HISTORISCHE TEKSTEN

 

Warschaupactverdrag 1955

 

de preambule:

De verdragstuitende partijen bevestigen opnieuw hun streven naar de vestiging van een stelsel van collectieve veiligheid in Europa, dat gebaseerd is op de deelneming van alle Europese landen, ongeacht hun maatschappelijke of politieke structuur en de vereniging van hun streven naar de beveiliging van de vrede in Europa mogelijk maakt.

Met het oog op de toestand, die in Europa door de ratificatie van de Parijse akkoorden ontstaan is, welke de vorming voorziet van een nieuw militair samengaan in de vorm van de West-Europese Unie met deelneming van West-Duitsland, dat herbewapend en in het Noord-Atlantisch blok wordt opgenomen, waardoor het gevaar van een nieuwe oorlog vergroot en de nationale veiligheid van vredelievende Staten bedreigd wordt.

In de overtuiging dat de vredelievende Staten van Europa onder deze omstandigheden maatregelen moeten treffen, welke voor de waarborging van hun veiligheid en in het belang van de verzekering van de vrede in Europa noodzakelijk zijn.

Geleid door de doelstellingen en de beginselen van het Handvest der Verenigde Naties en in het belang van een verdere versterking en ontwikkeling van vriendschap, samenwerking en wederzijdse bijstand, in overeenstemming met de beginselen van de eerbiediging der onafhankelijkheid en soevereiniteit van de Staten en van niet-inmenging in hun binnenlandse aangelegenheden.

Hebben de verdragsluitende partijen besloten zich bij het onderhavige verdrag van vriendschap, samenwerking en wederzijdse bijstand aan te sluiten.

Art. 4. In geval van een gewapende aanval in Europa, op één of meer der verdragsluitende Staten door een Staat of een groep Staten, zal ieder lidstaat van het Verdrag, teneinde het recht op individuele of collectieve zelfverdediging te verzekeren, en in overeenstemming met artikel 51 van hei Handvest der Verenigde Naties, onmiddellijk bijstand verlenen, en wel individueel en in overeenstemming met de andere verdragsluitende landen met alle middelen die noodzakelijk voorkomen...

 

 


Bron: Keesings historisch archief jg 1955, blz 11906. Geciteerd in J. Demey en R. Dhondt, Onze tijd in documenten. Lier, 1973, blz 275-276.



terug naar inhoudsopgave