www.HermanBeun.info

sail home

 

paars is niet sociaal-liberaal
door Herman Beun

(Eerder verschenen in Idee nr. 2, 1999. Idee is het blad van de Stichting Wetenschappelijk Bureau D66)


De nieuwe aanduiding sociaal-liberaal heeft in onze partij al voor heel wat opschudding gezorgd. Begrijpelijk ook, want het idee dat D66 zou behoren tot een benoembare politiek-filosofische stroming was voor velen lange tijd ondenkbaar: D66 was immers de partij van de redelijkheid, waar ideeën op hun inhoud werden beoordeeld in plaats van op hun ideologische herkomst. D66 deed zichzelf daarmee groot onrecht, vindt Opschudding. Het afwijzen van benoembaarheid, de pertinente weigering een beginselprogramma op te schrijven, de nadruk op bruggenbouwen en ja, ook onze nadruk op de procedurele aspecten van democratie, dat alles suggereerde voor de buitenwereld dat we eigenlijk zelf geen echte visie hadden en daarvoor leentjebuur moesten spelen bij anderen. Maar D66 heeft wel degelijk een eigen visie op de toekomst, en die visie heeft al 33 jaar meer actualiteitswaarde dan de paradigma's van de traditionele partijen. Dat is ook wel gebleken, want die laatste zijn de afgelopen decennia massaal overboord gezet, terwijl het D66-ideaal van emancipatie van het individu en het doorbreken van structuren die dat, waar ook in de samenleving, in de weg staan levender is dan ooit. Daarom is het heel goed dat D66 vanaf nu voortaan duidelijk gaat opschrijven waar het staat, waar het vandaan komt en waar het naar toe wil. De nog immer zeer geëngageerde kiezer, die inmiddels geen idee meer heeft aan welke ideologieloze partij hij zijn stem nu weer moet geven, en daarom maar thuisblijft, zweeft of experimenteert, kan die duidelijkheid juist nu heel goed gebruiken.

"L'homme est né libre, et partout il est dans les fers", begon een verontwaardigde Rousseau in 1762 zijn Du contrat social. Diezelfde verontwaardiging over geïnstitutionaliseerde machtsongelijkheid vinden we in het Appèl dat de oprichters van deze partij in 1966 deden aan het Nederlandse volk. Evenals Rousseau kwamen zij met vergaande voorstellen voor staatsrechtelijke hervorming om aan die ongelijkheid een eind te maken, en de ideeën over formele democratie - het referendum, de gekozen premier en burgemeester - zijn daarna bepalend gebleven voor het publieke beeld van D66. Maar democratie is natuurlijk veel meer dan alleen maar procedures. De materiële democratie, het scheppen van de culturele en sociale omstandigheden die participatie stimuleren, is misschien nog wel belangrijker. Ook voor dat aspect van democratie heeft D66 echter altijd oog gehad.

D66 is om die redenen bij uitstek een liberale partij, maar dan wel een in de traditie van rond de vorige eeuwwisseling, toen liberalen streden voor uitbreiding van het stemrecht en voor sociale hervormingen. Want de ironie wil dat de partij die tegenwoordig in Nederland het predikaat liberaal claimt zich juist tegen dit soort voor D66 wezenlijke zaken verzet. Het woord liberaal heeft daardoor een rechtse connotatie gekregen die het van oorsprong niet had. Om de sociale kant van ons liberalisme en het onderscheid met de conservatief-liberale richting te benadrukken heeft Opschudding daarom gekozen voor de aanduiding sociaal-liberaal. D66 plaatst zich daarmee middenin de internationale hoofdstroming in de politiek waartoe ook Europese zusterpartijen als de Britse Liberal-Democrats en het Deense Radikale Venstre behoren. Dankzij het feit dat de Britten hun Europese parlementsleden straks voor het eerst volgens een evenredig stelsel zullen kiezen wordt de sociaal-liberale stroming vanaf komende zomer de grootste in de liberale fractie in het europarlement. In een Europees perspectief gezien is de positie van het sociaal-liberalisme dus een stuk steviger dan die van het conservatief-liberalisme.

