HISTORISCHE TEKSTEN

 

Benito Mussolini (1883-1945)

De politieke en maatschappelijke grondbeginselen van het fascisme (La dottrina del fascismo, in Enciclopedia Italiana)

 

"Bovenal gelooft het fascisme niet dat een eeuwige vrede voor de toekomst en de ontwikkeling van de mensheid, afgezien dan nog van elke actuele politieke overweging, mogelijk of wenselijk zou zijn. Alleen de oorlog voert de menselijke energie tot het hoogste peil op en drukt een stempel van adeldom op de volkeren die de moed hebben hem te aanvaarden. Een leer, gegrondvest op de hypothese van de vrede is vreemd aan het fascisme zoals dat ook zijn die internationalistische en Volkenbondtheorieën die, zoals de geschiedenis aantoont, wegvliegen met de wind zodra sentimentele idealistische en praktische overwegingen de harten van de volkeren opzwepen.

Het fascisme ontkent de leer die aan de basis ligt van het quasi wetenschappelijke of marxistische socialisme, de leer van het historisch materialisme die het verloop van de geschiedenis verklaart enkel en alleen uit de botsingen tussen de verschillende sociale groepen en uit de evolutie van productiemiddelen en werktuigen. Dat deze afdoende zouden zijn om de geschiedenis van de mensheid te verklaren is onzinnig; het fascisme gelooft nog steeds en zal steeds blijven geloven in het Heiige en het Heldhaftige, dus in handelingen waarin van ver noch van dichtbij enig economisch motief is betrokken. Het fascisme loochent die vereenzelviging met welzijn en geluk die de mensen gelijkstelt met dieren, alleen bekommerd om gevoed en vetgemest te worden.

Het fascisme bestrijdt niet alleen het socialisme maar ook het geheel van democratische ideologieën en praktijken. Het ontkent dat de maatschappij kan worden geleid door het simpele feit van een getallenmeerderheid. Het ontkent dat de massa kan worden geregeerd door het feit dat men haar regelmatig laat stemmen. Het beweert dat er een onveranderlijke, vruchtbare en productieve ongelijkheid onder de mensen bestaat die niet op mechanische en uiterlijke wijze, zoals door het algemeen stemrecht, op een zelfde peil kan gebracht worden. Democratische regimes zijn regimes waarbij men van tijd tot tijd aan het volk de illusie geeft dat het soeverein is terwijl de ware en effectieve soevereiniteit bij andere, soms onverantwoordelijke en duistere machten berust.

Het fascisme is volstrekt gekant tegen het liberalisme, zowel politiek als economisch. Het liberalisme heeft het stadium bereikt waarin het de poorten van zijn lege tempels moet sluiten. Omdat de volkeren voelen dat zijn agnosticisme in de economie, zijn onverschilligheid in de politiek en de moraal de staten naar een gewisse ondergang voert, wat reeds gebeurde. De politieke leerstelsels gaan voorbij, de volkeren blijven. Men mag aannemen dat deze eeuw de eeuw van het gezag zal zijn, een eeuw van ‘rechts’, een fascisteneeuw. Indien de l9de eeuw de eeuw was van het individu (liberalisme betekent individualisme), dan kan men vooropstellen dat we thans de eeuw van de collectiviteit en dus de eeuw van de Staat zijn ingetreden. Voor het fascisme is de Staat het absolute en zijn de individuen en groepen het betrekkelijke. De Staat, zoals het fascisme die opvat, is een geestelijke en morele realiteit. Hij waarborgt de inwendige en uitwendige veiligheid maar hij is ook de hoeder en overbrenger van de geest van het volk.

De fascistenstaat is de wil tot macht en heerschappij. De Romeinse traditie is voor hem een aansporing. In de fascistische visie staat heerschappij gelijk met imperium, niet slechts grondgebied, soldaten, handel maar ook geestelijke en morele waarden. Voor het fascisme is de drang naar het imperium en dus naar de expansie een teken van levenskracht."

 

 


Bron: P. MORREN, Met Italië en Duitsland als vaandeldragers komt een heel groot deel van Europa in de ban van de dictatuur. In Paul Morren, De Tweede Wereldoorlog. Een keerpunt in de geschiedenis. Deel 1 (Ministerie van Onderwijs), Brussel, 1985, blz. 88



terug naar inhoudsopgave