Alfred Denoyelle,
Doctor in de Geschiedenis

*

Ter herinnering : de auteur van dit artikel
promoveerde tot Doctor in de Geschiedenis met onderscheiding
na volledige grieks-latijnse studies en de met grote onderscheiding
bekomen "Master" aan de Faculteit van de Letteren en de Wijsbegeerte
van de "Katholieke Universiteit Leuven"

*

WETENSCHAPPELIJKE EN LITERAIRE KRITIEK

Version française

Onderzoek aangaande de wetenschappelijke aanmatiging van een afgeroffelde vorsing
ten dienste van de afrekening met een eerbiedwaardige persoonlijkheid :

Had Pius XII ook gekozen voor de « Nieuwe Orde » ?

 

 

In het Frans luidt deze titel : « Pie XII avait-il opté aussi pour 'l'Ordre Nouveau' ? ». Zonder daarbij het vraagteken, maar wel met een uitroepingsteken, had een editie van het dagblad LA LIBRE BELGIQUE op 26 september 2008 de tekst online gezet van een interview, door Christian Laporte afgenomen van de broer van de liberale politicus Guy Verhofstadt, met name Dirk Verhofstadt, een jurist en communicatiewetenschapper die onlangs een boek heeft gepubliceerd over « Pius XII en de vernietiging der Joden ». Ik heb de beweringen van de auteur, in het Frans in het interview en in het Nederlands in het boek, kritisch onderzocht. Daar waar enige discrepantie vast te stellen was, heb ik de voorkeur gegeven aan de samenvattingen van de auteur zelf, in de pers verschenen of nog op Internet af te lezen in verschillende blogs.

Ik ben Doctor in de Geschiedenis en in die hoedanigheid, evenals een Doctor in de Geneeskunde bekwaam is om een gezaghebbende diagnose op te maken, ben ik helemaal bij machte hetzelfde te doen op historisch vlak, dus berechtigd te verklaren dat het werk van Dirk Verhofstadt niet de waarde heeft waarop het zich laat voorstaan. Het is een emotionele, eenzijdige en met leemten doorspekte benadering van de activiteit van paus Pius XII tijdens de tweede wereldoorlog. De auteur is methodologisch verwant met de verachters, van Rolph Hochhuth tot Constantin Costa-Gavras langs John Cornwell omheen. Ik weet niet welke bevoegdheden in geschiedenis deze meneer, waarvan gezegd wordt dat hij jurist en communicatiewetenschapper is, wel kan hebben. Maar in ieder geval is zijn publicatie niet wetenschappelijk, ondanks de schone schijn die ze wekt en de publiciteit daarrond om dat te doen geloven bij een zo ruim mogelijk publiek. In dit opzicht kan ik mij niet van de indruk ontdoen dat duistere opdrachtgevers zo alle vijf of tien jaar aan iemand, die geen historicus is, de opdracht geven bij de bevolking het reactievermogen op en de opname van verkeerde stellingen te testen : nu eens een dramaturg, dan een romanschrijver, dan weer een cineast, thans een jurist bevoegd in communicatie, broer van een politicus en dientengevolge nogal bedreven in de wijze van aanpak van de publieke opinie. Maar denkt hij werkelijk evenzeer bevoegd te zijn op het gebied waar hij zich gewaagd heeft en vooral, kan men vaststellen dat hij daarvan met staving het bewijs heeft geleverd ?

Zoals men in de persmiddens reeds kon vaststellen, put Dirk Verhofstadt niet uit nieuwe bronnen en reikt hij geen nieuwe inzichten aan, maar rijgt hij vooral allerhande citaten aan elkaar, met daarbij zijn eigen commentaar. Uit verschillende blogs op Internet blijkt dat de auteur eigenlijk een grootser opzet heeft dan de titel van zijn boek laat uitschijnen. Hij stelt : « In mijn boek ga ik in op de houding van Pacelli en latere Pius XII tegenover de machtsgreep van Hitler, het antisemitisme van de verschillende Kerken, de ondergang van de katholieke Centrumpartij, het concordaat tussen nazi-Duitsland en het Vatikaan, de encycliek 'Mit brennender Sorge', het paganisme, het nationaal-socialistisch onderwijs, het T4-programma (de moord op fysiek en mentaal gehandicapten), de inval in Polen, de Operatie Barbarossa, de Joden in Nederland, priester-president Tiso van Slowakije, de Ustasa in Kroatië, de deportatie van de Joden uit Rome, de Hongaarse Holocaust, de hulp aan oorlogsmisdadigers, het verzet tegen het nazisme, de weigering van de Kerk om ondergedoken joodse kinderen terug te geven, het falen van de geallieerden, het antisemitisme na de Holocaust, en de morele schuldvraag van de Kerk en de paus. » (sic) Dat is wel veel. Indien hij dat als thesis had willen doen gelden bij gelijk welke universiteit, dan zou men hem geantwoord hebben : dat zijn 21 onderwerpen. Ieder onderwerp verdient een diepgaande heuristiek, gevolgd door een eigen hermeneutiek, maar in verband met het onderwerp.

Eigenlijk fungeren die onderwerpen bij de auteur niet als precieze vorsingsobjecten, maar wel als variaties op een thema in een muziekstuk. Hij gaat bij ieder feit rond elk onderwerp na, of hij daaruit soms geen argument kan halen om aan te tonen dat Pius XII ergens schuldig aan geweest is. Hij speelt die rol van publieke aanklager of procureur-generaal doorheen gans het boek. Als jurist weet hij trouwens hierbij de nodige kunstgrepen van een advocaat aan te wenden, zo nodig zelfs met weglating of inkleding van feiten die hem niet aanstaan omdat ze zijn verguizingsplan dwarsbomen.

Zo hemelt hij bijvoorbeeld aartsbisschop Jan de Jong van Utrecht op, die zich « in tegenstelling tot de paus » - zo stelt hij - wél klaar en duidelijk heeft uitgesproken tegen de Jodenvervolging. Daarbij heeft hij klaarblijkelijk geen weet van of verzwijgt hij de vele uitspraken van de Kerk en van Pius XII in dit verband. Hij verbergt ook aan zijn lezers wat het rampzalige gevolg van de Nederlandse vrijmoedigheid geweest is. Zoals Pinchas E. Lapide, destijds consul van Israël in Italië, het raak opmerkte in zijn boek over Rome en de Joden (p. 170) : « Wij willen er aan herinneren dat het protest vanwege de Nederlandse bisschoppen in hun herderlijk schrijven van 26 juli 1942 tegen de deportatie van de Joden, dat vanaf alle preekstoelen werd voorgelezen, amper vijf dagen later leidde tot de arrestatie en deportatie van alle Nederlandse katholieken van joodse afstamming. Zoals het in de officiële verklaring van Reichskommissar Seyss-Inquart van 3 augustus 1942 uitdrukkelijk heet : als vergeldingsmaatregel tegen de herderlijke brief van 26 juli. » Bij die gelegenheid werden eveneens alle kloosters en abdijen, waar vele Joden zich hadden mogen verschuilen, afgezocht. De joodse filosoof en historicus voegt er nog aan toe (p.174) : « Uit geen enkel ander land werden zoveel Joden -- namelijk 79% -- naar de dodenkampen gedeporteerd als uit Nederland. » - Verder zal ik in verband met (al dan niet) publiek gewenste en rond te bazuinen stellingnamen - omwille van de voorspelbare gevolgen - herinneren aan de gezaghebbende verklaring van de Joodse procureur over Pius XII op de Rechtbank van Nurenberg, door Dirk Verhofstadt eveneens helemaal ten onrechte over het hoofd gezien of in de schaduw gesteld.

Naast het zoëven aangehaalde thema over de Joden in Nederland bespeelt hij ook dat in verband met de Hongaarse Holocaust. Evenzeer de fout van Pius XII, als men hem geloven mag. De auteur laat dit als volgt uitschijnen :

« Verdedigers van de paus wijzen op het telegram van Pius XII van 25 juni 1944 gericht aan de Hongaarse leider Horthy om de deportaties van de Hongaarse Joden stop te zetten. Dat klopt. De vraag is evenwel waarom hij daarmee zo lang gewacht had ? Vanaf 15 mei tot 19 juni 1944 werden met 92 treinen 437.402 Joden naar Auschwitz gedeporteerd, waar de meeste werden vergast. Uit documenten van het Vatikaan zelf blijkt dat Pius XII op 30 maart, 16 mei, 23 mei, 25 mei, 9 juni, 10 juni en 19 juni 1944 op de hoogte werd gebracht, en gesmeekt werd om zo snel mogelijk protest aan te tekenen bij de katholieke leider Horthy. Volgens verdedigers van de paus kon dit niet omdat het gevaar bestond dat men de paus zou ontvoeren of het Vaticaan bombarderen. Maar ook dat klopt niet. Op 4 juni werden Rome en het Vatikaan immers bevrijd door het Amerikaanse leger. De paus heeft dus nog 21 cruciale dagen verloren laten gaan alvorens zijn telegram te sturen. » (sic)

Dirk Verhofstadt schijnt geen weet te hebben van het herhaalde protest bij de Hongaarse regering door Angelo Rotta, pauselijke nuntius te Budapest, tenslotte gevolgd door het pauselijk telegram van 25 juni 1944. Dat protest, aangetekend door de gezant van Pius XII, behoort nochtans tot de officiële stukken. Moest de paus volgens de auteur dan steeds alles zelf doen om van hem geen schuld te krijgen ? Bovendien heeft dat telegram de deportaties al evenmin kunnen stopzetten. Horthy werd gewoon een paar weken nadien vervangen door een trouwere medewerker van Hitler. Maar zoals het daar te lezen staat bij Dirk Verhofstadt, zouden de deportaties wel gestopt zijn, maar pas laattijdig, wegens 21 dagen treuzelen vanwege de paus ! Over de pauselijke nuntius rept hij met geen woord, en al evenmin over het gewoon doorgaan van de deportaties naar Auschwitz, zelfs ondanks dat telegram.

Men kan zich trouwens afvragen wie die zogenaamde « verdedigers van de paus » hier en elders bij Dirk Verhofstadt eigenlijk zijn : spookfiguren van eigen maaksel, bedacht om belachelijke opwerpingen te maken die hij nogal gemakkelijk zou kunnen weerleggen, ofwel allemaal reële mensen, historische figuren die hij om bepaalde redenen liever niet vernoemt ? Het is niet steeds duidelijk. Maar het is hoe dan ook niet afdoend, aangezien de paus goed praten had bij middel van zijn gezant ter plaatse, en vervolgens ook persoonlijk, het baatte telkens toch niets : het is pas het einde van de oorlog dat een einde stelde aan de deportaties. De auteur overschat dus de ware reikwijdte van de pauselijke stem in oorlogstijd onder het bewind van de Nazi's om hem in een verkeerd daglicht te kunnen stellen als iemand die « niet genoeg » uitspraken deed en daardoor schuld had aan « de vernietiging van de Joden ».

Bovendien wordt Horthy voorgesteld als een « katholieke leider ». Waarom toch, tenzij om beter Pius XII te verguizen ? Dirk Verhofstadt weet immers maar al te goed - of zou moeten weten, indien hij objectiviteit betrachtend onderzoek heeft verricht - dat de Hongaarse admiraal en politicus Miklós Horthy van Nagybánya (1868-1957) een calvinist was. Sinds wanneer geeft een protestant van deze aanhang nu gevolg aan bevelen van het Vatikaan ?

De wil om de paus te bekladden is nogal evident. De argumenten « tegen » die de auteur vooropzet werden reeds lange tijd geleden weerlegd - iets waarover hij eigenaardig genoeg onwetend schijnt te zijn - en hij geringschat of verzwijgt zelfs de argumenten « voor » Pius XII in de bijzondere context van die verwarde periode. Bovendien kan men vaststellen dat hij, ondanks de diepgaande vorsing die hij naar eigen zeggen verricht heeft en waarover hij prat gaat, toch vrij achterstallig staat ten opzichte van het jongste onderzoek. De Joden zelf herstellen thans de gedachtenis van paus Pius XII in ere. Zou het dan soms kunnen dat Dirk Verhofstadt « meer israëliet dan de Joden » wil zijn, naar wat men weleer zei van iemand, weliswaar in een heel ander midden, maar toch op analoge wijze, door zijn stijfhoofdige, ongegronde en ook wel sectaire mentale houding aan te duiden met de uitdrukking « katholieker dan de Paus » willen zijn ?

In feite is de methode van Dirk Verhofstadt eigenlijk geen historische kritiek, maar wel omklede spotternij. Hij is vertrokken van de reeds verworven overtuiging dat Pius XII schuldig is. Hij heeft dan links en rechts zowat alles verzameld - zonder zich al te veel aan te trekken van de context of de nauwgezetheid - ten einde die overtuiging uit zijn gevoelswereld aan de man te brengen. « Uitgebreid gespijzigd », volgens wat hij van zichzelf getuigt, « door de familiale bibliotheek over het onderwerp » (sic) - met andere woorden : volgepropt met vooroordelen uit zijn opvoeding wegens de secundaire of tertiaire bronnen die hem ter beschikking gesteld waren, is hij vervolgens op zoek gegaan naar primaire bronnen. Hij heeft er dan enkele overlopen door ze te lezen - wat bijna fataal is - met de bril van de auteurs waarvan hij doordrongen was. Dit laat zich nogal goed merken aan de wijze waarop hij zijn « ontdekkingen » aanwendt en tevens aan zijn berekend verzuim, dat bij een normaal historisch onderzoek hoegenaamd niet zou horen.

Het fundamentele verwijt gericht aan paus Pius XII is zijn relatief stilzwijgen tijdens de tweede wereldoorlog : hij zou « niet genoeg » gehandeld of gesproken hebben om de gruwelijkheden door de Nazi's begaan jegens de Joden aan de kaak te stellen. De auteur meent dat Pius XII dat beslist zou hebben kunnen verhinderen door gedurig vóór de micro van Radio Vatikaan te zitten. Hij beeldt zich in dat de Nazi's daarmee rekening zouden gehouden hebben en dientengevolge hun uitroeiingsprogramma hebben gestopt. Reeds vóór de oorlog beschouwden de Nazi's kardinaal Eugenio Pacelli (de toekomstige Pius XII) echter als verbonden met « de doelstelling van de internationale van Joden en vrijmetselaars » (sic) - zoals verwoord op 24 november 1938 in Das schwarze Korps, het dagblad van de S.S. Hun opperleider, Adolf Hitler, was zelfs van mening dat het Vatikaan « de ergste weerstandshaard » voor zijn plannen vormde. Maar wie toch, welk land of welke politicus, kan er zich op beroepen, een dergelijk compliment gekregen te hebben ? Objectief gezien kan men dus niet besluiten dat er gebrek aan actie of woorden vanwege de H.Stoel geweest is : in de schoot van het Reich der Nazi's, dat als eerst betroffene daarbij in aanmerking kwam, achtte men immers dat er veel te veel waren !

