Inleiding
Astrologie is zo oud als
de mensheid - volgens sommige bronnen nog ouder, maar dat is
uiteraard speculatief. Men kan zich echter voorstellen dat de
oorspronkelijke, primitieve mens (in de veronderstelling dat die al
ooit bestaan heeft) in zijn nauwe verbondenheid met het
natuurgebeuren om hem heen, met groeiend ontzag vaststelde dat het
leven in de natuur - en bijgevolg ook het zijne - onder invloed
stond van ontoegankelijke, immense en oncontroleerbare krachten die
alle een cyclisch verloop kenden. De
jaarcyclus van de seizoenen, de
dagcyclus van licht en donker, de
getijden, de
Maanfasen, zijn daar de meest
fundamentele voorbeelden van.
Volgens anthropologische leerstellingen pleegt een
“primitief” mens, op zoek naar enig begrip van (en
greep op) het leven, op zoek naar ordening van en controle over de
voorvallen daarin, menselijke eigenschappen toe te kennen aan al
het waargenomene. Zo krijgen bomen, dieren, sterren, rivieren,
stenen, bergen, de lucht, de hemel zelf, elk een eigen karakter en
bepaalde kwaliteiten toegekend. Deze maken het de mens mogelijk met
al deze verschijnselen en levensvormen te communiceren, en in min
of meerdere mate vat te krijgen op hun onderlinge wisselwerking. Op
die manier wordt in de ogenschijnlijke chaos en onvoorspelbaarheid
van het leven toch enige structuur herkenbaar, al blijft die vaak
moeilijk te doorgronden.

En, zo verhief die
“primitieve” mens (?) wellicht die onbereikbare,
hemelse verschijnsels als de Zon, de Maan en de andere
Dwaallichten, omwille van de hun toegekende
levengevende/vernietigende macht, tot goden van het uitspansel die
het leven op aarde in al zijn verschijningsvormen bestieren. Het
ontdekken van de cyclische patronen waarmee het Hemelgebeuren zich
manifesteert, en het vermoeden/vaststellen van correlatie tussen
dat hemelse
en aardse
gebeurtenissen, gaf hem er tegelijkertijd een bepaalde vorm van
controle over.

Gedreven door
overlevingsdrang, geïnspireerd door mystieke bewondering, geboeid
door wetenschappelijke vorslust, steeds heeft de mens het
hemelgebeuren geobserveerd en bestudeerd.
Het is de neerslag van deze waarnemingen, overgedragen van mens op
mens, van generatie op generatie, van cultuur op cultuur, die -
verstrengeld in onze genenstructuur zelf en de inbedding vormend
van het collectief onbewuste - bekend staat als de Kunst en
Wetenschap van de Astrologie. Althans, dat is de visie van de
“wetenschap”.
Of is de astrologie "geopenbaard"? Wie haar bestudeert, en in de
toepassing ervan haar grootsheid
ervaart, de
enorme complexiteit maar ook consistentie, en de
reikwijdte
van haar
gebruik, kan moeilijk rond de bedenking dat zij als een "Systeem"
aan de Mens geopenbaard is... Wellicht liggen er nog veel
manuscripten, perkamentrollen en kleitabletten ergens in kelders of
groeven of grotten, te wachten op ontdekking, en vertaling. Met
name in bibliotheken van het Iberische schiereiland blijken heel
wat onvertaalde en dus onbegrepen schatten te wachten op weldoeners
die hun openbaring willen en kunnen ondersteunen of mogelijk
maken...
Volgens sommige bronnen is de hellenistische (oud-Griekse)
astrologie “plots” tevoorschijn gekomen, als één
consistent geheel; andere bronnen of autoriteiten spreken dat dan
weer tegen, en baseren zich op het effectief ontberen van
historisch materiaal om dat te staven. Hoe dan ook: hoe meer we
terug te weten komen van de oorspronkelijke astrologie, hoe
ontzagwekkender haar kwaliteiten, hoe meer verbazing en
verwondering je moet voelen voor dit overweldigende
Corpus
Scientiae...
boven opleiding Software!
(nederlandstalig)
asto-blog
