West Highland Way

Preparations

To prepare our trip I made a table which indexes all points at the West Highland Way where there are possibilities to eat/sleep/use sanitary installations. The table can be found below or as an excel sheet here.

The West Highland Way
Place Distance Features Shop Sanitary Hotel extra
Milngavie 0 km The West Highland Way starts at the north end of the station yes yes yes http://www.west-highland-way.co.uk/advertisers/burnbrae/index.htm of http://www.west-highland-way.co.uk/advertisers/bestfoot-forward/bestfoot.htm a camp site is nereby (Bankell Farm Campsite : Strathblane Road - Milngavie - Glasgow G62 8LE - Tel: 0141 956 1733 - Fax: 0141 956 3248)
Eastern Drumquhassle (Dryman) 17 km Expensive Camping no yes

Drymen 19 km City yes yes yes
Garadhban Forest 21 km Backpacker camping - free no no no
Conic Hill 23 km view over loch lomond no no no
Balmaha 26 km Small city with short climb at loch lomond yes yes yes http://www.1weekendbreaks.co.uk/hoteldetail/area/101257
Milarochy Bay Camping 28 km camping with nice view at loch lomond yes (18:00 dicht) yes no
Cashel Campsite 36 km
yes yes yes
Rowardennan 41 km Rowardennan Youth Hostel yes yes yes http://www.syha.org.uk/pages/hostel-pages/rowardennan.htm
Rowardennan 41 km Ardess Backpacker site (200m right of hostel) probably (neighbourhood) no yes
Rowchoish Bothy 47 km roof+fireplace+cooking utensils beter dan doune no no (?) no just off section
Inversnaid 51 km expensive Hotel no yes yes
Inversnaid bunkhouse 51 km prices -> see site 800m from WHW no yes yes http://www.inversnaid.com/
Inversnaid boathouse 51,5 km backpackers site no ? no
Doune Bothy 58 km roof+fireplace no no (?) no
ferry Ardlui 59 km £5 for ferry : camping + shops yes yes yes http://www.ardlui.co.uk
Inverarnan / beinglas camp site 62 km camping yes yes yes Drover's Inn, Tel. 01301-704234
CrianLarich 70 km 0.5km off WHW (better shop than campsites) yes yes yes http://www.ben-more.co.uk/location.html
Camping site River Fillan / Kirton farm 78 km backpacker's site no no no punt 40 gids
Auchtertyre 79 km
no yes no punt 42 gids
Tyndrum 81 km camping (ground may be wet) yes yes yes café restaurant wasmachine - http://www.tyndrumbytheway.com/
Bridge of Orchy 91 km camping with no facilities + hotel ?
yes http://www.scottish-selection.co.uk/bridgeoforchy/ AND http://www.westhighlandwaysleeper.co.uk/
Inveroran Hotel 94 km camping 200m north of hotel Bar/Coffee shop no yes http://web.ukonline.co.uk/inveroran/
Victoria Bridge 95 km




Blackrock cottage 106 km closed for public




Kingshouse hotel 111 km backpackers' field climbers bar no yes http://freespace.virgin.net/kings.house/ possibility to stay close to kingshouse cheaper : 12.50GBP pp, Tel 01855 851240 e-mail b&b@tighnachoille.com
Kinlochleven 126 km Blackwater hostel / Mcdonald Hotel + their campsites yes yes yes http://www.blackwaterhostel.co.uk/
Fort William 150 km Glen Nevis Camping site : Large Campsite yes yes yes

Waypoints GPS West Higland Way (thanks to Dries Reynders)

WGS 084

Milngavie: n55°56,213’ w004°19,222’
Drymen: n56°04,124’ w004°27,297’
Rowardennan Lodge: n56°09,397’ w004°38,503’
Inversnaid: n56°14,506’ w004°40,811’
Inverarnan: n56°19,779’ w004°43,447’
Crianlarich: n56°23,405’ w004°37,185’
Tyndrum: n56°26,371’ w004°42,623’
Brige of orchy: n56°31,150’ w004°46,084’
Black Mount: n56°32,798’ w004°47,897’
Kingshouse: n56°38,895’ w004°50,039’
Kinlochleven: n56°42,686’ w004°57,949’
Fort William: n56°49,277’ w005°05,530’