Wat Opschudding verstaat onder de sociaal-liberale identiteit van D66 is uitgewerkt in het onlangs aan de partij gepresenteerde document De Voorzet. D66 heeft volgens Opschudding een missie die als volgt kan worden verwoord: "D66 bestaat als politieke partij om een duurzame, democratische en open samenleving op te bouwen, waarin de mens zich ontplooit in solidariteit met anderen". Deze missie is gekoppeld aan vier kernwaarden: Vrijheid, verantwoordelijkheid, gelijkwaardigheid en democratie.

Vrijheid voor het individu vindt Opschudding erg belangrijk. Mensen zijn volgens ons het gelukkigst als ze zoveel mogelijk in vrijheid hun eigen keuzes kunnen maken. Bovendien geeft vrijheid van uiting en handeling mensen de gelegenheid om alternatieven tegen elkaar af te wegen en eventueel zelf uit te proberen, zodat ze uiteindelijk tot een beter gefundeerde keuze kunnen komen. Vrijheid voor het individu betekent echter niet alleen het recht op de afwezigheid van dwang, de negatieve vrijheid. Vrijheid is ook positieve vrijheid: het recht op ontplooiing. Spreiding van welvaart, kennis en welzijn moeten zorgen voor gelijke kansen, opdat ieder ook daadwerkelijk van vrijheidsrechten gebruik kan maken.

Vrijheid staat niet op zichzelf, maar is in onze visie nadrukkelijk gekoppeld aan de tweede kernwaarde: verantwoordelijkheid. Dat werkt twee kanten op: Verantwoordelijkheid, voor jezelf en voor anderen, kan alleen maar in vrijheid worden aanvaard, en niet worden opgelegd. En een overheid die zegt haar burgers hun vrijheid te gunnen dient hen dan ook verantwoordelijkheid te geven, bijvoorbeeld door het invoeren van een veel directere democratie en het afschaffen van betuttelende regelgeving. De koppeling van vrijheid aan verantwoordelijkheid sluit goed aan bij de beginselprogramma's van onze buitenlandse geestverwanten. Het Noorse Venstre bijvoorbeeld verwoordt het kernachtig met: "Het respect voor de individuele mens en de verantwoordelijkheid voor de gemeenschap zijn de grondgedachten voor Venstre". En het Deense Radikale Venstre verheldert verder: "Det Radikale Venstre gelooft in de vrije en verantwoordelijke mens, die handelt in saamhorigheid met andere mensen. De mens ontwikkelt zich door zijn keuzes en handelingen in samenspel met anderen. Een democratische samenleving kan alleen fungeren als zijn leden zich tegenover elkaar verplicht voelen. Voor Det Radikale Venstre zijn vrijheid en verplichting onlosmakelijk met elkaar verbonden." Ook deze twee partijen, die overigens net als D66 de term sociaal-liberaal gebruiken als nadere aanduiding van hun gedachtengoed, plaatsen zichzelf nadrukkelijk binnen de liberale traditie.

Tegenstanders van D66, met name in de christen-democratische hoek, hekelen het wat zij noemen "individualistische" karakter van onze visie op de samenleving. Met individualisme is echter niets mis. Waar zij eigenlijk op doelen is wat een communitaristisch filosoof als Charles Taylor aanduidt met atomisme: de liberale neiging om overdreven nadruk te leggen op vrije keuze, zonder daarbij een rol toe te kennen aan de sociale en culturele context waarbinnen meningsvorming tot stand komt. Dit is echter een erg karikaturale voorstelling van zaken die op moderne liberale filosofen al lang niet meer van toepassing is, en die zeker bij sociaal-liberalen niet is terug te vinden. Het fragment dat in de voorgaande alinea geciteerd werd uit het beginselprogramma van Det Radikale Venstre toont dat al aan.

Zoveel hoofden, zoveel zinnen -- vooral waar het vrije mensen betreft. Al die individuele identiteiten en waardenpatronen zijn in belangrijke mate gevormd door het netwerk van sociale en culturele gemeenschappen waartoe die individuen behoren. optimale inrichting van de maatschappij bestaat dan ook niet, iedereen heeft daar andere opvattingen over. Politieke en culturele diversiteit dient altijd te blijven bestaan. De kernwaarde gelijkwaardigheid drukt daarom tevens waardering uit voor de grote verscheidenheid aan gemeenschappen, leefvormen en opvattingen die onze samenleving rijk is.

