HISTORISCHE TEKSTEN

 

De Hongaarse optand (1956):

de vijf dagen vrijheid (Time) - een ooggetuige aan het woord

 

Vijf dolle dagen was Hongarije vrij. Vanuit het belegerde Boedapest kwam op dinsdag de tijding dat de sovjettanks verdreven werden. Juichend riep de omroeper : 'Jarenlang is deze radio een instrument van leugens geweest. Dag en nacht werd gelogen op alle golflengten. Vanaf dit moment zijn zij die deze leugens verkondigen niet meer. Wij die de microfoon nu voor ons hebben zijn nieuwe mensen.'

Het was de stem van het volk van Hongarije in dat uur: een grote last was afgeworpen. De eersten die het ongewone gezicht van de vrijheid zagen, waren de jonge rebellen. Met hun wapens gereed, hun gezichten vuil door het stof van de strijd, hun kleren dikwijls met bloed bevlekt, stonden zij bij de slagaders van de strijd die uit de gehavende stad leidden en hoonden blij de vertrekkende Sovjettanks als zij traag voorbij dreunden.

Tanks vernietigen

Slechts enkele uren hadden wanhopige gevechten plaatsgevonden bij de Maria-Theresiakazerne, bij het hoofdkwartier van de Communistische Partij en bij de staalfabrieken op het eiland Csepel. Met hun zware 76 mm kanonnen hadden de Sovjettanks geprobeerd de rebellen uit hun schuilhoeken te verjagen, maar het ongelofelijke jonge volkje had een eigen techniek ontwikkeld om de machtige 26-ton tanks uit te schakelen. Eerst vuurden zij op de tanks vanuit bovenramen en als dan de grote T-34'ers aan kwamen donderen met de grote opgeheven kanonnen, sprong een klein jongen uit de deuropening, gooide een emmer benzine over de machinekamer van de tank en sprong terug naar zijn schuilplaats. Als de tank in brand vloog en de bemanning uit de geschuttoren klauterde, maaide de jonge schutter die vanuit de bovenramen vuurde hen met een machinepistool neer. Een andere methode was een emmer benzine over een straat gooien en er een lucifer in werpen juist als een Sovjettank voorbij daverde.

Vrijheidsstrijders

Toen zij zich begonnen te realiseren wat er gebeurd was en wat zij hadden gedaan, geraakten zij een soort van extase. Er waren krachtige blonde studenten en vastberaden kijkende arbeiders onder hen, maar velen schenen verschrikkelijk jong. Een correspondent merkte een jongen op die niet ouder kon zijn geweest dan tien jaar, een geweer hanterend dat even groot was als hijzelf. Naast hem was een vijftien jaar oud meisje met een handmitrailleur. Grauw van vermoeidheid van vier dagen ononderbroken vechten en bijna vallend van uitputting, verwelkomden zij de buitenlanders plechtig: 'Wij groeten u uit naam van de Hongaarse Vrijheidsstrijders!' Sommigen droegen munitiegordels over hun schouders en uit bijna iedere zak puilden handgranaten.

Premier Nagy had de 10 000 man sterke communistische veiligheidspolitie niet erkend en de Russen waren verdreven, de gehate AVH-mannen (staatsbeschermingsapparaat) aan hun lot overlatend. De meeste van hen hadden tijdelijke schuilhoeken gevonden. In een enorme bunker onder het hoofdkwartier van de Communistische Partij zouden er 200 zich verborgen hebben met politieke gevangenen als gijzelaars.

De revolutie onthulde verschrikkelijk bewijsmateriaal van de wreedheid van het AVH. Op een beboste heuvel in Boeda waar schitterende huizen uitsluitend voor ex-premier Rakosi en zijn kameraden waren gereserveerd, vonden opstandelingen een villa met een ingebouwde martelkamer en gevangeniscellen, één geluiddicht, een ander uitgerust met een sterke lamp gericht op een stoel. De rebellen herinnerden zich dat zijn gesloten auto's nachts naar dit huis hadden zien rijden. Te Györ in de provincie, werd Westerse persmensen een AVH-hoofdkwartier getoond met kleine, een halve meter brede, martelcellen en een geheim crematorium voor slachtoffers die de AVH-behandeling niet overleefden. In hetzelfde moderne gebouw waren technische faciliteiten voor het afluisteren van alle telefoongesprekken in westelijk Hongarije.

Er was ook plezier te beleven aan het naar beneden halen van Russische oorlogsgedenktekenen. Hoog op de Gellertheuvel dromden mensen als mieren rond het 45 meter hoge vrijheidsbeeld, een gracieuze vrouw, bewaakt door het bronzen beeld van een Russische soldaat. Langzaam deed de massa, trekkend aan lijnen die aan de soldaat bevestigd waren, het standbeeld heen en weer wankelen, totdat het voorover viel. Er was tot dusver niet geplunderd in de stad, maar als men 's nachts buiten liep, liep men het risico dat men werd beschoten of tegengehouden door een of andere jonge rebel, die zich de identiteitspapieren liet tonen.

De terugkeer van de democratie

Kleine kranten die politieke partijen vertegenwoordigden, waarvan men dacht dat ze allang niet meer bestonden, verschenen plotseling. De oude Nationale Boeren Partij, de Sociaal Democratische Partij en de Partij van de kleine Boeren lieten hun stem weer horen. Uit de gedesorganiseerde Communistische Partij werd een nieuwe Hongaarse Socialistische Arbeiders Partij met een nationaal communisme als doelstelling door partijleider Janos Kadar gevormd.

Wat Hongarije was overkomen, zonder dat men het zich geheel realiseerde, was democratie. Om premier te kunnen blijven, was de nieuwe premier Nagy gedwongen toe geven aan de druk van de nieuwe partijen om vrije verkiezen te beloven, de neutraliteit uit te roepen en bovenal er op aan te dringen dat de Russische troepen zou worden teruggetrokken, niet alleen uit Boedapest, maar ook uit heel Hongarije.

Vanaf het moment dat de correspondenten van de VS vrij Boedapest binnenkwamen waren de rebellen niet opgehouden met vragen: Wanneer komen de Amerikanen? Middenin de strijd had een Hongaar zijn zoon opgetild, zodat het kind een Amerikaanse vlag op een auto van een correspondent zou kunnen aanraken. Steeds opnieuw vroegen zij, onkundig van de internationale situatie, of spoedig wapens uit Amerika zou komen.

Iemand zei: Als de Russen terugkomen, kunnen wij ze er niet voor eeuwig uit houden. De Russen kwamen terug en vele Amerikanen verlieten Boedapest. Droevig keken de Hongaren hen na. Zij (de Amerikanen) waren niet geïnteresseerd in de revolutie; zij leefden in vrede met de machtige Sovjet-Unie en hoopten dat te blijven - Hongarije's bloedbad was slechts een druppel van wat de wereld te lijden zou hebben in een totale oorlog.

 

 


bron: L.G. DALHUIZEN e.a., Geschiedenis op school. Deel 1 Grondslagen. Groningen, Wolters-Noordhoff, 1982, blz. 108-111.


 

terug naar inhoudsopgave