Report

Woensdag 12 mei 2004 (weer : bewolkt)
We zijn al voor de wekker wakker en staan dan maar op om nog de laatste dingen te regelen en in te pakken voor we richting “Glasgow” vertrekken. Peter doet de auto nog naar ons mama en papa en ik maak me ondertussen klaar en ruim nog de laatste spullen op die niet meer mee kunnen wegens té zware rugzak. 11h, tijd om naar Mechelen station te vertrekken en daar de trein van 11h40 (spoor 10) te nemen naar Charleroi-Zuid. Rond 13h komen we aan in wat het Chicago van België wordt genoemd en nemen we de bus die ons naar de luchthaven zal brengen. Half 2, de incheckbalie is al open, dus geven we onze rugzakken al af en besluiten we om nog een broodje te gaan eten in de overvolle, rokerige en luidruchtige cafetaria. Daar lezen we dat onze vlucht in plaats van om 14h45, om 15h15 zal vertrekken. Na nog een humo en kauwgom te hebben gekocht, begeven we ons naar de wachtzaal. De controlepost was zeer blij mij te zien en piepte uit volle borst. Het bleek mijn broeksriem te zijn. De wachtruimte zit goed vol en een aantal Schotten trekken onze aandacht. Wat een taal! Een twintigtal minuten later wordt onze vlucht omgeroepen, over 1h20 minuten zullen we in “Prestwick” landen. Om de “city of Glasgow” te bereiken, nemen we de trein, die lang op zich liet wachten, maar als achteraf blijkt dat het ritje ons maar 5 pond voor twee personen heeft gekost, is de wachttijd al lang vergeten. “Glasgow Central” blijkt een groot station te zijn met veel volk en tientallen borden die de reistijden –en wegen aangeven. Nergens vinden we echter onze bestemming, “Milngavie”, terug. Dan maar de stad intrekken op zoek naar een bus. Na een kleine omzwerving bereiken we een ander stationnetje, “Buchannan Station” en vinden we de lijn de we moeten volgen. Deze keer kost het ritje 4 pond voor 2. Rond kwart na zes komen we eindelijk aan in het stadje, dat het vertrekpunt van de West Highland Way (WHW) vormt. Joost mag weten waarom men het schrijft als “Milngavie” en uitspreekt als “Mull-guy”! Volgende en laatste obstakel van de dag…ons hotel vinden. Opeens spreekt een Schot ons aan, die wil weten waar we vandaan komen en of we de WHW komen afwandelen. Na een korte babbel biedt hij ons prompt aan om voor ons een taxi te bellen én te betalen. Peter kan hem nog net ervan weerhouden en stelt de man gerust door te zeggen dat het al heel vriendelijk zou zijn, mocht hij ons de weg tonen naar ons hotel, “Premier Lodge”. Geen probleem! Om er zeker van te zijn dat hij ons de juiste richting instuurt, belt hij nog even naar het hotel om vervolgens een heel eind met ons mee te wandelen. Op een honderd meter van het hotel nemen we afscheid en onze Schotse vriend keert terug het stadje in, waar hij waarschijnlijk een (of meerdere) biertjes/whisky’s zal gaan drinken op zijn goede daad van de dag. Omdat het nu toch stilaan etenstijd geworden is, zwieren we onze bagage op de kamer en gaan een hapje eten in het restaurantje op een paar passen van het hotel. Peter zweert bij een “koolhydratenbom” en ik houd het op een “Caesar salad”. Tegen tienen kruipen we onder de wol, zodanig dat we morgen fris en monter aan onze lange tocht kunnen beginnen.

Donderdag 13 mei 2004 (weer: bewolkt, soms opklaringen)
De wekker rinkelt. 7h? Dat was wel de bedoeling, maar al snel blijkt dat het nog maar 6h is en we ons reiswekkertje een uur vergeten terug te zetten waren. Dan nog maar even soezen. We slagen de nodige calorieën op met een stevig, traditioneel Schots ontbijt, dat de nodige worstjes, tomaten, eieren, toast en andere lekkernijen bevat. Ik weet niet hoe ik het gedaan heb, maar zonder nog maar één pas op de WHW gezet te hebben, blijk ik al een blaar onderaan mijn hiel te hebben. Wat een goed begin! De compeed wordt bovengehaald en nu maar hopen dat het niet erger wordt. Nog een beetje inkopen doen in de plaatselijke winkeltjes en hop daar zetten we onze eerste stapjes op de WHW. Onze eerste etappe gaat van “Milgavie” naar “Drymen”, een afstand van ongeveer 21 km. Er zijn nog wandelaars die vandaag uitgekozen hebben om te vertrekken (een aantal Walen, Hollanders,…), we zullen niet alleen zijn. Het begin van de tocht is al meteen de moeite waard. Een vrij breed pad leidt ons door een bos, waarbij de bomen omringd zijn door een tapijt van paarse bloemetjes. Langzaam maar zeker lopen we de stad uit en bij een eerste klimmetje kunnen we al een glimp opvangen van het ons omringende landschap. De heuvels zijn hier (nog) niet zo hoog, maar toch onmiskenbaar Schots door hun kaalheid en de verschillende kleurschakeringen. Onze gids noemt het een “”attractive hors d’oeuvre”. Het zal ons later wel meer opvallen hoe lyrisch en exact de auteur het landschap beschrijft (soms inclusief de te verwachten vogelgeluiden). We volgen nu verder het “Allander Water”, waarna we een beetje verder een eerste meertje zien “Chraig alian loch” (?). Het is tegelijk ons eerste contact met de inheemse bevolking, de zogenaamde “midges” (niet te verwarren met midgets!) of anders gezegd “verschrikkelijke steekmugjes”. Even verderop besluiten we dan ook ons antigif boven te halen: “+40% DEET”, eat that bastards! We ontdekken hier ook één van de eerste eigenaardige oversteekplaatsen om van het ene veld in het andere te geraken, een langs beide kanten van een stenen scheidingsmuur ingewerkt trapje. Het zal naarmate de tocht vordert nog best boeiend worden om al deze inventieve poortjes en muurtjes te bestuderen. Ondertussen omcirkelen we de kleine heuvel “Dumgoyach”, het kleine broertje van een mooie bult de “Dumgoyne”. We passeren nog een wandelaarster die de WHW blijkbaar in de omgekeerde richting doet; toch een ietwat rare beslissing als je het mij vraagt. Even verderop volgen we een oud treinspoor en na een whisky- (niet whiskey!) distillerij gepasseerd te hebben, placeren we ons even op een terrasje van een tot pub omgebouwde ex- treinstation. Peter drinkt een dure “lager”, die hem al snel nogal doet draaien met een lege maag en ik drink een fruitsap. We mogen hier onze boterhammetjes niet opeten (eat anywhere else in Schotland!), dus besluiten we verder te wandelen en tegelijk onze lunch op te eten. We passeren nog wat wandelaars en vinden dat het alsmaar drukker lijkt te worden. We stellen vast dat de meeste wandelaars maar weinig bagage bijhebben, waarschijnlijk laten ze alles vervoeren van hun vertrekpunt naar het eindpunt van de dag. In de buurt van de “Gartnas waterfalls” blijkt de wegaanduiding nogal sloppy te zijn, maar onze alomtegenwoordige betrouwbare gids behoedt ons van enige misstap. De kampeerplaats “Easter Drumquhassle” laten we links liggen omdat ze te duur zou zijn en klimmen verder de heuvel op, waarvan we een eerste keer het “Loch Lomond” kunnen zien. Wanneer we in de buurt van “Drymen” komen, maakt Peter even een detour via het stadje om inkopen te doen en om er te vragen of er wel degelijk een backpackers-site is in de bossen ten noorden van “Drymen”. Een gewillige Schot laat hem even gebruik maken van het internet om de site van de WHW te raadplegen, er zou een campingplaats zijn op ongeveer 2 mijl van het stadje. In het bos echter geen spoor van een aangeduide plek om te kamperen, dus besluiten we ons tentje op te zetten vlak vóór “Conic Hill” in het laatste stukje bos. Hier wordt duidelijk wel meer gekampeerd, dus misschien is dit wel de zogenaamde “site”. De eerste keer het tentje opzetten, verloopt efficiënt, maar we maken ons de bedenking dat we waarschijnlijk niet altijd zoveel geluk zullen hebben met het (mooie) weer dat we vandaag gehad hebben. De warme Knor-maaltijd (spirelli’s mt bolognaisesaus) smaakt goed na een hele dag stappen. Nog een beetje lezen tot het donker wordt en dan de slaapzakken in en inslaap “ge-oehoed” worden door een uil die van geen ophouden weet.