Daarentegen, op louter subjectief vlak, is het uiteraard mogelijk zich zowat alles in te beelden. Bijvoorbeeld, de (niet academische) thesis van meneer Dirk Verhofstadt. Of nog, dat Pius XII ook wel schuldig zou zijn omdat hij « niet genoeg » gehandeld of gesproken heeft om het gebruik van de atoombom aan te klagen, en dat hij daardoor verantwoordelijk zou zijn voor het bombardement op Hiroshima en Nagasaki. Of nog, dat Pius XII ook wel schuldig zou zijn omdat hij « niet genoeg » gehandeld of gesproken heeft om het gebruik van fosforbommen aan te klagen, en dat hij daardoor verantwoordelijk zou zijn voor de bombardementen op Dresden en Hamburg. Maar zoiets beweren is nog geen formeel bewijs van oorzaak naar gevolg aanvoeren, noch enige geschiedkundige zekerheid staven. Wat zou Dirk Verhofstadt antwoorden indien ik zou beweren dat hij verantwoordelijk is voor de gerechtelijke vergissingen of voor de schending van de mensenrechten in de wereld omdat hij ze als jurist « niet genoeg » heeft aangeklaagd ?

Het beste bewijs dat de oorlogvoerende mogendheden geen rekening hielden met de oproepen van de paus, noch met de diplomatische ondernemingen van het Vatikaan die weliswaar minder spectaculair, maar niet minder echt waren, is het feit dat Stalin, Roosevelt en Churchill, die nochtans over gepantserde divisies en een luchtvloot beschikten, er nooit hebben willen gebruik van maken om het netwerk van spoorwegen die naar de gaskamers leidden te ontzenuwen. Dirk Verhofstadt richt hun desondanks geen verwijt. Hij hoedt er zich voor, te stellen dat deze politieke besluitnemers door hun zeer grove strategische nalatigheid evenzeer als door hun stilzwijgen ontegensprekelijk het verderzetten van de uitroeiing der Joden mogelijk gemaakt hebben.

Evenzo krijgt het Rode kruis geen verwijt omdat het besliste zijn taak in stilte te volbrengen gedurende de oorlog, noch omdat het verzaakte aan een publiek protest ondanks de vastgestelde gruwelijkheden. Op een gelijkaardige wijze treft de leiders van de lutherse, calvinistische, anglicaanse, islamitische en andere gemeenschappen geen verwijt voor hun stilzwijgen. Dirk Verhofstadt valt enkel hardnekkig Pius XII aan - bovendien helemaal ten onrechte - alhoewel deze nochtans gesproken heeft. Misschien « niet genoeg » naar de smaak van de auteur die op hem kritiek uitoefent. De paus had evenwel niet alleen gesproken, maar ook gehandeld, en veel meer dan men het wil laten uitschijnen, zoals de betrokken Joden het erkend hebben.

Mocht hij een degelijke historische vorming genoten hebben, dan zou de auteur, zelfs in de louter speculatieve veronderstelling dat Pius XII geen enkel woord had geschreven noch uitgesproken gedurende de hele oorlog, toch moeten weten hebben dat het argument « a silentio » in openbare documenten nooit tot een negatief besluit kan leiden. Heel de menselijke activiteit behoort tot de geschiedenis, dus eveneens al de geheime richtlijnen, mondeling of met tekens. De getuigen van dit type vaststelbare activiteit en de verschillende natrekbare begunstigden daarvan - Pinchas E. Lapide, gewezen consul van Israël in Italië, vermeldt het cijfer 860.000 Joden gered dank zij Pius XII - kunnen bezwaarlijk opzij geschoven worden bij een ernstig en volledig historisch onderzoek.

Het klopt dat de auteur vooral jurist is. Maar iemand van die hoedanigheid zou toch moeten weten dat, indien men de waarheid der feiten wil achterhalen, men dan ook alle getuigen voor de balie mag en moet laten verschijnen. Dat doet hij echter niet. Hij stelt zich tevreden met een selectie uit enkele geredden waarvan hij eerst zeker wou zijn dat zij zo goed als niets wisten over de menslievende activiteit van paus Pius XII ten gunste van de Joden. Welnu, het staat haaks op de geschiedkundige methodologie, zomaar supporters van een thesis op te tellen, of nog stemmen « voor » of « tegen » gewoon te verrekenen zoals in de politiek. Men dient daarvan wel (en vooral) een correcte evaluatie te geven. Het fundamentele verwijt waartoe een historicus genoopt wordt, hem te richten, kan men samenvatten in het miskende gezegde : testimonia non sunt numeranda, sed ponderanda (de getuigenissen moeten niet opgeteld, maar wel afgewogen worden). De formele getuigenis van een massa Joodse families die gered werden dank zij de pauselijke richtlijnen, ze onder te brengen in kloosters te Rome en elders, moet men positief evalueren als bewijs voor de activiteit van Pius XII ten gunste van de Joden gedurende de tweede wereldoorlog. Daarentegen kan de onwetendheid van geredden uit concentratiekampen hoegenaamd geen bewijs zijn voor de werkeloosheid van Pius XII. Wat konden zij daarvan weten ? Het is een probleem van juiste informatie tijdens hun gevangenschap en achteraf.

De Amerikaanse jurist Robert Kempner, een Jood die procureur was op de Rechtbank van Nurenberg tegen de oorlogsmisdaden, heeft aan het licht gebracht dat Pius XII een enorme massa rechtstreekse of onrechtstreekse, diplomatieke en openbare, geheime of uitdrukkelijke protestbrieven schreef waar de Nazi's nooit op geantwoord hebben. Volgens deze magistraat, die het dossier goed kende vermits hij er de bewijsstukken van in handen kreeg, kon de paus vanuit een moreel standpunt niet meer doen dan dat, want « iedere propagandapoging vanwege de katholieke Kerk tegen het Reich van Hitler zou niet alleen een uitgelokte zelfmoord betekenen, maar zou eveneens het ombrengen van een nog groter aantal Joden verhaast hebben ». Dat is nu een type getuigenis dat Dirk Verhofstadt niet verrekent om de eenvoudige reden dat het zijn opzet in de weg staat.

Veel te gehaast om eens de gelegenheid te krijgen, paus Pius XII voor te stellen als een aanhanger van de « Nieuwe Orde », komt hij aandraven met de foto van enkele prelaten, vergezeld door Duitse en Italiaanse militairen van hoge rang, die in het Vatikaan op audiëntie worden ontvangen en de toenmalige reglementaire groet betuigen (de arm vertikaal of horizontaal uitgestrekt). Volgens de auteur, die bij voorkeur door insinuaties tewerkgaat, zou men daarin de aanwijzing van een duidelijke sympathie voor het nazisme moeten zien, niet alleen vanwege deze prelaten, maar vanwege paus Pius XII zelf.

Hij zou al even goed enkele fotos kunnen laten afdrukken waarop men Marie-José, prinses van België, in 1930 gehuwd met de toekomstige koning van Italië Humberto II, diezelfde groet ziet doen in de Alpen, zelfs lange tijd vóór de oorlog trouwens, om daaruit te besluiten dat de Belgische en Italiaanse koninklijke families alvast, zoals die prelaten met hun baas Pius XII (alhoewel hij niet op de foto voorkomt), ongetwijfeld aanhangers van de « Nieuwe Orde » waren. Maar zoiets is geen geschiedenis. De auteur heeft veel te veel verbeelding. Ik zou hem willen aanraden zijn pen uit te proberen in het genre van de spionageromans. Dat is tegenwoordig zeer in trek bij de televisieproducenten.

Een historicus zou uit een maximum aantal uitlaten en geschriften - zowel private als publieke - van Pius XII proberen te achterhalen wat nu zijn ware gevoelens ten opzichte van de zogenaamde « Nieuwe Orde » geweest zijn. Welnu, men heeft er weet van dat Pius XII, toen hij nog kardinaal Pacelli was, tijdens een maaltijd op de Franse ambassade in 1938 had verklaard : « Met de Pruisen kan men nog discussiëren, maar met de Nazi's hoegenaamd niet. Die lui zijn diabolisch. »

Vervolgens oordeelde hij, als Staatssecretaris van paus Pius XI, dat « de machtsovername door die man [Hitler] gevaarlijker is dan de overwinning van het socialisme ». Sergio Trassati heeft het gezegde vermeld in zijn boek «Vatican-Kremlin, les secrets d’'un face à face » (éd. Payot-Rivages, 1995, p. 94).

Eens paus zal hij niet van gedacht veranderen, zoals er de jezuïet Paolo Dezza, almoezenier van de legers bij het Vatikaan, van getuigt : « Er is weliswaar een communistisch gevaar, maar het nazigevaar is heel wat erger » (ibidem, p. 102). Na de invasie van de Sovjetunie op 22 juni 1941 (krijgsverrichting Barbarossa), niet alleen heeft Pius XII geen enkel woord van ondersteuning voor de zognaamde « anti-bolsjewistische kruistocht » van de Nazi's - een propaganda die destijds op punt was gesteld door Goebbels en waar de verguizers van de paus sinds 1963 veel te graag geloof aan hechten - maar hij neemt een significante maatregel : hij stelt de Amerikaanse katholieken gerust in verband met de steun die hun regering wou geven aan de Sovjetunie. Tegen een kardinaal zegt Pius XII : « Ik vrees Hitler nog meer dan Stalin ». De heer W. d'Ormesson, toen ambassadeur van Frankrijk bij de H.Stoel, vermeldt dit in een brief aan admiraal Darlan op 21 augustus 1941.

Deze getuigenissen hebben het over feiten en woorden die, naast vele andere, bezwaarlijk kunnen gelden als deze van een aanhanger van de « Nieuwe Orde ».

De voorstanders van deze erkenden kardinaal Pacelli al niet als één onder hen vóór de oorlog (zoals hoger vermeld). Tijdens de oorlog was deze situatie aan Duitse zijde niet veranderd. Er was onder meer dit verslag uitgaande van de geheime diensten van de Gestapo en bestemd voor Hitler : « In zijn toespraak van Kerstmis 1942 heeft Pius XII zich opgeworpen als geallieerde en vriend van de Joden. Hij verdedigt dus onze ergste politieke vijand. » In een artikel van de Figaro herinnerde É. Husson, specialist van de Gestapo, daaraan op 15 februari 2002.

In feite gaf Reinhard Heydrich, overste van de veiligheidsdiensten S.S., een rondschrijven uit op 22 januari 1943, met daarin een commentaar dat meer bepaald als volgt deze pauselijke toespraak heeft ingeschat : « Op een tot dusver ongehoorde wijze heeft de Paus de Nieuwe Orde, vertegenwoordigd door het Nationaal-Socialisme, voor Europa verworpen... Zijn toespraak is niets anders dan een lange aanval op alles wat wij ondersteunen... God, zo zegt hij, beschouwt alle volkeren en rassen als evenwaardig. Hij zinspeelt duidelijk op de Joden. » Dientengevolge heeft von Ribbentrop, de minister van Buitenlandse zaken van het Reich, bevel gegeven aan zijn ambassadeur bij de H.Stoel, protest aan te tekenen tegen « deze afbraak aan de traditionele houding van neutraliteit » eigen aan de Kerk, en hij heeft hem gevraagd, de aandacht te vestigen op het feit dat het Duitsland niet ontbreekt aan « fysische vergeldingsmiddelen » (sic) !

Ondanks deze nauwelijks bedekte bedreiging, in het besef van de steeds talrijker gruwelijkheden begaan door de Gestapo en de S.S., neemt paus Pius XII het risico dat de Osservatore Romano uiting geeft aan de algemene verontwaardiging in zijn nummer van 25 oktober 1943. Aanstonds leggen de Duitsers beslag op het dagblad in de verkooppunten en dreigen zij met het hervatten van afzoekingen in de kloosters om er de verscholen Joden te betrappen. Bovendien geeft de kommandant van de S.S. van Rome bevel aan de leider van de Joodse gemeenschap 50 kg goud te bezorgen binnen de 24 uur op straf van dadelijke deportatie van 200 andere Joden (een grootscheepse razzia had reeds plaatsgevonden op 16 oktober 1943). Aangezien de omhaling slechts 35 kg goud had opgeleverd, kreeg de grootrabbijn van Rome de ontbrekende 15 kg van paus Pius XII.

Zouden dit, volgens Dirk Verhofstadt, nu feiten en verklaringen zijn die bewijzen dat Pius XII aanhanger was van de « Nieuwe Orde » ?

Het lijkt me dat het net andersom is. Ik ben weliswaar "slechts" Doctor in de geschiedenis. Maar heeft de auteur van het boek « Pius XII en de vernietiging der Joden » voor zijn onderzoek soms niet genoten van een zodanig sterke verlichting, veel heller dan de mijne, dat zij hem min of meer verblind heeft ?

Nazi-karikatuur van Pius XII,
"geleid door Joden en communisten"

Dirk Verhofstadt schrijft dat hij nergens iets gelezen heeft waarin de paus gruwelijkheden heeft veroordeeld. Ook in de encycliek Mit brennender Sorge (1937) staat volgens hem niets over het geschonden concordaat, niets over een beraamde uitroeiingsoorlog, niets over onverdraagzaamheid, niets over vervolging wegens ethnische verschillen, niets over concentratiekampen. Nochtans staat dat allemaal wel degelijk en letterlijk aangeklaagd in dat pauselijk document van Pius XI, door kardinaal-aartsbisschop Faulhaber van München en kardinaal-staatssecretaris Pacelli, de toekomstige Pius XII, opgesteld. Het volstaat het eens aandachtig door te nemen, liefst in de oorspronkelijke tekst of dan in een integrale en goede vertaling.

In feite is Dirk Verhofstadt weinig zelfkritisch : alhoewel hij beweert de objectiviteit na te streven, vermeldt hij datgene niet wat zijn beweringen zou kunnen logenstraffen, maar wijst hij daarentegen sociologische rolpatronen toe aan de paus, die deze volgens hem uit hoofde van zijn functie zou moeten waarmaken. Nadien maakt hij er gemakkelijk spel van, bij de paus plichtsverzuim vast te stellen door het nalaten van wat hij, Dirk Verhofstadt, meent dat zou moeten en kunnen gedaan zijn in deze of gene historische context. Daarbij begaat hij anachronismen. Hij vergeet dat men in het Europa van de tweede wereldoorlog geen vrij en open informatiesysteem kende zoals dat waarover men thans beschikt en dank zij hetwelk men de paus op de nieuwsberichten van 20 uur kan gadeslaan, met zijn GSM iemand van over de grens kan oproepen, een bericht per e-mail naar de antipoden kan sturen, en zijn briefwisseling thuis kan ontvangen per post op een gewoonlijk normale wijze. Destijds was de bewegingsruimte van de paus nogal beperkt. Men ving telegrammen op (het snelle communicatiemiddel van toen). Er deden zich ontelbare electrische defecten voor aan Radio Vatikaan. De leveringen aan papier voor de drukkerij van het Vatikaan werden omgeleid. Er was een censuur die de werking van alle postdiensten problematisch maakte. Fascisten en Nazi's stoorden er zich niet aan, brieven te openen. De conventie van Genève en nog andere bleven dode letter.

