HISTORISCHE TEKSTEN

 

Enkele dogmatische bepalingen van het Concilie van Trente (1547)

 

 

Zitting VI - 13 januari 1547

Canon 4. Indien iemand zegt, dat de vrije wil van de mens, bewogen en aangewakkerd door God, op geen enkele wijze meewerkt door in te gaan op de wekroep van God, waardoor hij zich bereid maakt om de genade van de rechtvaardiging te bekomen, of dat hij zijn medewerking niet kan weigeren als hij wil, maar als een zielloos wezen niets kan doen en zich louter passief kan gedragen: hem treffe de banvloek.

Canon 5. Indien iemand zegt, dat sedert de zonde van Adam, de vrije wil van de mens verloren gegaan en uitgedoofd is, en dat hij nog slechts een woord is of een naam zonder reële inhoud, met één woord een fictie, door de duivel in de kerk binnengebracht: hem treffe de banvloek.

Canon 9. Wie beweert, dat de goddeloze gerechtvaardigd wordt door het geloof alleen, in die zin dat niets anders nodig is om mee te werken met de genade tot het bekomen van de rechtvaardigmaking, en dat het geenszins nodig is zich voor te bereiden en zich open te stellen door een beweging van de eigen wil: hem treffe de banvloek.

Zitting VII - 3 maart 1547

 

Eerste decreet. Canon 1. Indien iemand beweert, dat de sacramenten van het nieuwe verbond niet alle werden ingesteld door onze Heer Jezus Christus, of dat er meer of minder zijn dan zeven, namelijk het doopsel, het vormsel, de eucharistie, de biecht, het laatste oliesel, het priesterschap en het huwelijk, of ook dat één van deze zeven niet werkelijk en eigenlijk een sacrament is: hem treffe de banvloek.

 

 


Bron: W. Verrelst, Reformatie en katholieke herleving 16e-18e eeuw. De Nederlandsche Boekhandel, Antwerpen-Amsterdam, 1974, blz. 20.



terug naar inhoudsopgave