Vrijdag 14 mei 2004 (weer: wolken met af en toe zonnige periodes)
Een wekker hebben we hier al niet meer nodig, want je wordt hier vanzelf wel wakker van de kwetterende vogeltjes. Na een aanvaring met een slak die één van mijn teva’s had uitgekozen om een dutje te doen, beginnen we om een uur of zeven aan ons uitgebreid ontbijt van rozijnenbroodjes met water. Een eerste dappere wandelaar stapt reeds gezwind voorbij! Het heeft deze nacht een beetje geregend, dus de tent is nogal aan de natte kant, maar ja er zit niets anders op dan ze zo mee te nemen. Iets voor negen uur zijn we opnieuw gepakt en gezakt en kunnen we onze tweede wandeldag inzetten. Veel tijd om wakker te worden krijgen we niet, want daar ligt “Conic Hill” al op ons te wachten, een stijging van ongeveer 200 meter. De klim op zich valt goed mee, maar een beloning voor onze inspanning blijft uit wanneer we boven aankomen. De heuvel is helemaal in mist gehuld en het zicht is dan ook quasi nihil. We zetten dan ook maar meteen de afdaling in en naarmate we dalen, wordt het zicht steeds beter en het uitzicht over “Loch Lomond” steeds prachtiger. Na de nodige foto’s te hebben getrokken, dalen we verder af naar de campingplaats te “Balmaha”, waar we in de shop ons middagmaal kopen. Bij het opeten ervan worden we geanimeerd door 2 mensen die even verderop een voortent aan hun caravan proberen te monteren. Als we ongeveer een half uur later beslissen om voort te gaan, zijn ze nog altijd strategieën aan het bedenken en lijken ze meer en meer verstrikt te raken in het grote zeil. De campinguitbater vertelt ons dat we nog zo een 6 miles voor de boeg hebben tot het Youth Hostel in “Rowardennan”. Peter was erin geslaagd om in de voormiddag de nodige reserveringen te doen in het Youth Hostel! Een leuk vooruitzicht in ieder geval en dan vooral de warme douche die op ons staat te wachten als we onze 41ste km gedaan zullen hebben. De weg naar “Rowardennan” speelt haasje over met de geasfalteerde autoweg, maar komt toch nog door mooie plaatsjes en houdt nog een paar korte maar krachtige klimmetjes in. Zo komt het pad door een klein bos waar een vogeltje de meest bizarre toonaarden laat horen. Telkens we er min of meer inslagen om het na te fluiten, trakteert hij ons meteen op een steeds moeilijker wordend deuntje. Als we op een drietal kilometer van onze eindbestemming (van vandaag dan toch) zijn, zoeken we ons een plekje langs één van de vele keienstrandjes langsheen “Loch Lomond”. Ik steek mijn voeten even in het ijskoude water in de hoop dat de pijn onderaan mijn voeten, die nu al twee dagen onophoudelijk voortduurt, zou verminderen. Helaas het haalt niet veel uit en mijn blaar lijkt er ook niet kleiner op geworden te zijn. Peter zijn knie houdt gelukkig verassend goed stand tot nu toe. Eens aangekomen in “Rowardennan” blijkt het Youth Hostel nog een tiental minuutjes verderop te liggen dan we aanvankelijk gedacht (lees: gehoopt) hadden. Positief blijven denken en ervan uitgaan dat e morgen dan maar een kilometertje minder moeten doen. Om mijn voetenzeer wat te verlichten, informeren we naar de mogelijkheid om mijn rugzak de volgende dag te laten meevoeren met een speciale dienst (“Travel Lite”), die hier de bagage vervoert. Het zou ons wel 7 pond per keer kosten, maar als dit helpt om de hele WHW af te lopen, heb ik het er graag voor over (de prijs voor de hele WHW-wandeling je bagage te laten meevoeren, bedraagt 30 pond; je kan echter ook op elk ogenblik inpikken en voor hoe meer dagen je inschrijft, hoe goedkoper het wordt). De jeugdherberg valt heel goed mee. We krijgen een kamer toegewezen voor vier personen, maar we krijgen er geen kamergenoten bij. Voor we ons potje koken in de keuken, zitten we eerst nog even in de eetzaal om wat te lezen en te schrijven. Onze verpozing wordt al snel onderbroken door een wat oudere, rare Hollandse man die ons aanspreekt en die duidelijk zijn verhaal kwijt wil. Op het moment dat ik aan het verslag aan het schrijven ben, komt hij een tweede keer naast ons zitten aan een tafeltje, maar Peter blijft naarstig verder lezen in zijn boek “Achter de schermen” van Frank Mattens en ik blijf ijverig verder schrijven aan het reisverslag. Het helpt, even dan toch! We hebben vandaag ook weer iets bijgeleerd, macaroni in blijk van Heinz, trekt op niks!! Geef mij dan maar Knor! In het hostel is er ook een wasmachine, waar je tegen 2 pond je was kan doen. Daar maken we dan ook handig gebruik van. Om de avond te vullen, hangen we nog wat rond in de eetzaal en drinken nog een theetje, dat je hier trouwens gratis en zoveel als je wil kan drinken.

