botanische
benaming: Zea mays var. saccharata (grassenfamilie).
Oorsprong : Midden Amerika
Deze jonge maïs waarvan de suikers in de korrels nog niet tot
zetmeel is omgezet, was van oudsher (5000 jaar voor Christus)
reeds het basisvoedsel voor het inheemse volk van Midden-Amerika. (Maya's en
Azteken).
Omstreeks 1493 bracht Christoffel Columbus voor het eerst maïs mee
naar Europa.
De suikermaïs (mutatie van snijmaïs) is tegenwoordig meer gegeerd
en kent steeds meer toepassingen. Over het
algemeen geldt de regel dat hoe zoeter de maïs is, hoe
trager het proces van
suiker tot zetmeel verloopt. Dat zorgt dan weer voor een verbeterde bewaring. Afgeleide
producten van maïs zijn: maïszetmeel, maïsolie, popcorn.
De maïskolven voor veehouders daarentegen worden
verhakseld voor dierenvoeder.
Groeiwijze:
- Mannelijke aren die stuifmeel produceren staan aan de top
ingeplant.
-
Lager staan de kolven die met hun "draden", ofwel
stampers die het
stuifmeel moeten opvangen om enige bevruchting te
kunnen
waarborgen. (windbestuiving).
- De plant is dan ook éénhuizig.
- De bloemen zijn éénslachtig
- De kolf omvat schutbladeren.
- Maïs is een eenjarige plant.
- Soms ontstaan er luchtwortels vanuit de onderste
knopen.
Zaaien kan buiten vanaf mei, of men kan al vroeger binnenskamers in
perspotjes zaaien. Deze moeten dan wel 3 weken na het zaaien worden uitgeplant.
Buiten zal men maïs nooit zaaien zolang de temperaturen de 10°C. niet halen. Maak de grond de dag voordien voldoende vochtig,
daar de zaden anders makkelijk schimmelen en
rotten. Bewaar een tussenafstand tussen de rijen
onderling van 75 cm. Zaai vervolgens 3 zaden in elk plantgaatje,
(zaaidiepte tot 5 cm mag). Na het kiemen de sterkste zaailing behouden. (uitdunnen
dus). Tussen de planten onderling zeker 15 cm plaats vrij houden.
Opmerking: plant korte rijen naast elkaar, i.p.v.
1 lange rij,
en dit om een betere
vruchtzetting te garanderen.
Planten bereiken ongeveer een lengte van 1,2 tot 2
meter.
---> Makkelijk als windschutting te gebruiken,
voor bvb.:
komkommer, augurken, bonen en ander teer
gewas.
Bemesting:
Humusrijke losgewerkte bodem is vereist,
mulching is
hier ook aan
te raden. Stalmest indien goed verteerd kan ook.
Bekalk in de herfst de plaats waar de maïs komt te
staan.
Oppervlakkig wortelgestel wordt soms snel beschadigd
bij het schoffelen.
Bij droge periodes is watergift noodzakelijk, voor een
kwalitatieve maïs.
Maïs leeft ook in symbiose met vrije bacteriën, die de
stikstof vanuit de
lucht kan binden. (Zoals vlinderbloemigen: bonen,
erwten,...).
Standplaats: Zonnige standplaats vereist.
Teeltwissel is niet echt nodig, veroorzaakt weinig
bodemproblemen.
Soorten: 2 belangrijkste zijn zoete of extra zoete rassen.
Beide zijn hybrides.
Er zijn ook kleine soorten (kolven) en gekleurde soorten.
Bloeiperiode: juli - augustus is de bloeimaand voor maïs.
Tip: Verwijder tijdig de bijkomende zijscheuten,
deze leveren enkel kleine kolven en
vervolgens
minder suiker in zijn geheel.
Oogsten van de kolven:
Als de bloeiaren donkerbruin geworden zijn aan de
buitenkant,
is de maïs rijp voor consumptie.
Slecht gevormde kolven wijzen op
geklonterd stuifmeel,
dat gevormd werd door barre
weersomstandigheden.
Witte korrels wijzen op een te
vroege pluk en harde korrels op een te late pluk.
Opmerking: de ideale temperatuur als
bewaartemperatuur is ongeveer 0,5 °C.
Een 8 minuten
blancheren stopt de omzetting
van suiker naar
zetmeel.
Nutriënten: Eiwitten, vetten, vitaminen B1, B2, caroteen, calcium, ijzer,
mineralen en
sporelementen.
Zaden winnen:
Bij niet hybrides ofwel zaadvaste rassen kan je maïszaad winnen.
Pas echter wel op dat je geen
kruisbestuiving krijgt door ander gewas,
bvb.: voedermaïs. (Soms wordt er een
afstand van 500 meter gevraagd,
om deze kruisbestuiving te
vermijden).
Je kan altijd een zak over de
plant heen doen. Vanaf dat deze
stuifmeel vormt mag deze over de
stampers worden gewreven en vervolgens de
zak terug plaatsen tot de kolf
volledig afgerijpt is.
Ziekten en plagen:
Groene bladluis, fritvlieg (Oscinella frit), vogelschade,
rupsen (op de kolven), fosfor en
magnesiumgebreken.
Wat is resistente maïs?
Er zijn 2 onderverdelingen:
- voor het onkruid met
herbicides. (Glyfosinaat/Glyfosaat).
Wat wil zeggen dat zodra deze plant met dit "gif" in aanraking komt, er geen
reactie plaats
vindt op de maïs, maar wel op alle andere onkruiden in de buurt.
Het ingeplante enzyme breekt het "gif" als het ware af.
- voor de insecten met insecticides.
Voor de insecticides gebruikt men het Bt-gen (Bascillus thuringiensis), ofwel
CRY1A(b) bacterie.
Deze wordt ingeplant als extra gen in de maïs en zorgt op haar beurt
voor de aanmaak van een dodelijk eiwit in de plant.
Van zodra er larven beginnen te vreten aan de plant, zal dit hen
onherroepelijk doden.
Transgene maïs
Transgene maïs of genetisch gemanipuleerde maïs draagt een nummering,
die al dan niet wordt geweerd in de E.U.,
Bt-11 = goedgekeurd en Bt 10
bvb.: wordt
geweerd in de E.U. ---> Meestal is dit import vanuit de Verenigde Staten of
Azië.
Er werden dan ook snel betrouwbare testen doorgevoerd om deze (Bt-10) makkelijker
te traceren en indien nodig te weren.
Momenteel wordt er al in Afrika op grote schaal gewerkt met desmodium een
vlinderbloemige
die tussen de maïs wordt gezaaid. Dit natuurlijke "product" zou een betere
opbrengst geven,
daar deze inwerkt op de maïsstengelboorder en het zogenaamde heksenkruid,
dat onherroepelijk parasiteert op de wortels van de plant.
Kortom : wanneer we bij onze oude soorten blijven, lijkt me dit een goeie
aanvuller voor
onze voeding. Wat de resistentie betreft van vele planten
lijkt het mij eerder
een gevaarlijk "spel", daar je niet weet wat voor uitwerking
deze hebben
op lange termijn ? Daarom ben ik persoonlijk voorzichtig in
aankoop van
eten en (planten)-zaden die mogelijk gemodificeerd zijn. Trouwens als het vroeger kon met de oude soorten,
waarom nu dan niet meer ?