BODEM

De bodem is de bovenste laag van de aardkorst

Bodem

Fysisch
De plantenwortels moeten in de bodem kunnen dringen. Een verdichte bodem maakt dit moeilijk of zelfs onmogelijk. Verder moet de bodem voldoende vocht kunnen vasthouden, niet te veel en niet te weinig. Het gehalte aan organische stof, ook wel humus genoemd, beïnvloedt in belangrijke mate deze eigenschappen. Ook de grondwaterstand speelt hierbij een rol. Voor een goede vochthuishouding worden de gronden vaak gedraineerd.
In de bodem moet voldoende zuurstof zitten voor wortelgroei en voor de opname van water en mineralen door de wortels, terwijl de door de plantenwortels geproduceerde koolstofdioxide afgevoerd moet kunnen worden. Er moet dus een goede luchthuishouding zijn. De gronddeeltjes moeten voor een goede plantengroei bepaalde afmetingen hebben. Daarom moet kleigrond voor de winter geploegd of gespit worden, zodat de grond goed doorgevroren kan worden en grote kluiten kapotvriezen. De korrelgrootte en -samenstelling is bij zandgrond belangrijk. Bij te grote korrels houdt de zandgrond geen water vast en bij te kleine korrels is de zandgrond te vast en is er te weinig zuurstof aanwezig.

Biologisch
Een gezond bodemleven is belangrijk voor de mineralisatie en brengt lucht in de bodem. Regenwormen hebben hier een belangrijke bijdrage aan. Naast deze grotere organismen komen zeer veel micro-organismen in de grond voor, zoals bacteriën, straalzwammen, schimmels, gisten, wieren en protozoën, die de organische stof in de grond afbreken, waardoor de mineralen voor de plant beschikbaar komen. Ook is een goede vruchtwisseling belangrijk, omdat anders ziekten en plagen op kunnen treden. Niet alle planten onttrekken evenveel van bepaalde voedingsstoffen aan de bodem. Bij de vruchtwisseling moet hiermee rekening worden gehouden.

Extra uitleg over de bodem! Klik hier.

Slecht bosbeheer
Slecht bosbeheer is één van de belangrijkste oorzaken van ontbossing. Volgens schattingen van de Wereldbank verdwijnt 1/5 van het tropisch bos als gevolg van niet-duurzame bosbouw. Meer dan 70% van de platgebrande bossen beschikten over een wegeninfrastructuur aangelegd door de bosindustrie.

Ontbossing voor landbouwdoeleinden
Het bos wordt platgebrand voor de aanleg van plantages of permanente landbouwgronden. Deze gewassen putten de bodem uit en verstoren het ecologische evenwicht. Voorbeelden hiervan zijn de sojaplantages in Brazilië en de oliepalmplantages in Zuid-Oost-Azië.

Illegale houthandel
De illegale houthandel is een miljoenenindustrie, waarbij geen enkel bostype ontzien wordt.

Bosbranden
Jaarlijks branden tussen de 6 en de 14 miljoen ha bossen af - al dan niet bewust aangestoken.

Klimaatverandering
De minst zichtbare bedreiging maar mogelijk deze met de meest verstrekkende gevolgen. Volgens specialisten zou 40% van de vernieling van het tropisch bos te wijten zijn aan de omvorming tot plantages of permanente landbouwgronden.

De economische en sociale gevolgen
Door de verdwijning van het bos heeft de lokale bevolking geen toegang meer tot de natuurlijke grondstoffen die ze nodig heeft om te overleven. Het bos is immers de eerste bron van bevoorrading voor vlees, fruit, graangewassen, wortels en geneesmiddelen.
Talrijke ethnische groepen, zoals de Baka-pygmeeën in Zuid-Oost Kameroen, leven in het bos. Ze krijgen nu te maken met multinationals uit de houtsector die hun leef- en jachtterritorium binnendringen. Als het bos - hun belangrijkste overlevingsmiddel - verdwijnt, zijn ze genoodzaakt om een nieuwe leefwijze aan te nemen.