Zaterdag 15 mei 2004
We hebben allebei heel goed geslapen en hebben dus de nodige “form” om de tocht van “Rowardennan” naar “Inverarnan” (21 km), die aangeschreven staat als niet al te makkelijk, wegens smalle en ongelijke paden, aan te vatten. Mijn rugzak gaat (met enige tegenzin) toch maar mee met het busje van “Travel Lite” en zal mij opwachten aan de “Benglas camp site” in “Inverarnan”. Na een stevig ontbijt van havermoutpap en een tas thee, vertrekken we om kwart voor tien richting “Inversnaid Hotel”, waar we ons middagmaal (wat weten we nog niet) zullen opeten. Het begin van onze dagtocht bestaat uit een echte “autostrada” die ons opnieuw langs de oevers van “Loch Lomond” brengt. Veel van het meer kunnen we niet zien, omdat het bladerdek van de bomen (tussen het wandelpad en het lager gelegen meer), het zicht belemmert. Op een uitzichtspunt kunnen we wel een glimp opvangen van “Ben Arthur”, ook wel de “Cobbler” genoemd naar zijn vorm die op een schoenmakersleest trekt. Ik krijg ondertussen een “dringende” telefoon met de vraag hoeveel onze ijskast gekost heeft. Helaas hebben we de facturen niet in onze rugzak meegenomen… Na een zestal kilometer versmalt het pad en nu zou het echte werk moeten beginnen, volgens onze gids. Maar we vinden dat het pad gemakkelijk blijft en dat zal de ganse dag nog zo blijven (in vergelijking met “eenvoudig” pad in bijvoorbeeld Oostenrijk). Langsheen de route zijn mooie bloemen te vinden, die aan het scherpe oog van paparazzo Peter niet ontsnappen. We bereiken uiteindelijk een prachtige waterval aan het “Inversnaid hotel” (de plaats waar ook de befaamde Rob Roy ooit heeft gewoond voor zijn huis werd platgebrand). Het hotel zelf blijkt gesloten te zijn, maar gelukkig hebben ze de bar opengehouden om de talrijk samengetroepte wandelaars van boterhammetjes en drank te voorzien. We komen er een aantal bekende gezichten tegen van de vorige dagen, maar ook een hele hoop nieuwe. Enkele Walen die met ons in “Milngavie” op dezelfde dag vertrokken waren, vertellen ons dat ze na vandaag stoppen en teruggaan naar België. Na nog enkele fotootjes gaan we weer op pad. Ik nu met stokken. Aanvankelijk gaat het nogal stuntelachtig, maar na een half uurtje oefening, wandel ik als een ware viervoeter en neemt de pijn aan mijn voeten aanzienlijk af. De beslissing van mij rugzak door te sturen, is toch goed geweest, want nu kan ik meer genieten van de tocht en de uitzichten en hoeven we geen rustdag in te lassen. We komen nu langs “Rob Roy’s Cave”, een grot waar Rob Roy een tijdlang overleefde tussen de enorme rotsblokken. Peter klautert ernaar toe, enkel om vast te stellen dat de “grot” niet meer is dan een “gat” waar in het groot ‘CAVE’ naast geschilderd is. Toch ne straffe mens die Rob Roy. Blijkbaar wisten alle andere passanten van het “gat” want niemand is hem gevolgd… Even verder zien we het “Island of I”, een klein eilandje midden “Loch Lomond”, dat volgens onze gids ongeveer de helft van onze tocht langs “Loch Lomond” vandaag markeert. Op een rustig kiezelstrandje genieten we hier van het uitzicht. Alle mensen die we het afgelopen uur zijn voorbij gewandeld, passeren weer de revue en zullen we later opnieuw inhalen met de nodige groeten, gaande van “Hi”, “Bonjour” of “Goedendag” naargelang de nationaliteit. Een stuk voorbij het eiland komen we voorbij een breder stuk oever waar eindelijk het eindeloze bos overgaat in een weide, waar een klein riviertje door meandert. Boven op de berg aan de oever is het hier genieten van het uitzicht ober het laatste stukje “Loch Lomond” met daarna echter de lonkende bergen, die alsmaar meer “Hihgland”-karakter krijgen. Hier staat ook een zogenaamde “Bothy”, een onbemande hut met een minimum aan voorzieningen (een paar kaarsjes, een open haard, een paar stoelen) en een gastenboek dat we even doorbladeren. Leuke verhalen zijn er wel in te vinden. De meeste mensen die hier de nacht hebben doorgebracht, laten hier ook wat materiaal achter voor de volgende(n). Leuk principe. We doen nu het laatste stukje “Loch Lomond” en klimmen vervolgens vlot weg via de wand van “Cnap Mor”. In vergelijking met “Loch Lomond” is het daarna vlotjes afdalen naar “Inverarnan”, waar de camping en mijn rugzak op ons wachten. Het is een propere en heel gezellige camping langs een kabbelend beekje en het weer laat ons zelfs toe om nog wat in het zonnetje te liggen en onze tent te laten drogen. Gelukkig hebben we geen last van stramme spieren en springen we zo snel we kunnen recht, wanneer een zuchtje wind onze tent in de beek dreigt te blazen. Onze buur kijkt geamuseerd toe. Na twee dagen instant zakjes- en blikmaaltijden doen we ons nu te goed aan een vers gemaakt dagsoepje en een cheeseburger met groenten en frietjes in de bar van de camping. Er lopen hier opvallend veel officieel uitgedoste Schotten rond met kilt, dolk en buidelzakje. Van de dienster vernemen we dat er een jaarlijkse clan-meeting wordt georganiseerd en dat iedereen is uitgenodigd om te komen luisteren naar de live gespeelde muziek en later te komen kijken naar een groot kampvuur. Na het eten wandelen we nog even naar de plaatselijke pubs in de hoop nog een glimp op te vangen van het Eurovisiesongfestival, maar de pubs zitten overvol en ook het om zijn “opgezette beesten” bekende hotel heeft geen plaats meer. We keren dan maar terug naar ons tentje waar we nog een spelletje scrabble spelen, dat ik win (weliswaar maar met één puntje verschil).