Voor deze historische context, waarbinnen het pontificaat van Pius XII zich afspeelt, kan men, om het correct te evalueren, bezwaarlijk zomaar criteria willen toepassen die reeds relatief op zich zijn, zoals snel of « niet genoeg » snel handelen. Elkeen is, vooral dan in oorlogstijd, afhankelijk van een reeks gegevens die zijn eigen mogelijkheden, bekwaamheden, middelen en gezondheid beperken. Geen enkele paus ontsnapt aan de menselijke conditie. Eisen - van hem alleen dan nog wel - dat hij zou wezen als « superman » door te reageren als de bliksem, door afstanden te overbruggen met een dolle snelheid, door alle hindernissen te verpulveren en alle wilsbepalingen om te buigen, dat is geloven in een science-fiction paus, die men uiteraard zal moeten aanklagen als een stoute jongen die niet alle beschikbare middelen heeft aangewend waarvan men veronderstelt dat zij hem gedurig ter beschikking waren. Van de veronderstelling gaat men vervolgens over, zonder het kleinste gewetensbezwaar, noch de minste verlegenheid, tot de bewering of tot de insinuatie van de « onbetwistbare » zekerheid van zijn schuld. Dat is wel wat overhaast tewerkgaan, nietwaar ?

De auteur beeldt zich ook in, dat hij een formidabel argument gevonden heeft in de vaststelling dat er bij zijn weten, zo zegt hij, « geen enkele Nazi geëxcommuniceerd werd ». Het is nogal erbarmelijk voor iemand die beweert dat hij diepgaand onderzoek heeft verricht. Laten we hem dus aanleren dat in ons land zijn collega jurist Léon Degrelle, een nazi geworden katholiek, geëxcommuniceerd werd. Laten we bovendien zijn erge leemten vertonende kennis wat stofferen door aan meneer Dirk Verhofstadt aan te leren dat een excommunicatie een geestelijk wapen van medicinale aard en uitsluitend voor katholieken bestemd is : het beoogt hun terugkeer in de schaapstal na hun afdwaling door hen inmiddels te beroven van de geestelijke bijstand die de Kerk aan de getrouwe gedoopten verleend. Het argument van de « verzuimde » excommunicatie geldt niet voor de niet-katholieken, protestanten of anderen, noch voor de heidenen, noch voor de antichristelijke goddelozen (zoals de auteur, die zich als dusdanig voordoet in het voorwoord tot zijn boek). Bovendien zou een jurist zoals hij er goed aan doen, aandachtig de Codex van kerkelijk recht (deze van 1917 was in voege in de beschouwde periode) door te nemen, bijzonder daar waar bepaald wordt dat in geval van aansluiting bij niet-katholieke groeperingen (en de Nazi-partij was er zeker één van die aard na de encycliek Mit brennender Sorge van 14 maart 1937 die het nazisme veroordeelt), er een automatische excommunicatie intreedt. Zij hoeft niet met name uitgesproken te worden (het ware trouwens onbegonnen werk geweest en nutteloos, omwille van het aantal niet-katholieke leden of de reeds apostaat geworden lui, moreel verheidenst met het hakenkruis dat in de plaats was gesteld van Christus' kruis).

Trouwens, er dient vermeld te worden - wat de bekritiseerde auteur verzuimt - dat sinds september 1930 de leden van de Nazipartij van Hitler als groep geëxcommuniceerd waren. Aldus door de aartsbisschop van Mainz die openlijk de Nazipartij veroordeelde. Niet alleen was het voor elke katholiek verboden zich in te schrijven als lid van de nationaal-socialistische Partij van Hitler, maar het was aan de leden van de Nazipartij niet toegelaten als groep deel te nemen aan begrafenissen of andere kerkelijke diensten. Meer nog : een katholiek mocht niet tot het ontvangen van de sacramenten worden toegelaten zolang hij ingeschreven bleef in de Nazipartij. De verklaring van het aartsbisdom van Mainz was geen geheime richtlijn : zij werd zelfs gepubliceerd op de eerste bladzijde van de Osservatore Romano, met een artikel verschenen op 11 oktober 1930 onder de hoofding « De partij van Hitler wordt veroordeeld door het kerkelijk gezag ». Het is een historisch document dat doodgezwegen wordt door wie daar belang bij heeft om de vertegenwoordigers van de Kerk zwart te maken. De radicale onverenigbaarheid van het katholiek geloof met het nationaal-socialisme werd toen afgekondigd. Iemand die zich katholiek beschouwde, mocht geen lid worden van de Nazipartij, op straf van uitsluiting van de sacramenten. In februari 1931 bevestigde het bisdom München de onverenigbaarheid van het katholiek geloof met de Nazipartij. In maart 1931 klaagden ook de bisdommen Keulen (Köln), Paderborn en deze van de Rijngebieden (Rheinländer) de Nazi-ideologie aan, openlijk elk contact met de Nazi's verbiedend.

Verontwaardigd en woedend omwille van deze excommunicatie door de katholieke Kerk, stuurden de Nazi's niemand anders dan Hermann Göring naar Rome, met een verzoek om audiëntie bij de Staatssecretaris Eugenio Pacelli (de toekomstige paus Pius XII). Op 30 april 1931 weigerde kardinaal Pacelli de ontmoeting met Göring : deze werd ontvangen door de onder-secretaris Mgr Giuseppe Pizzardo, die tot enige taak had, nota te nemen van hetgeen de Nazi's wensten. Dit belette niet dat in augustus 1932, de katholieke Kerk alle leiders van de Nazipartij excommuniceerde. Onder de anti-christelijke beginselen die als ketters werden aangeklaagd, heeft de Kerk uitdrukkelijk de rassentheorie en het racisme vermeld. Ook publiceerde de Duitse bisschoppenconferentie in augustus 1932 een gedetailleerd document waarin richtlijnen werden gegeven over de wijze waarop zich te gedragen ten opzichte van de Nazipartij. In dat document staat onder meer dat het voor katholieken absoluut verboden is, lid te worden van de nationaal-socialistische Partij. Wie dit kerkelijk verbod niet in acht nam, was dadelijk geëxcommuniceerd. Met de encycliek Mit brennender Sorge van 14 maart 1937 die het nazisme urbi et orbi veroordeelde vanuit Rome zelf, kon het standpunt van de katholieke Kerk hoegenaamd niet twijfelachtig zijn.

Het ziet er niet naar uit, dat Dirk Verhofstadt bevoegdheid in geschiedenis heeft.

Het peil en de juistheid van zijn kennis op het vlak van de geschiedenis staat nagenoeg gelijk met het peil en de juistheid van zijn kennis op het vlak van de religie wanneer hij beweert :

« Als geestelijk leider van de katholieke Kerk, had hij [Pius XII] een absoluut gezag, beter nog, hij zou zich hebben kunnen beroepen op zijn onfeilbaarheid, maar hij heeft er nooit gebruik van gemaakt om de loop der gebeurtenissen om te buigen. Tijdens zijn pontificaat zal hij er slechts gebruik van maken om het dogma van de Onbevlekte Ontvangenis af te kondigen ! » (sic)

Dit dogma werd afgekondigd door een andere paus, met name Pius IX, in het jaar 1854, toen Pius XII nog niet eens geboren was. Bovendien begon zijn pontificaat pas in 1939 ! Bravo voor de zorg besteed aan de juistheid ?

Wat nu het gebruik van de onfeilbaarheid betreft « om de loop der gebeurtenissen om te buigen » (sic), dat is een leerstellige afdwaling of een magisch geloof, allebei helemaal vreemd aan het katholieke geloof. De pauselijke onfeilbaarheid heeft niet de geschiedenis, noch personen of toestanden tot doel, maar wel het nader bepalen van het christelijke geloof bij middel van een dogmatische definitie. Aan paus Pius XII het verwijt richten dat hij zich niet heeft « beroepen » op de onfeilbaarheid om ten gunste van de Joden (of van gelijk welk concreet iets) te handelen, is dus een ongerijmdheid. De auteur stelt zomaar wat om bij het onwetend publiek de schijn te wekken dat hij de paus kan beschuldigen van grove nalatigheden. Zijn werk schiet, alleen reeds daarom, tekort aan de nodige sereniteit en wetenschappelijke nauwgezetheid die passen bij een historisch onderwerp.

De paus heeft trouwens geen « absoluut gezag ». Zoals het eerste Vatikaans concilie er precies aan herinnerde ter gelegenheid van de definitie van de pauselijke onfeilbaarheid, is deze beperkt « ratione subjecti, objecti et actus » (84ste algemene Congregatie). Bovendien, voor wat de regeringsdaden van de paus betreft, maakt zij van hem geen « absolute alleenheerser ». Paus Pius IX herinnerde daaraan bij het bevestigen van de officiële weerlegging van een rondschrijven van kanselier Bismarck door de Duitse bisschoppen in 1875 (cf. H. Denzinger, Enchiridion symbolorum, definitionum et declarationum de rebus fidei et morum, N°3112-3117).

Deze significante voorbeelden zullen voldoende doen begrijpen waarom ik de moeite niet doe om verder in discussie te treden met een onbevoegde die open deuren intrapt of onverdiende verwijten doet op grond van zijn eigen, al dan niet vrijwillige onwetendheid. Ik zal hier dus al evenmin de - bladzijde na bladzijde - opgewarmde en verkeerde historische beweringen in dat boek aantonen. Met berekende omschrijvingen en in verscheidene bewoordingen weet de auteur ons steeds dat eentonig en leugenachtig refrein, onder impuls van een ontstemmend intellectueel primarisme getoondicht, voor te zingen : « Het is de fout van Pius XII !.. » Victor Hugo vermeldt terloops, in zijn roman Les Misérables, een overtuiging uit zijn tijd aangaande de verantwoordelijkheid voor het losbarsten van de Franse Revolutie. Hij laat ze uitzingen door de straatjongen Gavroche in een reeks strofen waarvan het refrein bestaat uit twee zinnen : « C'est la faute à Voltaire !.. C'est la faute à Rousseau !.. » Maar de grote Franse schrijver heeft daarmee niet willen insinueren dat deze auteurs - of hun handlangers « de encyclopedisten » - fout waren omdat zij « niet genoeg » gehandeld of gesproken hebben om te waarschuwen tegen de afwijkingen van een revolutie, en daardoor de verantwoordelijkheid zouden moeten dragen voor de ontelbare onschuldige slachtoffers van de Terreur onder het « Comité de salut public » ten tijde van jurist Fouquier-Tinville, toen de guillotine werd ingezet met een werking aan de lopende band.

Waarschijnlijk is het in deze ingesteldheid van de wil « met Pius XII af te rekenen » dat de oorzaak ligt voor het aanhalen buiten context, tegen de betekenis in, van het tijdschrift Civiltà cattolica. Men kan het natrekken door het te raadplegen op Internet. Zijn overhaast heeft de auteur klaarblijkelijk parten gespeeld. Dit verkeerd begrijpen (?) vanwege Dirk Verhofstadt is ten andere niet eenmalig in zijn publicatie. Men kan vaststellen dat dit eveneens het geval is wanneer hij steunt op meestal secundaire bronnen, die hij meent te kunnen aanhalen of interpreteren om zijn beweringen te staven, zoals Pater jezuïet Peter Gumpel, met wie hij naar eigen zeggen een onderhoud had, maar waarvan de inhoud evenwel verschillend is indien men zich verlaat op wat zijn hooggeplaatste gesprekspartner verklaart ! Met het zoekmachien « Google » valt dit vrij aanstonds op. Doctor Peter Gumpel, gewezen professor aan de Gregoriaanse Universiteit van Rome en relateur voor de zaligspreking van Pius XII, verklaart inderdaad inzake de activiteit van deze paus :

« De belangrijkste leiders van de joodse gemeenschap en Staat hebben hem in het openbaar bedankt voor alles wat hij gedaan had om de vervolgden te beschermen. Ik zou aan degenen die mij niet geloven, aanraden eens het negende en het tiende boekdeel van de Actes et Documents du Saint-Siège concernant la Deuxième Guerre Mondiale (Handelingen en Documenten van de H.Stoel betreffende de Tweede Wereldoorlog) te lezen : daarin werden de getuigenissen opgenomen van Joden die uit de vervolging werden gered dank zij de tussenkomst van paus Pacelli. Ik geloof dat er ter wereld niemand is die meer dankbetuigingen heeft ontvangen vanwege de joodse gemeenschap dan Pius XII. »

Voor het overige, wat betreft de inhoud van het werk, raadplege men een verslag van 45 bladzijden met verwijzingen naar de bronnen, die helemaal de (weinig originele) thesis van meneer Dirk Verhofstadt weerleggen, vermits het in feite gaat om een compilatie van vroegere besmeurders van paus Pius XII, onder wie John Cornwell met zijn boek « Hitler's Pope » ('De Paus van Hitler' : sic - maar in de officiële vertaling : 'De Paus en Hitler') waar de auteur bijzonder afhankelijk van is, soms zelfs tot aan het plagiaat toe, zou men zeggen. Hoe dan ook, het ware eerlijk geweest, en alvast op prijs gesteld, indien hij er zijn lezers over had ingelicht dat de argumenten van die auteur reeds in 1999 waren weerlegd, onder meer in een verklaring van 11 bladzijden, uitgaande van de Gregoriaanse Universiteit van Rome en ondertekend door de reeds aangehaalde Doctor Peter Gumpel. Bovendien is John Cornwell zelf gedeeltelijk teruggekomen op wat hij schreef, zoals blijkt uit een artikel van het Britse tijdschrift The Economist van 9 december 2004, waarin hij erkent dat de paus over onvoldoende speelruimte (scope of action) beschikte :

« I would now argue, in the light of the debates and evidence following 'Hitler's Pope', that Pius XII had so little scope of action that it is impossible to judge the motives for his silence during the war, while Rome was under the heel of Mussolini and later occupied by the Germans.” (Ik zou thans stellen, dank zij hetgeen de debatten aan het licht brachten en de bewijzen volgend op 'Hitlers' Pope', dat Pius XII over zo weinig speelruimte beschikte, dat het onmogelijk is, te oordelen over de redenen die aan de grondslag liggen van zijn stilzwijgen gedurende de oorlog, toen Rome onder de laars van Mussolini en nadien door de Duitsers bezet was.)

Wij zagen hoger dat het slechts om een vrij relatief stilzwijgen ging en dan nog enkel in het openbaar. Hij was niet sprakeloos langs diplomatische weg, wat uiteraard discreter is, noch in de kring van zijn relaties of contacten. Bovendien verschafte hem dat, in de moeilijke omstandigheden waarin hij zich bekneld bevond, ten minste toch vrije handen om niet alleen behulpzaam te zijn met woorden, maar ook en vooral met daden, volhardend en zonder onderbreking, gedurende de hele oorlog.

