
De Belgische Ordes met centrale gouden streep of gouden zijstrepen
Nadat deze ordes waren gesticht, volgde een Koninklijk Besluit van 24 juni 1919 dat een aantal wijzigingen bepaalde met dewelke burgers voor hun verdienste tijdens de Wereldoorlog konden vereremerkt worden.
Bij toekenning voor een bijzondere daad van moed en indien de rechthebbende ervoor vermeld werd in de Dagorde, kreeg het lint randen in gouddraad en werd een gouden ster aangebracht; indien de moedige daad geen aanleiding had gegeven to vermelding in de Dagorde bleven enkel de gouden randen behouden.
Indien de toekenning van het ereteken van de Orde gebeurde voor bijzondere verdienste tijdens de oorlog werd een gouden band centraal in het lint geweven. Voor bijzondere verdienste in humanitair oorlogswerk werd een zilveren ster op het lint gedragen.
In 1946 verscheen een Koninklijk Besluit waarmee deze onderscheidingen ook beschikbaar werden voor gelijkaardige daden of verdienste tijdens de Tweede Wereldoorlog.
| Ridder in de Orde van Leopold I, voorzijde |
| Ridder in de Kroonorde, voorzijde | ![]() |
| Ridder in de Orde van Leopold II, voor -en achterzijde |
Copyright Hendrik Meersschaert 1998,2000 ©