HISTORISCHE TEKSTEN

 

Montesquieu (1689-1755, Charles de Secondat, baron de Montesquieu) :

De scheiding der machten (L'esprit des lois, 1748) 

 

Wanneer de uitoefening van de wetgevende en van de uitvoerende macht aan één persoon of aan één instantie toebehoort, dan is er geen vrijheid omdat men kan vrezen dat de alleenheerser of instantie naar willekeur wetten kan geven, die hij ook willekeurig kan uitvoeren.

Er bestaat ook geen vrijheid waar de rechterlijke macht niet gescheiden is van de wetgevende en de uitvoerende machten; zou ze met de wetgevende macht verbonden zijn, dan zou daarmee een onbeperkte macht opgericht worden... want de rechter zou zelf wetten kunnen opstellen. Ware ze met de uitvoerende macht verbonden, zo zou de rechter zijn besluiten met de macht van een onderdrukker kunnen doorvoeren.

Daar in een vrije staat ieder mens... zijn handelwijze zelf moet kunnen bepalen, zo moet het gehele volk de wetgevende macht uitoefenen. Daar dit nu in grote staten onmogelijk is... moet alles wat het volk niet kan doen, door zijn vertegenwoordigers uitgevoerd worden...

Het grote voordeel van de uitoefening van de wetgeving door vertegenwoordigers bestaat hierin, dat deze de nodige bekwaamheid bezitten tot de beraadslaging. Het volk is daartoe in geen geval bekwaam; hierin ligt juist een van de bijzonderste wantoestanden van de democratie...

 


bron: P. Van de Meerssche e.a., De 19de en 20ste eeuw. Deel 1 De Westerse samenleving. Antwerpen, De Nederlandsche Boekhandel, 1985, blz. 10. 


 

klik hier voor de volledige Franse tekst (voorzien voor toekomst)
klik hier voor uittreksels uit L'esprit des lois (in het Frans)
klik hier voor achtergrondinfo over Montesquieu
terug naar inhoudsopgave