In oorlogsomstandigheden met pers, radio en briefwisseling onderhevig aan belemmeringen, deed Pius XII dan ook beroep op gezanten, bovenop zijn officiële nuntii apostolici, zoals de Italiaanse almoezenier Pirro Scavizzi, die in september 1942 naar Polen ging met een groot bedrag aan geld en een persoonlijke brief, bestemd voor de priesters aldaar. In die brief deelt de paus mee :

« Wij dachten vaak, dat Wij de misdaad van de vernietiging der Joden voor de beschaafde wereld aan de kaak moesten stellen. Wij hebben gehoord, dat Wij het dreigen met vergeldingsmaatregelen zeer ernstig moeten nemen... Uiteindelijk kwamen Wij tot de conclusie, dat Ons protest niet alleen niemand zou helpen, maar zelfs nog meer de furie tegen de Joden zou aanwakkeren. De Joden zouden dan nog wreder worden behandeld. Met een openbaar protest zouden Wij misschien de lof van de beschaafde wereld hebben geoogst, maar de Joden zouden dan aan nog zwaardere vervolgingen worden blootgesteld. »

Aan kardinaal Konrad von Preysing, aartsbisschop van Berlijn, schreef Pius XII op 30 april 1943 :

« Wat nu de bisschoppelijke verklaringen betreft : Wij laten aan de zorg van de plaatselijk in functie zijnde herders over, te oordelen of, en in welke mate, het gevaar van vergeldingsmaatregelen en drukuitoefening, alsook misschien nog andere omstandigheden te wijten aan de duur en aan de psychologie van de oorlog, terughouding aanraden - ondanks de redenen die er zouden zijn om tussenbeide te komen - ten einde groter kwalen te vermijden. Het is één der beweegredenen waarom Wij aan Onszelf beperkingen opleggen in Onze verklaringen. »

Deze relatieve terughoudendheid van Pius XII om in het openbaar over de Joden te spreken, kwam ook voort uit de opvatting van diplomaten op de Duitse ambassade te Rome, met name ambassadeur Ernst von Weizsäcker en diens naaste medewerker Albrecht von Kessel die later schreef :

« Met nadruk moet verklaard worden dat Hitler, wanneer hij door de geallieerden in het nauw werd gedreven, als een dier door een groep jagers, werkelijk in staat was tot iedere uitzinnige misdaad. De gedachte de paus gevangen te nemen en naar Duitsland over te brengen, maakte al deel uit van zijn berekeningen... Wij beschikten zelfs over gedetailleerde inlichtingen dat, indien de paus zich daartegen zou verzetten, de mogelijkheid bestond, dat hij zou worden doodgeschoten ‘tijdens 'een poging om te vluchten'’. Wij waren ervan overtuigd dat een scherp openbaar protest van Pius XII tegen de Jodenvervolging naar alle waarschijnlijkheid zowel de paus zelf als de Curie in dodelijk gevaar had gebracht, maar zeker niet het leven van ook maar één Jood zou hebben gered. Hitler zou, als een beest in de val, op alles wat hij als bedreiging aan zijn adres voelde, met wrede geweldplegingen gereageerd hebben. »

.

Tegen de waarheid in, en ondanks onbetwistbare bewijzen van het tegenovergestelde, beweert Dirk Verhofstadt in een zin die zijn overtuiging - bovendien dan nog veralgemeend - samenvat :

« De ondubbelzinnige keuze van het Vaticaan voor het fascisme en het nazisme, en tegen het communisme, het socialisme en de liberale democratie in de eerste helft van de twintigste eeuw, is samen met het eeuwenoude antisemitisme binnen de Kerk, dé reden waarom de pausen, en in het bijzonder Pius XII, zo merkwaardig stil bleven toen de Joden werden gediscrimineerd, vervolgd, gedeporteerd en ten slotte vernietigd. » (sic)

Er is geen sprake van keuze vóór of tegen : zowel het fascisme (Non abbiamo bisogno, 29 juni 1931) en het nazisme (Mit brennender Sorge, 14 maart 1937) als het communisme (Divini Redemptoris, 19 maart 1937) werden als ideologie en staatsorganisatie uitdrukkelijk veroordeeld. - Verder waren reeds eerder veroordeeld : het indifferentisme (Ubi primum, 5 mei 1824) en het liberalisme dat eruit voortvloeit (Mirari vos, 15 augustus 1832). Wat nu het antisemitisme en het proselytisme jegens Joden - of nog anderen - betreft, daar zijn heel wat documenten van voorhanden, maar die kent de auteur klaarblijkelijk ook niet (Qui sincera, 1 november 602 - Ad consulta vestra, 13 november 866 - Licet ex devotionis studio, s.d. 1065 - Licet perfidia Judaeorum, 15 september 1199 - en vele andere in de loop der tijden). In de eerste helft van de twintigste eeuw, door de auteur als voorbeeld vermeld, is er een kerkelijk decreet van 25 maart 1928 waarin staat :

« De katholieke Kerk heeft steeds de gewoonte gehad van te bidden voor het joodse volk, dat bewaarnemer van de goddelijke beloften was tot Jezus Christus, ondanks de verblinding van dat volk. Meer nog, zij deed het omwille van deze verblinding. Bezield door deze naastenliefde heeft de apostolische Stoel dit volk beschermd tegen onrechtvaardige kwellingen, en evenzeer als hij elke haat en iedere vijandigheid tussen volkeren onderling afkeurt, evenzo veroordeelt hij de haat gericht tegen het volk dat God weleer had uitverkoren, een haat die aangeduid wordt onder de benaming van antisemitisme. » (Acta Apostolicae Sedis, vol. XX [1928], pp.103-104) (*)

Dirk Verhofstadt ontpopt zich dus als een essayist die de nodige bevoegdheid mist om geldige uitspraken te doen inzake geschiedenis en over het behandelde onderwerp. Ik twijfel zelfs aan zijn goede trouw, maar ik wil er mij niet over uitspreken en er verder geen commentaar aan toevoegen... De lezer zal oordelen op basis van de feiten.

Ziehier tenslotte een documentatie, absoluut dringend te lezen indien men niet wil doorgaan voor een onwetende volgepropt met vooroordelen, maar men ernstig de waarheid betracht :

Publicaties :

* David G. Dalin, rabbijn te New York en erkend historicus,
artikel over Pius XII gepubliceerd in The Weekly Standard Magazine van 26 februari 2001
(Franse vertaling in La Documentation Catholique N°2266 van 17 maart 2002)

* Balbino Katz (red.), speciaal nummer gewijd aan Pius XII en de Joden, in de reeks
Aventures de l'Histoire, 10 (dossier Didro), Villejust-Courtaboeuf, mei 2002

Congressen :

* de Amerikaanse Jood Gary Krupp aan het hoofd van de joodse stichting « Pave the Way »,
symposium
van 18 september 2008, gehouden te Rome, ten einde de historische waarheid te laten gelden
over de inzet van Pius XII ten gunste van de Joden tijdens de tweede wereldoorlog

Internet :

* http://www.pavethewayfoundation.org/
(site van een joodse vereniging die de historische waarheid aangaande paus Pius XII beoogt)

* http://www.romereports.com/index.php?lingua=2&lnk=750&id=913
(verslag van het joodse symposium gehouden te Rome op 18 september 2008
waarover het boek van Dirk Verhofstadt met geen woord rept, maar
dat hij beklad heeft in een blog op Internet alsof de deelnemers niet konden lezen,
alhoewel zij intellectuele bekwaamheden hebben die hijzelf niet heeft)

* http://www.catholicapologetics.info/apologetics/judaism/dalin.htm
(afdruk in het Engels van een interview van rabbijn David G. Dalin)

* http://news.catholique.org/21169-le-p-gumpel-salue-les-recherches-historiques
(afdruk van de verklaring van de relateur voor de zaligspreking van Pius XII
betreffende de actualiteit en de eerlijkheid van het historisch onderzoek)

* http://www.geocities.com/ferdinandfischer/11.html
(afdruk van de verklaring van Doctor Peter Gumpel, van de Gregoriaanse Universiteit van Rome,
die in 11 bladzijden de argumenten weerlegt uit het boek van John Cornwell,
een antichristelijke romanschrijver die de hoofdbron blijkt te zijn
voor de inspiratie van het boek van Dirk Verhofstadt)

* http://users.skynet.be/histcult/piedouze.htm
(vulgariserend artikel van Doctor Alfred Denoyelle die samenvat
wat voor sommigen het probleem is met de gedachtenis van Pius XII)

* http://www.pie12.com/PIEXII.pdf
(verslag van 45 bladzijden met verwijzingen naar de bronnen,
helemaal de thesis weerleggend van Dirk Verhofstadt
die zich als een antichristelijke atheist voordoet
in het voorwoord tot zijn boek)

Ziehier wat de hogervermelde historicus en rabbijn schrijft :

« Gezien het nieuwe salvo van aanvallen, is de tijd gekomen om de verdediging van Pius XII op te nemen, want ondanks hetgeen men hier en daar hoort zeggen, bevestigen historische bewijzen heden dat de paus niet sprakeloos gebleven is ten overstaan van de joodse tragedie en dat zijn tijdgenoten zijn standpunten kenden…. Men kan lezen in de Talmud dat « wie één enkel leven redt, de hele mensheid redt ». Pius XII, meer dan welke Staatsman ook in de twintigste eeuw, heeft dit verwezenlijkt op het ogenblik dat het lot der Europese Joden bedreigd was. Geen enkele andere paus vóór hem werd ooit zo geloofd door de Joden, en zij hebben zich niet vergist. Hun dankbaarheid, alsook deze van alle overlevenden van de holocaust, bewijst dat Pius XII waarlijk en diepgaand een Rechtvaardige onder de naties geweest is. »

Dirk Verhofstadt heeft er bij de verschijning van zijn boek goed voor gezorgd, het onder meer in Amsterdam te gaan presenteren, daar waar vele nederlandstalige Joden wonen aan wie hij zijn boek zou kunnen verkopen tegen de prijs van 29,95 €€. Dat is uiteraard de officiële prijs, zoals ook op Internet is vermeld, maar het is best mogelijk dat de auteur, ter gelegenheid van het verschijnen van zijn boek, een afslag op de prijs heeft toegestaan aan Joden met een kroostrijk gezin, aan « senioren » en aan « junioren ». Het ware in ieder geval een interessant, economisch verantwoord koopjesidee geweest om aldus te handelen. Maar volgens mij hebben de Joden toch een slechte zaak gedaan met de aankoop van dit boek.

Er valt nu te bezien waarom de Joden meer geloof zouden hechten aan de beweringen van de antichristelijke atheist Dirk Verhofstadt
dan aan het historisch onderzoek onder andere verricht door rabbijnen en andere Joden
die enkel belangstelling hebben in de vaststaande historische waarheid,
wat hen helemaal tot eer strekt.

Ware ik een Jood die dat boek reeds gekocht had, dan zou ik het aan de auteur terugsturen en hem tevens mijn geld terugvragen.
Men bewijst geen dienst aan de zaak van de waarheid door de gedachtenis van een ander zonder voldoende grond aan te vallen.
Door aldus te handelen geeft men geen blijk van ernst bij het omgaan met de bronnen,
maar onhult men vooral zijn eigen hatelijke ingesteldheid.

Dr. Alfred Denoyelle,
Doctor in de Geschiedenis,
Brussel.

 


(*) Acta Apostolicae Sedis, vol. XX (1928), pp.103-104 :

« Ecclesia enim catholica pro populo iudaico, qui divinarum usque ad Iesum Christum promissionum depositarius fuit, non obstante subsequente eius obcaecatione, immo huius ipsius obcaecationis causa, semper orare consuevit. Qua caritate permota Apostolica Sedes eumdem populum contra iniustas vexationes protexit, et quemadmodum omnes invidias ac simultates inter populos reprobat, ita vel maxime damnat odium adversus populum olim a Deo electum, odium nempe illud, quod vulgo 'antisemitismi' nomine nunc significari solet. »


 

Bijkomende nota

De auteur van dit artikel had in zijn familie leden van de Weerstand die zowel het leven van Joden als dat van geallieerde valschermspringers tijdens de tweede wereldoorlog gered hebben. Van vaderskant verborg een tante op haar zolder geallieerde parachutisten die op de vlucht waren. Zij liet ze vervolgens met behulp van een private begeleiding wegbrengen naar de vrije zone in Frankrijk en vandaar naar een neutraal land, om zo naar hun land van oorsprong terug te kunnen. Van moederskant was er een tante die een gelijkaardig werk verrichte door haar beschermelingen toe te vertrouwen aan een man met wie zij na de oorlog gehuwd is, met name Gaston Waroquier (1903-1968), vriend van de latere kardinaal Jozef Cardijn en invloedrijk lid van het netwerk « Comète » (Komeet). Hij was inderdaad lid van het gewapend Verzet en van de geheime pers 1940-1945.

Zijn vader, Roger, werd door de Duitsers gevangen genomen tegen het einde van de veldtocht van mei 1940, maar hij wist te ontsnappen. In 1943 werd hij opgepakt en gedeporteerd, zoals vele anderen, tot het verrichten van dwangarbeid in Duitsland, in een concentratiekamp. Tijdens zijn kinderjaren heeft de auteur van dit artikel, één jaar na de oorlog geboren, de gelegenheid gehad vele getuigenissen te aanhoren, uiteraard van zijn ouders, maar eveneens uit de mond van gewezen leden van de Weerstand en van mensen gered dank zij de hulp van zijn familieleden, die zij dan ook waren komen bedanken. Tijdens zijn jongelingsjaren waren er die zelfs nog terugkwamen vanuit Engeland voor een vriendenbezoek, omdat de dankbaarheid duurzaam is wanneer zich banden van vertrouwen en sympathie gevormd hebben te midden van beproevingen waarbij men opbeuring en vrijheidsperspectief gekregen heeft. De auteur herinnert zich heel goed het lof dat gesproken werd over de talrijke pauselijke of kerkelijke ontsnappingswerken die hand in hand met de netwerken van de Weerstand aan het verzet gestalte gaven door het redden van levens.

De mensen uit die tijd kenden het onderricht van de Kerk. Zij waren op de hoogte van de veroordeling van het antisemitisme. Paus Pius XII werd beschouwd als een grote geestelijke verzetsleider, wiens internationale uitstraling trouwens in zulke mate bekend was, dat Albert Einstein later zelfs zal zeggen, met de vervolging der Joden vóór ogen : « de katholieke Kerk is de enige geweest die haar stem verhief bij de stormloop van Hitler tegen de vrijheid ».

Deze inlichtingen zijn weliswaar niet vereist om de inhoud van dit artikel kracht bij te zetten, maar zij zouden eventueel nuttig kunnen blijken mocht iemand domweg beweren dat, indien de auteur van dit artikel het opneemt voor paus Pius XII, dit wel « helemaal vanzelfsprekend » is, omdat hij zoals laatstvernoemde aanhanger van de « Nieuwe Orde » is. Neen. Hoegenaamd niet. Indien de auteur van dit artikel er zich op toegelegd heeft, het gemediatiseerde boek van Dirk Verhofstadt te weerleggen, dan is dit eenvoudigweg omdat hij een hekel heeft aan de wetenschappelijke aanmatiging van een afgeroffelde vorsing ten dienste van de afrekening met een eerbiedwaardige persoonlijkheid (in dit geval de paus), wat helemaal strijdig is met de geschiedkundige deontologie.