De gevolgen voor het milieu
Meer dan de helft van de wilde dieren in Afrika leeft in het Congobekken. Dit is onder meer het geval voor de laatste populatie berggorilla’s en voor de meeste Afrikaanse bosolifanten. Als hun habitat vernield wordt, zullen deze soorten verdwijnen. Bovendien werken de aanleg van wegen en de verplaatsingen van de bosuitbaters de stroperij op wilde dieren en de illegale handel in vlees en ivoor in de hand. In Guyana is ontbossing de hoofdreden voor het verlies aan biodiversiteit. De verdwijning van het bos veroorzaakt ook bodemerosie.

Extra uitleg over ontbossing! Klik hier.

Verwering
De aantasting van gesteenten. Er is sprake van chemische (lucht, zure regen, zure humus), fysische (temperatuurschommelingen en vorst) en biologische (bacteriën, wormen, etc.)

Extra uitleg over verwering! Klik hier.

Humus
Op en in de grond komen allerlei organische resten terecht van planten en dieren. Uitgebloeide stengels, bladeren, afgestorven wortels (in de grond), uitwerpselen van dieren of zelfs dode dieren. Ook wij brengen organisch materiaal aan onder de vorm van compost, stalmest. Na verloop van tijd merk je dat alles verteert, sommige zaken sneller dan andere. Dat is het werk van bodemdieren zoals regenwormen en micro-organismen zoals bacteriën en schimmels. Die organismen voeden zich met het organisch afval dat op en in de bodem terecht komt, al dan niet door toedoen van de mens dus. Dat organisch materiaal wordt afgebroken tot water, koolstofoxide en voedingsstoffen waarbij HUMUS overblijft als restproduct. Deze omzetting noemt men HUMIFICATIE.

Extra uitleg over humus! Klik hier.

Selecteer het antwoord dat je het meest juist lijkt en/of vul in.

DE BODEM ONMISBAAR VOOR DE LANDBOUW

DE BODEM IS DE BOVENSTE LAAG VAN DE AARDKORST

Op de bodem groeien de planten.
Vaste gesteenten verbrokkelen door verwering.
Er zijn verweringsbodems (verweerde gesteenten die op het moedergesteente blijven liggen).
Er zijn afzettingsbodems (verweerde gesteenten die op andere plaatsen worden afgezet.
  1. Dekbodem: of afzettingsbodem ontstaan op los materiaal die afgezet werd door wind, rivier of zee.
  2. Marien bodem: bodem ontstaan op los materiaal die afgezet werd door de zee.
  3. Alluviale bodem: bodem ontstaan op los materiaal die afgezet werd door rivieren.
  4. Eolische bodem: bodem ontstaan op los materiaal die afgezet werd door de wind.

Veeleisende teelten in goede bodems.
Weinig eisende teelten in arme bodems.
De mens kan de bodem verbeteren door: ontwatering of drainage, bevloeiing of irrigatie, ploegen of eggen, bemesting.
De mens misbruikt vaak de bodem: ontbossing, gronden braak laten liggen, verkeerd ploegen, gebrekkige bemesting, overbegrazing.


OP DE BODEM GROEIEN DE PLANTEN

foto90.jpg

Op bovenstaande foto onderscheid je verschillende gesteenten. Bovenaan ligt de grond of de bodem waarin de plantenwortels groeien. Hij bestaat hier uit zand en is ongeveer 1,5 m dik. De afgestorven plantenresten en ook het uitgestrooide stalmest vormen na ontbinding een donkere kleverige stof, de humus, die aan de teeltlaag een zwartbruine kleur geeft. In humus zit voedsel voor de planten. In de bodem zit ook nog lucht en water. De dikte van de bodem schommelt in België van enkele cm in het zuiden tot 1 … 2 m in het midden en het noorden.


VASTE GESTEENTEN VERBROKKELEN DOOR VERWERING

foto91.jpg

Op de foto zie je de verwering van vaste gesteenten. Een met cement bestreken muur krijgt barsten. Brokstukken liggen aan de voet van de muur. Buizen van de waterleiding zullen bij vorst barsten. Bevroren water zet uit. Door de warmte van de zon, door de werking van de vorst en door het insijpelend water verbrokkelen langzaam maar zeker de hardste gesteenten. Aan de voet van een berghelling ligt dan ook altijd veel puin. Die hoop puin noemt men een puinkegel. Al de vormen van vergruizing van gesteenten onder invloed van het weer noemt men verwering. Zo verweert zandsteen tot grof zand, leisteen tot klei en kalksteen tot kalkhoudende klei.