HISTORISCHE TEKSTEN

 

Adam Smith (1723-1790) :

het economische liberalisme (An Inquiry into the Nature and the Causes of The Wealth of Nations, 1776) 

 

De mens heeft ongeveer altijd behoefte aan de hulp van zijn medemensen en tevergeefs zou hij de hulp van hun welwillendheid verwachten. Niet van de welwillendheid van de slager, brouwer of bakker verwachten wij ons middagmaal, maar van de overweging van hun eigenbelang. Wij doen geen beroep op hun goedheid, maar op hun eigenliefde, en wij onderhouden hen niet over onze behoeften, maar over hun belangen. Niemand, die geen bedelaar is, wil van de welwillendheid van zijn medemensen afhankelijk zijn.

...Het verbruik is het enige object en doel van alle productie en men hoeft nooit zorg te dragen voor het belang van de producent, tenzij in zover het nodig kan zijn om het belang van de verbruiker te verdedigen...

...Geen verstandige huisvader zal thuis zelf iets maken dat hem duurder komt dan wanneer hij het in de winkel koopt... Wat in een huisgezin verstandig gehandeld is, kan in een groot koninkrijk moeilijk dwaasheid zijn. Wanneer een vreemd land ons iets goedkoper kan leveren dan wij zelf kunnen maken, dan kunnen wij dit veel beter in ruil voor een deel van onze productie van onze nijverheid van dat vreemde land kopen...

 


bron: naar P. Van de Meerssche, De 19de en 20ste eeuw. Deel 1 De Westerse samenleving. Antwerpen, De Nederlandsche Boekhandel, 1985, blz. 11.


 

klik hier voor de volledige Engelse tekst
klik hier voor achtergrondinfo over A. Smith (Engels)
terug naar inhoudsopgave