 

Enkele gelijkaardige reacties na de lectuur van het besproken boek
------------------------------------------------------------------------------------

Uittreksels van blogs op Internet
(verwijzingen hiervoor staan onderaan) :

* « De motieven van meneer Verhofstadt zijn eerder zeer dubieus dan nobel. Al jaren stelt deze liberale journalist alles in het werk
om het geloof en in het bijzonder de katholieke Kerk kapot te maken. Zijn schrijfsels, die overal te vinden zijn op Internet,
zijn doorspekt met een haat jegens het Christendom. Om de liberale moraal overal door te drukken
is het natuurlijk handig om de tegenpartij (in dit geval de Rooms-katholieke Kerk) zo ongeloofwaardig mogelijk voor te stellen.
En wat is er nu beter dan de Rooms-katholieke Kerk af te schilderen als een anti-semitische bende die Hitler steunde ?
De Kerk moet het zwijgen opgelegd worden koste wat kost.
»

Dirk Milis, Amsterdam

* « Woensdag werd het boek « Pius XII en de vernietiging van de Joden » gepresenteerd van de Belgische journalist Dirk Verhofstadt.
Verhofstadt herhaalt echter slechts oude beschuldigingen zonder tot nieuwe inzichten en met overtuigende bewijzen te komen. (…)
Sinds het Vaticaan onder het vorige pontificaat bekend maakte dat het paus Pius XII wilde zalig verklaren,
hebben zelfbenoemde advocaten van de duivel zich gemeld.
Daar is de liberale Vlaamse publicist Dirk Verhofstadt met zijn nieuwste pennenvrucht een duidelijk voorbeeld van. (…)
In het zojuist verschenen « Pius XII en de vernietiging van de Joden » voert hij een honderden pagina’s tellende aanklacht
over de kwalijke rol van de christelijke kerken bij het ontstaan van het antisemitisme,
hun medeplichtigheid bij de uitvoering van de massamoord door het Hitlerregime en het verzwijgen van deze wandaad.
Dat mondt uit in een striemende veroordeling van Eugenio Pacelli, alias paus Pius XII.
Het hele betoog is ondergebracht in een retorisch schema dat de climax naar en tenslotte
de onontkoombaarheid van de veroordeling van Pius XII moet duidelijk maken.
Ter staving van zijn stellingen heeft Verhofstadt de omvangrijke literatuur over de wandaden van het Derde Rijk doorgespit.
En dan blijkt al op de eerste plaats dat zijn boek minder hecht in elkaar steekt
dan de hoofdonderdelen (Strategie, Overgave, Verzuim, Medeplichtigheid, Ontkenning) veronderstellen.
Het is één lange aaneenschakeling van citaten, doorspekt met vele herhalingen, uit het werk van auteurs
die in tegenstelling tot Verhofstadt in veel gevallen wel eigen speurwerk hebben verricht.
Met een welhaast satanisch genoegen schept hij de citaten op die naar zijn vooraf bepaalde conclusie moeten leiden. (…)
Aangezien Verhofstadt als onderzoeker zelf niet in staat is daadwerkelijk verbanden aan te tonen,
suggereert hij deze voortdurend, volgt hij de beproefde aanpak van het vermengen van feiten,
associeert voortdurend om alles op een hoop te gooien. (…)
Alle brandhout is voor hem goed genoeg om de brandstapel, waarop Pius XII in zijn ogen thuis hoort, zo hoog mogelijk te maken.
Echte, onbevangen vragen worden daarentegen niet gesteld.
Hoe zat het nu precies met het vermeende antisemitisme van Pacelli
(los van het vulgaire antisemitisme waar in die tijd en tot ver na de oorlog de de hele sociale sfeer van doortrokken was) ?
En waarom zweeg de paus óók toen vele duizenden priesters en nonnen in Polen en Kroatië werden vermoord ?
Feiten waarvan hij onherroepelijk kennis heeft genomen.
En daarmee komt ook het voornaamste bezwaar aan het licht tegen de aanpak van Verhofstadt.
In plaats van nog eens dunnetjes de hele geschiedenis van het kerkelijk antisemitisme over te doen
en de hele geschiedenis van het Derde Rijk daarbij te betrekken om Pius’ rol zo zwart mogelijk te maken,
had hij in het licht van de toenmalige omstandigheden moeten concentreren op het parcours van Pacelli, op diens daden en uitspraken.
Hij zou zich hebben moeten verdiepen in de geschiedenis en het wereldbeeld van deze man, in de theologie die hij er op nahield.
Verhofstadt is daar ofwel niet in geïnteresseerd of mist domweg de competentie daarvoor. (…)
Onder alle zoetgevooisde objectiviteit die Verhofstadt wenst te betrachten gaat namelijk een hard propagandistisch oogmerk schuil.
Dat blijkt zonneklaar uit het voorwoord van zijn boek.
Daarin verwerpt hij alle religie als schadelijk en irrelevant voor het nieuwe Europa dat nu bezig is te ontstaan.
De rol van Kerk en Christendom bij het ontstaan en voltrekken van de moord op de Joden
vormen voor Verhofstadt daarvoor afdoend bewijs.
Het verbaast niet bij een auteur die alles op een hoop gooit en
wie het ontbreekt aan voldoende onderscheidingsvermogen. »

Paul van Velthoven

* « De Portugese kardinaal José Saraiva Martins was tot voor kort prefect van de Congregatie
voor de Heilig- en zaligverklaringen, en heeft in die functie jarenlang het zaligverklaringsproces van Pius XII geleid.
In een paginagroot interview deze week in het Italiaanse katholieke dagblad ‘Avvenire’ weerlegt hij de kritiek op de ‘oorlogspaus’,
daarin bijgevallen door een reeks wetenschappers die de laatste tijd opvallend vaak nieuwe facetten van Pius XII belichten.
Diens zwijgzaamheid wordt uitgelegd en verdedigd als een daad van behoedzaamheid, van voorzichtigheid om nog erger te voorkomen.
Zelfs bisschoppen in katholieke landen als Duitsland zelf en Polen zouden de paus gevraagd hebben
vooral niet te fel en openlijk stelling te nemen tegen Hitler-Duitsland omdat zoiets ongetwijfeld tot represailles zou leiden.
Kardinaal Martins verwijst in dat verband naar de brief van de Nederlandse bisschoppen, in 1942.
Toen veroordeelde het episcopaat onder voorzitterschap van kardinaal de Jong in scherpe bewoordingen het wegvoeren van joodse medeburgers.
Maar het bewonderenswaardige protest had tot onmiddellijk averechts gevolg dat ook
katholieken werden opgepakt en gedeporteerd, onder wie de joodse filosofe en Karmelietes Edith Stein. »

Frans Wijnands

* « De schrijver vergeet in zijn respons ook nog te vermelden dat de "moedige" brief van aartsbisschop de Jong
tienduizenden Joden het leven heeft gekost, door de daarop volgende wraakactie door de Duitse bezetter.
Feitelijk is het hele gebeuren rond de brief van mgr. de Jong dus eerder een argument
dat de stille werkwijze van Pius XII als de betere werkwijze belicht. »

Tom W, Heerlen

*

Verwijzingen voor deze uittreksels :

http://www.frieschdagblad.nl/index.asp?artID=41168

http://www.frieschdagblad.nl/index.asp?artID=41432

*

Andere reacties

Dirk Verhofstadt schijnt een verdediger gevonden te hebben wiens stijl helemaal toevallig (?) doet denken aan de zijne, en die zich bovendien voordoet (!) als evenzeer bevoegd in Geschiedenis. Het ware interessant geweest, nu eindelijk eens een ernstig debat onder historici aan te gaan. Maar de "moedige" opponent gaat schuil achter een pseudoniem, "Beautiful Blues" (sic). Bovendien begint hij aan zijn betoog met mij een reeks onverdiende verwijten naar het hoofd te slingeren, onder meer dat ik bij mijn naam tevens mijn bevoegdheid van Doctor in de geschiedenis had vermeld ! Dat schijnt hem een doorn in het oog te zijn. Wat heeft dat immers te maken met mijn recensie ?

Uiteraard heb ik op zijn "blog" zo snel mogelijk gereageerd (zodra ik er door verontwaardigde vrienden en vakgenoten iets van vernomen had).

Ziehier mijn tekst, gepost op 13 februari 2010 om 16:22 uur :

« "Doctor" Beautiful Blues,
Alle mensen die aandachtig mijn artikel gelezen hebben, hadden oog voor de verwijzingen, en konden ze dan ook natrekken.
Het zijn voor het overige hoegenaamd geen gezagsargumenten, maar wel typische weerleggingen !
Dat is doorgaans gebruikelijk in een recensie, en dat doet U trouwens ook nog zelf in uw zeer ontrouwe weergave,
waarin U mij ten onrechte een citaat van de bekritiseerde in de schoenen schuift.
Uw kritiek is gevoelsmatig omwille van het onderwerp.
Ik vind evenzeer eigenaardig dat U aanstoot neemt aan de titel van Doctor in de Geschiedenis, terwijl U zich zelf voordoet
als een dusdanig bekroonde, maar dan wel helemaal confortabel schuilgaat achter de pseudoniem "Beautiful Blues".
Die staat uiteraard zeker niet vermeld in het Libis-netwerk !
Maar men kan toch wel vaststellen dat uw heuristiek op mijn naam onvolledig is.
Ook zijn er onder de andere reacties blijkbaar mensen die U op uw woord geloven en mijn artikel zeker niet gelezen hebben.
Dit impliceert : ofwel dat ze gevoelsmatig gekant zijn tegen een positieve inschatting van Pius XII,
ofwel dat ze U onder uw ware "gedaante" (te Leuven of elders) goed kennen
en mogelijk met U overeenkwamen over de hier te plaatsen reacties.
In ieder geval vergist U zich, en mist U de jongste informatie over het onderwerp,
want de historici - ook onder de Joden - weten al dat de gegevens uit de Vatikaanse archieven over Pius XII
de wereld geen volstrekt nieuwe "status quaestionis" zullen bezorgen.
Gewoon dit : nog niet alle documenten werden modern in kataloogvorm gezet of geïnformatiseerd.
Dat is helemaal wat anders dan hetgeen U daar allemaal beweert zonder het nagetrokken te hebben.
Dat is zeer spijtig ! U weet het trouwens heel goed, en vandaar dat U "moedig" schuilgaat achter een pseudoniem.
Dr. Alfred Denoyelle, Doctor in de Geschiedenis. »

Het was mij niet duidelijk of mijn reactie zou gepubliceerd worden. De "moderator" van zijn "blog" (misschien dezelfde persoon, want er staat nergens een andere naam vermeld) verklaarde mij immers, zich het recht voor te behouden, mijn reactie al dan niet op te nemen. De mogelijke censuur duurde maar eventjes enkele dagen, gewoon omdat internet bij hem defect was. Zo luidde het achteraf. Dat kan natuurlijk gebeuren. Een spijtige toeval. Toch moet ik vaststellen dat mijn reactie pas in zijn "blog" opgenomen werd nadat zij eerst hier en op een andere website stond. Ook toeval misschien ? Maar ik laat U zelf oordelen wat er uiteindelijk van geworden is op die "blog", waar goede vriendjes van "Beautiful Blues" samen met hem een "jazz"-concert van verguizing tegen mij spelen :

http://beautifulblues.wordpress.com/2010/01/04/doctor-in-de-geschiedenis/

Als men hen op hun woord geloven mag, zou mijn artikel « onzin » voorschotelen. Zowat alles draait verder rond titels en gebruik van titels. Ze schijnen daar bijzonder veel last van te ondervinden. Eigenlijk niet, volgens hen (ook achteraf beweerd). Het zou gewoon kritiek op de vorm van de argumentatie geweest zijn, daar waar zij gezagsargumenten zagen en hoegenaamd geen onderbouwde waardeoordelen. Nochtans is « onzin » een oordeel dat op de inhoud slaat, m.a.w. op de betekenis van een betoog. Maar het is wel gekend dat, wanneer sommigen met de inhoud niet goed overweg kunnen, zij zich dan bezighouden met alsmaar vitten over de vormgeving.

De houding van paus Pius XII - over wie mijn artikel handelde - komt daarbij op de achtergrond. Er wordt bovendien diets gemaakt dat er in mijn artikel geen bronnen vermeld staan ! In plaats van mijn argumenten, nochtans met de nodige verwijzingen gestaafd, proberen te weerleggen, is de auteur helemaal overgestapt van het object naar het subject. Dat mag in een weerlegging enkel voor zover dit de verkeerde methode van een auteur belicht, maar wat was er nu verkeerd in mijn artikel ? Tot dusver heeft geen enkele historicus het gewaagd, de verdediging van Dirk Verhofstadt voor zijn rekening te nemen. Dat ware immers het einde van zijn loopbaan inhuldigen !

Wie is die "Beautiful Blues" dan wel ? In feite gaat het om een langharige jonge man, een twintiger die allesbehalve een « vakgenoot » is. Zijn proefschrift is nog niet eens afgerond ! Verder doet hij reeds samen met Nederlandse calvinisten aan lokale politiek. Misschien helpt dat ginds voor het behalen van een diploma ? Hij heeft alleszins zoals Dirk Verhofstadt een atheïstisch verleden dat hem duidelijk parten speelt. Ook heeft hij een aantal vrij rudimentaire "blogs" gemaakt waarop men - zeker niet toevallig - steeds dezelfde kleine kring beamers uit de studentenwereld aantreft. Soms is het doodgewoon een "interface" waarop niets anders dan een eigen logo en publiciteit te bespeuren valt. Hij is er blijkbaar op uit, zijn pseudoniem en ware naam zoveel mogelijk door het zoekmachien « Google » te laten registreren om aldus buiten zijn streek enige bekendheid te verwerven. Nu begrijp ik beter waarom hij er zich aan ergert, zo vaak mijn naam en hoedanigheid op Internet door anderen - en in verschillende talen dan nog wel - vermeld te zien. Dat is immers allemaal echt en bovendien ongevraagd ! Het moet erg frustrerend zijn voor wie dat hoegenaamd niet zomaar kan bekomen. Men verneemt evenwel dat "Beautiful Blues" uitmunt in waterpolo. Terloops gezegd : proficiat, jongen ! Maar het ware dan misschien toch beter voor hem in die richting verder te gaan. Ook verneemt men (dit eveneens via Internet) dat er in zijn streek sinds meer dan twintig jaar « karnavalmissen » gevierd worden. Kan hij daar als figurant soms een bijkomende bekendheid verwerven ? Met zijn lang haar hoeft hij niet eens een pruik te kopen. Alvast een besparing. En tevens nog een publiciteit op Internet.