Gemeenschappen verschaffen niet alleen identiteit en waarden, maar dienen tevens als bron van zelfvertrouwen en waardering. Het idee deel uit te maken van dezelfde gemeenschap is noodzakelijk voor het ontstaan van solidariteit met verder onbekende individuen, en is essentieel voor het functioneren van democratie. Gezamenlijke politieke besluitvorming heeft daarom geen zin waar onderlinge solidariteit onvoldoende aanwezig is. Gemeenschappen zijn een gegeven, de inrichting van de politieke orde moet daarop worden afgestemd. Solidariteit en altruïsme kunnen nu eenmaal niet van boven worden opgelegd.

Alles komt samen in de kernwaarde democratie, terwijl omgekeerd alleen in een democratie de andere kernwaarden gerealiseerd kunnen worden. Vrijheid en verantwoordelijkheid voor de individuele burger betekent dat democratie veel meer direct moet worden en vaker moet worden toegepast, ook buiten de politiek. Dat bijvoorbeeld CAO-onderhandelingen nu alleen door vakbonden worden gevoerd terwijl veel werknemers daar geen lid van zijn is erg ondemocratisch. Het houden van referenda en volksinitiatieven moet een gewone zaak worden. Niet omdat burgers zoveel verstandiger zijn dan politici, maar vooral omdat er dan, in de woorden van Andreas Gross van het Institut für Direkte Demokratie in Zürich, "minder bevolen kan worden, en men meer moet proberen te overtuigen".

Het debat en de afweging van alternatieven winnen aan kwaliteit door een zo groot mogelijke vrijheid en diversiteit, ook in de uitvoering van politiek beleid. Op die manier kunnen we leren van de ervaringen en meningen van anderen, en kan het best tegemoet worden gekomen aan specifieke behoeften. Om diversiteit te versterken en te behouden dienen macht en bevoegdheden niet langer top-down, maar bottom-up verdeeld te worden. Ook het belang van onderlinge solidariteit voor politieke besluitvorming vereist dat het trekken van grenzen tussen de verschillende politieke eenheden en het vaststellen van de bevoegdheden die horen bij een bepaald staatsniveau een zaak worden voor de betreffende bevolking. Bestuurlijke schaalvergroting of overdracht van bevoegdheden naar een hoger niveau dient slechts plaats te vinden indien de bevolking van de noodzaak ervan kan worden overtuigd. Het negeren van weerstand of desinteresse, zoals dat o.a. gebeurt bij gemeentelijke herindelingen en bij de overdracht van bevoegdheden aan de EU, is ondemocratisch en werkt op den duur samenlevingsondermijnend. Pleidooien uit socialistische hoek om de EU ook te belasten met sociale wetgeving, zijn, voor zover een uniform sociaal stelsel überhaupt al wenselijk zou zijn, in ieder geval prematuur.

Zoals uit het bovenstaande blijkt is het een vergissing te denken dat D66 met het aannemen van sociaal-liberaal naar rechts is opgeschoven. Eveneens een vergissing is het om te menen dat sociaal-liberaal volgens Opschudding een samenvoeging is van socialistisch en liberaal. Die synthese is namelijk al lang tot stand gekomen en heet Neue Mitte, New Labour, Paars. Paars was in de ogen van Opschudding slechts een hulpmiddel en een eerste stap, vooral nuttig voor het doorbreken van vastgeroeste patronen en het openleggen van de politieke machtsverhoudingen. Paars is niet ons politieke ideaal. De combinatie van marktliberalisme met socialisme leidt niet tot meer autonomie van de burger, maar ontaardt steeds meer in overheersing van twee kanten: de oppermachtige vrije markt aan de ene kant, en een ondoorzichtige overheidsbureaucratie aan de andere. De individuele burger waar het ons sociaal-liberalen om gaat speelt in de strijd tussen socialisten en liberalen nauwelijks nog een rol, laat staan dat hij op de ontwikkelingen enige invloed uitoefent. De taak waar sociaal-liberalen voor staan is daarom niet om tussen markt en staat een brug te vormen, want die brug vormen ze ook wel zonder ons. De belangrijke opgave waar wij sociaal-liberalen de komende decennia voor staan is om de machtsverhoudingen om te keren, en markt en staat aan de burger ondergeschikt te maken. In Nederland, en in Europa.
Reageer!
Naar huis
Actualiteit
©2003 Herman Beun herman@hermanbeun.info home
representative democracy is a contradiction in four year terms