verdreven worden naar de meest kwetsbare gebieden. In hun wanhopige situatie is duurzaam bodembeheer slechts zelden een prioriteit.

Gevolg
Een uitgeputte bodem ontneemt het land zijn veerkracht om weerstand te bieden aan droogte of overbegrazing. Vruchtbare bodemlagen eroderen of worden weggeblazen, de bodem scheurt en barst, de vegetatie verdort, nuttige plantensoorten verdwijnen en ongewenste vegetatie steekt de kop op. Deze verschijnselen brengen nieuwe gevolgen teweeg. Water verzilt, luchtvervuiling en zandstormen veroorzaken fysische en psychische irritaties. Oogstopbrengsten dalen dramatisch, waardoor ondervoeding en honger in het verschiet liggen. Op langere termijn stelt het probleem zich nog scherper. Reken maar uit: momenteel is ongeveer 1,5 miljard ha landbouwgrond in gebruik op onze planeet, dat is goed voor 0,28 ha per hoofd. Door niet-duurzame landbouwpraktijken gaat elk jaar als gevolg van erosie, verwoestijning en verzilting naar schatting 0,5 tot 1 procent van het wereldwijde landbouwareaal verloren. In het geval dat de wereldbevolking de komende eeuw verdubbelt, wordt het beschikbare landbouwareaal per persoon sowieso gehalveerd. Komt daarbij dat de groeiende wereldbevolking voor extra urbanisatie zal zorgen. Zal de productiviteitsverhoging in de landbouw dit proces kunnen bijbenen?

Selecteer het antwoord dat je het meest juist lijkt en/of vul in.

GOEDE BODEMS EN ARME BODEMS

VERWERINGSBODEMS EN AFZETTINGSBODEMS


Als het verweerde gesteente ter plaatse blijft liggen op het onverweerde moedergesteente spreekt men van een verweringsbodem. Deze ondiepe bodem, die veel steenbrokken bevat, komt voor in de zuidelijke helft van België. Hij kan ontstaan door verwering en dus verbrokkeling van zandsteen, kalksteen, schalie. Het water of de wind kunnen het verweerde materiaal, bv. zand of leem, echter wegvoeren en het op een andere plaats afzetten. Dan ontstaat een afzettingsbodem. Hij is 1 tot 2 m dik en is kenmerkend voor het noorden en het midden van ons land. Eeuwen geleden werd door de zee de polderklei afgezet. In de valleien bezonk uit de rivierwateren het alluvium (vaak rivierklei). De zand-, zandleem- en leemgronden in België zijn 10000 tot 20000 jaar geleden door noorderwinden aangevoerd. Dit zand en die leem zijn gedeeltelijk afkomstig uit de Noordzee die destijds grotendeels land was.


VEELEISENDE TEELTEN IN GOEDE BODEMS, WEINIG EISENDE IN ARME BODEMS

De opbrengst van de landbouwproducten is afhankelijk van de grondsoort.

Opbrengst per ha (in kg)TARWEAARDAPPELEN
POLDERS 6 63036 200
KEMPEN 5 690 29 300
LEEMSTREEK 6 560 35 600


De kwaliteit van de bodem voor de landbouwer hangt dus af van het gesteente (zand, leem, klei), van de toestand van dat gesteente (los, vast, hard), van de doorlaatbaarheid (nat, droog) en van het humusgehalte. Op goede of vruchtbare bodems oogst men veeleisende of rijke teelten (tarwe, suikerbiet). De slechte of onvruchtbare bodems zijn alleen geschikt voor weinig eisende of arme teelten (rogge, aardappelen). De kleibodems treffen we o.m. aan in de Polders (polderklei) en langs enkele rivieren (rivierklei). Het zijn zware bodems die zich moeilijk laten bewerken en vaak te nat zijn. Een kleibodem is slechts vruchtbaar als hij vermengd is met zand en kalk (polderklei).

De zandbodems van Zandig-Vlaanderen en de Kempen kunnen gemakkelijk worden bewerkt en zijn dus lichte gronden. Naar het zuiden toe gaan de zandbodems over in zandleembodems.

De leembodems hebben hun naam gegeven aan de leemstreken van Midden-België, waar ze door de wind werden afgezet. Het zijn zware gronden maar ze lijden minder aan wateroverlast dan kleibodems. Ze zijn heel geschikt voor rijke teelten.
Leemstreek

De leemstreek omvat geografisch Haspengouw, Waals Brabant, Henegouwen. Ten noorden wordt ze van de Zandstreek gescheiden door de Zandleemstreek, de zuidelijke grens is de Samber- en Maasgleuf. Het reliëf is sterk golvend en kan in het zuiden en het oosten een hoogte bereiken van 200 m.

De verweringsbodems in het zuidelijk deel van België zijn dunne en meestal slechte gronden. Op de zandige verweringsbodems groeien vaak bossen, op de kleiige verweringsgronden veelal gras- en weiland.


HOE KAN DE MENS DE BODEM VERBETEREN?

foto92.jpg

Met behulp van dijken, afvoerkanalen, buizen en pompen, dus door afwatering of drainage, legt de mens te natte gronden droog. De polders zijn hiervan een typisch voorbeeld. Omgekeerd bestrijdt men de droogte door bevloeiing of irrigatie. Door grondig ploegen en eggen verlucht de boer de zware bodems en door bemesting maakt hij de grond vruchtbaarder.


MENS MISBRUIKT VAAK DE BODEM

Het afstromend regenwater kan vruchtbare gedeelten uit de bodem wegspoelen. De mens heeft door volledige ontbossing de natuur de kans gegeven de bodem te laten wegspoelen. Ook door de grond lang te laten braak liggen, of door verkeerd te ploegen op een helling, of door gebrekkige bemesting of door overbeweiding kan de bodem worden meegevoerd door het water.

foto93.jpg

In de lente van 1934 woedde boven het midden van de USA een storm die uit de vernielde en losliggende bodems stofwolken opjoeg over een afstand van ruim 3000 km. Men schat dat deze storm ongeveer 300 miljoen ton grond wegvoerde en voor miljoenen euro schade aanrichtte. Plantenwortels kunnen de grond vastleggen en zo de afspoeling tegengaan.

foto94.jpg

De mens kan door het aanleggen van terrassen en bossen op een helling de bodem beschermen. In heuvelachtige gebieden kan men door contourploegen (evenwijdig ploegen met de hoogtelijnen) het water vasthouden, zodat de vruchtbare bodems niet wegspoelen. In moderne landbouwbedrijven past men de contour beplanting toe. Daarbij komen in evenwijdige stroken verscheidene gewassen voor, die op verschillende tijdstippen van het jaar worden geoogst. Dank zij deze contour-beplanting is altijd ongeveer de helft van de hellingen met gewassen bedekt.