Zijn betoog (afgezien van de aantijgingen van zijn verblinde beamers) doet me denken aan de ontmoeting met die Hollandse jonge man, die enkele jaren terug net tegenover mij kwam zitten in het Alma-restaurant te Leuven. Ik eet graag ongestoord en in de kalmte. Gesprekken storen mij niet, behalve dan wanneer zij luidruchtige uitspattingen blijken te zijn. Die bijzonder vaderlandslievende student begon met luidop te brullen : het Belgische volk bestaat niet en de Belgische grondwet mist dus rechtsbestaan. Hij was bezig met een proefschrift daarover, zei hij. Ook scheen hij ontevreden over zijn promotor, die zijn briljante gedachtengang niet klakkeloos beaamde. Die student had al een paar keer met zijn vuist op tafel uiting aan zijn ongenoegen gegeven. Er waren daarbij al enkele frieten uit zijn bord op de grond gevlogen. Eén daarvan was ook in mijn bord terecht gekomen, maar hij stoorde zich daaraan niet. Aangezien hij aan het eten was en tegelijkertijd luidruchtig zijn mening uitbazuinde, vlogen er ook nog brokjes gekauwd voedsel uit zijn mond. Heel onsmakelijk. Ik dacht al : hoe is die nu opgevoed ? Plots begon hij me zomaar uit te dagen : « Ik hoorde daarnet dat U een doctoraat behaalde. Wel, hoe zit het dan met de wettelijkheid van die Constitutie van jullie, volgens U ? Is dat misschien geen thesis waard ? » Gelukkig had ik bijna gedaan met eten. Ik maakte hem met gebaren duidelijk dat ik geen gesprek wenste. Maar hij drong aan : « Zo ! Ik zie het al : een voorwendsel omdat U niet kan antwoorden. » Ik was stilzwijgend opgestaan en mijn bord gaan wegbrengen, maar hij was mij bijna aanstonds gevolgd. Klaarblijkelijk was die jonge man niet in de rustige stemming die nodig is om een ernstig gesprek aan te gaan. Ik liet dus zijn herhaalde vragen onbeantwoord, maar hij zat me bijna hijgend achterna tot bij de centrale bibliotheek. Vermits daar stilte vereist is, dacht ik aldus van die lastpost af te geraken, maar hij had het begrepen en zei : « Geen nood. Ik heb tijd en wacht tot U buiten komt. Daarna zal ik U volgen tot waar U ook heengaat, tenzij ik een antwoord krijg. » In mijn jongelingsjaren had ik ooit veel plezier beleefd aan de Satiren van Horatius, vooral dan aan de negende uit reeks I die precies de lastpost afschildert. De leraar had ons toen verteld dat dit hekeldicht waarschijnlijk geen gebeurd voorval beschrijft, maar gewoon als voorbeeld van de gelijkmoedigheid moest dienen. Nu wist ik dat Horatius het moet beleefd hebben ! Terwijl ik dus beroep deed op mijn geheugen om uit Horatius' verhaal te leren hoe hij uiteindelijk die lastpost wist kwijt te spelen, en inmiddels mijn mantel stilzwijgend in de kleerkast aan het wegbergen was, heeft die Hollandse student waarschijnlijk ingezien dat het met mij vergeefse moeite zou zijn. Hij probeerde vervolgens met een scheldwoord een reactie uit te lokken : « Allemaal ezels, die doctores ! » Normaal zou ik al evenmin op een scheldwoord gereageerd hebben, maar... hij gaf mij de mooie gelegenheid om hem te wijzen op het ondoordachte van dat scheldwoord : « Als U ooit slaagt met uw proefschrift, dan komt U dus terecht bij ons als ezel onder de ezels. » Ik ben niet zeker dat hij het gesnapt heeft, want hij beweerde op een spottende toon : « De Belgische grondwet ? Die bestaat niet. Auteur(s) ? Volledige titel ? Reeks ? Uitgever ? Plaats en datum van publicatie ? Aantal bladzijden ? ISBN-nummer ? Niets daarover in het Libis-netwerk ! » Toen zei ik : « Zo ? Een leemte misschien. Maar het grondwettelijk recht dan ? Ook niets over gevonden ? Dat wordt hier nochtans aan de Faculteit Rechten onderwezen. » Daarop kreeg ik als verbluffend antwoord : « Gewoon speculatie ! » Ik kreeg de indruk dat die student mogelijk niet helemaal normaal was. Ik ging dus in de richting van de trap die naar de leeszaal van de bibliotheek leidt, maar die grote snotneus en betweter greep mij plots bij de arm. Ik rukte mij echter los, keek hem recht in de ogen en zei hem met een koele woede : « Luister eens, jongen. Hier in Leuven lukt het U misschien een paar hypervlaamse studenten voor uw overtuigingen warm te maken, maar men doet er best aan, daarmee niet in Brussel af te komen, want uw opdringerige Hollandse voorvaderen hebben wij daar in 1830 buitengekegeld. Toch wel een hele prestatie vanwege een "onbestaand" volk ! » Hij had zich daar niet aan verwacht en is met wijd open mond blijven staan terwijl ik de trap besteeg. Na mijn onderzoek in de bibliotheek heb ik hem niet meer gezien.

Het ondoordachte karakter van de verwijten, die "Beautiful Blues" aan mij richt, ligt ook voor de hand, maar dat beseft hij waarschijnlijk niet. Hij meent dat het een historicus volstrekt « onwaardig » is, zich uit te spreken over de waarde van een boek. Hij is dus gekant tegen waardeoordelen. Maar hij blikt daarbij niet terug op zichzelf : hij doet immers net hetzelfde als wat hij mij verwijt, namelijk zich uitspreken over de waarde (in mijn geval) van een artikel.

Vervolgens dient wat volgt opgemerkt te worden. Ook een geneesheer geeft op grond van zijn academische vakkennis en opgedane ervaring een beoordeling. Het ware niet verstandig, zomaar zijn diagnose af te wijzen of hem te verklaren : O nee dokter, dat mag hoegenaamd niet, want U kondigt dan iets « ex cathedra » af. De opponent heeft kennelijk een probleem met gezag. Hij verwart overigens een waardeoordeel (dat zich naar criteria richt en tevens op een gedane bronnenontleding steunt) met een gezagsargument (dat louter op zichzelf berust). Men kan weliswaar soms de indruk hebben dat een gezagsargument aan de grondslag van een recensie ligt omdat de toon wordt aangegeven en zelfs kleur wordt bekend, maar dat volstaat niet om aan te tonen dat het betoog louter op zichzelf berust. Hetgeen uitwijst dat het wel degelijk om een onderbouwd waardeoordeel gaat, dat zijn de gegevens aan de grondslag van de bewijsvoering. In een academische verhandeling, in een thesis of proefschrift, in een historisch naslagwerk e.d.m. wordt er verwacht haast bij elke alinea, in ieder geval bij elk citaat, een verwijzing te vinden naar een primaire bron of, indien zij niet voorhanden mocht zijn, naar een secundaire. Een uitvoerige bibliografie is bij dergelijke producties vereist. Bij recensies is dat niet gebruikelijk en bij vulgariserende artikels nog minder. Wel moet het betoog degelijk onderbouwd zijn. In recensies beperkt men zich doorgaans tot het staven van een weerlegging met het aanhalen van hetgeen de betwistbare punten of foute redeneringen aantoont.

In mijn artikel waar het boek van Dirk Verhofstadt besproken wordt, heb ik voldoende data en op het einde nog extra gegevens bezorgd. Daarin vindt de eerlijke onderzoeker de nodige stukken die ontegensprekelijk bewijzen dat mijn waardeoordeel werkelijk zeer goed onderbouwd is en bovendien hoegenaamd niet slecht geschreven is. Bij enkele aanhalingen heb ik geen precieze bronverwijzing vermeld, gewoon omdat iedereen die o.m. op Internet dadelijk kan natrekken. Ik haal bijvoorbeeld de Amerikaanse jurist Robert Kempner, een Jood die procureur was op de Rechtbank van Nurenberg, aan. Wat ik in die alinea beweer, dat staat in de dossiers van die Rechtbank. Indien ik ze vrij gemakkelijk kan vinden dank zij het algemeen bekende zoekmachien « Google », waarom kan "Beautiful Blues" dat niet ? Zijn het Engels, het Frans of het Duits misschien een hinderpaal voor hem ? Andere mensen - die zelfs geen academische opleiding genoten - konden die verwijzing vrij gemakkelijk vinden en desnoods beroep doen op onpartijdige vrienden om te vertalen wat zij eventueel niet begrepen. Het gaat hier zoals elders om de waarheid. Wanneer een historicus de armen laat zakken omdat hij er principieel aan verzaakt, die nog ooit ergens te ontdekken, dát is precies onwaardig, want dan dient de historicus tot niets meer. Zijn betoog is dan een eigen verzonnen verhaal. Daar hebben de mensen geen boodschap aan. De historicus getuigt dan trouwens van ideologisch bevangen partijdigheid. Ik vermeld verder in mijn artikel dat sinds september 1930 de leden van de Nazipartij van Hitler als groep geëxcommuniceerd waren. Precieze bronverwijzingen stonden er inderdaad niet bij vermeld, maar dat is algemeen geweten door de oudere generaties. De kerkelijke archieven staan overigens voor die periode al lang open. Ik ga mij niet belachelijk maken door zaken uit mijn duim te zuigen. Iedereen die werkelijk de waarheid nastreeft en het persoonlijk wil te weten komen, kan het allemaal natrekken. Verder haal ik terloops nog de roman Les Misérables van Victor Hugo aan, in verband met verantwoordelijkheid. De uitgaven van dit werk zijn zo talrijk dat een precieze verwijzing telkens tot betwisting van « de juiste bladzijde » door (al dan niet ziekelijke) vitters als "Beautiful Blues" zou geleid hebben. (--- Terloops hier toch vermeld : het boek in mijn persoonlijke bibliotheek is de uitgave in de "Maxi-poche" reeks door de Éditions de la Seine, Parijs, 2005, boekdeel III, pp.267-270, hetgeen overeenstemt met Jean Valjean, ondertitel van het vijfde deel van Les Misérables van Victor Hugo, waarvan in mijn artikel een citaat werd aangehaald uit boek I, hoofdstuk XV, Gavroche dehors. ---)

"Beautiful Blues" heeft het daarbij echter niet gelaten. Ik zou haast niets van zijn woorden begrepen hebben. Misschien ben ik dan toch een « ezel » zoals die Hollandse student van weleer alle doctores noemde ? Natuurlijk zijn misverstanden altijd mogelijk, maar volgens hem zijn het “verdraaiingen, insinuaties, leugens, fantasieën” ( sic ! ) omdat het geen weergave van wat hij schreef zou geweest zijn. - Ik heb hem dan ook als volgt geantwoord :

“Beautiful Blues”,

Zoals ik reeds vaststelde, reageert U gevoelsmatig. Waar staan immers die zogenaamde “verdraaiingen, insinuaties, leugens, fantasieën” ( sic ! ) bij mij te lezen ?

Zo, geen weergave van wat U geschreven had ?

1) U schreef :

““Doctor in de geschiedenis”, dat is de term die ik constant tegenkom als ik Google afpluis om meer te weten te komen over de historicus Alfred Denoyelle.” - “Iemand die zo prat gaat op zijn titel : dat maakt mij nieuwsgierig.” — Daar begon uw artikel mee. U ergert zich ontegensprekelijk over de vele websites die mij overal als dusdanig (ongevraagd) citeren of ook nog over mijn eigen presentatie op mijn website. Dát slaat nergens op i.v.m. mijn recensie van het boek van Verhofstadt.

2) U schreef verder :

”Alsof historici ex cathedra kunnen afkondigen welke waarde een boek heeft.” - “Het is immers een autoriteitsargument en dat is, in ieder geval in de geschiedwetenschap, geen geldige argumentatievorm.” Ik heb U daarop geantwoord (en dat is geen leugen) dat U een gezagsargument verwart met een waardeoordeel, dat wél gegrond is.

3) U schreef ook :

“Bovendien maakt Denoyelle zich schuldig aan wat hij Verhofstadt verwijt : op cruciale momenten verwijst hij niet naar bronnen.” - “Een kundig historicus verwijst in zijn betoog op momenten waarop hij pikante uitspraken doet altijd naar de bron waarop hij zich baseert.” Ook daarop heb ik U geantwoord (en dat is al evenmin leugen) nl. dat een recensie geen proefschrift is waar een volledig notenapparaat voor de verwijzingen wél vereist is (d.i. met plaats van uitgave van de bron, jaar van publicatie, enz.)

4) U schreef verder nog :

“Dat neemt niet weg dat de ‘recensie’ van dr. Alfred Denoyelle slecht is geschreven, een historicus onwaardig.” Dat beweert U. Eigenlijk spreekt U zich daar zelf “ex cathedra” uit, maar dan wel zonder een cathedra. Het is een historicus hoegenaamd niet onwaardig een onderbouwd waardeoordeel in een recensie te plaatsen. Er waren voldoende verwijzingen en bronvermeldingen in mijn artikel om dit duidelijk te maken. Maar die bronnen hebt U kennelijk nog niet geraadpleegd !

5) U schreef immers :

“Aan de andere kant kunnen historici op dit moment nog niet het eindoordeel over Pius XII vellen, aangezien er in het Vaticaan ongetwijfeld nog veel informatie ligt die niet openbaar is. Dat maakt het erg lastig en speculatief om deze paus te veroordelen (Verhofstadt) of te prijzen (Denoyelle).” - “Historici… zijn al decennia lang voorbij de pretentie de waarheid boven tafel te kunnen krijgen.” Niet akkoord ! De waarheid willen achterhalen en ze ook vinden is geen pretentie, maar een deugdelijke ambitie en een verdienste. U werkte nog niet in het Vatikaan, naar ik weet (ik wel). Over enkele weken zal het Vatikaan trouwens duizenden bronnen op Internet (gratis te lezen) plaatsen. Maar (goed opgelet) dat is niet het begin van de openbaarheid (wél enkel op Internet, zodat de mensen eindelijk kunnen beseffen wie leugens verkoopt onder die goedkope “historici” van U, “auteurs” van bestsellers en andere betweters die de waarheid gewoon verdoezelen of geweld aandoen). De waarheid bestaat wel degelijk en men kan ze helemaal kennen.

6) U schreef tenslotte als antwoord op een hier geposte commentator :

“Denoyelle heeft niet alleen dr. voor zijn naam staan, hij verwijst in het artikel ook meermalen naar de autoriteit die hij vanwege die titel zou hebben. Dat wordt inderdaad lachwekkend. Als je wérkelijk doctor in de geschiedenis bent, en werkelijk iets zinnigs te vertellen hebt, dan wordt dat wel duidelijk uit wat je schrijft.” Dat geldt voor iedereen, dus ook voor U, met of zonder titel. Maar de mening, volgens dewelke uit mijn artikel blijken zou dat ik niets “zinnigs” te vertellen heb, die behoort ongetwijfeld tot het type “verdraaiingen, insinuaties, leugens, fantasieën” die mij volkomen vreemd zijn.