Zondag 16 mei 2004 (weer: overwegend zonnig)
Omdat we gisteren zo vlot onze kilometertjes gedaan hebben, besluiten we vandaag geen 16km maar er 19 te doen, zodanig dat we in “Tyndrum” kunnen kamperen in plaats van in “Auchtertyre”. De bar van de camping in “Inverarnan” serveert ook ontbijt, dus nemen we deze keer een “continental breakfast” met ontbijtgranen, toast, fruit, yoghurt,… Om 10h is alles weer in de rugzakken opgeborgen en gaat mijn zak reeds vooruit naar “Tyndrum”, camping “By the Way”. Freddy en Maria (2 oudere mensen, die we maar een naam gegeven hebben, omdat we anders moeten spreken van die lange meneer met zijn knokige benen en die kleine madam met de korte grijze haren) zijn reeds vertrokken. In de voormiddag krijgen we een op en neer gaand pad geserveerd met om de zoveel meter een prachtige waterval (the “Falloch falls”). Het enige storende element is het geraas van de auto’s op de autobaan die niet zover van het pad ligt. De spoorweg duikt vervolgens ook weer op en we moeten 2 keer via een smal gangetje eronder door (het eerste gangetje is niet echt voorzien op lange jongens met grote rugzakken, maar Peter worstelt er zich gezwind door). Een groot deel van de weg die we volgen wordt in onze gids omschreven als “the old 18th-century military road”. En weerom laat onze gids ons niet in de steek wanneer hij voorspelt dat als we de boerderij voorbij wandelen er koeien op de weg zullen liggen! Ongeveer halfweg eten we onze boterhammetjes op aan een magnifiek uitzichtspunt. Peter komt tot de vaststelling dat een sappige appelsien best wel kan smaken en dus alle fruit niet echt smakeloos is. Het volgende stuk leidt door een bos en is dus minder interessant qua “views”, vandaar dat we er ook stevig de pas in zetten. Eens de bomen achter ons gelaten, krijgen we weer een mooi zicht over een vallei waar de rivier, “the Fillan”, doorstroomt. We komen opnieuw voorbij een boerderij, waar we deze keer getuige zijn van een sterfscène, een schaap ligt in een wei op zijn rug en lijkt niet meer recht te kunnen. De andere schapen kauwen rustig verder en kijken schaapachtig naar het kreunende dier. Om in de sfeer te blijven, passeren we 2 overblijfselen van een begraafplaats van wat ooit “St. Fillan’s Priory” was. St. Fillan was een Ierse monnik die het Christendom kwam verkondigen in de Highlands in de 8ste eeuw. Rond een uur of half vier bereiken we “Auchtertyre Farm”, waar we even pauzeren (Peter drinkt een colaatje en ik eet een aardbeienijsje). Nog een dik half uur stappen en onze 81ste km zit erop. Rond kwart voor vijf kunnen we alweer beginnen met het opzetten van de tent en het inkopen doen in het dorpje. Het zonnetje heeft ons de hele dag gevolgd, dus kunnen we ons avondmaal (eerst kippensoep, gevolgd door stoofvlees en rijst) buiten opeten. Ik neem ook nog een douche die alles behalve aangenaam is! Je moet eerst op de doucheknop rammen, waarvoor je dan 30 seconden water krijgt dat als je geluk hebt, warm is. Waarom heb ik niet zoals peter gisteren een douche genomen, waar er zelfs een mengkraan was? de avond vullen we met wat muziek luisteren, lezen en verslag schrijven.

