De Alpenwereld

fig298.jpg
Voor extra uitleg over de Alpen, klik hier.

Extra uitleg over het begrip
  1. "ADRET": (geografische term van 1927, afgeleid van het oude Franse adrecht , "behendig", "plaats" of "goede kant") is het geheel van de hellingen van een bergvallei die profiteren van de langste blootstelling aan de zon. Op het noordelijk halfrond, op breedtegraden ten noorden van de Kreeftskeerkring, is adret over het algemeen het zuidelijke gezicht van een berg, met de zon nog steeds aan de zuidkant. Aan de zuidkant, of adret, is de temperatuur hoger en als gevolg daarvan stijgt de vegetatie hoger dan aan de noordkant. Op een zonnige dag kan een alpine adret 8 tot 10 keer meer warmte ontvangen dan een ubac met dezelfde helling, een factor die de verspreiding van soorten bepaalt.
  2. "UBAC" : De andere kant, de zuidflank van de vallei, is gekeerd naar het noorden, minder zonnig en kouder.


Extra uitleg over geluidshinder!Klik hier.
Extra uitleg over luchtvervuiling!Klik hier.
Extra uitleg over ecologie! Klik hier.
Extra uitleg over globalisering!Klik hier.

Vul eerst al de gaten in. Druk dan op "Controleer" om je antwoorden te controleren.
   200      adret      bergpassen      Duitsland      ecologische      Frankrijk      haarspeldbochten      hooggebergte      Italië      kort      langdurig      luchtvervuiling      Oostenrijk      Slovenië      smeltrivieren      sneeuwval      spoorwegverkeer      temperatuurschommelingen      transitverkeer      tunnels      ubac      U-vormige      waterdamp      zonnewarmte      Zwitserland   
De Alpen zijn een met getande horizon. Er zijn hoge spitse toppen en diepe dalen en heel wat gletsjers die vormen.

fig299.jpg

De Alpen strekken zich uit over 6 grote landen en 2 dwergstaten. Geef de namen van de 6 grote landen, zie kaart met de nummers van, 1 tot 6.
nr. 1 = ,
nr. 2 = ,
nr. 3 = ,
nr. 4 = ,
nr. 5 = ,
nr. 6 = .
Er zijn nog twee zeer kleine stadststaten: Liechtenstein op de grens van Zwitserland en Oostenrijk en in Frankrijk aan de Middellandse Zee.

KLIMAAT

In het alpine klimaat zijn de winters en streng. Men kent er hevige , ijzel en lawines. De zomers zijn en de nemen toe met de hoogteligging. In de troposfeer daalt de temperatuur met ongeveer 1,30° C per meter hoogte, ook de atmosferische druk daalt en de ijle lucht bevat minder . Droge en ijle lucht isoleert de minder goed, vandaar een snellere opwarming over dag en een snelle afkoeling na zonsondergang. De naar het zuiden gekeerde dalflanken ontvangen tot 10 keer meer zonnewarmte dan de naar het noorde gekeerde flanken. Op de zuidelijke hellingen zijn er dan ook meer bossen en cultuurgronden. De zonzijde noemt men en de schaduwzijde noemt men .

VERKEER

De Alpen zijn toegankelijk dankzij lengte- en dwarsdalen, bergpassen en (klik hier) . De kronkelende (klik hier) met de vele (klik hier) zijn tijdens de winter meestal versperd met hopen sneeuw.
Het verkeer vormt een zware belasting voor het alpenmilieu. Men moet dus het wegverkeer afremmen en het bevorderen. Door de toename van het toerisme en de globalisering van de industrie ontstaat er een groot met veel geluidshinder en .