7) U voert graag gesprekken op een inhoudelijke manier, schrijft U in uw jongste reactie. Ik ook. Maar ik antwoord op wat U schreef. Wat dus de inhoud van mijn recensie van het boek van Verhofstadt betreft, moet ik vaststellen met anderen dat U mij niets ten laste hebt kunnen leggen. U hebt niets weerlegd. Het ging enkel om de vormgeving. Dat is kleinzielig.

Dr. Alfred Denoyelle, Doctor in de Geschiedenis.

Men weet nooit met zekerheid op voorhand hoe een opponent zal reageren. Ik dacht (want zó zou ik het gedaan hebben) dat hij de hoger afgedrukte zeven punten één na één zou beantwoorden. Desnoods misverstanden netjes uit de weg ruimen. Vrienden van mij hadden mij echter gezegd "Kom, je verliest domweg je tijd met een twintigjarige die nog niet eens vakgenoot is, alhoewel hij zich daarvoor uitgeeft ! Een haantje dat wil laten blijken dat hij al goed kan kraaien, veel beter zelfs dan getrainde historici die meer dan dubbel zo oud zijn ! Zo lopen er veel rond, maar de meesten eindigen in de stoofpot !" (sic) Dat vond ik wat overdreven. Tot er dezelfde dag nog andermaal een reactie gepost werd op de "blog" van die student. Hij had alles in stukjes gehakt. Een volledige zin buiten context is al problematisch. Men kan er zowat alle richtingen mee uit. Uiteraard wordt het nog erger indien men zinswendingen opspeurt waarin men een bedoeling gaat zoeken die er niet is, en men zich tevens ontslaat van normaal te antwoorden op het voorgaande omdat men zich in het nauw gedreven voelt ofwel, zo dit niet wordt erkend of toegegeven, om een niet achterhaalbare reden. Maar voorhanden liggende motieven loochenen, dat helpt hoegenaamd niet wanneer men tegelijkertijd niet de moeite doet om gewoon te antwoorden. Het is, hoe dan ook, concreet een "alibi" zoeken. "Beautiful Blues" had zijn vorige reactie afgesloten met de zin "Dus is dit mijn laatste reactie op u"... en toch heeft hij zich niet kunnen weerhouden van andermaal te reageren. Vrienden van mij zeiden "Kom, je beseft nu toch wel dat het een jonge betweter is ? Antwoord er niet op, want hij wil gewoon het laatste woord hebben. Haal de schouders op en maak hem dolgelukkig dat alles naar zijn zin verlopen is !"

Daarbij had ik het dus kunnen laten. Maar ik heb interesse in dergelijke "oefeningen" die van hem misschien gevergd worden.

Ik heb dan ook dit bericht op zijn hogervermelde "blog" gepost :

"Beautiful Blues",

U schreef in uw vorig antwoord : "Dus is dit mijn laatste reactie op u." Dat is het blijkbaar niet geworden, vermits U andermaal reageert. Geen karaktertrek ? Geen emotie ? ... Waarom reageert U dan nog ? Dat hoeft ook niet. Het ging over het boek van Dirk Verhofstadt. U houdt zich te veel bezig met mij. U vertelt dat U zich niet ergerde aan de veelvuldige meldingen van mijn naam en hoedanigheid op Internet. Dat was enkel "nieuwsgierigheid" volgens U. Ik zie niet in, tot wat die aanvang dient. Of ik nu veel of weinig op Internet vermeld sta, en Uzelf dit enkel uit nieuwsgierigheid (en hoegenaamd niet uit prikkeling of wrevel) bent gaan natrekken en dit vervolgens gemeld hebt, welk argument is dat ? U schreef verder en dat was volgens U ook hoegenaamd niet omdat U zich daarover ergerde : "Mensen die zichzelf waar ze maar kunnen beroemen op hun ‘bevoegdheid’ als doctor in de geschiedenis, en ook graag laten blijken dat Verhofstadt die bevoegdheid niet heeft, roepen vooral wantrouwen op."

Zo ? Wees maar heel gerust, heel mijn recensie is goed onderbouwd. En ik beroep (niet : beroem) mij niet zomaar op mijn bevoegdheid, ik geef er genoeg bewijzen van. U had misschien wel gewenst dat dit een ander boek werd. Dan had U alvast een mooie en lange bibliografie kunnen inkijken (een nauwgezette heuristiek is altijd mijn sterk punt geweest). Iedere alinea, soms zelfs verschillende woorden, zouden dan in voetnoot toegelicht geweest zijn. Ja, ik ken de beperkingen van vulgariserende artikels, recensies, persberichten e.d.m. - Maar door het soms niet uitdrukkelijk staven met een volledige bronverwijzing zoals voor een proefschrift is vereist, staat of valt nog geen waardeoordeel. Het is niet omdat iets van nature uit onvolmaakt is, dat het daarom per se verkeerd is, laat staan "onzin" of "leugens". Trouwens, inhoudelijk hebt U er niets kunnen tegen inbrengen. Niemand anders al evenmin.

Indien U nu toch meent dat mijn artikel ergens niet zinnig was (of niet genoeg), ofwel indien U misschien vindt dat de vormgeving soms (of helemaal) te wensen overlaat, laat staan "onzin" bevat en zelfs tot "idiote" conclusies leidt, probeer er dan maar zelf één te schrijven over hetzelfde onderwerp.

Uiteraard zal U dan wel de primaire bronnen moeten raadplegen. Daarvoor is ook voldoende kennis van vreemde talen vereist. Mocht U die weg kiezen, dan zal U het binnenkort waarschijnlijk gemakkelijker dan ik hebben in dit opzicht, want men is thans in het Vatikaan (in samenwerking met de Joodse vereniging "Pave the way") van plan om al die documenten niet alleen op Internet beschikbaar te stellen, maar bovendien nog te vertalen (in het Nederlands is niet zeker, maar misschien kan U daarmee helpen, dan zou U ontegensprekelijk nuttig werk verrichten, vooral dan indien U mocht menen dat uw taalgebruik het mijne overstijgt, wat best mogelijk is, maar dat doet er zeker niet toe voor wat mijn waardeoordeel over het boek van die liberale Kerkhater betreft).

U schrijft, mij citerend : “De waarheid bestaat wel degelijk en men kan ze helemaal kennen.” U geeft vervolgens als commentaar : "Als u dat zegt als historicus, dan moet u uw opleiding in de negentiende eeuw hebben genoten. Ook om deze reden lijkt me verder gesprek overigens zinloos : we spreken elkaars taal niet. Heeft u überhaupt door dat ik uw oordeel over Pius XII deel ?" --- Wel nee, ik heb mijn opleiding in de twintigste eeuw genoten (zoniet zou ik meer dan honderd jaar oud zijn). Maar indien U sceptisch staat over de waarheidsbetrachting en haar normaal resultaat, dan is er iets fout in uw kentheoretische opleiding, zoals nog elders gebeurt door professoren die een filosoof als Kant tot leermeester hebben en die ten onrechte bij de historische methode en kritiek betrekken. Verder schrijft U : "We spreken elkaars taal niet". In deze samenhang zou ik zeggen dat U een ideologisch bevangen partijdigheid hebt t.o.v. de waarheid. U vraagt me daarna of ik door heb dat U mijn oordeel over Pius XII deelt. Of ik het door heb ? Ziehier wat U schreef : "Aan de andere kant kunnen historici op dit moment nog niet het eindoordeel over Pius XII vellen, aangezien er in het Vaticaan ongetwijfeld nog veel informatie ligt die niet openbaar is. Dat maakt het erg lastig en speculatief om deze paus te veroordelen (Verhofstadt) of te prijzen (Denoyelle)." Hoe moet uw zin nu begrepen worden ? --- Prijst U dus met mij Pius XII ondanks (volgens U) het ontbreken van een eindoordeel over hem ? Sorry, maar dan bent U nog vrij voorbarig en, naar uw eigen uitspraak, "erg lastig en speculatief". Ik daarentegen ben niet voorbarig, maar wel logisch, omdat ik weet (ook uit eigen onderzoek) dat de informatie in het Vatikaan wel volledig is, alhoewel nog niet alles in kataloogvorm gebracht is (binnenkort komt ze ook op Internet, maar inmiddels hebben historici altijd de losse stukken onder toezicht kunnen inzien).

Het is een historicus hoegenaamd niet onwaardig een onderbouwd waardeoordeel in een recensie te plaatsen, vooral dan niet wanneer hij aan primaire bronnenontleding terzake gedaan heeft. Er waren voldoende verwijzingen en bronvermeldingen in mijn artikel om dit duidelijk te maken. Verder gesprek lijkt U zinloos ? Mij goed. Dat spaart ons dan allebei veel tijd en, wat U betreft, vergeet het niet : uw proefschrift is nog niet afgerond. Terloops gezegd : veel succes !

Indien U mij privaat mocht willen bereiken : mijn e-mail staat op mijn website http://users.skynet.be/histcult

En had U daarmee eigenlijk niet kunnen beginnen... ?

Dr. Alfred Denoyelle, Doctor in de Geschiedenis.

*

Mijn vrienden en vakgenoten hadden gelijk. "Beautiful Blues" heeft vervolgens de discussie op zijn "blog" definitief afgesloten na gesteld te hebben : "Als katholiek geef ik Pius XII gewoon volledig het voordeel van de twijfel en sta ik dus achter uw visie, in afwachting van wat de Kerk zelf zal doen (heilig ja of nee). Ik kan dat “voordeel van de twijfel” echter niet historisch-wetenschappelijk legitimeren. Misschien u wel, goed, dat is dan uw oordeel."

Niet akkoord ! Het zich uitspreken over Pius XII in de oorlogsjaren heeft niets te maken met het al dan niet « heilig » zijn. Daarmee houdt de Kerk zich bezig. Historici nemen de feiten onder ogen, en dat is helemaal wat anders. Men moet dus niet wachten op een canonisatie door de Kerk om als historicus te besluiten. En gezien de beschikbare bronnen, kan er geen « voordeel van de twijfel » zijn, tenzij men die bronnen gewoon niet (of niet genoeg) kent. Er kan dan ook geen sprake zijn van iets historisch-wetenschappelijk al dan niet te (willen) legitimeren. Het gaat om vaststaande en onbetwistbare feiten. En, zoals de Engelsen het in dit opzicht goed uitdrukken : « Opinions are free, but facts are sacred. »

Gelukkig zijn er nog mensen met voldoende kennis en inzicht terzake. Mensen die hun ogen willen openhouden en de verwijzingen natrekken : het tamelijk groot aantal historici die het met mij volkomen eens zijn (zoals niet alleen blijkt uit mijn private briefwisseling, maar ook uit websites op Internet, onder meer deze die ik vermeld had in mijn artikel) en daarnaast het nog groter aantal burgers die mij (soms tot vervelens toe, want het houdt mij veel te veel bezig met het schrijven van dankwoorden) vanuit alle kanten in Europa en in Amerika per brief, per e-mail of per telefoon hartelijk feliciteren en aanmoedigen. Uiteraard heeft de Franse versie ertoe bijgedragen dat een nog ruimer publiek, ook in Engelstalige kringen, op de hoogte gebracht werd. Vandaar ook de vele « félicitations » en « congratulations » !

Ik vermeld dan ook de website « THEODORICUS » die mijn artikel integraal overgenomen heeft (ook dat moest ik achteraf vernemen, maar zonder bezwaar, vermits naar mijn eigen website eerlijk werd verwezen) :

http://theodoricus.blogspot.com/2010/01/doctor-in-de-geschiedenis-alfred.html#comment-form

*

Epiloog

De beamers van "Beautiful Blues" zouden hem naar eigen zeggen niet zomaar bijtreden, doch « nader onderzoek gedaan hebben » en daarom ook zijn analyse volkomen steunen. Zij achten zich dientengevolge in het ware door te stellen dat ik « alleen maar onzin » uitkraam. Zij gaan dan ook dadelijk over tot de relativering van de waarde van de titel « Doctor in de Geschiedenis » (die zij niet hebben). Zij hebben het zelfs over de « pedanterie van dit soort titeldragers » die, als men hen geloven moet, allemaal toch zo trots zijn op hun titels en er constant prat op gaan. Maar zij ergeren er zich hoegenaamd niet aan ! (zo beweren zij) Het prikkelt hen absoluut niet en het boezemt hen eveneens geen enkele wrevel in, doch enkel « nieuwsgierigheid » en verder een « gezond wantrouwen ». Waarom eigenlijk ? Omdat het uiteraard « lachwekkend » is als men met zo’n titel niet bekwaam blijkt om « iets zinnigs te vertellen ». Ik had « deugdelijke argumenten » moeten gebruiken. Welke ? Dat zeggen zij er niet bij. Zij beweren dat ik « onzin » zou verkopen, zelfs « de ergste onzin ». Ik krijg van hen een « onzinkwalificatie » (sic) omdat mijn weerlegging van Dirk Verhofstadt volgens hen « gewoon slecht geschreven en slecht beargumenteerd » is. Waar precies ? Dat staat nergens aangeduid in hun proza.

De lezer wordt verzocht dat op hun woord van studenten of niet-gepromoveerden te geloven, alsook de « insinuaties » waar ik mij beslist « schuldig » zou aan gemaakt hebben. Het zou allemaal « slecht voor het wetenschappelijk debat » zijn. Eigenlijk had ik er beter aan gedaan, mijn bek te houden en niet in mijn pen te kruipen om de verdediging van paus Pius XII op te nemen. De waarheid, waarover ik het heb, zou trouwens « niet te achterhalen » zijn. Wat ik schreef zou dus « drogredenen » bevatten en dan ook tot een « idiote conclusie » leiden. Ik zou zelfs blijk geven van « paranoïde » neigingen. Daarvan is wél een heel duidelijk voorbeeld in mijn artikel van te vinden, volgens hen : de « conspiracy theory » die ongetwijfeld uit de lucht gegrepen is en die, evenzeer als de wijze waarop ik schrijf, aan mijn « goede trouw » zou doen twijfelen. Zij verlangen dat ik hun « kritiek » zou weerleggen. Denk vooral niet dat zij daar uitschelden of in het slijk sleuren ! Het zal voor iedereen voor de hand moeten liggen dat hun « kritiek » ontegensprekelijk de kenmerken van een grondig « wetenschappelijk » werk vertoont, onderbouwd met een diepgaande vorsing over het onderwerp. Gelooft U dat niet zomaar, dan is dat bijzonder erg voor U, want dan bent U medeplichtig aan mijn « slecht » werk !

Wat "Beautiful Blues" en zijn beamers daarbij vergeten, dat is het beginsel, geldend in de wetenschappelijke Geschiedenis en verwoord in het Recht, volgens hetwelk de bewijslast toekomt aan hen die kritiek leveren.

Met verdachtmakende beweringen zonder meer en met bovendien grove woorden bewijst men echter niets, tenzij dan het eigen onvermogen. Dat doen zij nochtans.

De arrogantie van de onbevoegden is altijd wat vermoeiend, vooral dan in schreeuwberichtjes op een "blog" die, zoals toch opgemerkt in één van de geposte reacties, zich in feite als snert ontpopt.

