HISTORISCHE TEKSTEN

 

Adolf Hitler (1889-1945)

over het antisemitisme (Mein Kampf, 1924)

 

"De joodse leer van het marxisme wijst het aristocratische principe der natuur af en zet op de plaats van het eeuwige voorrecht der kracht en der sterksten, de massa van het getal en haar dood gewicht. Zij ontkent hierdoor in de mens de waarde der persoonlijkheid, bestrijdt de betekenis van volk en ras, en onttrekt daarmede aan de mensheid de grondslag van haar bestaan en haar cultuur. Indien deze leer tot grondprincipe van het heelal werd, dan zou dit het einde betekenen van iedere denkbare orde. En zoals in dit grootste ons bekende organisme, een dergelijke wet onvermijdelijk tot de chaos zou leiden, zo zou zij op de aarde niets anders tengevolge kunnen hebben dan de vernietiging van het leven op deze planeet. Indien de jood met zijn marxisme de overwinning behaalt op de volkeren dezer wereld, dan zal een krans, gevlochten uit de lijken der gehele mensheid, zijn kroon zijn; dan zal deze aarde wederom, evenals voor miljoenen jaren, van ieder menselijk leven ontdaan, zwijgend haar weg door de ether gaan.

Want de natuur, die eeuwig is, wreekt onverbiddelijk iedere inbreuk op haar geboden. Daarom is het mijn overtuiging, dat ik werk in de geest van de almachtige Schepper: want door mij te verweren tegen de jood strijd ik voor het werk des Heren."

 

 


 bron: P. Morren, Met Italië en Duitsland als vaandeldragers komt een groot deel van Europa in de ban van de dictatuur. In P. Morren e.a. De Tweede Wereldoorlog. Een keerpunt in de geschiedenis. Brussel, Ministerie van Onderwijs, 1985, blz. 97. 



terug naar inhoudsopgave