Tony Van Os (1886-1945)

Karel Michiels

Tony Van Os wordt de ‘aristocratische en gevoelsvolle schilder van de mysterie-Schelde' genoemd. “Niemand zoals hij heeft met een persoonlijker zuiverheid van toets en kleur zijn geliefde stroom uitgebeeld,” schreef Richard Dewachter. Tony Van Os werd geboren te Antwerpen op 21 juni 1886. Zijn vader Jan Baptist was in 1891 de stichter en hoofdredacteur van de Gazet van Antwerpen. Hij had eveneens een druk beklante handelsdrukkerij. Langs moeders zijde, Maria De Wolf, stamde Tony Van Os uit een begaafde kunstenaarsfamilie. Na de klassieke humaniora aan het Sint-Jan Berchmanscollege te Antwerpen volgde Tony Van Os de lessen aan de stedelijke Academie voor Schone Kunsten en het Hoger Instituut voor Schone Kunsten aan dezelfde stad. Hij werkte er onder leiding van baron Franz Courtens, de schilder van impressionistische landschappen. Courtens zelf had zijn opleiding gekregen aan de academie van Dendermonde met o.a. als lesgevers Jaak Rosseels, Isidoor Meyers, medegrondleggers van de befaamde Dendermondse schildersschool.

Als jong artiest reisde hij verschillende dorpen langs de Schelde af. Tony vertoefde in Walcheren-Doel. In Nederland bestudeerde hij de oude meesters. Later genoten vooral Dendermonde, Weert, Bornem en Mariekerke zijn volle aandacht, dorpen die hij vaak bezocht in gezelschap van Franz Courtens. Een tijdlang woonde hij samen met Herman Broeckaert en Pieter Gorus te Weert aan de Dijkstraat. Tony Van Os geraakte er vertrouwd met de mensen die er woonden. Hij leerde er de noden van de eenvoudige mensen kennen en raakte ook vertrouwd met de landschappen, niet alleen water en dijken maar ook met de lage huisjes langs de dijken. Helemaal lief werd hem die streek toen hij er zijn vrouw leerde kennen. Op 21 augustus 1912 huwde hij met Elisa Van Hoeymissen uit Het Sas van Bornem. Waar kon men beter het huwelijksfeest vieren dan aan de Scheldedijk te Bornem in open lucht wat ook gebeurde. Het jonge paar vestigde zich te Bornem-Buitenland. Pas zeven jaar later zouden ze zich te Temse op de Grote Markt 21 vestigen. Maar het Sas van Bornem, de Oude Schelde, kortom de roep naar de vrije natuur was zo sterk dat hij van de grafelijke familie de Marnix een hoeveke met strodak huurde in de omgeving van het Sas. Meteen werd het ‘Het huizeke in de Jordaan' genoemd. Het was hem een bron van inspiratie zowel om te schilderen als om te mediteren. Daar kon hij als het ware zijn droomwereld in zich opnemen.

Op de keper beschouwd was Tony Van Os een mystieker, een kunstenaar van het melancholische met een vergeestelijkte inslag, iemand die zich langs zijn kunst een eigen wereld opbouwde, een wereld die hij trachtte te bestendigen in zijn doeken. Ieder doek is als een droom - zijn droom – niet zoals het is maar zoals hij meende dat het zou moeten zijn, zoals het pastte in zijn wereld. Het is een spiegelbeeld van zijn aard, van zijn ‘zijn', rustig en werkend uit een diep religieuze overtuiging waar de verhoudingen niet wit-zwart zijn maar overwegend grijs en de figuren lijken te zweven, nooit dominant zijn maar een éénheid vormen met het landschap. In vele doeken, waaronder het wereldbefaamde “De Veerman”, geeft Tony Van Os zich helemaal bloot. Het is een beeld van het ontijdelijke, daar zijn alle waarden opgelost in één beeld en komt men als 't ware in aanraking met de oneindigheid. In het ‘huizeke aan de Jordaan' ontving Tony vele kunstenaars o.a. Emiel Verhaeren, Jan Hammenecker, Filip De Pillecyn, Romain Steppe, Felix Timmermans, Richard Dewachter, dichter-schilder Herman Broeckaert en nog vele andere.

