HISTORISCHE TEKSTEN

 

De Wet le Chapelier (14-17 juni 1791)

 

Artikel 1. De afschaffing van alle vormen van corporaties van burgers van eenzelfde stand of beroep is één van de fundamentele bases van de Franse grondwet. Het is derhalve verboden hen terug op te richten, onder welk voorwendsel of onder welke vorm dan ook.

Artikel 4. Indien, tegen alle principes van de vrijheid en van de grondwet in, burgers behorend tot dezelfde beroepen, ambachten of stielen, onderling overleg plegen of onderling overeenkomsten zouden afsluiten, die er zouden op gericht zijn slechts tegen een welbepaalde prijs in hun beroepssector mee te werken, dan zullen deze overeenkomsten en dit overleg, al dan niet onder ede aangegaan, als ongrondwettelijk verklaard worden, als een aanslag op de vrijheid en op de verklaring van de rechten van de mens, en derhalve zullen zij van geen enkele waarde zijn.

Artikel 8. Alle samenscholingen van ambachtslui, arbeiders, gezellen, dagloners of die op hun aansporing zijn tot stand gekomen tegen de vrije uitoefening van de nijverheid en de arbeid door om het even welke persoon,... zullen beschouwd worden als oproerige samenscholingen en als dusdanig uiteengedreven worden door de openbare macht...

 


bron: P. Van de Meerssche e.a. De 19de en 20ste eeuw. Deel 1 De Westerse Samenleving. Antwerpen, De Nederlandsche Boekhandel, 1985, blz. 62.


klik hier voor de Franse tekst (uittreksels)

terug naar inhoudsopgave