HISTORISCHE TEKSTEN

 

Marcus van Vaernewijck (1518-1569) :

Een ooggetuige over de beeldenstorm in Gent, 1566 (Van die beroerlicke tijden in die Nederlanden en voornamelijk in Ghendt 1566-1568) 

 

 De beeldenstormers vernietigden (in het klooster) alles, spaarden zelfs de vrouwenzitplaatsen in de beuken niet en verscheurden ontelbare boeken, zodat de straat vol papier lag. Vanuit de cellen werd zoveel papier in de Leie geworpen, dat het leek alsof er grote sneeuwvlokken in het water vielen. Andere boeken wierpen ze ongescheurd in de Leie, omdat ze te veel werk hadden. De rivier lag vol papier en boeken, die onnoemelijk veel geld hadden gekost.

Het razende gepeupel liep door de cellen en de zolders. Ze braken er stenen potten, de kannen, de glazen en de stoelen, alles werd stuk gesmeten. Alle kaarsen vertrappelden ze, geen glasraam bleef heel. Op een onbeschrijflijke manier verwoestten ze de kerk. Niets bleef gespaard.

In de refter en bierkelder dronken ze bier uit schotels, bekers en wat ze maar konden vinden, want ze hadden geen drinkgerei meegebracht, zodat ze soms, bij gebrek hun hoeden en bonnetten gebruikten. Heel het klooster was nat, overgoten met bier en andere dranken, die in het gedrang van het volk waren gemorst. In de kelder was het donker. Men deed niet eens de moeite om behoorlijk uit de biervaten te tappen. Overal werd er gemorst, zodat men tot over de enkels in het bier liep. Het geboefte onder hen, echt gespuis, wierp boter tegen de muur en strooide peper, kaneel, saffraan en dergelijke uit op de grond.

 


bron: Marcus Van Vaernewijck, Van de beroerlijke tijden in de Nederlanden en voornamelijk in Gent 1566-1568, Hasselt, 1966, blz 35-39. Geciteerd in J. Ulens en J. Neutelaers, Fudamenten 4 Nieuwe Tijd. Leuven, Wolters, 1992, blz 180-181.


 

terug naar inhoudsopgave