Maandag 17 mei 2004 (weer: voormiddag regen; namiddag bewolkt en veel wind)
Lap! Onze eerste dag regen en het valt er goed uit ook. We hebben vandaag een rustige dag, slechts 10 km naar “Bridge of Orchy”, waar we een kamertje geboekt hebben in een “bunkhouse” van het gelijknamige hotel. We hebben dus alle tijd en hoeven ons niet te haasten. Om negen uur staan we op en maken we ons ontbijt klaar (muesli en thee). Terwijl we in het keukentje aan het wachten zijn op drogere tijden, worden we vergezeld door drie Duitsers en twee Engelsen. De twee Engelsen blijken broers te zijn en gaan vandaag ook een lichtere dag inlassen van 13km, naar “Inveroran Hotel”. Om de tijd te vullen steken we onze vuile was nog even in de wasmachine en droogkast (samen 3 pond) en proberen we de tent al vanbinnen op te ruimen. Ons middagmaal (hotdogs met mosterd) eten we ook nog in het keukentje. Als na een poosje het helemaal gestopt is met regen, pakken we de tent in en rond één uur zetten we onze wandeltocht verder. Allebei hebben we een rare maag van die hotdogs, maar het goede nieuws is dat de regen nu voorgoed verdwenen blijkt te zijn. In het dorpje “Tyndrum”, waar het laatste winkeltje zou zijn tot “Kinlochleven”, kopen we onze voorraad in voor 2 middagen. De keuze is echter beperkt dus worden het platte boterhammen met philadelphia of zalm in blik. Mjamie! Het is wel koud vandaag en dit omdat er een gure, harde tegenwind staat. Het pad volgt opnieuw “the 18th-century military road”, wat nog een hele tijd zo zal blijven. Andermaal storen we ons aan de voorbijrazende auto’s, maar de mooie uitzichten die voor ons opdoemen, compenseren dit moeiteloos. Zo zien we o.m. “Beinn Odhar”, de “Mountains of Glencoe”, de “Gleann Ach’-innis Chalein”en de “Beinn Dórain” (984 meter hoog, langs de zijwand loopt de spoorweg). Na een drietal uurtjes stappen, komt ons eindpunt van vandaag, “Bridge of Orchy”, in zicht. We zetten onze rugzakken in het kamertje en vooraleer de douche in te springen, genieten we nog van een thee en een koffie, met voor Peter een “scone with jam and cream” en voor mij een stukje cake. Ons avondmaal (een goed stuk vlees met aardappeltjes en groeten) eten we in dezelfde bar en daarna kaarten we nog wat (ik win weer!).

Dinsdag 18 mei 2004 (weer: voormiddag bewolkt en veel wind, namiddag: stortregen)
Om half acht gaat de wekker, maar weer hadden we hem niet nodig omdat deze keer onze overburen al vanaf zes uur voor de hele gang aan het spreken waren. De rugzakken worden volgestouwd en geven de mijne toch maar weer mee met “Travel Lite”, omdat mijn voeten gisteren weer enorme pijn deden. We besluiten om hem nu ineens te boeken tot “Fort William”, waardoor de prijs ook gedrukt wordt. Na het ontbijt (cornflakes en toast) in de bar starten we onze 20km-walk van vandaag en tegen de middag zullen we de kaap van de 100 km bereikt hebben. Een eerste klimmetje brengt ons aan “Mam Carraigh”, waar we een uitzicht hebben op “Loch Tulla” en “the wilderness of Rannoch Moor”. Een beetje verder komen we voorbij Inveroran Hotel en vragen ons af of de twee broers die ook in “Tyndrum” kampeerden reeds opgekraamd en vertrokken zouden zijn? Ze hadden ons verteld dat ze nogal traag waren in het opruimen en inpakken van hun tent en dat ze in ieder geval geen snelle starters waren. En ja hoor, er bestaan nog zekerheden in het leven, rond half elf passeren we hen, terwijl zij nog druk in de weer zijn met inpakken. Freddy en Maria hebben we al een tijdje niet meer gezien, maar nu hebben we een nieuw seniorengroepje dat hen vervangt. We dopen ze de drie musketiers! En het moet gezegd, ze zien er nog vrij wakker en fris uit, gezien de liters bier die ze gisteren achterover gedrukt hebben. We denken dat ze misschien de WHW-kroegentocht aan het doen zijn! Ondertussen zijn we rond “Rannoch Moor” aan het wandelen en onze gids stelt dat dit stukje met respect moet behandeld worden “for there is no shelter and no escape from whatever the weather chooses to throw at the walker”. Momenteel moeten we enkel inboksen tegen een felle wind, dus dat lijkt nog mee te vallen. We vervolgen onze weg langs een brede met keitjes en stenen bezaaide weg. Het lijkt wel of we een dijkwandeling aan het maken zijn, want voor en achter ons zijn er tal van wandelaars. Enkel de uitzichten zijn mooier. We worden omringd door bergen en het landschap is hobbelig en moerassig, bedekt met stijf, stekelig gras. Iets over de helft van ons traject eten we onze “Philadelphia-sandwichen” en een blikje zalm op. Onze rustpauze wordt echter verstoor door de regen. We besluiten om verder te wandelen en toch maar al onze jas aan te trekken. Als we weer even verder zijn, komt een heel nieuw panorama op ons af, “the Grampian mountains” en “the Hills of Glencoe” met de “Brachaille Etive Mór”, die we helaas niet kunnen zien, wegens een dicht pak wolken dat zich ervoor heeft geschoven. Bijna aan “Blackrock Cottage” aangekomen, valt de regen met bakken uit de lucht. Aangezien we onze getten en regenjas al aanhebben, zetten we de laatste 20 minuten naar “Kingshouse” gewoon zo verder, zonder regenbroek. Daar aangekomen, komen we tot de vaststelling dat een regenbroek best wel handig had kunnen zijn, want nu lijken we net 2 verzopen waterkiekens. Het is nog maar net 14h gepasseerd, dus we zetten ons in de climbers’ bar van het hotel om op te drogen. Een 2-tal uur later zitten we nog steeds in de bar naar de donkere wolken te kijken die blijkbaar niet van plan zijn om meteen weg te trekken. Het opzetten van de tent wordt uitgesteld tot op een niet nader bepaald tijdstip… De sfeer zit er wel in, want de bar zit vol lotgenoten. De twee broers, Ian en Paul, zijn er ook en zijn even doorweekt binnengekomen als wij. Ian, die veel sarcastische grapjes maakt, is blijkbaar meegesleurd op deze tocht door zijn enthousiaste broer. Tegen zessen vinden we het tijd om het weer te trotseren en in onze regenkledij een poging te ondernemen om de tent zo snel als mogelijk recht te zetten. Onze tijd wordt getimed door Ian en Paul en een wat oudere man die de WHW in omgekeerde richting doet (we plaatsen onze tent naast die van hem; de onze staat weliswaar iets meer waterpas). Na de tent opgezet te hebben, zonder al te veel problemen, schuilen we terug in de bar waar we op aanraden van Paul en Ian ons te goed doen aan een “Venisan casserole” (Peter) en een “Mushroom Pie and steak” (Hilde). Bij onze frieten worden we maar raar bekeken als we ze met mayonaise naar binnen spelen en Ian stelt voor om eens de HP-saus (genoemd naar het “House of parliament”; een bruine zurige saus) te proberen of zelfs “salt and vinegar”. De regen houdt maar niet op dus blijven we in de bar hangen. De sfeer is heel gezellig en er wordt zelfs over en weer getrakteerd. De broers vormen een echt Brits komisch duo! Later op de avond komt er nog een Brits koppel bijzitten, Sarah en Richard, die in het hotel verblijven. Rond een uur of tien reppen we ons door de regen naar onze tent . Ondanks de beukende wind en de ziedende regen vallen we nog redelijk snel in slaap.