Zo neemt "Beautiful Blues" aanstoot aan mijn stelling dat Dirk Verhofstadt « tegen de waarheid in » sommige beweringen doet. Hij meent dat dit waardeoordeel enkel op een gezagsargument steunt, zonder enige bronvermelding, maar dit is gewooon niet waar ! Iedereen kan het al dadelijk natrekken in de tekst van mijn recensie : in de eerstvolgende alinea's op de zin beginnend met « tegen de waarheid in » som ik precies de nodige pauselijke documenten op, die bewijzen dat de Kerk zich precies helemaal anders uitgesproken heeft dan hetgeen de besproken auteur zomaar beweert. Hoe is het nu toch mogelijk zo (door afgunst, overhaast, hoogmoed...) verblind te zijn ?

Anderzijds stond er wel geen verwijzing in mijn recensie voor hetgeen in hun oren klonk als « conspiracy theory ». Bijgevolg zou dit dan een waardeoordeel zijn dat enkel op een gezagsargument van mij berust, volgens de jonge "Beautiful Blues" en zijn vrienden. Vermits nu beweerd wordt dat zij allemaal « nader onderzoek » zouden gedaan hebben, ga ik mij beperken tot het beknopt aantonen dat zij niet alleen in hun gauw toebediende kwalificaties, maar ook in dit opzicht fout zijn met hun oordeel over mij, en zich daarbij profileren als jonge mensen met pedante onwetendheid.

Het wetenschappelijk historisch onderzoek heeft immers al lang uitgewezen dat, ongeveer vijf jaar na de dood van Pius XII, het KGB - d.i. de toenmalige geheime Sovjetdienst - een samenzwering op touw gezet had. Dit complot droeg de codenaam « Seat 12 » en beoogde de katholieke Kerk te verguizen. Daarin was uitdrukkelijk voorzien, de gedachtenis van Pius XII omwille van zijn « stilzwijgen » tijdens de oorlogsjaren en de Jodenvervolging door de Nazis, te besmeuren. Het toneelstuk « Der Stellvertreter » van Rolph Hochhuth in 1963 was een onderdeel van dat plan. Het is geen « conspiracy theory », maar werkelijkheid. Er bestaan trouwens - zelfs nu nog - sommige opdrachtgevers die achter de schermen werk maken van laster tegen Kerk en paus, maar dat -- al dan niet bezoldigd -- laten uitvoeren door « nuttige idioten » (de uitdrukking is niet van mij).

Om een lang verhaal kort te houden, ziehier enkele veelzeggende bijzonderheden. De Sovjet-propaganda werd in hogervermeld toneelstuk overgenomen. Men vindt er reeds voordien erg significant spoor van in « Der Vatikan im Zweiten Weltkrieg » van Mikhail Markovich Scheinmann, aanvankelijk in het Russisch gepubliceerd door het Historisch Instituut van de Sovjetacademie voor Wetenschappen te Moskou, waar de communistische ideologie de scepter zwaaide. Vervolgens had Rolph Hochhuth op 20 februari 1963 te Berlijn zijn stuk laten opvoeren, maar het was niet in zijn oorspronkelijke versie, die zowat 8 uur zou geduurd hebben. Om het toneelstuk « speelbaar » te maken, had deze beginneling hulp gekregen vanwege Erwin Piscator, die communist was en het stuk volgens de richtlijnen van Moskou tot 2 uur herleid had.

In het Vatikaan wist men sinds lang dat Sovjet-Rusland aan de oorsprong van de laster tegen Pius XII lag. In de landen van het toenmalige Oostblok werd het toneelstuk van Rolph Hochhuth ten andere verplichtend minstens één keer per jaar in alle grote steden opgevoerd. Wat nu die Erwin Piscator betreft : hij was theaterproducent. Hij was echter vooral stichter van de Proletarische Volksbühne van Berlijn in 1920. Als aanhanger van de beginselen van het politieke theater had hij namens de Kommunistische Partei Deutschlands (KPD) heel wat avonden georganiseerd, door zijn voornaamste steun Willy Münzenberg gefinancierd. Hij had zich dan ook snel moeten verschuilen in de Sovjetunie toen Hitler aan de macht gekomen was (1931-1936). Vervolgens was hij als aanhanger van Trotski bij Stalin in ongenade gevallen en via Parijs naar de Verenigde Staten van Amerika getrokken (1940). Hij werd er nadien uit verdreven tijdens de McCarthy-periode en keerde terug naar de toenmalige Bondsrepubliek Duitsland (1951). Hij werd directeur van de Freie Volksbühne van West-Berlijn in het zog van de verkiezing van Willy Brandt tot burgemeester (1957).

Na het overlijden van Pius XII (1958) besloot het KGB onder leiding van Alexander Shelepin en met de medewerking van Alexei Kirichenko van het Politburo het morele gezag van het Vatikaan te ondermijnen. Het KGB begon alvast met infiltratie door zijn geheime agenten te Rome : met name Petrov en Rogulin in het vormingsinstituut Russicum, Antanas en Vidmantis in de Pontificia Università Gregoriana. Ter gelegenheid van het tweede Vatikaans concilie waren er wolven in schaapskleren in het gevolg van de Oosterse prelaten, met name Apostol, Rass, Sluga en Saul. Het infiltratieproces ter verguizing stond onder het toezicht van generaal Ivan Ivanovich Agayants. Dat bevestigt ook een mede-uitvoerder van het complot « Seat 12 », een generaal van de Roemeense geheime diensten, met name Ion Mihoi Pacepa, naar het Westen overgelopen en thans met rust in de Verenigde Staten.

Deze gegevens met de nodige documenten ter staving waren reeds gepubliceerd. Het zijn niet de énige, maar slechts enkele over het onderwerp. Het bronnenbestand, waarin de gegevens zijn opgenomen, bevat ook bewijzen voor het doorzetten van dit verguizingscomplot, ook na het wegvallen van de muur van Berlijn, de ineenstorting van de Sovjetunie en de liberalisering van het Oostblok. Wanneer men in feite helemaal geen weet heeft van het bestaan van deze primaire bronnen en hun bewaarplaatsen niet eens kan aanwijzen, dan zwijgt men liefst in plaats van het grote publiek diets te maken dat men « nader onderzoek » deed en dat een getrainde historicus zomaar « onzin » vertelt of dat hij met gezagsargumenten afkomt die op geen onderbouwde waardeoordelen berusten.

"Beautiful Blues" heeft die (en andere) primaire bronnen kennelijk niet doorgenomen. Zijn heuristiek over het onderwerp is trouwens onbestaande. Hij legt niets voor. Hij bespreekt ook geen bronnen. Hij verwijst zelfs naar geen enkele bron. Zijn uitval op mijn artikel getuigt van dezelfde leemten. Hij weerlegt niets. Hij loopt ook heel snel aan de verwijzingen voorbij. Zelfs daar waar er nochtans even verder uitdrukkelijk vermeld staan, meent hij al dadelijk louter gezagsargumenten gevonden te hebben. Hij bazuint dat dan ook aanstonds triomfantelijk uit. In feite mist hij de nodige achtergrondinformatie om te beseffen dat het wel degelijk om onderbouwde waardeoordelen gaat. Hij neemt klakkeloos de informatie van de publieke media over, volgens dewelke (in het beste geval) historici op dit moment nog niet het eindoordeel over Pius XII zouden kunnen vellen. Hij beweert ook dat mijn artikel "slecht" geschreven is, wat een subjectieve inschatting is. Hij neemt echter vooral aanstoot aan de vermelding van mijn hoedanigheid van Doctor in de geschiedenis (hij maakt er zelfs de titel van zijn "blog"-artikel van). Zijn geprikkeld commentaar daarover (en daarmee begint hij ook) met bovenop de beamende reacties van zijn kennissen daarrond beslaan heel wat ruimte. Dat houdt met het onderwerp nochtans geen enkel verband, maar wel met een opzet, iemand te willen kleineren. Veelzeggend hiervoor is de melding dat hij op de Nederlandse online-catalogus "Picarta" niets gevonden had op mijn naam. Op het Belgische "Libis"-netwerk zou hij wat meer geluk gehad hebben, maar toch niets anders dan mijn doctoraal proefschrift gevonden hebben. Daaruit meent hij al onmiddellijk te moeten afleiden dat ik mijn sporen buiten het academische circuit zou verdiend hebben. Zou het nu kunnen dat men in Nederland zo'n overhaaste werkwijze aanleert ? Op die manier ziet men heel wat gegevens over het hoofd. Zijn heuristiek is daardoor belachelijk onvolledig.

Mocht hij het niet weten, ziehier dan : primo, zo'n online-netwerken behelzen slechts catalogi van publicaties die in de aangesloten bibliotheken werden neergelegd (men kan ook in het academische midden scripties maken, onderzoek verrichten, studies neerleggen of bijdragen leveren die niet op naam verschenen zijn) ; secundo, de door "Beautiful Blues" vermelde online-netwerken zijn niet de énige, noch in de Benelux-landen, noch in Europa, noch elders ter wereld (in België heeft men bijvoorbeeld ook het "Vubis"-netwerk en afzonderlijk nog andere, zoals dat van de "KBR" (Koninklijke bibliotheek Albert I) waar eveneens een aanzienlijk deel van de historisch-wetenschappelijke publicaties terechtkomt ; tertio, de bibliotheken die nog niet helemaal klaar zijn met de informatisering van hun catalogus, ook al mochten zij voor het overige reeds aangesloten zijn op één of ander online-netwerk ; quarto, de bibliotheken die wel klaar zijn met de informatisering van hun catalogus, maar gebeurlijk nog niet aangesloten zijn bij online-netwerken ; quinto, de vele buitenlandse online-netwerken, vooral indien men niet alleen in het Nederlands, maar ook reeds in andere talen bijdragen leverde. Misschien is het ergste van alles nog -- vanuit modern academisch oogpunt -- het feit dat "Beautiful Blues" blijk geeft van de onbekwaamheid, met behulp van het zoekmachien van het "Libis"-netwerk, waarvan hij naar eigen zeggen gebruik maakte, meer dan één melding op mijn naam te vinden. Op alle online-netwerken samen kan men op mijn naam (en ook in samenwerking) reeds meer dan 150 meldingen aantreffen (nog achterwege gelaten de verwijzingen op het zoekmachien "Google" die de 1000 overtreffen). Doch "Beautiful Blues" weet er slechts één enkele te ontdekken ! Mocht het geen onbekwaamheid zijn, dan blijkt het wel degelijk een opzet om mij te kleineren. Iedereen heeft recht op eerbied, ook een Doctor in de geschiedenis die men benijdt en aan wie men zomaar verwijt, zijn verdiende titel te vermelden.

Tenslotte nog dit. Een (degelijk gevormd) historicus gaat veel verder dan het louter vaststellen dat er veel bronnen zijn, of dat een uitspraak W in strijd is met wat bronnen X en Y stellen. Om dit te merken, hoeft men trouwens geen historicus te zijn. Iedereen kan met wat aandacht de nodige vaststellingen doen, of vergelijkingen maken. Zelfs een koe, tenzij ze daar nu de rug toegekeerd ligt, kan merken dat er wat verder aan de rand van de weide soms treinen voorbijkomen, maar ze herkauwt rustig verder. Aan de hand van de bronnen waarover ik het daarnet had, evenals met behulp van deze waarover verder nog sprake is en die, zoals elders opgemerkt, thans ook op Internet komen, alhoewel ze mits toelating reeds voor archivalisch onderzoek beschikbaar waren, gedraagt een historicus zich niet zoals een koe. Zo'n bijzonder nuttig dier kan wel de treinen zien voorbijkomen, maar zich onmogelijk vragen stellen over herkomst en bestemming, laat staan over de passagiers en wat deze zoal vertellen. Een historicus daarentegen kijkt de bronnen aandachtig in. Hij doet dit niet uitsluitend om er zich eens van te vergewissen dat een uitspraak W wel degelijk in strijd is met wat bronnen X en Y stellen. Een getraind historicus doet onder meer ook aan bronnenontleding. Hij weet dus uit ervaring -- maar dat zou hem normaal gezien ook moeten onderwezen geweest zijn -- dat alle bronnen niet tot dezelfde soort behoren en dat alle mogelijke gevallen dus niet tot de figuur « W versus X en Y » te herleiden zijn. Wanneer een historicus bijvoorbeeld tot de vaststelling komt dat een uitspraak W de inhoud van bronnen X of Y doet doorgaan voor iets helemaal anders, dan is deze vertekening leugenachtig of een uitspraak « tegen de waarheid in ». De bewering van W volgens dewelke X en Y inwendig "groen" zouden zijn, staat haaks op de feitelijke -- en dus vaststelbare -- toestand die "rood" is. Tenzij bewezen is dat W kleurenblind is of aan daltonisme lijdt, moet men tot de conclusie komen dat hij liegt, m.a.w. de zaken presenteert « tegen de waarheid in ».

Daarom juist schreef ik helemaal terecht in mijn recensie hierboven dat Dirk Verhofstadt « tegen de waarheid in » een aantal politiek-ideologische keuzen aan de Kerk toeschrijft (met citaat van hem). In de daarop eerstvolgende alinea's staan de pauselijke documenten met verwijzing vermeld, bronnen die ontegensprekelijk aantonen dat deze keuzen in de loop van de geschiedenis door de Kerk nu precies steeds leerstellig en formeel afgewezen waren. Evenzeer als door de hierna te raadplegen bronnen krijgt men door deze inhoudelijke vergelijking de waarheid wel degelijk « boven tafel » ! Dat is geen stoute pretentie, noch een willekeurig gezagsargument, maar wel een onderbouwd waardeoordeel dat getuigt van waarheidsliefde.

"Honni soit qui mal y pense !"


Internet

Thans wordt al een gedeelte van de voordien reeds gepubliceerde bronnen door het Vatikaan in samenwerking met de Joodse vereniging "Pave the way" op Internet voor iedereen gratis beschikbaar gesteld :

THE DOCUMENTED TRUTH

De rest volgt nog !


In het Frans op de Website van het Vatikaan :

Actes et documents du Saint-Siège relatifs à la période de la Seconde Guerre Mondiale


 

Video-opnamen

Interview van historicus Dr. Peter Gumpel S.J.,
Doctor in de Geschiedenis

*

( U begrijpt toch Engels ? )

http://www.barhama.com/PAVETHEWAY/INTERVISTA_A_GUMPEL/GUMPLE.html

 


 

Artikels

Artikels van historicus Dr. Alfred Denoyelle,
Doctor in de Geschiedenis

*

( U begrijpt toch Frans ? )

Communiqué du Cercle européen pour la recherche historique, « Investigatio Historica »

Contre le négationnisme : quelques faits avec données chiffrées ... et certains aspects méconnus du nazisme

L'Église antisémite ?

Pie XII et les Juifs.

Pie XII avait-il aussi opté pour « l'Ordre Nouveau » ?

*

( U begrijpt toch Nederlands ? )

Had Pius XII ook gekozen voor de « Nieuwe Orde » ? (= dit artikel)