HISTORISCHE TEKSTEN

 

Beschrijving van deze eerste hagenpreek door de Antwerpse magistraat (brief, 25 juni 1566)

Wij willen niet nalaten u ervan te berichten, hoe gisterennamiddag een vergadering is gehouden in het klein heesterbos van heer Hendrik van Berchem. Rond één uur kwam uit het kwartier van wijlen de heer Michiel van der Heyden een man, gekleed met lange mantel, vergezeld van tien tot twaalf personen met rapieren. Ze bezetten het veld, bezaaid met boekweit, drie bunders groot, dat Pauwels Raet in huur heeft, waartegen de huurder, wegens zijn schade, zich verzette. Desniettegenstaande hebben ze hetzelve, met meer bijgekomen volk, ingenomen en gans vertreden, zeggende aan Raet dat men hem zijn schade vergoeden zou. Maar toen de hoop fel aanwaste, vertrokken ze naar het vermelde heesterbos, stellende hun wacht op de vier hoeken. Waar een paar heesters bijeenstonden, waartegen men leunen kon, sloegen ze zoden op, en daar verscheen hun predikant, hebbende aan zijn zijde een flesje, waaruit hij tijdens het prediken soms dronk. Er waren ook zeven of acht personen te paard, één met twee zinkroeren aan zijn zadel, de anderen met rapieren.

Achter het bos stonden vier heirbaanwagens met huiven, ledig, de paarden staande in het boekweitveld, door enkele jongens bewaakt, waarvan één met rapier. Naar wij konden vernemen waren de toehoorders meestendeels Walen en daaronder veel Fransen.

Met de toeloop van volk van Berchem en elders, vanwege de nieuwigheid, was de hoop tenslotte wel vier- tot vijfduizend man sterk; meestal mannen, maar ook vrouwen, zelfs met jonge kinderkens die zij zoogden. Sommigen klommen op de heesters. Toen de predikant begon, zetten ze hem een vierkante bonnet op het hoofd. De vergadering duurde tot vijf uur. Soms werd er ook gezongen. Zijn ook gezien twee jonge manspersonen zonder baard, met twee jonkvrouwen, begeleid door drie of vier meiden. Een man, staande negen tot tien roeden van de predikant, verdietste voor hen het sermoen, omdat zij geen Waals verstonden.

In het scheiden zegde de predikant dat men zaterdag naastkomend ook in het Nederlands prediken zou.

 

 

 


Bron: W. Verrelst, Reformatie en katholieke herleving 16e-18e eeuw. De Nederlandsche Boekhandel, Antwerpen-Amsterdam, 1974, blz. 14-15.



terug naar inhoudsopgave