HISTORISCHE TEKSTEN

 

Kinderarbeid in Engeland in de 19de eeuw (Sadler Committee, 1832)

 

Matthew Crabtree

Hoe oud was je toen je begon te werken?
Acht jaar
Hoe lang werd toen gewoonlijk gewerkt?
Van zes uur 's morgens tot acht uur 's avonds.
Was er een pauze om uit te rusten en te eten?
's Middags om een uur.
Hoe lang wordt gewerkt wanneer de fabriek veel opdrachten heeft?
Van vijf uur 's morgens tot negen uur 's avonds.
Hoe ver woonde je van de fabriek?
Ongeveer twee mijlen.
Had je tijd om 's morgens in de fabriek te ontbijten?
Neen
Dan at je thuis voor je vertrok?
Ja, meestal.
Hoe voelde je je de ochtend na zo'n lange werkdag?
Ik werd zelden zelf wakker. Meestal wekten mijn ouders me en namen me nog slapend uit bed.
Was je altijd op tijd op je werk?
Neen
Wat gebeurde als je te laat kwam?
Ik werd bijna altijd geslagen.
Hard?
Erg hard, zo leek het me.
Wordt in deze fabrieken naar het einde van de werktijd altijd geslagen?
Voortdurend.
Dus kan men ternauwernood in een fabriek komen zonder iemand te horen wenen?
Geen enkel moment, denk ik.
Wat gebeurde er wanneer de opzichter menselijk was? Moest hij tegen het einde van de werkdag de kinderen voortdurend slaan om ze wakker en opmerkzaam te houden?
Ja, hij is ervoor verantwoordelijk dat de machines voortdurend gebruikt worden. Derhalve jaagt hij de kinderen met alle mogelijke middelen op. Als ze moe worden slaat hij ze meestal met de zweep.
Had je een beetje tijd om bij je ouders te zijn en door hen onderwezen te worden?
Neen
Wat deed je na je thuiskomst?
We aten nog en gingen dan onmiddellijk naar bed. Indien het eten niet zou klaargemaakt zijn, dan waren we ingeslapen terwijl het bereid werd.

William en John Williams, resp. 13 en 12 jaar oud, werken in de koolmijn:

Wij karren de kolen waarbij de ene voor de wagen staat en trekt. Zoals wij werken er 28 jongens in de mijn... Wij gaan om zes uur 's morgens naar beneden en blijven er 12 uur. Wij werken dagelijks, uitgenomen op zondag. Iedere tweede week hebben we nachtpost. Deze begint 's zondags om 6 uur 's avonds. Er zijn geen vaste etenstijden in de mijn, maar we hebben genoeg tijd om te eten. We eten brood en kaas of boter en drinken thee, soms koud, soms warm. Spek en vlees hebben we niet in de mijn. Ons werk is zwaar en omdat de ruimte eng is moeten we liggend werken. Maar we zijn gezond en hebben geen ongevallen gehad. We wonen op ongeveer twee mijlen van ons werk. We kunnen alletwee wat Engels lezen. Dat hebben we op school geleerd. Soms gaan we naar de zondagsschool. Maar als we nachtdienst hebben, slapen we 's zondags om 's avonds om 6 uur met het werk te kunnen beginnen.

Philip Phillips, 11 jaar oud, werkt in de mijn:

Ik werk sinds twee jaar. Vooraleer ik naar hier kwam, heb ik een jaar lang in een andere mijn kolen gekard en een tijdlang de deur van de mijngang bewaakt. Sinds een jaar kar ik hier de kolen. Mijn vader is in de mijn omgekomen. Mijn moeder heeft zeven kinderen, van wie twee hier met mij werken. De ene leidt een paard in de mijn, de andere werkt bij een machine.

John Morgan, 13 jaar oud, werkt in de mijn:

Ik werk reeds sedert vier jaar. Ik zorg nu overdag voor het onderhoud van het vuur van de stoommachine. Ik werk van 6 tot 6, dikwijls ook tot 8 's avonds en heb iedere tweede week nachtpost. Ik krijg 10 pence per dag. Ik verlies niet veel tijd en ben zelden ziek. Ik ga naar de zondagsschool, maar kan niet lezen.

Isabel Wilson, 38 jaar:

Ik ben sinds 19 jaar gehuwd. Ik had tien kinderen. Zeven zijn nog in leven. Toen ik bij Sir John werkte, was ik kolendraagster. Dat was een uiterst vermoeiende arbeid. Ik had vijf miskramen en was nadien telkens erg ziek. Nu heb ik lichter werk. Mijn laatste kind werd op een zaterdagmorgen geboren. De vrijdag nadien was ik weer aan het werk. Ik werk sinds dertig jaar ondergronds zoals mijn man. Die heeft het nu aan zijn longen. Geen van de kinderen kan lezen... Ik kon het vroeger, maar ben het weer verleerd. Wanneer ik ga werken, doet mijn tien jaar oude dochter het huishouden. Zij zorgt ook voor het eten.


 


bron: X. Adams en R. Geivers, Werkboek Geschiedenis 5T, Antwerpen, Den Gulden Engel, 1993, blz. 24-26.


 

klik hier voor de oorspronkelijke tekst
klik hier voor achtergrondinfo
terug naar inhoudsopgave