HISTORISCHE TEKSTEN

 

Hieronymus Ragazzoni

Over het binnenkerkelijke hervormingswerk (Slottoespraak op het Concilie van Trente, 4 december 1563)

 

 

Gij hebt alle superstitie, alle hebzucht, alle oneerbiedigheid bij het opdragen van de mis veroordeeld. Gij hebt de zwervende, onbekende of misdadige priesters van de altaren verwijderd; gij hebt de celebratie van de Heilige mysteries uit de private woningen weggehaald en ze teruggebracht binnen de exclusieve omheining van de heiligdommen; sensuele zangen en symfonies, het gepraat, het over en weer geloop, de zaken, hebt gij uit de tempels van de Heer gehaald.

Voortaan zal men voor de hoge kerkelijke functies nog alleen die mannen kiezen, die meer uitmunten door deugd dan door ambitie; mannen die nuttig kunnen zijn voor het volk en niet voor zichzelf; mannen die meer dienen dan dat ze op ereplaatsen zitten. Het woord van God, scherper dan de snede van het zwaard, zal vaker en zorgvuldiger verkondigd en uitgelegd worden. De bisschoppen zullen bij hun kudde blijven en erover waken. Men zal ze niet meer elders zien rondzwerven, evenmin als de andere zielzorgers. Voortaan geen van die privileges meer, die alleen dienden om een onzuiver en schuldig leven en een verderfelijke leer te dekken. Geen misdaad meer ongestraft, geen deugd meer zonder beloning.

Er is gezorgd voor de menigte van arme en bedelende priesters; ieder van hen zal verbonden worden aan een kerk of aan een taak, die in zijn levensonderhoud kan voorzien. De hebzucht, deze donkerste van alle kwalen die de kerk kunnen aftakelen, zal er helemaal uit verwijderd worden. De sacramenten zullen alle gratis worden toegediend, zoals het hoort. De ‘aalmoezenjagers’, zoals ze genoemd werden, die onze godsdienst onteerden door hun schraapzucht, zullen uit de herinnering der mensen gewist worden. Het is door hen dat al onze ongelukken begonnen zijn! Deze ramp groeide gestadig elke dag. Wie zou de amputatie van dit ongeneeslijk lid, om de rest van het lichaam te redden, niet houden voor een uitermate wijze maatregel! Een zuiverder en aandachtiger eredienst zal opgedragen worden aan God en zij, die de vazen van de Heer dragen, zullen gezuiverd worden, om het voorbeeld te geven aan de anderen. Het was ook een schitterende idee, om in elk bisdom vanaf jeugdige leeftijd diegenen op te leiden in de studie der letteren en de beoefening der goede zeden, die in het heilige mysterie moeten ingewijd worden; zodanig dat men daar werkelijk een seminarie van alle deugden heeft. Het herstel van de provinciale synoden, het verbod kerkelijke goederen te vererven, het stellen van striktere grenzen aan de excommunicaties, een sterke rem op de hebzucht, de bandeloosheid, de verspilzucht van allen, geestelijken zowel als leken, wijze vermaningen aan de koningen en de machtigen der aarde, spreekt dat alles niet luid genoeg van de grote en heilige dingen die gij volbracht hebt?

 

 

 

 


Bron: W. Verrelst, Reformatie en katholieke herleving 16e-18e eeuw. De Nederlandsche Boekhandel, Antwerpen-Amsterdam, 1974, blz. 20-21.



terug naar inhoudsopgave