HISTORISCHE TEKSTEN

 

Maarten Luther (1483-1546):

95 stellingen over de aflaat (1517) 

 

"1 Vermits onze Heer en Meester Jezus Christus zegde: doe boete enz., wilde Hij, dat het hele leven van de gelovige boete zou zijn.

5 De paus wil en kan geen andere zondenstraffen kwijtschelden dan degene, die hij naar eigen goeddunken en volgens kerkelijke bepalingen heeft opgelegd..

20 Indien de paus dus volledige kwijtschelding van straffen toestaat, dan bedoelt hij daarmee niet gewoonweg alle straffen, maar enkele degene, die hij zelf opgelegd heeft..

21 Daarom vergissen de aflaatpredikanten zich als ze zeggen: de mens wordt door de aflaat van de paus van alle straffen bevrijd en zalig..

27 Een menselijke leer prediken zij, die zeggen: zodra het geld in het kastje klinkt, vliegt de ziel uit het vagevuur..

32 Wie meent door aflaatbrieven zijn zaligheid te verzekeren, zal samen met zijn leermeesters voor eeuwig verdoemd zijn..

36 Ieder christen, als hij oprecht berouw heeft, heeft volledige kwijtschelding van straf en schuld, die hem ook zonder aflaatbrief toekomt..

43 Men moet de christenen leren, dat aan de armen geven of aan de behoeftigen lenen beter is dan aflaten kopen..

62 De ware schat van de Kerk is het allerheiligste evangelie van de heerlijkheid en de genade van God."

 


bron: W. Verrelst, Reformatie en katholieke herleving 16e-18e eeuw. Reeks historische units. Antwerpen-Amsterdam, De Nederlandsche Boekhandel, 1974, blz. 4.


klink hier voor een volledige Nederlandse tekst (andere vertaling)
klik hier voor de oorspronkelijke Latijnse tekst
klik hier voor achtergrondinfo over Luther (Nederlands)
terug naar inhoudsopgave