Woensdag 19 mei 2004 (weer: bewolkt)
Om 8h worden we wakker, we hebben het overleefd én de tent staat er ook nog! De hemel is weer helemaal opgeklaard. We slagen erin om een ontbijt te versieren in “Kingshouse Hotel” (de barman had ons aangeraden om rond half negen te gaan vragen of er mogelijkheid was om te ontbijten; als de meeste gasten al gegeten hadden zou dat geen probleem meer mogen zijn), zodanig dat we met een goed gevulde maag omstreeks 10h vertrekken. Vandaag moeten we de “Devil’s Staircase” overwinnen, een stijging van ongeveer 260 meter, gevolgd door een lange afdaling van 600 meter. Nu de wolken en de mist verdwenen zijn, hebben we een fantastisch zicht op de “Brachaille Etive Mó”r. De “Devil’s Staircase” is snel verslaan en boven genieten we van het mooie uitzicht alvorens aan de afdaling te beginnen. We laten “Glencoe” achter ons en trekken richting “Kinlochleven”. Om kwart na 1 staan we al aan ons eindpunt van vandaag en hebben we de 14,5km al afgebonjourd. We kiezen “Mc Donald camping site” uit om te overnachten. Voor we een plaatsje zoeken voor ons mobiel huis, proeven we van de enige echte Mc Donald Hamburger. Aangezien we nog een hele namiddag voor ons hebben, trekken we het stadje in dat gebouwd is rond een aluminiumfabriek. De campinguitbater vertelde ons dat er ook een klimzaal is waar er aan ijsklimmen gedaan wordt, “The Ice Factor”, dus wij daar naar toe om een kijkje te nemen. Nog de nodige boterhammetjes meegenomen voor morgen en weer terug naar de camping. Ons avondmaal bestaat dit keer uit spirelli-carbonara van Knor, weer heel lekker. ’s Avonds is het te koud om lang buiten te blijven en gaan we ons wat opwarmen met een theetje in de bar, alvorens te gaan slapen.

Donderdag 20 mei 2004 (weer: regen en zon)
Tussen 8 en 9 eten we een traditioneel Schots ontbijt, wat goed zal van pas komen op onze laatste, maar langste tocht (25km). Om kwart voor tien laten we Mc Donald camping site achter ons en beginnen meteen aan een klim van ongeveer 260 meter. Onze inspanning wordt beloond met een fantastisch panoramisch zicht over “Kinlochleven” en “Mamore Lodg”e. We vervolgen het pad en kijken uit op de bergen van “Beinn na Caillich” en “Mam na Gualainn”, alsoook de “Mamore Hills”, die 3 “Munros” bevat. Voor de eerste keer zijn we het niet echt eens met onze gids, die belooft dat het volgende stuk “easy” is en het als “climbs very gentle” omschrijft. Het pad is met stenen bezaaid en gaat soms vrij steil omhoog. Op het ogenblik dat we ons weer beginnen te ergeren aan de overbevolking op de WHW, beginnen er weer regendruppels te vallen. Het aantrekken van onze regenkledij verloopt door de felle windstoten alles behalve efficiënt en tegen dat we goed en wel ingeduffeld zijn, zijn onze broeken al goed nat. De wind zwiert ons van hier naar daar en de regen beukt op ons in. Dit is Schotland op zijn best! De bui is echter maar van korte duur en al gauw breekt de zon weer door de wolken. Ondertussen zijn we een aantal ruïnes van verlaten boerderijen tegengekomen en weldra zullen we het bos induiken voor een hele tijd. We krijgen nog één plensbui over ons heen, maar daarna kunnen de regenattributen opgeborgen worden en kunnen we onze boterhammetjes opeten. Als we het tweede bos voor ons hebben, “the view opens out dramatically as Ben Nevis looms over the trees”. Volgens onze gids zou het eerste stukje van dit bos “easy going” zijn, “but then the trees close in and the pathe plunges downhill”. Peter leest de tekst met de nodige dramatiek voor, maar zo erg blijkt het allemaal niet te zijn. Onderweg kan Peter het niet laten om even zijn rugzak af te zwieren en een rots(je) te lijf te gaan. Het laatste stukje bos houdt nog een steile klim in, waarop een aantal mountainbikers ook hun tanden op stuk bijten. Waarschijnlijk zijn ze aan het trainen voor de World Cup die binnen twee weken in “Fort William” zal plaatsvinden. Eens boven overvalt ons de grootsheid van de Ben Nevis die zich nu voor ons in al zijn glorie uitspreidt. De afdaling naar de camping van “Glen Nevis” duurt ons net iets te lang en we zijn dan ook blij wanneer het einde nadert. We besluiten eerst de tent op te zetten om daarna het laatste stukje WHW af te leggen en om mijn rugzak te gaan afhalen in een hotel in “Fort William city”. Als we aan het einde komen, vraagt Peter aan een man of hij een foto van ons wil nemen aan het eindteken van de WHW. Als hij hoort dat we de hele weg hebben afgelegd, begint hij ons handenschuddend te feliciteren en maakt een hele fotoreportage van ons aan het WHW-teken. Appreciatie! Voor we gaan eten, trekken we nog even de souvenirshop binnen, waar ik Peter moet tegenhouden omdat hij anders de hele afdeling “shortbread” zou opkopen. In het stadje zelf zijn veel restaurantjes, maar wij kiezen er een zaak uit waar je döner kebab kan eten. Onze voeten beginnen te protesteren wanneer we terug naar de camping wandelen en elke meter wordt er nu wel echt te veel aan. Is dit psychologisch? Als we uiteindelijk aangesloft komen, zijn de 2 broers ook net aangekomen en we zijn het erover eens dat de laatste dag toch wel één van de zwaarste was in vergelijking met de andere dagen. ’s Avonds krioelt het buiten van de midges en kruipen we maar snel in de tent om niet opgegeten te worden. We hebben het gehaald!