Zijn eerste tentoonstelling in zaal Boute te Brussel kreeg een zeer goede kritiek. Men werd getroffen door de gevoeligheid, de sprookjesachtige sfeer die hij rond het Scheldelandschap in zijn doeken opriep. Een jaar later in 1910 behaalde hij met zijn “Piëta”de prestigieuze Godecharlesprijs, de hoogste onderscheiding in ons land. In veel van zijn werken toont Van Os ons de gewone man, de man uit het volk in zijn gewone doen. Een ander facet van de kunstenaar was zijn bedrevenheid in het portretschilderen. Als we nu naar “Moeder” en de zoons “Luc” en “Benny” in hun omlijsting kijken, zien we daarin al zijn kunde en de liefde tot zijn gezin. Ook volkse typen die hij toevallig ontmoette en die ons doen denken aan de boeren uit de werken van Streuvels. Tony Van Os verwierf ook faam met de kruiswegen die hij schilderde. Hij vervaardigde de kruisweg voor de kerk van Koewacht (Nederland). Meer bekend en dichter bij ons, in Westrode, waar zijn vriend priester-dichter Jan Hammenecker pastoor was. Vaak wordt Tony Van Os geciteerd als de schilder van het religieuze en het onwezenlijke. Zij vormen de grijze periode van deze kunstenaar. Maar er bestaat een andere Tony Van Os, de kunstenaar met een uitbundig koloriet en prachtige natuurlandschappen. Zijn “Rede voor Temse”, “Gezicht op Temse”, “Gezicht te Weert”, “Gezicht op Mariekerke” tonen Van Os in een beheerste kleurtechniek die aan Franz Courtens en aan Isidoor Meyers doen denken. Zijn doek “In de mei”, sprankelend van kleur, is een ode aan de kleurrijkste maand van het jaar een aan de jeugdige Mei-god. De compositie van zijn doeken is sober. Hij kan de indruk van grootsheid, kalmte en rust opwekken. Van Os was een dichter met zijn penseel, de poëzie die hij oproept is melancholisch.

Wellicht is de oorsprong te zoeken in de ervaring die de schilder ervoer. Van Os zocht zijn inspiratie in de wereld van de minder begunstigden. Zoals gezegd is hij wat deze onderwerpen betreft nauw verwant aan Eugène Laermans (St Jans-Molenbeek 1864 – Brussel 1940). Van Laermans o. a. liep in 1996 een indrukwekkende tentoonstelling in het paleis van Schone Kunsten te Antwerpen onder de titel “Het volk ten voeten uit”. De werken waren gewijd aan de sociale problematiek van de plattelandsbevolking en de werkende klasse. Zijn visie was tragisch en pathetisch wat nog werd benadrukt door een somber kleurenpalet. Hetzelfde kan men zeggen over Tony Van Os waar hij soortgelijke onderwerpen op doek brengt. Het leven van de vissers, Vlaamse boeren en volkse typen zoals “Pietje Vogel”, “Pallieter”, “Drinkebroer”, e.a. vinden we door hem vereeuwigd. Ook vrouwen wist hij raak te portretteren, denken we maar “De weduwe”, “Madonna”, “Vlaamse vrouwen”. Steeds zijn het personages uit de streek. Wanneer hij tentoonstelde te Antwerpen met het portret “Mieke” oogstte hij grote bijval. Ondanks de veranderde stromingen in de kunst bleef Tony Van Os zichzelf met zijn eigen coloriet en techniek.

Om hem te typeren gebruikt men betittelingen als ‘de schilder van de weemoed', ‘de man van de waterkant', ‘glanspunt voor onze Vlaamse schilderkunst'. Talrijke werken van deze ‘diepgelovige en beginselvaste artiest' zoals Richard De Wachter hem noemde, zijn verspreid in Zweden, Engeland, Duitsland, Frankrijk, Oostenrijk en de USA. Honderden zijn in privébezit, evenals in tal van openbare instellingen, waaronder het gemeentebestuur en de O.L.Vrouwkerk te Temse, de kerk te Bornem en Weert als gelukkige bezitters worden gerekend. De vrienden van de kunstenaar en de Lionsclub Klein-Brabant hebben als hulde aan deze verdienstelijke Antwerpenaar-Temsenaar en Bornemnaar hem vereeuwigd met een gedenkteken ter hoogte van het Sas te Bornem. Het beeld is een werk van beeldhouwer Henri Lannoye. Toen Van Os op 5 september 1945 te Temse kwam te overlijden verloor zowel Antwerpen, het Waasland als Klein-Brabant een kunstenaar van groot formaat, een kunstenaar die zijn Schelde en de mensen die er woonden diep in zijn hart droeg.

Bronvermelding: Parels langs de Scheldekant deel I – 1978 – Leo Busschaert