Vrijdag 21 mei 2004 (weer: zonnig)
We vallen in een zwart gat, vandaag hoeven we helemaal niet te wandelen! In de voormiddag nemen we uitgebreid een warme douche en wassen we onze kleren, zodanig dat we morgen een beetje fatsoenlijk naar huis kunnen. Na de was en plas trekken we terug naar “Fort William city” om nog enkele souvenirs te kopen en een warme maaltijd te eten. We bestellen de dagschotel, wat nog maar eens stoofkarbonade blijkt te zijn. Bij een bezoek aan een plaatselijke buitensportwinkel wordt duidelijk dat een ijsbijl ook voor andere dingen kan gebruikt worden dan voor te klimmen, bijvoorbeeld onkruid wieden… In de namiddag nemen we de bus naar “Urquhart Castle” aan “Loch Ness”. Na een inleidende film, een bezoek aan het kasteel, het turen over het water naar het beest en iets gedronken te hebben in de cafetaria is het alweer tijd om de bus terug te nemen naar “Fort William”. Voor de voorlaatste keer wandelen we van “Fort William” naar de camping, het laatste stuk van de WHW zal ons nog lang bijblijven! op de camping zwermen de “midges”" weer in grote getale rond en is het bijna onmogelijk om buiten te blijven. Na het eten (een vers koud slaatje uit de lokale supermarkt en pasta met spinazie van Knor, lekker maar aan de zoute kant) verschansen we ons in de tent. De broers hebben we spijtig genoeg niet meer gezien.

Zaterdag 22 mei 2004 (weer: zonnig)
Om half zes gaat de wekker en alles moet nu snel gebeuren, willen we de trein van 7h25 richting “Glasgow” halen. Na een kattenwasje, ruimen we voor de laatste keer de tent op en laden we de rugzakken in. Terwijl Peter nog een gasbidonnetje en melk die we niet opengedaan hebben, als aandenken bij de tent van de broers achterlaat, stap ik al maar door naar het station. Even voor “Fort William” heeft Peter me ingehaald en raast voorbij om de tickets al te gaan kopen. De tijd dringt. Ik zet nog een laatste spurtje in en arriveer 5 minuten te vroeg. Terwijl we wachten op de trein herkennen we een aantal WHW-gezichten van de voorbije dagen, blijkbaar keren zij ook weer naar huis. We hebben nog getwijfeld tussen de bus en de trein. De trein is iets duurder maar zal ons terugbrengen langs plaatsjes die we de voorbije dagen bewandeld hebben. Nostalgie! Gedurende de treinrit horen we een heleboel enthousiaste mensen die naar buiten turen en herinneringen op halen aan de WHW. Daar hebben we dit gedaan en ginder was er dat… Rond half 12 bereiken we het eindstation, in “Glasgow”. We stappen zoals tijdens de heenreis door “Glasgow city”, richting “Glasgow Central”, waar we de trein naar “Prestwick Airport” zullen nemen. We zijn veel te vroeg in de luchthaven en eten dan nog maar een broodje als middagmaal en hangen nog wat rond in de inkomhal van het gebouw. Na het afgeven van de bagage gaan we naar de douanecontrole waar iedereen goed in het oog wordt gehouden. Wij moeten het zakje met ons fototoestel nader laten onderzoeken, maar daar blijft het dan ook bij. Onze vlucht vertrekt om 15h50 en zal in Charleroi aankomen om 18h25 waar ons mama en papa ons zullen komen halen om vanavond eens terug in een gewoon bed te kunnen slapen.

Pictures

Public Albums

WHW2004 pano's
Panoramas WHW

Private Albums

WHW 2004

Links

Schotland Buitensport-Schotland.nl, gids voor (berg-)wandelen, fietsen, klimmen in de Hooglanden
West Highland Way 1999
west highlandway
WHW tips
Pictures of WHW